Vrijdag 30/10/2020

EK-bijlage

Straks kan u weer op deze twee schelden: "Schiet niet, wij zijn maar pianisten"

Frank Snoeks (l.) en Frank Raes: 'Ja, wij zijn al belaagd door supporters.'Beeld Jonas Lampens.

Ze zijn fysiek even groot, hebben dezelfde naam en delen dezelfde job. Frank Raes (62) en Frank Snoeks (60), in Vlaanderen en Nederland de numero's uno onder de voetbalcommentatoren. 'Je hebt maar één kans. Het is die wedstrijd, die penalty, die rode kaart.' Matthias M.R. Declercq

Een foto van ons twee," zegt Frank Snoeks, terwijl fotograaf Jonas zijn kunstlicht opstelt, "is precies een boekcover van Louis Couperus: Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan."

Oud zijn ze niet, al gaan de dingen wel voorbij. Het komende EK is het zoveelste toernooi met commentaar van Raes (VRT) en Snoeks (NOS), en de goesting is nog altijd groot. Ze weten dat er ooit een einde aan komt, maar ze weten ook één ding zeker: hun stem zal overleven. In samenvattingen, docu's en later, als ze er zelf niet meer zijn, in het collectief geheugen.

Die stemmen waren er al bij in 1992, op het EK in Zweden, toen Denemarken uit het niets kampioen werd. Toen heette Rusland nog GOS, het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, speelden in Zweden geen 24 maar 8 ploegen en zaten beide Franken in een perszaal in Norrköping. Een kleine klas van een lagere school was toen groot genoeg voor het journalistengild. Er was soep. En er was een Schotse coach met de Schotse naam Andy Roxburgh. Twee jaar nadien aten die Franken een T-bonesteak in het Hard Rock Café in New York, op het WK in de Verenigde Staten. Ze beklommen de WTC-torens en wreven hun ogen uit.

Ze waren nog jong.

Nu staan ze tegen een oude doelpaal waar verf vanaf pulkt en valt de naam Couperus. Er vallen in dat gesprek nog meer namen. Van spelers, trainers, stadions. Die namen doen denken aan palmbomen en kokosnoten - Neymar, Rivaldo -, dan wel aan diepvriezers en vuile industrie: Onopko, Letsjkov.

Raes en Snoeks weten alles van voetbal, ratelen aan één stuk door, dus haak je in en stel je de enige vraag die er toedoet.

Mannen, zeg het maar meteen. Wie wordt Europees kampioen?
Raes: "Als ik het wist, ik zou het u zeggen. Moeilijke vraag. Spanje dan maar."

Snoeks: "Ah, neen, die hebben geen scorende spitsen. Dan laten ze Torres en Costa nog thuis ook. Duitsland, denk ik."

België, iemand?
Raes: "Kanshebber, ja. Maar dan zijn Frankrijk, Engeland en pakweg Portugal en Oostenrijk dat ook."

Snoeks: "Zo mag je toch niet denken? Dat is typisch Belgisch. Niet doen. Het kan best hoor, België Europees kampioen. De Bruyne, Hazard, als die er zin in hebben, ziet het er goed uit."

Is jullie fichebak al aangevuld? Kan iemand mij zeggen hoe de linksback van Roemenië heet?
Raes: "Daar vraag je wat. Van de Roemenen ken ik de doelman. Die heet Ciprian Tatarusanu. De anderen moet ik nog leren kennen. Voor aanvang van het EK neem ik een Atoma-schrift en schrijf alles op wat ik moet weten van alle ploegen."

Snoeks: "Ik durf nog wel eens steekkaarten boven te halen, ja. Daarop staan statistieken: aantal doelpunten, vorige clubs, sterke en zwakke punten. Maar die linksback? Geen idee."

Beeld Jonas Lampens

Raes: "Nja, die Roemeen. Het toont aan dat er nu meer voorbereiding nodig is dan vroeger. Omdat er zo veel voetbal te zien is op allerlei betaalzenders, ziet de kijker nu ook alles. Om toch dat tikkeltje extra info aan te bieden, is een goede voorbereiding onontbeerlijk. Zonder internet lukt deze job niet meer. Vroeger kocht je voor aanvang van het toernooi een speciale bijlage van L'Équipe of Kicker. Dan kreeg iedere speler een kleine bio. Naam, positie, twee woorden uitleg. 'Goed met rechts'. En: 'Is snel'. En dat was het."

Een EK lijkt dan iets eenvoudiger dan een WK. Speelt Zuid-Korea tegen China, dan heet de helft van de spelers Kim, Park of Lee. Die Roemeense linksback heet overigens Razvan Rat.
Raes: "Juist ja, die ken ik. Rik De Saedeleer maakte daar ooit een gimmick van. Tijdens het WK '86 speelde Bulgarije tegen Zuid-Korea. De aantekeningen van Rik waren weggewaaid. Toen zei hij: 'De bal gaat van Kim 1 naar Kim 4.'"

Snoeks: "De Arabische ploegen zijn het moeilijkst te becommentariëren. Die hebben allemaal zwart haar. Sommigen hebben ook een baard. Heel moeilijk uit elkaar te houden. De spelers én de namen."

Raes: "Japan was vroeger ook geen cadeau. Die lijken ook allemaal zo op elkaar. Gelukkig hebben sommigen nu tatoeages en een kleurspoeling. Het helpt ook als hun schoenen niet allemaal dezelfde kleur hebben."

Rik De Saedeleer is de peetvader van het Vlaamse voetbalcommentaar. Herman Kuiphof is dat in Nederland. Zijn jullie schatplichtig aan Rik en Herman?

Raes: "Ja, absoluut. Hoe je het ook draait of keert: Rik heeft deze job zelf gecreëerd. In zijn tijd bestond dat helemaal niet. Dat maakt hem uniek. Rik heeft het juiste spoor getrokken voor al wie na hem kwam. Tot de jaren negentig was hij onze leidsman. Zonder concurrentie. Rik was de kapitein."

Snoeks: "In Nederland werkt dat minder hiërarchisch dan in België. Alhoewel, na Herman Kuiphof was er Theo Reitsma. Iedereen wist toen ook al: Theo doet de finale. Punt."

Raes: "Rik was goed bevriend met legendarische Britse commentatoren als John Motson (BBC) en Brian Moore (ITV). Zij zetten de norm. En Rik bracht die norm naar Vlaanderen."

Net zoals een speler vecht voor een basisplaats, is het voor commentatoren toch ook wringen om een kwart-, halve- of finale te mogen doen?
Raes: "Neen, eigenlijk niet. Dat valt best mee. Je kunt niet echt spreken van een concurrentieslag. De VRT gaat met zes commentatoren naar Frankrijk. We weten ook wie de Belgen doet. Ik neem sowieso de finale voor mijn rekening. Maar we zijn collega's, geen concurrenten."

Na Rik en Herman is er nu Frank en Frank. Jullie zijn de stem van een generatie. In Vlaanderen gaat de bal voor altijd 'binneeeeeuuh'.
Raes: "In zekere zin klopt dat, maar wellicht gewoon omdat wij al het langst bezig zijn. In de jaren tachtig waren er amper drie commentatoren, misschien vier. Toen was je echt nog de stem van het voetbal. Nu zijn dat er dertig. VTM heeft een bataljon commentatoren en dan heb je er nog een resem bij de betaalzenders. Het veld is versplinterd."

Wat binneeeeuuh is voor de Vlamingen, is 'Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?' (toen schaatsster Marianne Timmer in 1998 olympisch goud won, red.) voor de Nederlanders. Dat was nota bene zeven jaar voor Michel Wuyts op het WK wielrennen sprak over 'Tommeke, Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?'
Snoeks: "Dat 'Timmertje' zal de tijd misschien wel overleven, ja. Sommigen denken dat wij zulke dingen op voorhand verzinnen. Dat we vervolgens het gepaste moment afwachten in de wedstrijd. Klopt niet. Het is niks meer dan een ingeving van het moment. Op den duur doe je zo veel wedstrijden dat sommige citaten een eigen leven gaan leiden. Dat is fijn. Maar niet meer dan dat."

Raes: "Ik was me overigens niet bewust van dat binneeeuh. Ik probeer dat woord nu te vermijden. Je wilt niet herleid worden tot één simpel woord. Ik kende vroeger wel collega's die uitspraken voorbereidden. Maar dat lijkt me zo moeilijk. Dat doe ik niet."

Een voetbalcommentator bekleedt een speciale plek in de herinnering. Er zijn maar weinig collectieve momenten van nationaal sentiment. Bij de kroning van een prins, of een minuut stilte na een aanslag. Voetbal kan nog verenigen. En jullie leveren de soundtrack. Voel je dan druk, aan de vooravond van een grote match?
Raes: "Niet per se druk, maar je moet er wel staan. Je hebt maar één kans. Het is die wedstrijd, die penalty, die rode kaart. Inspelen op het juiste moment. Dus moet je fit zijn. Niet veel alcohol, tijdig slapen, goed eten, liefst geen airco, goed voorbereiden en een fris hoofd.

"Dat is niet altijd simpel: op het WK in Brazilië heb ik achttien keer gevlogen. Van Porto Alegre naar Salvador naar Belo Horizonte, noem maar op. Van een koelkast van 10 graden naar een bakoven van 35 graden. Van winter naar zomer, de hele tijd. En ondertussen zie je de wedstrijden niet of amper. Dan moet je een wedstrijd becommentariëren van een ploeg die je niet genoeg aan het werk zag. Je weet ook niet welke verhalen de vorige commentator heeft verteld. Niet makkelijk."

Snoeks: "De kniebanden van een voetballer zijn als de stembanden van een commentator. Die moet je te allen tijde bewaken. Op het WK in Zuid-Afrika had ik plots een virus op mijn stembanden. Snel een dokter in Nederland gebeld die een voorschrift faxte, opdat ik snel aan de pillen kon."

Beeld Jonas Lampens

Is eenzaamheid de grootste tegenstrever? Jullie zitten de avond voordien in een zonderling hotel. En ook tijdens de wedstrijd is een commentator soms eenzaam, ook al zitten er 60.000 fans om je heen.
Snoeks: "Dat klopt. Weet je, een aantal jaren geleden was ik op vakantie met mijn vrouw en kinderen. 's Avonds, in een restaurant, zei mijn vrouw: 'Zie die man daar nu zitten. Die gaat in z'n eentje op restaurant en leest een boek. Wat een zielenpoot.' Ik was net terug van een WK. Ik zei: 'Schat, ik zat vijf weken lang alleen op restaurant. Neen, dat is niet zielig.'"

Raes: "Je moet bestand zijn tegen wat eenzaamheid."

Snoeks: "Je maakt van de weinige vrije tijd een deugd. Op het WK in de Verenigde Staten, toen zowel het toernooi als de verslaggeving nog veel kleinschaliger was, ging ik tussen de wedstrijden door naar het baseball, naar de Chicago White Sox en de Detroit Tigers. Fantastisch was dat."

De dingen die voorbijgaan. Die tijd komt niet meer terug. Voetbaltoernooien zijn reusachtig geworden, de kijkersaantallen ook, de budgetten, het aantal journalisten.
Raes: "Spelers waren al moeilijk te benaderen, nu is dat haast onmogelijk. De relatie is van bilateraal - Guy Thys haalde voor mij Jan Ceulemans van het veld tijdens de training: 'Jan, interview' - naar unilateraal gegaan. Het productiehuis van Vincent Kompany maakt het programma Fanatico voor Telenet. Alleen daar reageerde hij op zijn blessure. Wij kunnen alleen nog naar de wedstrijd kijken en wat commentaar geven. Je kunt niet meer vragen: 'Vincent, hoe zit dat met die blessure?'

"Het idee dat commentatoren en journalisten de spelers goed kennen, samen op de lappen gaan en bij wijze van spreken achter de vrouwen aan zitten, klopt dus van geen kanten. Er zijn ook niet veel zaken die we weten maar niet kunnen zeggen. We staan aan de andere kant. Er is een barrie¿re."

Al even onomkeerbaar: de reacties. In 140 tekens worden jullie gefileerd.
Snoeks: "Het ongenoegen van supporters heeft altijd bestaan. Alleen hoorden wij dat niet. Af en toe kwam er een brief aan op een krantenredactie. Als kijker moet je dan al moeite doen: pen, papier, envelop, postzegel. Nu duurt dat een paar seconden. Een tweet, en hop, het is gezegd.

"De grootste ergernis van mensen is de uitspraak van bepaalde spelersnamen. Het is nooit goed. Als ik Roemeens praat, zal de tongval niet authentiek zijn. Als ik een Roemeense naam op z'n Hollands uitspreek, dan schrijft er altijd wel een zonderlinge Roemeen een brief. Je spreekt de naam beter op z'n Nederlands uit. Neem nu de Rus Viktor Onopko. Wel, als je dat op z'n Russisch uitspreekt, is dat blijkbaar 'Anapka'. Zeg ik live 'Anapka' en mensen zien 'Onopko' op het shirt, dan heb ik de boter gegeten. Dus blijft het gewoon Onopko."

Raes: "Beeld je in dat ik bij het Braziliaanse elftal de hele tijd 'Neioemaaaar' of 'Gomariooe' zeg, dan maak ik me belachelijk."

Jullie geven commentaar op een spel dat iedereen kent, en waar iedereen een mening over heeft. Dan is een commentator van de Koningin Elisabethwedstrijd beter af: die moet gewoon zijn mond houden tijdens de actie. Plus: de gemiddelde kijker of luisteraar hoort het verschil niet tussen die Chinees of die Koreaan.
Raes: "Dat denk ik niet. Het publiek is gewoon veel kleiner, maar de kritiek is er ook. Als mijn broer (Jan Raes is orkestintendant in Amsterdam, MD) luistert, dan hoort die ook de zin en onzin van het commentaar."

Op het WK in Zuid-Afrika in 2010, na de gewonnen kwartfinale van Nederland tegen Brazilië, kreeg jij, Frank Snoeks, bakken kritiek.
Snoeks: "Ik was daar niet door verrast. Die kritiek was logisch. Op een normale zondagavond kijken zo'n 2,5 miljoen Nederlanders naar de samenvattingen van de Eredivisie. Speelt Oranje, dan stijgt dat aantal naar 5 miljoen. Haalt Oranje de kwartfinale, dan is dat 9 miljoen. Bij een finale: 13 miljoen. Dat zijn er dus dik 10 miljoen meer dan ons vaste publiek van 2,5 miljoen. 'Evenementsupporters' zijn dat, en daar is niks mis mee. Die mensen kijken uit nationaal sentiment. Ze kijken omdat de rest ook kijkt. Wat verwachten die mensen? Plezier, positiviteit, winnen. Dan horen ze de commentator zeggen: 'We staan op voorsprong tegen Brazilië, maar dit kon er hélemaal anders hebben uitgezien'. Dat commentaar wordt door hen als negatief ervaren. En hop, daar is de kritiek."

Raes: "Sommige mensen kunnen mijn 'r' niet aanhoren. Anderen vinden die fantastisch. Je bent een mediafiguur in een gepolariseerde wereld en daar moet je mee leren omgaan. Soms krijg ik tijdens de wedstrijd zelfs kwade mails van supporters. Ach, in wezen mag die kritiek je niet raken."

Voetbalemoties zijn moeilijk te beheersen. Zijn jullie al belaagd door supporters?
Snoeks: "Ja, dat is al gebeurd."

Raes: "Op Standard wandelde ik een tijd geleden naar mijn auto en er stond een supporter van de Luikenaars op de parking. Die schreeuwde naar me: 'Ik haat u! Ik haat u!' Toen ben ik wijselijk toch even terug naar binnengegaan. Ik begreep en begrijp die haat nog altijd niet."

Snoeks: "Feyenoord was jaren geleden afgezakt naar de gevarenzone van het klassement. Geen leuke tijd voor de fans. Toen is het gebeurd: ik heb klappen gekregen. Maar ze kregen me niet klein. De week nadien was ik er opnieuw. En ik hield me niet in. Dit jaar nog is een speler van Feyenoord thuis bedreigd. Stonden er plots boze supporters in zijn tuin."

Raes: "Wij zijn de pianisten, niet schieten."

En de eigen emoties? Wanneer kregen jullie het zelf even kwaad?
Raes: "Toen François Sterchele verongelukt was, eerde Club Brugge zijn aanvaller bij de volgende thuiswedstrijd. Het publiek stond massaal te huilen. Toen heb ik veel gezwegen en op de tanden gebeten."

Snoeks: "Echt emotioneel word ik niet. Vurig en gepassioneerd, dat wel. Soms kun je je ogen niet geloven, en maak je geschiedenis mee. Dan moet je goed nadenken over wat je zegt. Brazilië-Duitsland bijvoorbeeld, 1-7, op het vorige WK. Dat was historisch. Misschien wel de meest bijzondere wedstrijd die ik ook live heb gezien. Dat was de crematie van het Braziliaanse voetbal. Ongelooflijk. Dan weet je als commentator: hier doe ik het voor. Misschien zegt Frank dat straks ook, als België Europees kampioen wordt."

Beeld Jonas Lampens
Beeld Jonas Lampens
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234