Zaterdag 27/02/2021

review

Strand Of Oaks in de AB: Feest met ingecalculeerde kater

Strand of Oaks Beeld rv zealrecords
Strand of OaksBeeld rv zealrecords

Weg met de treurige liedjes, Strand Of Oaks wil tegenwoordig feesten. Dat lukte aardig in Brussel, al botste zelfs bruisbal Timothy Showalter op die hardnekkige maandagblues.

“Once we’re healed, we can boogie”, zei Timothy Showalter – kernwoorden: buik, baard en borsthaar – voor hij zich in de ABBox met de voeten vooruit op ‘On the Hill’ gooide, de sleutelsong op de knappe nieuwe Strand Of Oaks-plaat Hard Love. Met zijn druggy Primal Scream-vibe en zijn verwijzingen naar de psychedelische roes die Showalter op een Australisch festival beleefde, liet het de nieuwe koers van zijn band horen: gulzig genietend, altijd een volle pint of minder legaal lekkers bij de hand. Vaarwel treurwilg met akoestische gitaar en droevige liedjes, hallo hedonisme. “I got tired of being serious all the time”, klonk het nog in een geïmproviseerde speech halverwege het nummer.

Alleen vraag je je af of die traag ontbrandende rocksong de beste manier is om straks ook op de festivals te knallen – je zag Showalter haast likkebaardend uitkijken naar de zomer. In Brussel werkte het vooral omdat je het verhaal achter het nummer kende – Timothy zegt ja tegen MDMA – en het belang ervan voor zijn album. Maar de uitzinnige trip die ‘On the Hill’ duidelijk moest zijn, werd het toch niet.

Boogie met de handrem op

Zeker niet omdat meteen daarna ‘Cry’ volgde: Showalter verbeet de bitterheid over een rampzalige fase in zijn relatie. Aardige song hoor – al is het zeker niet zijn beste – maar in de AB voelde het te veel alsof de kater al was ingecalculeerd in het feest. Nu is de combinatie van de roes én de come down inderdaad het idee achter Hard Love, maar in Brussel wrong het. Boogieën met de handrem op, dat werkt niet, ook niet na een grapje over ‘Who Let the Dogs Out’ van Baha Men.

De nieuwe nummers ‘Everything’ en ‘Rest of It’ boden een veel duidelijker antwoord op Showalters vraag how loose can we get on a monday? Met ‘Everything’ kreeg je dan toch de psychrocktrip die bij ‘On the Hill’ uitbleef, en toen de tweede song Springsteen-gewijs door de bocht scheurde, zag je overal vuisten in de lucht gaan – een tekst als “give me love, give me your thunder” vroeg daar natuurlijk om. Ook mooi was de Replacements-achtige midtemporocker ‘Plymouth’, maar de respons uit de zaal was gematigder dan die prachtzin “we were beautiful, broken, and young” verdiende. Tja, zelfs Strand Of Oaks moet rekening houden met het maandaggevoel.

Redder der kneusjes

De luidste reacties kwamen op de songs waarin Showalter zich de heiland der kneusjes toonde. “I missed you”, giechelde hij schijnbaar zenuwachtig voor hij ‘Radio Kids’ inzette en dat sentiment bleek wederzijds. Het was, net als ‘HEAL’ en ‘Goshen ’97’, een krachtige rocksong over, welja, de kracht die een rocksong kan hebben: het vermogen om je boven je eigen miserie uit te tillen dankzij iemand die over zijn of haar ellende zingt, je plots begrepen voelen door een song op de radio terwijl je in je tienerkamer zat weg te kwijnen.

Voor Showalter kwam de redding destijds van Smashing Pumpkins, Jane’s Addiction, Sharon Van Etten (genamecheckt in ‘HEAL’) en Dinosaur Jr. (de geest van J. Mascis’ huisde duidelijk in de effectpedaaltjes van de gitaren), voor veel AB-gangers bleek Showalter de verlosser.

Tekstflarden als “at least I had that song” (‘Radio Kids’), “and we try in our own way to get better / Even if we’re alone” (‘Shut In’) en “I was lonely but I was having fun” (‘Goshen ’97’) werden, niet zelden met de ogen dicht, meegebruld/meegelipt, ook door de stille meisjes en stugge kerels. Zelfs Showalters bindteksten bij die songs kregen steevast een open doekje: “jullie hebben me erdoor geholpen”, “wat heb ik gedaan om zo’n publiek te verdienen?”, “it wil get better” – er is een predikant verloren gegaan aan deze troetelbeer met de looks van een biker.

Passie boven parodie

Toegegeven, soms was het allemaal wat veel van het goede, maar Showalter is nu eenmaal over the top, bigger than life en too much. Die gitaarsolo die in ‘Radio Kids’ rakelings langs Spinal Tap scheerde, die danspasjes en -handgebaren bij ‘HEAL’ – Sergio Quisquater sprong ons heel even voor ogen – en de soms Bono-achtige preken, je vergaf het hem graag. De oprechte passie van de Strand Of Oaks-frontman hield de parodie altijd op een armlengte afstand.

Zeker omdat hij met ‘JM’ een song in huis had die elke muziekfan toch één keer live gehoord moet hebben. Het was de enige bis, opgedragen aan Duyster-duo Eppo Janssen en Ayco Duyster, maar hij duurde ruim twintig minuten en verkende in die tijd alle hoeken van de ABBox. Halverwege laste Showalter een verhaal in over een brand die zijn huis verwoestte. Hij zat in zak en – letterlijk – as, maar redding kwam via een cd van Magnolia Electric Co. Met ‘JM’ eerde hij dan ook een van zijn helden, de betreurde Jason Molina (ook van Songs:Ohia), maar tegelijk bezwoer hij zijn eigen donkere kant.

In de staart zaten een heel klein kneepje ‘Cortez the Killer’ van Neil Young, nog één keer die verschroeiende riff van ‘JM’ zelf en vooral ook een krachtige tempoversnelling – alsof Showalter ons niet met hangend hoofd naar huis wilde laten gaan. Daar hoefde hij niet voor te vrezen, want wat hij over Molina zong, gold evengoed voor zijn songs: “I got your sweet tunes to play.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234