Woensdag 19/01/2022

Streven naar de stilte

Stephan Eicher zal in Vlaanderen wel altijd gebrandmerkt blijven als onderdeel van Grauzone, het Zwitserse elektroduo waarmee hij op zijn negentiende de culthit 'Eisbaer' scoorde. Toch wordt de songschrijver bij onze zuiderburen meer gevierd als soloartiest en weet hij intussen nog nauwelijks blijf met alle gouden platen die hem er haast jaarlijks worden uitgereikt. Deze week verscheen Louanges, opnieuw een hoogtepunt in een discografie die inmiddels indrukwekkende vormen begint aan te nemen.

Bart Steenhaut

De zanger grinnikt wanneer ik hem vertel dat iedereen boven de taalgrens denkt dat hij sinds Grauzone met zijn vingers heeft zitten draaien. In Frankrijk, waar Eicher een absolute superster is, blijkt immers net het tegenovergestelde idee te leven. "Daar is men er vast van overtuigd dat ik debuteerde met 'Déjeuner en paix', de single waarmee ik ginds ben doorgebroken. Toch had ik toen al vijf platen in mijn eentje gemaakt. Rond die periode was ik vaak te gast in televisieprogramma's en dan komt er als vanzelf een ander publiek opdagen. Plots stonden er heel veel jonge meisjes voor het podium. Uiteraard was ik erg ingenomen met die evolutie, tot ze allemaal hysterisch begonnen te krijsen telkens als ik het waagde de zaal in te kijken.

"Op den duur werd het dus wel een beetje vervelend, maar die fase zijn we intussen alweer voorbij. De media hebben nu nieuwe sekssymbolen gevonden, en daar ben ik absoluut niet rouwig om. Afgezien daarvan vind ik het wel grappig wanneer het publiek een verkeerd beeld heeft van wie ik ben, want net daardoor stelt het me in staat gewoon mijn eigen weg te volgen." Eicher heeft de afgelopen twintig jaar inderdaad een eigenzinnige carrière uitgebouwd, waarin hij mettertijd de elektronica inruilde voor akoestische instrumenten en op een bepaald moment zelfs met een strijkkwartet op tournee ging. Hij maakt er geen geheim van dat Les chansons bleues, zijn eerste soloplaat, vooral een reactie was op het succes dat hem even voordien met Grauzone te beurt was gevallen. "Toen ik samen met mijn jongere broer die groep oprichtte, waren we eigenlijk kinderen die in de studio werden losgelaten en daar aan allerlei knopjes mochten draaien om uit te vissen waarvoor ze dienden. We wisten echt van niets, we konden niet eens een instrument bespelen.

"Onze toenmalige drummer was een fijne kerel, maar hij had geen gevoel voor ritme, zodat we gedwongen werden zijn partijen te verknippen en nadien weer aan elkaar te plakken. Zo ontstond er haast per ongeluk een heel dansbare beat, die vreemd genoeg dichter bij disco aanleunde dan bij punk. Ach, we hadden zelfs geen geld waarmee we een tape konden kopen om 'Eisbaer' op te nemen, en twee weken later werd de master dan ook afgeveegd zodat we een nieuw nummer in konden blikken.

"Toen we later een forse royalty-cheque kregen toegestopt, zijn zowel Martin als ik in een crisis beland. Mijn broer maakt nog altijd geweldige muziek, maar hij is zo onzeker geworden dat hij elke opname haast meteen weer vernietigt. Zelf vond ik dat het niet netjes was om als undergroundgroep zoveel succes te oogsten en dus heb ik een jaar lang geen instrument meer aangeraakt."

Vandaag moet Eicher lachen om zijn jeugdig radicalisme. "Nadien besefte ik dat muziek toch te belangrijk was, en niet veel later ben ik weer beginnen te knoeien met drummachines en synthesizers." Na drie platen waarop de elektronica overheerste, sloeg Eicher met het uitstekende My Place onverwacht een nieuwe richting in door de songs voornamelijk met akoestische instrumenten in te spelen. Hij betrok een strijkorkest bij de opnamen, verweefde zijn typische euro-rock met invloeden uit zowel cajun, gospel als country, en besloot ook zijn voorliefde voor Keltische folk nadrukkelijker uit te spelen.

Bij die traditionelere omkadering hoorden steeds vaker poëtische, in melancholie gewikkelde teksten, waarin Eicher met enkele pennenstreken een beeld schetste van de relaties waarin zijn personages verzeild waren geraakt. Bovendien deed hij dat op zo'n intieme manier dat hij daarvoor wel uit zijn eigen ervaring moest putten. "Mijn leven ligt inderdaad vaak ten grondslag aan de dingen die ik schrijf. Voor mij is een nummer pas geslaagd als het publiek zich er helemaal mee kan identificeren, en dan kom je haast als vanzelf bij emoties en relaties terecht. Bij film of toneel werkt het net zo.

"Heel uitzonderlijk ontstaan er ook songs uit observaties. In 'Bones' beschrijf ik mezelf bijvoorbeeld als een oude man en daarvoor heb ik heel goed gekeken naar de manier waarop mijn vader en mijn grootvader zich gedroegen. Ik bestudeerde hoe ze zich bewogen, hoe ze in een stoel gingen zitten, vroeg hen uit over hun dromen en teleurstellingen."

Na negen elpees slaagt Eicher er nog steeds in om nieuwe invalshoeken te vinden wanneer hij over relaties schrijft. Wanneer ik hem vraag hoe hij erin slaagt de val der herhaling te ontlopen, wordt het even stil. "De liedjes werken meestal omdat de bijbehorende relaties dat níét doen, en dus blijft dat een bron van inspiratie. Al vanaf de Oude Grieken is het een onderwerp dat ieder mens bezighoudt, en over duizend jaar zal er nog altijd over geschreven worden.

"Zelfs wanneer ik een nummer zing als 'Déjeuner en paix', dat handelt over wat er allemaal fout loopt in de wereld, is het veel interessanter om dat verhaal te vertellen tegen de achtergrond van een relatie. Mede daardoor is de song vandaag nog altijd actueel. De kranten staan nog altijd vol ellende, en je hoeft de televisie maar aan te zetten of er komen spontaan een paar lijken uit gevallen."

Een ander onderwerp dat vaak opduikt wanneer Eicher achter zijn schrijftafel kruipt, is het verglijden van de tijd. Volgens de zanger is het een thema waar veel mensen bang voor zijn, en net daarom voelt hij zich geroepen om er dieper op in te gaan. "Soms vind ik het beangstigend om daarover te zingen voor een levend publiek. Misschien is het verstandiger om dat soort potjes gedekt te houden, maar ik ben van nature nieuwsgierig en krijg er een kick van om ze toch te openen. Soms verbrand ik wel mijn vingers, maar zo blijft het tenminste de moeite waard."

Sinds My Place worden Eichers Franstalige teksten geschreven door Philippe Djian, de auteur van Betty Blue en 37°2 Le Matin. Dat resulteerde in nog mooiere platen, en anders dan bij de meeste artiesten zit bij Eicher het ego niet in de weg wanneer iemand anders met beter songmateriaal aan komt zetten. "Doorgaans voer ik lange gesprekken met Philippe over de onderwerpen waarover ik eens iets zou willen zingen. Dan begint hij enthousiast te schrijven en een week later komt hij met iets totáál anders voor de dag.

"Het gebeurt dus geregeld dat hij me iets doorspeelt waarvan ik vind dat het niet voor mij geschikt is. Zo kon ik me aanvankelijk helemaal niet terugvinden in 'Le même nez', een nummer over een man die de gelijkenissen tussen zijn vrouw en dochter opsomt en uitlegt waarom ze hem afstoten en aantrekken. Welnu, ik héb helemaal geen dochter, maar iedereen in mijn omgeving was zo verslingerd aan het lied dat men me bijna gedwongen heeft om het toch op te nemen. En toegegeven, intussen is het een van mijn favoriete songs geworden, dus nu is iedereen tevreden.

"De beste nummers voelen aan alsof ze van mij zijn, zelfs wanneer Philippe er de teksten voor heeft geleverd. Vergelijk een plaat maken met het samenstellen van een boeket voor je vriendin: plots merk je dat de tulpen niet bij de rozen passen. Ach, uiteindelijk doen de songs gewoon wat ze willen, en het enige wat ik kan doen is toekijken in welke richting ze evolueren."

Het valt op dat Stephan Eicher zelden of nooit vrolijke nummers bedenkt. Hij belicht bij voorkeur de schaduwkanten van het bestaan, schrijft over het afscheid nemen van geliefden na alweer een stukgelopen relatie, en bezint zich over de onafwendbaarheid van de dood. "De realiteit is eigenlijk een stuk prozaïscher," biecht de zanger op. "Het is nu eenmaal veel eenvoudiger om trieste songs te bedenken dan vrolijke, net zoals ik ook veel makkelijker een traag nummer componeer dan een snel. Een triest nummer boort zich niet alleen in het hoofd, maar ook in het hart van de luisteraar. Daar leg ik me dus op toe. En het leven is toch een tranendal, niet? Of beter: mijn leven. De liedjes zijn een spiegel van wat zich diep in mijn binnenste afspeelt.

"Toch hoop ik dat songs als 'Tu ne me dois rien' of 'Sans vouloir te commander' de mensen niet verder de put in duwen. Het is de bedoeling dat ze genieten van de tristesse waarmee ze geconfronteerd worden. Toen ik als tiener naar Leonard Cohen luisterde, vonden mijn vrienden dat een suïcidale zeurpiet, maar bij mij zorgde hij er net voor dat ik 's ochtends zin had om op te staan en het meubilair te slopen. Cohen liet de adrenaline door mijn lichaam stromen. Lichtvoetige muziek heeft nooit een soortgelijk effect kunnen sorteren. Het enige wat ik daarbij wilde doen, is als een gek op en neer springen. Maar ráken deed dat me niet."

Eicher zegt ernaar te streven almaar eenvoudiger te kunnen schrijven, al schijnt dat niet mee te vallen. "Hoe beter je de kunst van het componeren onder de knie hebt, des te groter de verleiding wordt om steeds ingewikkeldere nummers te bedenken. Het is een beetje als schilderen. Je begint met één kleur, maar na tien jaar heb je toch een paar tinten aan je palet toegevoegd om de verveling tegen te gaan. Tot je plots beseft dat wanneer je ze allemaal weer met elkaar vermengt, er toch weer zwart ontstaat. Mijn ultieme doel is mijn songs zo te vereenvoudigen dat ik op den duur alleen nog ruis overhoud. Het moet fantastisch zijn om een lége plaat uit te brengen, maar voor het zover is heb ik nog een lange weg af te leggen."

Doordat Stephan Eicher afwisselend in het Frans, Engels, Duits, Zwitsers en Italiaans zingt, wil het wel eens gebeuren dat een nummer beter tot zijn recht komt in een andere taal dan degene waarin het oorspronkelijk werd geschreven. "Vaak vertaal ik een gezegde uit het Duits letterlijk naar het Engels. Op Louanges was dat onder meer het geval bij 'Hell's Kitchen', wat eigenlijk een Zwitserse uitdrukking is die aangeeft dat je flink in de nesten zit: de hel is warm, maar als je daar dan nog eens in de keuken staat, wordt het pas echt heet onder je voeten. Intussen ben ik erachter dat Hell's Kitchen ook de naam is van het lesbiennedistrict in New York. Dat schept dan weer een heleboel misverstanden, en dat vind ik geweldig. Vroeger dichtte ik de nummers van Lou Reed en Van Morrison ook altijd een totaal andere betekenis toe dan zijzelf voor ogen hadden, en meestal was mijn interpretatie veel boeiender.

"Een ander voorbeeld is 'Venez danser'. Ik had er eerst een Engelse tekst voor geschreven, maar toen Philippe die hoorde heeft hij er meteen een veel betere, Franse bewerking van gemaakt. En 'Clear My Throat' bestaat ook in het Frans, maar die nieuwe tekst is zo goed dat ik hem nu voor een ander nummer bewaar. Ik ben liever lui dan moe, moet je weten. Soms volstaat het om per ongeluk een fout akkoord te spelen, en voor je het weet ligt die vergissing aan de basis van een nieuwe song."

Toch behoort 'Clear My Throat' tot de beklemmendste momenten op Louanges. In de song vertelt Eicher het verhaal van een man die stilaan naar de veertig klimt, en elke dag opnieuw dezelfde rituelen uitvoert. Hij schraapt elke ochtend zijn keel, en doet 's avonds weer hetzelfde voor hij onder de dekens kruipt. "Eigenlijk kun je dat nummer nog het best vergelijken met een haiku," stelt de Zwitser, die zelf overigens ook al 38 is. "Er gebeurt heel weinig, maar toch wordt in die paar zinnen een heleboel gezegd, krijg je een idee hoe dat personage zijn dagen slijt. Die man is eenzaam, en slaagt er niet meer in om met de rest van de wereld te communiceren. Ten einde raad staart hij zich blind op zijn telefoonrekening, in de hoop daar de oplossing van alle problemen te vinden. Hij beseft dat zijn leven een chaos is, maar probeert er toch een weg doorheen te graven. Ik voel me heel erg aangetrokken tot dergelijke zonderlinge figuren en schrijf er bijgevolg vaak over."

Doordat Stephan Eicher zowel zichzelf als zijn vak voortdurend ter discussie stelt, is hij er de laatste twintig jaar al vaak in geslaagd om het voor de hand liggende te herontdekken. Zo krijgt de zanger het telkens opnieuw voor elkaar om van zijn optredens onvergetelijke gebeurtenissen te maken, die in niets gelijken op onverschillig welk ander concert. Twee jaar geleden kwam Eicher bijvoorbeeld op het idee om het podium in te richten als een backstage-ruimte, en bijgevolg zaten de muzikanten al op het podium terwijl de fans nog volop toestroomden. Die konden een praatje slaan met hun idolen en het optreden meemaken tussen de kabels en de versterkers.

Ook de tournee die Eicher momenteel onderneemt, zit weer vol visuele hoogstandjes en verrassende wendingen. "Ik hou niet van concerten waarin een zanger het podium opstapt, gedurende negentig minuten zijn ding doet en er nadien weer afstapt. Het is iets wat ik zelf ook jaren heb gedaan, maar een artiest mag zichzelf nooit in zijn ideeën laten beperken. Je moet de grenzen af blijven tasten, en ze steeds opnieuw proberen te verleggen. Dat is net het mooie aan dit bestaan, en zolang er ruimte is voor nieuwe dingen blijft mijn hart kloppen." Op Louanges werkt Eicher samen met Malcolm Burn, de rechterhand van Daniel Lanois, en producer van zowel Midnight Oil, Astrid als onze eigen Zita Swoon. "Aanvankelijk wilde ik heel graag met Lanois werken, maar het nadeel is dat je al na drie seconden kunt horen wanneer hij aan een plaat heeft meegewerkt. Bovendien kwam ik er na een tijdje achter dat mijn favoriete Lanois-platen, Living with the Law van Chris Whitley en Yellow Moon van The Neville Brothers, eigenlijk het werk waren van diens assistent Malcolm Burn.

"En dat bleek een revelatie, want met hem zat ik meteen op dezelfde golflengte. In de jaren tachtig en negentig leek het haast een mode om alle menselijke input uit de muziek weg filteren, terwijl hij daar net tegenin wilde gaan. Op een dag vroeg ik hem om het volume van mijn gitaar wat terug te schroeven omdat die veel te hard stond, maar hij lachte me gewoon weg. Zijn oplossing was even simpel als efficiënt: wie stiller wil klinken, moet gewoon stiller spélen. Toen wist ik dat ik de juiste man gevonden had."

Discografie: Les chansons bleues ('83), I Tell This Night ('85), Silence ('87), My Place ('89), Engelberg ('91), Carcassone ('93), Non ci badar, guarda e passa... ('94), (1000 vies) ('96), Louanges ('99). Dit najaar treedt Stephan Eicher op in de Brusselse Ancienne Belgique.

'Mijn ultieme doel is mijn songs zo te vereenvoudigen dat ik op den duur alleen nog ruis overhoud'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234