Woensdag 25/11/2020

Strauss zonder ironie

Terugkijken op het eigen leven is ook altijd kijken naar hoe de wereld in die tijd veranderd is. Voor Goethe vielen die twee samen. Hij was een levend standbeeld geworden, de incarnatie van een kleine eeuw Duitsland op zijn best. In zijn ouderdomswerk, de Zahme Xenien, kijkt hij ironisch en melancholisch naar de wereld, de jeugd en zichzelf. Idealiseren hoeft hij niet.

Voor Richard Strauss was dat een beetje anders. Hij moest inzien dat zijn leven parallel liep met de ondergang van Duitsland. Of toch van zijn Duitsland, dat hij mateloos idealiseerde en waarin hij zichzelf als de navolger van Goethe had gezien. Tijdens de compositietijd van zijn ouderdomswerk, de Metamorphosen voor 22 strijkers, refereerde hij meer dan eens aan Goethes Zahme Xenien, onder meer aan de verzen: 'Maar hoe het er in de wereld aan toe gaat/ niemand die het goed verstaat, / en tot op de dag van vandaag/ niemand graag begrijpen wil.' In 1944 nota bene, toen hij de eerste schetsen van het een jaar later voltooide stuk schreef.

De aanleiding, zo zei hijzelf, was de vernietiging van het Nationaltheater in München door geallieerde bombardementen. Voor Strauss betekende dat de teloorgang van al waarvoor hijzelf stond: "Ik ben vertwijfeld! Het Goethehuis, het grootste heiligdom ter wereld, vernietigd. Mijn mooie Dresden-Weimar-München, alles weg!"

Nu had het Nationaltheater in München, samen met de Semperopera in Dresden, een grote rol gespeeld in zijn leven. En dat had onder meer te maken met een van zijn grootste verdedigers, de dirigent Karl Böhm. Die dirigeerde zijn eerste Strauss-opera, Ariadne auf Naxos in München in 1923, en maakte een jaar later in hetzelfde theater persoonlijk kennis met Strauss, die er Elektra kwam dirigeren. In 1934 werd Böhm op persoonlijke voorspraak van Hitler chef-dirigent in Dresden. Hij zorgde in de Semperoper onder meer voor de eerste opvoering van Die schweigsame Frau en Daphne. Böhm was een nationaal-socialist, al zag hij zichzelf op het einde van zijn leven als een slachtoffer: "De anderen, die emigreerden, hadden het eigenlijk beter dan ik, die thuis bleef. Zij moesten geen bombardementen doorstaan, zij hadden werk." Ook hier geen ironie, enkel wrok.

Maar Böhm had in één ding gelijk: Strauss was ondanks alles een heel groot componist. En al is de aanleiding voor de Metamorphosen een groteske misvatting van een oude man over zijn eigen leven en de geschiedenis waarin dat thuishoort, toch is het stuk een wonder van vernuft en kunst, een Goethe waard. Helaas zonder enige ironie of zelfkritiek.

Strauss-Happening van deFilharmonie, op 25/5 in deSingel Antwerpen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234