Vrijdag 25/06/2021

Strangers in the night

In zijn roman Nazomer laat de Franse auteur Philippe Besson de cafébezoekers op Edward Hoppers beroemde schilderij Nighthawks uit hun lijst stappen. Tegen het clair-obscur van nachtkroeg Phillies fantaseert hij hun levens bijeen: ex-geliefden Louise en Stephen zoeken via aarzelende schijnbewegingen opnieuw toenadering, terwijl barkeeper Ben de adem inhoudt. Bessons boulevard of broken dreams is een klein juweel van subtiliteit.

Philippe Besson

Nazomer

Oorspronkelijke titel: L'Arrière-saison

Vertaald door Théo Buckinx

Ambo, Amsterdam, 142 p., 17,90 euro.

Philippe Besson

Un garçon d'Italie

Julliard, Parijs, 221 p., 18 euro.

Met vier sterke romans heeft Philippe Besson (°1968) in een mum van tijd de Franse literaire scene ingepalmd. Sinds hij in 2001 debuteerde met Bij afwezigheid van mannen, een Proustiaans getinte liefdesgeschiedenis tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog, vielen literaire prijzen, laaiende kritieken en welwillende lezers hem bij bosjes toe. Jean-Jacques Brochier van Magazine Littéraire spaarde geen enkel superlatief en noemde de verschijning van Bij afwezigheid van mannen even belangrijk voor de Franse literatuur als destijds het debuut van Albert Camus of Jean-Paul Sartre. Bessons tweede roman Son frère (2001), over de relatie tussen een man en zijn stervende broer, werd meteen verfilmd door Patrice Chéreau, de regisseur van La Reine Margot en Hanif Kureishi's roman Intimacy. De bloednuchtere Besson stond verbaasd te kijken naar het aangerichte succes. Op stel en sprong gaf hij zijn loopbaan als jurist en directeur human resources op om zich voltijds aan de schrijftafel te nestelen. Dat resulteerde in Nazomer en het onlangs verschenen Un garçon d'Italie. Daarin toont Besson zich een romancier die excelleert wanneer hij de verhoudingen tussen twee of drie personages tot in het meest onooglijke detail kan uitpluizen en de buitenwereld slechts als achtergrondgeruis fungeert. Zo reconstrueert hij in Un garçon d'Italie een eigenaardige driehoeksrelatie. Lucca is een beloftevolle, welbespraakte jongeman. Klein probleem: hij is dood aangetroffen in de rivier de Arno. Niettemin laat hij vanuit de morgue zijn alwetende stem horen. Zijn nabestaanden zitten met een heleboel raadsels want trouwhartige vriendin Anna komt erachter dat Lucca ook met zijn kompaan Leo een affaire had. Un garçon d'Italie laat vernuftig de drie klokken luiden en, aldus Besson, "de moraal van het verhaal is dat je van twee mensen op hetzelfde moment kan houden, niet op dezelfde manier, maar wel met dezelfde intensiteit." Un garçon d'Italie leest als een melancholiek gestemd liefdestrio met valse noten. Waar ligt precies die vederlichte charme van Bessons boeken, die op de keper beschouwd niet spectaculair of baanbrekend zijn? Het behaaglijke aan zijn proza is die wonderlijke osmose tussen de bedaarde, glasheldere stijl en het carillonspel op de grillige toonladders van het gevoelsleven. Op die manier verenigt Besson trouwens de dada's van zijn twee lievelingsschrijvers Marguerite Duras en Marcel Proust. Bovendien is Besson een begaafd verteller die een flinterdunne intrige toch spannend weet te maken en het talent bezit om ze tergend mondjesmatig naar een zachte ontknoping te drijven. In een gesprek met Le Monde zei hij onlangs: "Ik hou van vertellen, omdat ik elke keer het universum naar mijn hand kan zetten. (...) Ik schrijf graag omdat ik kan liegen. Ik ben dol op het versluieren van geheimen. Vertellen is een manier om je te beschermen tegen pottenkijkers en om te leven in de schaduw van je verhalen." Aan autobiografisch schrijven heeft hij - voorlopig - dan ook geen boodschap. Bij wijze van maskerade parafraseert hij liever een uitspraak van Marguerite Yourcenar: "Aucun de mes livres n'est autobiographique et tous le sont."

In zijn derde en zopas in het Nederlands vertaalde roman Nazomer heeft Besson de risico's niet geschuwd. Waarom net de haast bevroren personages op Edward Hoppers schilderij Nighthawks (1942) tot leven wekken? Het tafereel is bekend: hard en droef beschijnt het gelige licht de solidaire stilte en het gemeenschappelijk genuttigde glas van een kluitje mensen, die zich buiten de wereld lijken te bevinden. Hebben de achter glas geketende nachtbrakers van café Phillies elkaar wel iets te zeggen? Volgens de geijkte kunstkritiek geldt Hoppers beroemde werk als een summum van desolate, in verf gevatte vervreemding. Toch is het doek vatbaar voor een waaier van interpretaties, zoals zoveel van Hoppers vaak 'realistisch' genoemde doeken: zien we een 'salon van verloren illusies', een enigmatische psychische woestijn of toch gewoon een droefgeestige momentopname van aangespoelde kroegtijgers? Besson doet zijn voordeel met dit intrigerende giswerk en geeft de hoekige Bogey-achtige man met de deukhoed, de bezorgd kijkende vrouw in het rode jurkje en de in het wit geklede barkeeper een gemeenschappelijk verleden, een verleden dat hen ook nu weer in elkaars vaarwater zal doen belanden. Besson situeert het café Phillies niet in de stad (zoals op het schilderij) maar op een verlaten uitsteek bij Cape Cod - ongetwijfeld een knipoog naar een van de woonplaatsen van Hopper, waar de Amerikaan ook een paar van zijn bekendste doeken schilderde. Phillies is een schaars beklante, wat ouderwetsige kroeg waarvoor de bezoekers een flink ommetje moeten doen. Waarom de zaak desondanks open blijft? Het is een ankerpunt voor desperado's, "een vuurtoren", want "die sluiten nooit (...) en verlichten de nacht". Kelner Ben heeft daarom "een beetje het gevoel dat hij een vuurtorenwachter aan het uiteinde van het continent" is. Louise Cooper, de dame met het rode jurkje, is duidelijk een habituee. Haar witte Martini nuttigt ze hier al jaren klokvast, onder het toeziende oog van de mateloos discrete Ben, met wie ze een stilzwijgende verstandhouding heeft. Louise is een succesvolle toneelschrijfster, maar op het amoureuze vlak is ze minder goed bedeeld.

Met stijgend ongeduld wacht ze op de komst van haar minnaar Norman. Vandaag, op deze warme vooravond van een door laat zonlicht bestreken septemberdag, zal hij het uitmaken met zijn vrouw. Eindelijk zullen Louise en Norman hun prille liefde ongekluisterd kunnen beleven. Maar Norman is een angsthaas. Hij schippert, durft geen knopen door te hakken. Het duurt allemaal langer dan verwacht. Komt hij nog wel? Wel nee. Niet Norman komt Phillies binnenzeilen, maar Stephen, Louises ex-man, die ze de voorbije vijf jaar resoluut uit haar gedachten had gebannen (althans, dat dacht ze). De nog steeds galante en gedistingeerde Stephen weet zijn moment wel te kiezen. Zijn dwingende aanwezigheid en zijn storende zelfverzekerdheid doen Louise in een egelstelling verstijven. Ze heeft geen zin in deze geforceerde ontmoeting, dit wroeten in een onvruchtbaar gebleken verleden. Maar naarmate de avond vordert, keert het tij. Ook de zopas van zijn vrouw gescheiden Stephen is emotioneel geblutst en op een dwaalspoor beland. Ongegeneerd toont hij zijn kwetsbare kant. Gemeenschappelijk gekoesterde herinneringen en een wederzijds "vorsend zelfonderzoek" zetten een weifelende toenadering in: "Ja, het is geruststellend te weten dat ze een vergelijkbare weg hebben afgelegd, dat ze zonder het te beseffen elkaar gezelschap hebben gehouden tot het punt waarop ze nu zijn aangeland." Willens nillens raken Louise en Stephen weer onder elkaars bekoring en Ben, de stille getuige die achter de bar mechanisch en onverstoorbaar de glazen verschoont, kan niet anders dan weemoedig registreren: "hij ziet in hen het zelfverzekerde van een paar dat al lang bij elkaar is en tegelijkertijd de nervositeit van beginnelingen." Besson neemt zijn tijd voor dit eenvoudige - maar geenszins simpele - verhaal. Hij weeft Nazomer rond de korte zinnetjes die Louise en Stephen uitwisselen. Eerst lijken het louter beleefdheden of zelfs defensieve steekpartijtjes. Later wordt de toon bedaarder, wanneer beiden sluipenderwijs overgaan tot confessies, die de toenadering bezegelen. Om ten slotte - zo gaat dat bij geliefden - synchroon op elkaar in te haken. Elke zin wordt door Bessons personages fragiel uitgelicht, geproefd op de tong, in het hoofd gewogen en misschien vooral in het hart gewikt. Bessons taal vermeit zich in gevoelsmatige pirouettes, bijna zoals schaatsrijders dat op een wereldkampioenschap kunstschaatsen doen. Toch is zijn stijlparade geen krachteloos l'art pour l'art-vertoon. Besson bevriest de handeling, om zo elke emotionele stemmingswisseling en reactie te kunnen vatten, alsof hij behendig vlinders uit het zwerk plukt. De bespiegelingen van de personages doen daardoor denken aan Roland Barthes' Fragments d'un discours amoureux en onmiskenbaar is er ook een verwantschap met de Deense schrijver Jens Christian Grondahl, groot deskundige van de hoogtes en laagtes van de liefde. En zo komen we weer uit bij Marcel Proust, die vanuit de engelenbak niet anders kan dan monkelend toekijken bij deze stilistische surplace-oefeningen.

Of het ooit zo flamboyante koppel Louise en Stephen langer dan in dit "broze en intense ogenblik" verenigd wordt, blijft in het ongewisse. Eerst moeten ze nog wat scherven ruimen op hun eigenste boulevard of broken dreams. Dat ze elkaar terug willen zien, staat buiten kijf. Wanneer ze na het ingehouden afscheid naar de auto lopen, klinkt het: "Maar het lijkt niet op een vaarwel, op een uit elkaar gaan. Het is alleen een elkaar laten gaan waarvan ze veronderstellen dat het voorlopig is, een uit elkaar gaan tot de volgende ontmoeting. (...) 'Zien we elkaar weer?' 'Ja.'"

Edward Hoppers icoon van het nachtelijke incommunicado heeft bij Besson een subtiel papieren pendant gevonden. Nazomer is een weemoedig stemmende roman over de schommelingen van het hart. "The heart is a lonely hunter", wist Carson McCullers al. Ook Philippe Besson mag zich stilaan tot de chef-seismograaf van de jagende hartstocht kronen.

DIRK LEYMAN

Elke zin wordt door Bessons personages fragiel uitgelicht, geproefd op de tong, in het hoofd gewogen en misschien vooral in het hart gewikt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234