Dinsdag 11/05/2021

Strafpleitersvermassenenvan aelst

ongeren, 17 uur. Taxi staat klaar. Vermassen moet dringend naar de vtm-studio worden ‘gerepatrieerd’. “Gelieve eerst nog even langs mijn verblijf te gaan”, vraagt hij de chauffeur. Om de hoek bij het Tongerse gerechtsgebouw heeft meester Vermassen kamers betrokken bij vrienden. Hij stapt uit, neemt afscheid aan de deur van het huis, schuift bakken met dossiers, een aktetas, een valies, zelfs een paar pantoffels in de wagen. Prachtig beeld meteen. Meester-pleiter wordt weer modaal mens. Hij lacht er uitbundig mee, moffelt ze daarna in de kledingkoffer en nestelt zich achterin de wagen. Een zucht. Ontlading?

Vermassen: “Dat zál wel. Alle emoties vragen nu om voorrang. Maar je moet gewoon verwerken. Ik zeg soms ‘ik zou willen stoppen met assisen’, enkel wegens de schrik voor de uitspraak, voor dat moment waarop die ja of nee komt. Je kan je niet voorstellen welke angst je voelt. Maar eens die uitspraak er is, moet een en ander tijd krijgen om door te dringen. Niet alleen bij mij, vooral ook bij de familie van het slachtoffer die ik vertegenwoordig. En, zo blijkt nu, ook bij het brede publiek.”

De vraag blijft waarom dit hele land aan een min of meer enkelvoudig passioneel drama danig veel aandacht besteedde. Dat er zelfs getost werd over: schuldig of niet.

Vermassen: “En niet alleen dit land. Het proces drong tot ver over onze grenzen door bij de publieke opinie. Gisteren ben ik geïnterviewd door de Amerikaanse televisie, de Nederlandse, de Franse. Deze zaak heeft de allures van een film. Het is mysterie én thriller met als klassieke vraag whodunnit. En het heeft iets van een soap waarbij men gaat gokken over de schuldvraag. Er kwamen veel reacties los in de buitenwereld. Vaak zijn die op pure emotie gebaseerd, op vooringenomenheid en zeker niet op dossierkennis. Bijna iedereen had een mening en voelde zich betrokken. Het was ook zo’n uniek gegeven: de driehoeksrelatie van een ongehuwde man met twee vrouwen, een gehuwde vrouw die haar man bedriegt en de minnaar die zijn minnares bedriegt met een ander.”

Waar haalde uw cliënt Jan de Wilde de kracht om zo sereen en verbonden met z’n kinderen die vier weken door te zitten?

“Ik heb zelden zo’n zuiver mens ontmoet als die man. Alle getuigen bevestigen ook hoe zachtaardig hij bleef, hoe liefdevol, hoe onbesproken en eerlijk, na de moord op zijn vrouw. Toen de speurders bij mijn cliënt aan de deur stonden en zeiden: als één mens verklaart dat je wél van de affaire afwist, en je hebt nu gelogen, dan staan we hier straks met de boeien. Jan zei, rustig: ‘ik zal u niet terugzien, want ik lieg niet.’ In totaal zijn negentig mensen dit ook komen getuigen. Hij was onschuldig, dat stond ook voor mij vast, van bij ons eerste gesprek. Hij is zuiver, fijngevoelig, een kunstenaar ook. Zijn idee is: mijn vrouw heeft mij gelukkig gemaakt, ze was zo’n lieve mama voor de kinderen; ik kan haar dit niet kwalijk nemen, dus behoud ik in wezen van haar een mooi beeld. Hij wil dat beeld ook niet ontsierd zien. De hele familie denkt ook zo en staat duizend procent achter hem en de kinderen. De hele tijd waren die kinderen daar omdat ze wilden weten. Kennis is zoals bekend de eerste stap in een verwerkingsproces. De hele familie, ook de kant van Els Van Doren, had samen een boerderij afgehuurd in Tongeren. Ze sliepen er, aten er, verwerkten er samen. Uniek hoor, om voor zulke mensen te mogen pleiten.”

Stel dat Els Clottemans niet was veroordeeld?

“Het zou hun proces hebben verstoord, hun vertrouwen in samenleving, justitie, in de intrinsieke goedheid van de mens volledig overhoop gehaald. Dit zijn broze en kwetsbare mensen die de voorbije vier jaar door een hel gingen.”

Hoe bouwde de sfeer voor u op gedurende het proces?

“Al vier jaar lang ben ik op de achtergrond met die zaak bezig. Intussen deed ik mijn andere werk, maar het bleef in mijn hoofd spelen. Af en toe kwam er een vonkje, een idee en noteerde ik dat. De laatste drie maanden begon het echt. In augustus was ik op vakantie in Gran Canaria en las ik van ’s morgens tot ’s avonds alle stukken uit het immense dossier. Daarna voelde ik hoe het in mij begon te groeien en hoe alles begon te wegen. De humor gaat uit je lichaam, je luisterbereidheid ook. Wat moeilijk is voor je gezin waarmee je zo prettig en behaaglijk samenleeft. Maar ze weten dat en dragen jou en het dossier mee. In die periode begin ik ook wakker te worden ’s nachts. In Gran Canaria stond ik dan op, zat ik naar de zee te kijken en kreeg ik er ineens een vondst, de eerste zin van mijn pleidooi. Die zin over de draden die werden doorgeknipt, de levensdraad van Els Van Doren. De laatste dagen van mijn vakantie heb ik al mijn opmerkingen, ideeën, op mijn dictafoon gezet. Dat werd dan uitgetikt. Eens het proces startte, ging ik notities nemen, tijdens de debatten. Ik had uiteindelijk een stapel van een paar centimeter dik. Het vormde mee de basis voor mijn pleidooi dat ik als een soort bouwwerk beschouw. Het pleidooi zelf spreek ik nooit op voorhand uit. Ik weet dat sommige procureurs oefenen voor de spiegel. Ik vertik het. Voor mij zou het pleidooi op dat moment om zeep worden geholpen. De kwaliteit zou weg zijn en vooral de kracht. Ik moet het op het moment zelf kunnen brengen. Ik heb enkel een schema in mijn hoofd en stopwoorden en citaten op mijn blad. De rest is improvisatie.”

Ziet u de beschuldigde ergens in een ooghoek?

“Nee, zij is er niet voor mij, wel de jury en ik hou ook het publiek in de gaten.”

Hoe was de verhouding met confrater Van Aelst op de advocatenbank?

“Wij komen vriendschappelijk overeen. Ik vind hem een zeer groot humorist en een fijn man. Hij is ook nooit vijandig buiten de rechtszaal, wel steeds open en relativerend. Op dat punt is hij een schat van een confrater. Vergelijk het met voetballers. Als die na een boeiende match geen truitjes wisselen en weigeren elkaar de hand te schudden, zijn ze niet sportief. Het publiek ziet dat al eens anders. Als wij elkaar niet op het gezicht kloppen, zo denken sommigen, zijn we wellicht omgekocht. Nu, de sfeer onder de strafpleiters is de laatste tijd wel treuriger geworden. De afgunst speelt, denk ik, en het grote ego van sommigen. Maar nooit tussen mij en Vic. We stonden beiden voor een zaak waarin globaal veel weemoed stak en een grote tragiek. Ik heb nooit meegemaakt dat een beschuldigde zo brutaal de familie van het slachtoffer schoffeerde. Tegelijk is Clottemans natuurlijk een tragisch figuur, met een bepaald ziektebeeld, maar het rechtvaardigt niet de wijze waarop ze lelijke dingen richting de familie van het slachtoffer slingerde. En die familie bleef zich waardig gedragen, voegde nooit één vals nootje toe. Dit is exceptioneel. Dieptragische lelijke dingen en hoogmenselijke subtiele dingen gingen er bijna hand in hand. Uiteindelijk heeft ook niemand van de familie gezegd: joepie, Clottemans heeft dertig jaar. Nee. Dat de schuld is uitgesproken was de grote opluchting, maar die strafmaat, ach dat vonden ze hun zaak niet meer. Meester Van Aelst heeft me na de uitspraak meteen een hand gegeven en gefeliciteerd. Vic doet en kan dat. Het is ook gemeend en oprecht. Op dat moment gaat het niet over verliezers en winnaars maar over collegiale mensen. En dat is niet bij alle strafpleiters zo. Velen blijven een rancune behouden. Ik heb confraters die drie jaar met mij weigerden te praten, sommigen praatten nooit meer tegen me omdat ze verloren hadden. Vic herschakelt meteen. Ik kan dat ook, denk ik. Was er vrijspraak geweest, ik was intens triestig achtergebleven maar ik had hem niettemin gefeliciteerd.”

En nu, hoe zal Jef Vermassen de volgende dagen, na het proces decompresseren?

“Kijk, je wordt altijd ergens gekneusd en dat moet je weer goedmaken. We zijn dagen lang met slechtheid en lelijke dingen geconfronteerd, en dat doet pijn af en toe. Deze zaak heeft me emotioneel zwaar uitgeput onder meer omdat ik in de zaal die zachtaardige man en zijn twee kinderen zag zitten die zo zwaar werden uitgedaagd en zelfs aangevallen. Wat ik ook nooit eerder meemaakte was die enorme vijandigheid in een deel van de media en uitspraken van collega’s. Daar bovenop krijg je een pak mails op kantoor, scheldmails. Gelukkig ontvang je ook prachtige berichten die je een hart onder de riem steken. Hoe dan ook, je incasseert al die dingen maar. Maar, het is voorbij. Ik ben geen winnaar, ik ben getroost omdat mijn cliënten aan de verwerking kunnen beginnen. Nu is het weer aan mij en aan mijn gezin. Ik trek vanavond nog naar Pauw en Witteman op de Nederlandse tv en daarna blijf ik nog een dagje in Amsterdam, met mijn vrouw. We zullen de stad intrekken en zeker naar kunst gaan kijken. Kunst is mijn derde long. Schoonheid geneest en spoelt al die slechtigheid weg. In het weekend komen we dan gewoon terug in het gezin, bij de kinderen. Dan zal ik wellicht ook weer eens in mijn tuin kruipen. Dat is lang geleden (lacht). En maandag zie ik nieuwe cliënten met problemen en begint het leven weer of gaat het gewoon weer door.”

Geen debat

Vtm, Luchthavenlaan. Jef Vermassen stapt uit de wagen en binnen zijn gezichtsveld komt, monumentaal maar traag, sloffend bijna, Vic Van Aelst eraan. Beide strafpleiters zullen niet in debat gaan zo meteen in de studio, dat mijden ze uit respect voor de families die ze vertegenwoordigen. Opmerkelijke actie evenwel in de hal. Vermassen en Van Aelst drukken elkaar eerst de hand, maar omarmen elkaar nadien, kloppen elkaar op de schouder, lachen, grapje hier, woordspeling daar. Zelfde handeling als ze uiteen gaan na de interviews op de set met Dany Verstraeten. “Zie je wel”, zegt Vermassen, “dat we elkaar mogen. We zijn geen vijanden, maar mensen. Niet simpel misschien voor anderen, maar wij kunnen dat.”

Daarna wissel van pleiter. Mee op tocht nu met meester Van Aelst die met trage maar gewichtige stap naar buiten trekt, de wagen opzoekt en z’n laatste statie loopt. Een kruisweg, met zware laatste loodjes, daar lijkt het op. Hij is attent, dat wel, maar meer afgemeten dan Vermassen, meer kelderstem, beetje brombeer af en toe. Zijn echtgenote, ook advocate, loodst hun wagen door de drukke avondspits, haastig, want in de andere nieuwsstudio wacht men op haar man. Van Het nieuws naar Terzake. Het is maar een paar kilometer, maar een opgave voor het vermoeide echtpaar. “Na u is het gedaan, gaan we in rust”, zegt mevrouw in de achteruitkijkspiegel, kordaat, maar vanuit bescherming, zorgzaam. Begrijpelijk zorgzaam.

Van Aelst knikt. “Ik moet nu echt wat voor mezelf gaan zorgen. Ik ben hondsmoe, doodop. Dit zijn dus de laatste pijlen die ik afschiet. Daarna moet ik ook rusten want dit hele proces heeft me ongeveer aan stukken gehakt.”

Net zoals Vermassen dus recupereren na een tragisch proces?

Van Aelst: “Dit is voor iedereen een dramatische zaak geweest. Verlies of winst, ach, dat bestaat hier niet. Ik vind ook niet dat ik verloren heb. Als je hard je best hebt gedaan en hebt geprobeerd een resultaat te bereiken, dan laat de uitslag je bij wijze van spreken zelfs een beetje koud. Mijn opdracht was om de best mogelijke verdediging te voeren. Daarna is het aan de jury om te beslissen wat ze ermee doen. Als ze mij niet volgen is dat hun recht en er waren zeker argumenten om me niet te volgen.”

Toch is daar hét moment, waarop het antwoord van de jury komt. Was het wachten met klamme handjes?

“Die tijd is voorbij. Ik heb geen zweet meer in mijn handen staan. Ik wacht af, luister en ik kan nadien gerust leven met om het even welk resultaat. Precies omdat ik weet dat ik, dat wij, alles uit de kast haalden. Na deze uitspraak heb ik ook bij mezelf gezegd: ‘ainsi soit-il’. Het gevoel dat nu overheerst bij mij is: moeheid. Iedereen die aan dit proces deelnam is gewoon op. Dit is het ergste proces geweest dat ik ooit meemaakte, daar kan gewoon geen discussie over bestaan. Het was fysiek en psychisch afmattend. Het feit alleen al dat er 170 getuigen zijn ondervraagd aan wie je heel gerichte vragen moest stellen en bij wie je heel alert moest zijn voor de antwoorden. Het gegeven dat je drie dagen lang naar in totaal zeshonderd slides moest kijken, van de powerpoint van de speurders. Zeshonderd!”

Kwam meester Van Aelst voor verrassingen te staan?

“Nee, toch niet. Het is gelopen zoals ik gedacht had, maar het was wel een stuk moeilijker dan ik verwacht had. Het had met die bevreemdende sfeer te maken. Je voelt na een tijdje ook dat je in de verdrukking aan het komen bent. De emoties krijgen bij mij echter nooit de bovenhand. Ik heb veel ervaring in strafzaken, dus ik ben tegen veel schokken bestand. Je moet wat doen om mij uit evenwicht te brengen. Dat is nu ook niet gebeurd, al heeft men goed geprobeerd. Ik had heel valabele tegenstanders, mensen die hun job goed kenden. We zijn fel tegen elkaar ingegaan, maar alles gebeurde in het grootste respect. Je hebt dat gezien, ook daarnet, ik heb met Jef Vermassen als persoon helemaal geen probleem.”

Maar toch, dat theater in de zaal..

“(onderbreekt) Dat is he-le-maal geen komedie en zeker geen theater. Dat is zoals boksen. Jef en ik zijn beroepsboksers en die zullen elkaar op het gezicht proberen meppen tijdens de match, maar eens de strijd gestreden is, kan je samen iets gaan drinken. In ons beroep is dat ook zo. Ik heb al veel zaken gedaan mét Vermassen, en zaken tégen Vermassen. Het is niet de eerste keer dat we professioneel in de ring staan.”

Had u tijdens die weken binnen in de rechtszaal door wat dit proces in de buitenwereld teweeg bracht. Dat was du jamais vu.

“Nooit meegemaakt, zeer juist, maar wel te verklaren. Het was zo’n apart verhaal. Het ging een beetje over seks, over overspel, over met verschillende vrouwen betrekkingen hebben, over letterlijk en figuurlijk de beurtrol krijgen, en het ging over die onbekende wat avontuurlijke wereld van de parachutisten, alles baadt bovendien in een mysterieus waas. Nu, als mensen zouden aannemen dat mijn cliënte het zou gedaan hebben, is het bovendien een vreemde gedachte: een parachute onklaar maken en dan dagen wachten voor het slachtoffer springt, de dood tegemoet. Kortom, niet simpel allemaal, maar het trekt de massa aan, het prikkelt iedereen een beetje.”

Jef Vermassen heeft jaren geleden na het proces over de fameuze beerputmoord, zijn cliënte Rosie Verstraeten niet vrij gekregen. Hij is er tot vandaag van overtuigd dat ze onschuldig in de cel zat. Hebt u nu uw eigen Rosie Verstraeten-moment beleefd?

“Ik vind deze zaak helemaal anders. Ik mag niet meer zeggen ‘ik blijf geloven in haar onschuld’ omdat er een vonnis is gevallen voor het hof van assisen. Men heeft gezegd dat ze schuldig is dus ben ik als advocaat verplicht dit aan te nemen, zolang er geen cassatie of verbreking is. Ik zeg niet wat ik in mijn binnenste denk, ik zie alleen de situatie waar we voor staan. Voor de rest kan ik perfect leven met een uitspraak, zelfs als men mij ongelijk geeft. Trouwens, had ik deze zaak gewonnen, ik had niet staan dansen van vreugde. Het had me wel een ander gevoel gegeven, uiteraard. Kijk, dit was een zaak waarin alles mogelijk was, ik wist dat op voorhand. In de loop van de voorbije weken is men mevrouw Clottemans steeds meer beginnen insluiten, door het stellen van zeer precieze vragen. Er waren natuurlijk ook een aantal feitelijke elementen die geweldig tegen haar spraken. Zoals het vinden van die pilote chute en die toestanden. Wat ons uiteindelijk de das heeft omgedaan is dat we nergens een andere potentiële dader aannemelijk konden maken. Als negentig getuigen allemaal achter elkaar komen zeggen dat Els Van Doren een formidabele, lieve madam was die geen enkele fout had behalve haar overspel, dan heb je problemen. En dat ben ik in het proces steeds meer beginnen voelen. En dan begin je te zeggen: verdorie, dit is opmerkelijk. Je stelt bovendien vast dat je mogelijkheden beperkter worden. Je zit met een slachtoffer waarvan iedereen zegt dat ze een formidabele moeder is en je hebt haar fatsoenlijke echtgenoot, met andere woorden: twee mensen zonder grote vijanden. Op die manier geraak je stilaan omsingeld. Ik voelde dat de moeilijkheidsgraad van de zaak steeg, naarmate het proces vorderde. Ik geef grif toe dat dit ons probleem is geworden. Er waren weliswaar geen materiële bewijzen op geen enkel punt, maar anderzijds had je een feit dat gebeurd was in een zeer beperkt milieu. En als men dan vraagt: wie had tijd, gelegenheid en motief.. (zucht). Anderzijds blijf ik het een levensgevaarlijk principe vinden dat je iemand veroordeelt op basis van vermoedens. Als men dat systematisch gaat toepassen, dan geef ik u op een blaadje: binnen de kortste keren krijg je zware vergissingen. Dat is al bewezen in de Verenigde Staten.”

Hoe is het met uw cliente nu?

“Mijn confrater Katrien Van der Straeten heeft met haar contact gehad. Mevrouw Clottemans is natuurlijk gebroken. Als je als zesentwintigjarige vrouw dertig jaar krijgt, dan betekent dat vier jaar langer dan dat je reeds geleefd hebt. Dat komt nogal binnen hoor. Zij is echt geschrokken van dit verdict. Je moet aan zo’n proces deelnemen een maand aan een stuk, en het is niet te doen als je incalculeert dat men je mogelijk schuldig zal verklaren. Wij wisten natuurlijk wel dat indien dit gebeurde, de straf zwaar zou zijn. We circuleerden tussen vrijspraak en levenslang. Nu, alhoewel ik nooit het gevoel had dat ik in een hopeloze positie zat, begreep ik dat het moeilijk werd. (denkt na) Kijk, ik ga eens heel eerlijk zijn en dit zei ik nog tegen niemand tot hiertoe: ik gaf me op een bepaald moment één kans op de tien om die zaak te winnen. Er was tenslotte vier jaar onderzoek gevoerd tegen mijn cliënte, onderschat de impact daarvan niet hé. Maar met het proces bouw je alles weer op, zie je mogelijkheden tot je na weken omsingeld wordt. En dan, ach, de rest ken je.”

Cassatie

We rijden samen de oprit van de VRT op, de slagbomen voorbij, het laatste grote gesprek in de studio wacht. Van Aelst: “En na Terzake ga ik rust nemen. Over een paar dagen zal ik mevrouw Clottemans weer bezoeken en bespreken wat ons te doen staat. Negen kansen op de tien zal ze vragen om cassatieberoep aan te tekenen. Dan zullen wij dat waarschijnlijk ook doen binnen de wettelijke termijn van vijftien dagen.”

En u, hoe verwerkt u de volgende dagen dit slopend proces?

“Ik zet me morgen voor de televisie en ga de hele dag zappen. History Channel, National Geographic, ik ben verzot op alles wat geschiedenis is. Ik zal absoluut niet meer aan dit alles denken. Kranten zal ik niet lezen, ik lees ze al twee weken niet meer. Op den duur is dat de eeuwige herhaling van de gerepeteerde herhaling. Als ik nu de naam Clottemans ook maar hoor, krijg ik koude rillingen. Dat is echt zo. Er is een overdosis geweest. Ook naar mijzelf op tv kijk ik niet meer. Oh nee, denk ik altijd, daar is die domme kop weer. Gelukkig volgt mijn vrouw het voor mij. Ik zal proberen nu een aantal dagen alles te laten vallen, vrij te komen, het hoofd te ledigen. Deze zaak bracht op zich geen grote wending in mij teweeg. Er is alleen nog meer ervaring bijgekomen, je wordt nog steviger omdat je leerde nog meer weerstand te hebben. Maar, het is, toegeven, best ingrijpend geweest. Het was even totale oorlog, in de goede betekenis van het woord. Ik zal er nog zo’n veertien dagen last van hebben, vermoed ik. Nee, het was geen makkelijke situatie, verdoeme nog aan toe.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234