Donderdag 22/10/2020

Solidareit en Islam

"Streven naar anti-racisme is goed, maar niet door het aanlengen van onze Verlichtingswaarden"

Wim Van Rooy.Beeld Bob Van Mol

Als een weetal en criticaster, zo laat Wim Van Rooy zichzelf kennen in 'Waarover men niet spreekt'. Zijn boek, een dubbeltirade tegen de islam en de Europese linkerzijde, had moeten uitkomen bij Pelckmans, maar wordt na de nodige heisa in Nederland gepubliceerd. Een brulboei, zeggen ingewijden over de auteur. Maar wie tegengas wil geven, zal eerst zijn kanjer moeten lezen.

Wim Van Rooy (°1947) is kwaad, furieus zelfs. Ook als zijn boek Waarover men niet spreekt alsnog bij Pelckmans gepubliceerd was, en de episode omtrent het ontslag van de Vlaamsgezinde uitgever Karel Drabbe minder stof had doen opwaaien, zou de astrante boosheid van de auteur en diens gewrocht de kranten, bladen, radio en tv hebben gehaald.

Pelckmans bedankte voor de eer. Het is voor het Nederlandse huis De Blauwe Tijger dat Van Rooy in-tussen heeft getekend, en het is on-der dat label dat zijn werkstuk, ondertiteld 'Bezonken gedachten over postmodernisme, Europa, Islam', eerstdaags in de boekhandel ligt.

Furie dus. Ruim 600 pagina's lang, met een haast onverzadigbare zin voor redundantie, schimpscheuten, scherts en beklemtoning, be-stookt Van Rooy zijn twee koppen van Jut: enerzijds de politiek correcte linkerzijde, anderzijds de islam.

In Van Rooys ogen zijn zij geallieerden - de naïviteit van de eerste completeert de krijgszucht van de tweede - in een Kampf die niets anders dan de vernietiging van het verlichtingsdenken en van de westerse beschaving voor ogen staat. Het Duitse naamwoord staat hier niet voor niets: Van Rooy, die volop de omkering als stijlfiguur gebruikt, noemt de Europese linkerzijde zo-ver in haar blindheid doorgeschoten dat ze van de weeromslag fascistisch is geworden. De islam (en niet het islamisme, dat volgens de auteur niet bestaat omdat het juist de essentie van de islam belichaamt) scheert hij complexloos - zij het doorgaans met een spervuur aan historische en exegetische argumenten - met het nazisme over één kam.

Van Rooy is een rabiaat heerschap, vol Sturm und Drang. De publicist trekt van leer, schopt tegen schenen, ontketent zijn duivels dat het een lust is.

Beeld Bob Van Mol

Onderweg maakt zijn pen tientallen slachtoffers, en ook deze krant en haar redactie (idem dito voor de collega's van 'staatsmedia' als De Standaard, Knack, de VRT, enzovoort) blijven geenszins onbetuigd. Zo heet Yves Desmet een 'establishment-bobo', 'loftsocialist' en 'enerzijds-anderzijdsfiguur', terwijl Bart Eeckhout in het vizier komt als deel uitmakend van "het soort utopische sociologen en journalisten die elke misstand aan de inrichting van de openbare ruimte wijten".

Maar als Wim Van Rooy ad personam wordt, kan hij nog veel virulenter. Tot de "linkse inteelt die volautomatisch over de rode loper mag" in talkshows, behoren zijns inziens de Gentse professor Internationale Betrekkingen Rik Coolsaet ("een amateurpsycholoog, een postmodern socioloog en een mislukt historicus"), schrijver Tom Lanoye (een "radicale narcist" met een "ziekelijke haat tegen de eigen maatschappij"), hoogleraar mensenrechten Eva Brems ("een boosaardig en onwetend kruidenvrouwtje in plaats van een historica"), VRT-correspondent Rudy Vranckx (een "linkse humaninteresthersenspoeler"), de Antwerpse advocaat Jos Vander Velpen ("de Savonarola van de mensenrechten"), Guy Verhofstadt ("de liberaal met de maakbaarheidsgedachte van een socialist"), enzoverder, enzovoort.

Vileine woordkeus

Een baksteen dik vraagt Van Rooy zich af wat er in de samenleving gevaren is en "hoe het mogelijk is dat een Europese bestuurselite kon ontstaan die zelf nota bene wortelt in de grootste decollectiviseringsoperatie ooit vertoond, de ontzuiling, en die het vandaag opneemt voor het meest uitgesproken collectief van deze tijd, de islam, en alle dogma's die daarmee gepaard gaan, willig ondergaat?"

Als hij over de antiracismebeweging schrijft, bijvoorbeeld vertegenwoordigd door een "gesubsidieerde haatmachine" als KifKif, dan beschuldigt hij deze ervan "racisme te kweken door van elke mug een olifant te maken en elke context weg te laten, door tere zielen te kweken die niet meer voor zichzelf kunnen opkomen, maar direct een therapeut, een advocaat of een subsidielobbyist nodig hebben."

Dat alles is, dixit Van Rooy, "gaan leiden tot een frontale aanval op de vrijheid van meningsuiting en gijzeling van het debat door de morele betweters, die daardoor de islamisering van de samenleving zijn gaan faciliteren". En nog, verderop in het boek: "Wanneer begon diversiteit het nieuwe codewoord te worden voor islam?"

Een twijfelachtige voorkeursbehandeling in Van Rooys vileine woordkeus is weggelegd voor de "kleine cellen van gekke palestinofielen" en "emblematische postmoderne collaborateurs" waar de auteur de Antwerpse filosoof Ludo Abicht toe rekent, Palestina-experte van Broederlijk Delen Brigitte Herremans, de Nederlandse oud-premier Dries van Agt en Ludo De Brabander van Vrede vzw.

Dat de genoemden, die inmiddels wel tegen een stootje zullen kunnen, zich troosten: wie niet in Van Rooys J'accuse voorkomt, zal er in de vigerende ideeënstrijd, die bij deze ook bij ons finaal is losgebarsten, vermoedelijk niet bepaald toe doen.

Extreem rechts dan, deze mijnheer? Exponent van la droite décomplexée zoals die ook de Franse intelligentsia in de ban heeft? Nee. Althans, niet volgens mensen die hem kennen, en ook niet als je zijn veeleer links-intellectuele parcours tegen het licht houdt.

'Wim Van Rooys werkstuk is erg emancipatorisch. Wat mij betreft is dit dan ook een links boek', zegt publicist Geert van Istendael.Beeld Eric de Mildt

Wielerfanaat

Wim Van Rooy, geboren in 1947, is licentiaat in de Germaanse filologie en in de Zweedse taal- en letterkunde, specialiseerde zich voorts in de godsdienstwetenschappen, maakte jaren lang literair-filosofische programma's voor Radio 3 (het huidige Klara), was onder socialist Luc Van den Bossche nog werkzaam op het kabinet Onderwijs, presenteerde Het vrije woord, doceerde aan de SchrijversAcademie, is enige tijd hoofdredacteur van de PEN-Tijdingen geweest en blijkt tussendoor ook wielerfanaat.

Van Rooy, een zelfverklaarde "atheïst met een groot hart voor christen- en jodendom", pleegde volgens zijn uitgever "honderden artikelen, recensies en essays in kranten, (literaire) tijdschriften en verschillende wetenschappelijke, (politiek-)filosofische en culturele werken, kunstcatalogi en encyclopedieën".

Geestelijke vaders en moeders heeft Van Rooy legio; goede, over meerdere bladzijden uitgesmeerde herinneringen houdt hij bijvoorbeeld over aan de Gentse mediëvist Jan Dhondt, "een krachtdadig historicus die op een nogal idiosyncratische wijze door het marxisme was beïnvloed en die als geschiedenisverslaafde regelmatig in zijn bureau sliep". Dhondt, de examinator die zijn pupil "brutaal en snauwerig" vroeg wat het te betekenen had, dat gebroken geweer op zijn revers, het internationale logo van de gewetensbezwaarden.

Want ja, ook Van Rooy was mei-68'er. Vijftig jaar later noemt de auteur, die een mea culpa slaat voor zijn jeugdzonde, zich een "conservatief-liberaal sociaal-democraat, een sui generis-mix die haaks staat op het eendimensionaal politieke", en hij haalt zijn goede vriend Benno Barnard aan: "Omdat ik in volksverheffing geloof, ben ik links. Omdat ik in de vrijheid geloof, ben ik liberaal. Omdat ik in de traditie geloof, ben ik conservatief."

Beeld Bob Van Mol

'Zet die plaat af'

"Tout ce qui est excessif est insignifiant" ("Alles wat overdreven is, is betekenisloos"), zei Charles-Maurice de Talleyrand-Périgord, de Franse politicus die tussen Lodewijk XV en Louis-Philippe alle regimes van zijn land diende, en die een francofiele literator als Van Rooy geheid bestudeerd heeft. Il y a l'art et la manière, zeggen onze zuiderburen voorts. Niet alleen wat een mens doet of zegt is van tel, vooral ook de manier waarop hij dat doet. Door zo onwelvoeglijk om zich heen te schoppen, zijn werk van zo'n drammerig 'zet die plaat af'-gehalte te voorzien, zichzelf met zoveel pathos te verkopen en de complete islam als één pot nat te zien, dreigt Van Rooy zijn kind met het badwater weg te gooien.

"Hij heeft een schofferende, ronduit degoutante stijl waarmee hij zichzelf in de voet schiet", zegt desgevraagd Max Schneider, een logebroeder van Van Rooy in het Groot-oosten van België. Schneider, die uitdrukkelijk in eigen naam en niet die van zijn 'werkplaats' spreekt, heeft de auteur "zowel persoonlijk als in teksten een verbale buffel en brulboei genoemd, met een ego dat per vorklift moet worden binnengereden. Maar dit alles heeft op hem het effect van water op een eend".

"Wim", zegt Schneider, "blijft ervan overtuigd dat hij op die manier moet schrijven. Zijn stelling is dat, in situaties waar altijd gezwegen wordt, iemand die de waarheid zegt als een roeper klinkt. Hij is inderdaad heel erg tegen postmodern links, mensen die bepaalde wantoestanden in zijn ogen vergoelijken en altijd weer de indruk geven dat het wel in orde komt."

Beeld Bob Van Mol

'Onderdanige Vlaming'

De auteur zelf krijgen we aan de lijn terwijl hij op zijn fiets door het Nete-land racet. "Le style c'est l'homme", reageert hij later die avond. "Maar in een feminiene samenleving heeft men nu eenmaal angst van een wat luidere toon en zwijgt men liever, zoals een onderdanige Vlaming altijd doet.

"Winston Churchill werd met zijn 'bloed, zweet en tranen'-retoriek weggehoond, maar hij kende de islam als geen ander. Noemde hij de Koran niet de Mein Kampf van de islam? De toon, mijnheer! Toen Simon Carmiggelt tijdens de oorlogsjaren ergens op een Hollands perron samen met andere reizigers een kliek Duitse soldaten zag marcheren die Joden meenamen, stelde hij vast dat iedereen besmuikt en onderdanig zweeg. Toen verscheen er een jong meisje op dat perron en ze schreeuwde héél lelijke maar vooral luide woorden naar de nazi's! Wat een toon toch!"

Geert van Istendael, die de auteur kent en samen met onder anderen Paul Cliteur, Mia Doornaert, Afshin Ellian en Thierry Baudet een lovend citaat over Van Rooys boek liet opnemen, stoort zich minder aan diens stijl. Die is, zegt hij, "die van het smaadschrift en de polemiek, genres die een lange literaire traditie hebben, en daar is niets op tegen. Ik vind dit soort boeken zelfs verkieslijk boven gortdroge, oersaaie geschriften. Het bevalt de politiek correcten niet, goed, maar literatuur hoeft ook niet per se netjes te zijn. Zoals mijn grootvader zaliger zei: 'Er moet lawaai zijn in huis.'"

"Kijk, Van Rooy legt gewoon een hele reeks feiten bij elkaar", gaat Van Istendael verder. "Hij bezit een enorme kennis en heeft de islam heel grondig bestudeerd. Wat je in dit boek leest, lees je elders amper, of heel verspreid. In dit boek zit het allemaal tussen twee kaften. Van Rooy kent bovendien Arabisch; moslims die hem zouden verwijten dat hij geen Arabische bronnen heeft gehanteerd kan hij van antwoord dienen. Wel, daar neem ik mijn pet voor af. In het publieke debat biedt dit boek bovendien een uitgelezen kans om tegenargumenten te ontwikkelen. Al zal hij die zich daaraan waagt, het zeker niet makkelijk hebben."

Want eerlijkheidshalve, en spijts al het voorgaande: Waarover men niet spreekt is een erudiet en gedocumenteerd boek. Bibliotheekrat Van Rooy blaast zijn lezer haast omver. Het zal heus niet volstaan Orientalism van Edward Said achter de kiezen te hebben om gestaafd weerwerk te bieden.

Wim Van Rooy bekijkt de islam minder als religie dan als ideologie en vergelijkt de perceptie van westerse beleidsmakers en intellectuelen met de goedgelovigheid die de Britse regering eind jaren dertig jegens Hitler aan de dag legde, of nog, met het bochtige geworstel van talrijke progressieven die maar niet geweten wilden hebben hoe inhumaan Stalins regime wel was.

De romantische projectie van eigen idealen op exotische politieke schermen - ook Pol Pot kreeg steun van westerse intellectuelen - herkent Van Rooy in de manier waarop vandaag naar de islam gekeken wordt. Velen ter linkerzijde hebben het gehad met de islam, zegt hij, maar zijn te bang, te laf of te opportunistisch om het toe te geven.

Dat is niet altijd zo geweest, schrijft de auteur, en hij verwijst naar de Franse antropoloog en auteur van Tristes Tropiques, Claude Lévi-Strauss. Lévi-Strauss, toch een criticus van het eurocentrisme, een academicus die de Partition tussen India en Pakistan van nabij beleefde, liet zich in hoogst bezorgde termen over de islam uit. De kern van die religie, zei hij, is vernietiging en gebrek aan empathie.

Een rist socialistische en marxistische uitspraken die tot in de late jaren 70 normaal bevonden werden, kunnen vandaag niet langer door de beugel, betoogt Van Rooy. Veeleer dan dit als een positieve evolutie toe te juichen, gewaagt hij van westerse zelfcensuur en verlies van weerbaarheid. In de decennia die volgden, mocht alleen de sociaal-economische werkelijkheid nog als verklaring doorgaan voor de achterstand. Nu blijkt dat die achterstand ondanks vele goedbedoelde initiatieven maar niet ingelopen raakt, wordt toch weer op culturele en religieuze gronden teruggegrepen. "Iemand als de socioloog Mark Elchardus heeft het nu pas door. Eerst moet er culturele integratie zijn, dan pas kan de sociaal-economische integratie slagen."

Verdomde plicht

"Ik ben het oneens met Van Rooys standpunt dat een verlichtende stroming binnen de islam niet mogelijk zou zijn", stelt Van Istendael, "dat die religie niet tot een aggiornamento in staat zou zijn. Integendeel, er zijn aanzetten toe. Alleen is die stroming niet aan de winnende hand. Zij die op dit moment het pleit winnen, zijn de obscurantisten. Niet-moslims hebben de verdomde plicht om de verlichte stemmen binnen de islam alle steun te geven, hun niet het idee te geven dat ze moederziel alleen staan".

Van Rooy kent ze, die stemmen, al blijft de vraag of pakweg de uiterst moedige, Marokkaanse homoseksuele schrijver Abdellah Taïa blij zou zijn om in zo'n behoudsgezind en masculinistisch discours te worden opgevoerd. Hoe valt Taïa immers te rijmen met homonegatieve citaten als: "Vandaag is het onderwijs een beschutte werkplaats geworden, volledig gefeminiseerd, vol gemedicaliseerde leerlingen, vooral jongens die als meisjes worden behandeld, dit met moslimjongeren die zoiets al helemaal niet begrijpen. Met een homo als minister van Onderwijs gedurende een aantal jaar was men wat dit aspect betreft wel erg ver van huis: die meende immers nog dat moslimjongens met een westerse pamperpedagogie te redden zijn. Die zag het verband niet tussen homobashing en negationisme als het gevolg van een islamitische machocultuur die geïnfecteerd is met alles wat onze cultuur geleerd heeft te verafschuwen."

Echt niet extreem rechts, deze auteur? Schneider: "Een meningsverschil zoals dat door Wim opgeworpen wordt, hoeft binnen de loge echt geen probleem te zijn. Daar dient het debat voor. De zaak wordt echter complexer gemaakt door aspecten die niets met de inhoud te maken hebben, maar een serene dialoog wel onmogelijk maken."

Volgens Van Rooys broeder heeft ook een aantal donkerbruine figuren het nut ingezien van 's mans doortimmerde discours - en neemt hij daar te weinig afstand van.

Schneider: "Dan is vaak één foto van niet uitgenodigde kopstukken van extreem rechts op een boekvoorstelling voldoende om niet meer inhoudelijk te argumenteren. Wims zoon, Sam, wiens lontje veel korter is, werkt nu voor Vlaams Belang (nadat hij dat eerder voor Geert Wilders had gedaan, LD). Hoewel die zoon echt geen vrijmetselaar is, wordt ranzige rechtsigheid ook de vader aangewreven.

Beeld Bob Van Mol

"Alweer een reden om niet inhoudelijk te moeten argumenteren. De hele controverse heeft geleid tot broeders die zich hardop afvragen of Wim nog wel lid kan blijven, en dan ontstaat een debat tussen de groep die hem beticht van polariserende stigmatisering, bezwaard met een onvoldoende afzwering van het Belang, en de andere groep, waartoe ik behoor, die stelt dat hij zijn standpunten mag verwoorden. En vooral: als wij het oneens zijn, dan moeten we dat inhoudelijk beargumenteren, niet met verdachtmakingen over extreem rechtse connotaties."

"Ongemak zaaien is de meest lucide vorm van vooruitgang", reageert Van Rooy zelf. "Dat is toch net wat wij als vrijmetselaar willen? Dat wist de Colombiaanse filosoof Nicolás Gómez Dávila heel goed: 'Het universum is een nutteloos woordenboek voor wie niet zijn eigen zinsbouw meebrengt.'"

Van Istendael: "Wie Wim Van Rooy extreem rechts noemt omdat zijn zoon dat is, gebruikt zelf een wel zeer rechts argument door naar de stam te verwijzen. Dat is precies wat de islamisten doen: de vader straffen voor wat de zoon gedaan heeft."

En voorts, kwaad welhaast: "Wat is dat nou dat je op één godsdienst geen kritiek meer zou mogen uitoefenen? Heeft de Franse linkse denker Michel Onfray laatst niet een half uur lang in schitterende bewoordingen islamkritiek gegeven op de radio? Zeggen dat godslastering niet mag, daar ben ik erg op tegen. Dan geef je vrij baan aan de grootste fanatiekelingen, want die hebben de langste tenen. Dan laat je hun willekeur regeren en krijg je chaos in de orde in plaats van orde in de chaos. Het is trouwens niet omdat je mág beledigen dat je het ook móet doen. Dat hangt van ieders temperament af. Maar fanatiekelingen die roepen dat ze beledigd zijn? Die zullen altijd opstaan."

"De hardnekkigheid waarmee ik Van Rooys recht van spreken blijf verdedigen", zegt Schneider, "heeft te maken met de naar mijn gevoel doorgeschoten tolerantiedrang van heel wat vrijmetselaars. Als we iets goed te maken hebben, als we tegen racisme en voor inclusie zijn, laat ons daar dan met veel inzet naar streven. Maar het lijkt me geen goed idee dat te doen door de Verlichtingswaarden, die er echt wel niet vanzelf gekomen zijn, met een al te coulante houding en te veel geduld aan te lengen".

"I told you so, you fucking fools", citeert Van Rooy bij wijze van coda historicus en dichter Robert Conquest, die in 1968 het wezen van het communisme beschreef. Dezelfde woorden past Van Rooy toe op de islam, in een vertoog dat ten gronde (niet vormelijk dus) relatief weinig verschilt van dat van de linkse Franse denker Jacques Attali, toenmalig medewerker van François Mitterrand en op dit moment curator van de in Brussel lopende tentoonstelling 2050: een korte geschiedenis van de toekomst.

"Het Westen is niet langer in staat te bewijzen dat het meer waard is dan het obscurantisme van zijn tegenstanders", stelt Attali in het essay Vive l'Occident! "Het dreigt de grote ideologische oorlog te verliezen tussen vrijheid en fatalisme, tussen moderniteit en traditie, tussen levensvreugde en terreur. (...) Ik heb het gevoel dat we snel de moed nodig zullen hebben om dit duidelijk en luid te herbevestigen."

Van Istendael: "In onze wereld zijn al te veel anti-emancipatorische krachten aan het werk. Van Rooys werkstuk gaat daartegenin door juist erg emancipatorisch te zijn. Wat mij betreft is dit dan ook een links boek."

"Ik schreef inderdáád een links boek", beaamt de auteur. "Maar de politieke correctheid heeft tot zo'n immense verblinding geleid dat alles wat progressief is in de brede zin van het woord en vroeger de katholieke kerk bestreed, nu een achterlijk systeem en zijn aanhangers omarmt om redenen die geen enkele geldigheid bezitten."

"De islam", zo herhaalt Van Rooy, "is een vijand van de libido sciendi ('het verlangen naar kennis', LD). Het streven naar waarheidsvinding en kritiek wordt in de Koran en Aha-dith (de islamitische overleveringen over het doen en laten van de profeet, LD) verduisterd. Die verlenen juist eeuwigheidswaarde en fanatieke suprematistische waarheid aan bronnen die eigenlijk in een wreed paradijs passen. Terwijl de media de islam door ieders strot rammen, zal het voor die soldatenreligie nooit genoeg zijn. Dat wist Hitler cum suis al, toen hij haar ruim baan gaf in een systeem waarin de doodscultus óók centraal stond."

Schokkend of niet, voor het boek van Van Rooy kan niemand de kop in het zand steken. Of het nu is om lessen te trekken, dan wel hem van repliek te dienen.

Wim Van Rooy, Waarover men niet spreekt, De Blauwe Tijger, 644 p., 27,50 euro

Beeld kos
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234