Zaterdag 19/09/2020

Straffe madammen met stijl

Vier jaar geleden zetelde Kathleen Turner, samen met onze Benoît Poelvoorde, in de jury die in Cannes Michael Moores Fahrenheit 9/11 bekroonde. Niet langer als sekssymbool, maar wel als een diva. Een diva zoals Bette Davis dat was, een halve eeuw eerder. Twee straffe sterren, twee (auto)biografieën. Door Hans Muys

Op lijstjes van de grootste films aller tijden zul je Lawrence Kasdans film noir Body Heat niet aantreffen - al breekt deze erotische thriller wel heel gedurfd met de Hollywoodtraditie door de slechte voor één keer aan het langste eind te laten trekken. Maar de middelen die de slechte daarbij gebruikt, maken wel dat deze erotische thriller hoog scoort in de rankings van de meest sexy films. Want dat hoofdrolspeler William Hurt vanaf zijn allereerste kennismaking met femme fatale Kathleen Turner zowel zijn geslachtsorgaan achterna als zijn noodlot tegemoet loopt, mag dan niet verstandig zijn geweest, we konden er vanuit onze pluchen fauteuil bijzonder veel begrip voor opbrengen.

De cultstatus die la Turner met die zwoele debuutfilm bereikte, heeft ze daarna nooit meer helemaal kunnen evenaren. Maar toch begint Send Yourself Roses, de autobiografie die ze samen met feministe Gloria Feldt schreef, niet met de film die in 1981 van haar een ster maakte. In plaats daarvan neemt ze als vertrekpunt het heden, namelijk de rol van Martha, die ze onlangs vertolkte in een nieuwe toneelversie van Edward Albee's Who's Afraid of Virginia Woolf? Een zware rol, zoals blijkt uit de allereerste zin van het boek "I'm fucking exhausted." Maar dan wel "wonderfully, joyfully exhausted". Want Hollywoodfilms mogen haar beroemd hebben gemaakt, net als veel critici ziet Turner haar rol in Virginia Woolf als haar artistieke hoogtepunt. En met die voorstellingen in theatermekka Londen is de cirkel van haar carrière meteen rond. Want in diezelfde stad werd de diplomatendochter die als kind met haar ouders de halve wereld afreisde (en trouwens tijdens een tripje naar Antwerpen werd verwekt) als prille tiener gebeten door de acteermicrobe. Terug in Amerika, na de vroege en traumatische dood van haar vader, debuteerde ze op de planken in enkele Off Broadway-toneelstukken alvorens een rolletje te krijgen in een allang vergeten tv-soap en in 1981 haar op zijn minst opgemerkte filmdebuut te maken in Body Heat. Voor een gage van welgeteld 30.000 dollar, wat zelfs aan het begin van de jaren tachtig niet echt veel geld was.

De vrouw die in die film haar minnaar goedkeurde met de woorden "you're not too smart, I like that in a man", was zelf van meet af aan wel heel slim bij het uitstippelen van haar filmcarrière. Ze trapte niet in de val om haar Body Heat-personage te kopiëren, want alleen als parttime hooker in China Blue maakte ze haar reputatie als verleidster nog een keer waar, als om te tonen dat ze het nog altijd aankon. Net zoals ze de stunts in avonturenfilms als Romancing the Stone aankon. Net zoals ze geestig kon zijn in het onderschatte The Man With Two Brains. Of dramatisch in het pakkende The Virgin Suicides. Geen wonder dat ze, terugblikkend op die keuzes, tevreden zegt: "Kijk, dat is nu wat we bedoelen met een breed spectrum bespelen. Met verscheidenheid. Met veelzijdigheid."

Die films, en andere krakers als Peggy Sue Got Married, dat haar een Oscarnominatie opleverde, of Prizzi's Honor komen vanzelfsprekend uitgebreid aan bod in deze autobiografie, net als de mensen met wie ze die films maakte. En zoals verwacht mag worden in dit Bekende Mensentijdperk trekken vooral haar schetsen van medespelers en regisseurs de aandacht. Dat ze Nicholas Cage, met wie ze onder leiding van diens oom Francis Ford Coppola Peggy Sue maakte, niet in het hart draagt, is duidelijk, al heeft ze de beschuldigingen dat hij ooit een chihuahua ontvreemdde (sic) en enkele malen werd betrapt op rijden onder invloed, moeten terugnemen. Met openlijke excuses en de erkenning dat Cage "nooit is gearresteerd voor het rijden onder invloed of het stelen van een dier". Beetje pijnlijk, maar tegelijk zal dat relletje de verkoopcijfers van het boek geen kwaad hebben gedaan. Net zomin als haar vignetjes van William Hurt, geprezen als acteur maar wel een wilde jongen die veel dronk en niet van de paddo's en de vrouwen kon afblijven. Van vriend Michael Douglas, die haar toevertrouwde dat hij eigenlijk Debra Winger als tegenspeelster wilde in Romancing the Stone, maar daarvan afzag omdat ze hem tijdens een gesprek in een Mexicaans restaurant had gebeten. Van Steve Martin, die in het echt lang niet zo grappig blijkt als voor de camera's. Van Burt Reynolds, van wie ze nog een grotere afkeer heeft dan van Cage. Of van de drugverslaafde Anthony Perkins. Leuke weetjes voor de liefhebber, maar echt beklijvend is eigenlijk alleen het beeld dat we krijgen van de door longemfyseem geteisterde regisseur John Huston, die Prizzi's Honor alleen kon voltooien met behulp van een zuurstoffles.

Zoals het een heuse diva betaamt, gaat Turner niet bepaald zachtzinnig om met haar Hollywoodcollega's. Maar ze is fair genoeg om ook zichzelf niet te sparen. Want de vaststelling dat heel wat tegenspelers iets hadden met drank en drugs is veel minder onthullend en onthutsend dan de beschrijving van haar eigen drankprobleem - compleet met AA-sessies en met als dieptepunt het moment dat ze, na het drinken van "ik weet niet meer hoeveel" wodka's letterlijk moest worden opgeraapt van de vloer van het damestoilet in een New Yorks restaurant.

Om maar te zeggen dat Mary Kathleen Turners leven buiten de filmset of de theaterplanken niet bepaald een Hollywoodsprookje was. Er waren de zakelijke problemen van de echtgenoot van wie ze onlangs, na een huwelijk van 21 jaar, scheidde. Er was een miskraam, hoewel ze uiteindelijk toch moeder werd van de in het boek veelbezongen Rachel. Er was de drank. En er waren de gezondheidsproblemen. Veel problemen, vooral in de jaren negentig, toen de goede rollen schaarser en de kwalen talrijker werden. Turner leed namelijk aan reumatoïde artritis, een uiterst pijnlijke gewrichtsaandoening die haar bijna in een rolstoel deed belanden (haar karakteristieke reactie op die diagnose was "go fuck yourself" en inderdaad, ze loopt nog, zij het met een nieuwe knie). Dat ze voor die aandoening steroïden kreeg toegediend, deed meer kwaad dan goed en droeg er, samen met haar alcoholisme, toe bij dat er niet veel overblijft van het atletische lichaam dat we kennen uit haar eerste films. Alles bij elkaar is het dus geen wonder dat Turner schrijft: "Ik zou willen dat ik in mijn privéleven zelfs maar half zo'n groot gevoel van zekerheid had als in mijn beroepsleven." En inderdaad, professioneel heeft ze, naast enkele amusante cameo's in tv-series als Friends en Nip/Tuck met haar toneelrollen in The Graduate en Virginia Woolf een ijzersterke comeback gemaakt en zit ze duidelijk nog vol met toekomstplannen. Ook persoonlijk blijft ze hoopvol, getuige haar noodkreet "Jesus, I'd like to have sex again. Oh wouldn't that be nice. Really good sex." Dat mag natuurlijk, ook op haar 54ste, geen probleem zijn. Al was het maar door die nog altijd even mooie, diepe, zwoele stem waarvan ze zelf het belang zo goed beseft dat ze er een heel hoofdstuk aan wijdt, met als conclusie: "I'm an icon because of my voice." Een stem die haar na het inspreken van een rol in de semi-animatiefilm Who Framed Roger Rabbit het volste recht gaf om uit te roepen: "Hell, I can even be sexy as a cartoon rabbit."

Niettemin is het een beetje jammer dat la Turner de behoefte voelt om de lezer erg nadrukkelijk te wijzen op haar kwaliteiten, in plaats van de feiten en prestaties voor zich te laten spreken. De titel van het boek verwijst naar Turners gewoonte om op de avond van een première zelf rozen in haar kleedkamer te zetten, want "waarom zou ik wachten op een ander die me bloemen stuurt? Als dat niet gebeurt hoef ik daar niet triest om te zijn. Ik zorg voor mijn emotionele behoeften zoals ik voor mijn materiële behoeften zorg." Leuk bedacht, maar die emotionele behoeften blijven toch nog groot genoeg om te melden dat vrienden en collega's haar "buitengewone talent en haar bewonderenswaardige persoonlijkheid" prijzen. Om te pochen dat ze ook als vijftiger "nog elke fucking spier" in haar lichaam kan voelen en te schrijven dat niemand minder dan Hillary Clinton vindt dat ze haar toespraken zou moeten publiceren. Overbodig allemaal, want zowel haar mannelijke bewonderaars uit de Body Heat-dagen als de Amerikaanse feministen, bij wie ze hoog staat aangeschreven, hoeven op deze manier niet extra te worden overtuigd. Vooral niet omdat Turner de van haar grootvader geërfde lijfspreuk 'Well, you just have to, don't you?' ook op andere vlakken dan het acteren in de praktijk brengt. Ze heeft een duidelijke politieke mening en laat geen twijfel bestaan over haar afkeer van rechtse Republikeinen, de 'Patriot Act' van George W. Bush en van "fucking American puritanical hypocrisy" in het algemeen. Dat er onder die ruwe taalbolster een gouden hart schuilt, dat kunnen mishandelde vrouwen, bejaarden, overlevenden van 9/11 of bedreigde vissers op Long Island getuigen.

De bij lezers van De Gedachte welbekende columniste Maureen Dowd schreef over Kathleen Turner ooit: "Binnen in een vrouw van de jaren tachtig, smeult een ster uit de jaren dertig." En dat Turner wel vaker wordt vergeleken met grote namen uit de gloriedagen van Hollywood, komt niet alleen door de diepe stem, maar vooral door de dominante persoonlijkheid die ze gemeen hebben. Neem nu Bette Davis, die vorige maand honderd jaar geleden werd geboren en over wie Ed Sikov, een gerenommeerde biograaf die eerder Peter Sellers en Billy Wilder portretteerde, Dark Victory schreef. Nu gingen al meerdere biografen Sikov voor, terwijl Davis zelf een autobiografie uitbracht met de weinig blijmoedige titel A Lonely Life, maar Sikov heeft toch een zeer compleet boek afgeleverd, dat minder persoonlijk maar wel beter geschreven is dan de autobio van het duo Turner-Feldt. Zoals blijkt uit zijn beschrijving van haar prestatie in Of Human Bondage, waarvoor ze een Oscar had verwacht, als "the first defining moment when she began to deliver her lines like punches".

Beide boeken mogen dan qua stijl en opzet verschillen, de twee diva's die erin worden beschreven, hebben heel wat raakvlakken. Allebei schuwden ze de rollen niet waarin zij er verre van glamoureus uitzagen of waarin ze een personage neerzetten dat bij de kijker op zijn zachtst gezegd niet sympathiek overkwam. Allebei konden ze stevig drinken en nog steviger vloeken, hoewel dat in de gloriedagen van Bette Davis nog niet op de geluidsband werd getolereerd. Allebei vormden ze een inspiratiebron voor bekende popsongs: 'Bette Davis' Eyes' van Kim Carnes en 'The Kiss of Kathleen Turner' van de Oostenrijkse technoster Falco. Eigenlijk had die laatste song beter 'The Voice of...' geheten, want of Kathleen Turner kan kussen, kan Falco niet weten en wordt ook in haar boek niet behandeld. Maar dat Kim Carnes de ogen van diva Davis bezong, is volkomen terecht, want elke echte filmliefhebber weet hoe die eruitzien. Niet dat het de allermooiste of spectaculairste ogen waren die ons ooit vanaf het filmdoek aankeken. Ze hadden niet het kattengroen van een Lauren Bacall of het porseleinblauw van een Cameron Diaz. Ze waren net iets te bol en samen met het hoge voorhoofd en de wat minachtende mond niet echt uitnodigend. Maar het waren de ogen van een vrouw die veel had geleefd, veel had gezien. Door het leven getekende ogen, uniek en altijd herkenbaar.

Helaas krijgen steeds minder mensen de kans om de ogen van Davis te kunnen herkennen, omdat haar films nog maar zelden te zien zijn - alleen de BBC en onlangs, ter gelegenheid van die honderdste verjaardag, TCM, willen er nog weleens eentje uitzenden. Daarbij gaat het dan gelukkig meestal om hoogtepunten zoals Jezebel of Dangerous, die haar een Oscar opleverden, of Of Human Bondage en Whatever Happened to Baby Jane?, twee van de maar liefst acht prenten waarvoor ze wel een nominatie kreeg maar niet naar huis ging met het beroemde beeldje dat (alleen) volgens haar werd genoemd naar haar eerste echtgenoot.

Daarbij vergeleken zijn de Oscarnominatie die Turner kreeg voor Peggy Sue en de Golden Globes voor Romancing the Stone en Prizzi's Honor, natuurlijk klein bier. Maar dat heeft niet in de laatste plaats te maken met het feit dat het vooroorlogse Hollywood niet kan worden vergeleken met de filmindustrie in de laatste decennia van de twintigste eeuw. Want een ster die ruim honderd films maakt, zoals Bette Davis, dat zit er tegenwoordig niet meer in. Kathleen Turner hoeft daar trouwens echt niet jaloers op te zijn, want toen Ruth Elizabeth Davis haar loopbaan begon, was in Hollywood de slavernij duidelijk nog niet afgeschaft. Niet minder dan twee dozijn films dwongen de studiobazen haar te maken in haar eerste vier Hollywoodjaren - niet zelden als een platinablondje genre Jean Harlow. En ook toen ze al een grote naam was, had ze weinig zeggenschap over de rollen die ze mocht, nee moest vertolken. Logisch dus dat ze veel films maakte die we beter kunnen vergeten. Logisch ook dat de volgens Sikov "ongewoon intelligente" maar ook wilskrachtige actrice daarover vaak frontaal botste met haar bazen. Zonder succes, zodat ze "de frustraties en aanslagen op haar waardigheid onderging" tot ze in 1950 de ketens van Warner Bros losmaakte.

Maar ook in de filmwereld geldt dat elk nadeel een voordeel heeft. Want die stortvloed van rollen maakte wel dat ook Davis beschikte over een indrukwekkende range. Romantische drama's, films noirs, kostuumfilms, komedies, ze kreeg het allemaal opgedrongen. Maar ondanks de onvermijdelijke mislukkingen kan haar loopbaan alleen maar worden beschreven als uitzonderlijk succesvol: als eerste vrouw kreeg ze een Life Achievement Award van het American Film Institute én in 1999 werd ze postuum uitgeroepen tot de na Katherine Hepburn 'Greatest female star of all time'. Wat helaas ook in haar geval niet kan worden gezegd van haar privéleven. Een feilloos instinct voor de 'wrong guy' leidde tot vier huwelijken en evenveel mislukkingen. Spectaculaire mislukkingen soms, getuige de beschrijving van de manier waarop de derde mr. Davis, een obscure kunstenaar die William Sherry heette, haar letterlijk uit zijn auto gooide. Tijdens de huwelijksreis nog wel. Veel pijnlijker, en getuige haar reacties nooit helemaal verwerkt, was het boek dat haar dochter B.D over haar schreef en waarin ze haar beroemde moeder met de grond gelijkmaakte.

Daarnaast bleef ook Bette Davis niet gespaard van gezondheidsperikelen. Verrassend genoeg niet als rechtstreeks gevolg van haar nicotineverslaving - waarover ze zelf zei met haar typerende zelfspot: "If I didn't smoke a cigarette, they wouldn't know who I was" en waardoor critici haar "een zegen voor de tabaksindustrie" noemden. Ze kreeg af te rekenen met borstkanker en beroertes, al behield ze desondanks haar vechtlust, haar gevoel voor humor en haar verslaving aan het acteren, iets wat ze lang, misschien iets té lang, bleef doen.

Toen Bette Davis in 1989 op 81-jarige leeftijd, in Frankrijk overleed, had ze in de woorden van Sikov "met uitzondering van haar secretaresse en surrogaatdochter Kathryn Sermak bijna iedereen van zich vervreemd". Dat ze zo'n moeilijk mens was, kwam volgens regisseur Lindsay Anderson "omdat ze Bette Davis was, niet omdat ze een ster was". En auteur Sikov kan na al zijn research over haar karakter slechts lichtelijk wanhopig schrijven "Davis was an angry woman for reasons nobody who knew her ever adequately explained to me and for reasons I still cannot fully understand."

Van haar grafschrift "She did it the hard way" was dan ook geen woord gelogen en die tekst zou Kathleen Turner waarschijnlijk ook best bevallen. Net zoals Bette Davis zich ongetwijfeld goed had kunnen vinden in de schampere schimpscheuten van Kathleen Turner aan het adres van Paris Hilton en soortgelijke "waardevrije popiconen". Want Turner en Davis mogen dan lastige, arrogante, egocentrische vrouwen zijn, in tegenstelling tot de 'straffe madammen' die momenteel over Vlaanderens Rode Lopers huppelen, gaat het hier in elk geval om vrouwen met een grote persoonlijkheid. Lees daar deze boeken maar op na. En nog belangrijker: om vrouwen die beroemd werden om wat ze te bieden hadden, niet louter omdat ze bekend waren. Zoek in de dichtstbijzijnde videotheek maar naar de films die dat bewijzen.

Kathleen Turner & Gloria Feldt

Send Yourself Roses. Thoughts on my Life,

Love and Leading Roles

Springboard, New York, 265 p.

Ed Sikov

Dark Victory.

The Life of Bette Davis

Henry Holt and co, New York, 479 p.

Zoals het een heuse diva betaamt, gaat Turner niet bepaald zachtzinnig om met haar Hollywoodcollega's. Maar ze is fair genoeg om ook zichzelf niet te sparenVan Bette Davis' grafschrift 'She did it the hard way' was geen woord gelogen en die tekst zou Kathleen Turner waarschijnlijk

ook best bevallen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234