Vrijdag 07/08/2020

Straatsburg geeft Uniop-veroordeelden eerherstel

Het Hof van Cassatie heeft de rechten van de verdediging van Guy Coëme, Merry Hermanus, Camille Javeau, Jean-Louis Stalport en Jean-Louis Mazy met voeten getreden. Dat oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg gisteren. De Belgische staat moet hun in totaal zo'n 4,5 miljoen frank schadevergoeding betalen.

Straatsburg

Van onze verslaggever ter plaatse

Jean-Pierre De Staercke

In een paar minuten kwam Christos Rozakis, de voorzitter van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, die zelf het Uniop-arrest voorlas, tot de kern van de zaak: de Belgische staat wordt veroordeeld tot het betalen van 400.000 frank aan oud-minister van Defensie, Guy Coëme, iets meer dan een miljoen aan Merry Hermanus, voormalig secretaris-generaal van de Franstalige Gemeenschap en daarna Brussels parlementslid, Camille Javeau, ex-directeur van het onderzoeksinstituut Uniop, Jean-Louis Mazy, oud-kabinetschef van Coëme, en de familie van wijlen Jean-Louis Stalport, vroeger de baas van de RTBF.

Volgens het Hof van Straatsburg ging het het Hof van Cassatie in 1996 zwaar in de fout. Het hoogste rechtsorgaan van het koninkrijk heeft de elementairste rechten van de verdediging geschonden. In de bepalingen van het arrest geeft het Europese Hof aan dat geen enkele toepassingswet van artikel 103 van de Belgische grondwet van kracht was op het moment dat de eisers voor het gerecht werden gedaagd.

Niettemin verzoekt paragraaf 2 van artikel 103 het parlement de rechtspraak voor het Hof van Cassatie te regelen en artikel 139 van de grondwet van 7 februari 1831 benadrukt de noodzaak dat binnen afzienbare tijd te doen. Voor het enige andere proces van een minister voor het Hof van Cassatie, dat van minister Chazal in 1865, nam het parlement een speciale wet aan om de verschijning van de betrokkene voor het hof te regelen. Tijdens de processen van Uniop en Agusta was niets van dat alles gebeurd.

"Het komt erop neer," benadrukte gisteren voorzitter Christos Rozakis, "dat de partijen niet van tevoren op de hoogte waren van alle onderdelen van de procedure die gevolgd zou worden. Ze konden niet voorzien op welke manier het Hof van Cassatie een strafrechtelijk proces zou voeren. Daardoor heeft het hof een element van onzekerheid ingevoerd, omdat het niet heeft aangegeven op welke regels de aangenomen beperking van toepassing zou zijn (...). De verdediging stond voor een bijzonder moeilijke taak, omdat ze van tevoren niet wist of een bepaalde regel al dan niet van toepassing zou zijn tijdens het proces."

Daarom oordeelt het Europese Hof dat de bestaande onzekerheid als gevolg van de afwezigheid van tevoren vastgestelde regels de eiser in een benadeelde positie plaatste ten opzichte van het openbare ministerie. Waardoor Guy Coëme met andere woorden geen eerlijk proces heeft gekregen.

In het geval van Merry Hermanus, Camille Javeau, Jean-Louis Stalport en Jean-Louis Mazy herinnert Straatsburg eraan dat de organisatie van het rechtssysteem en de bevoegdheid in strafzaken niet aan de rechterlijke macht mogen worden overgelaten. "Die macht mag niet tegelijk rechter en wetgever spelen", zo heeft het Hof van Straatsburg al ettelijke malen beslist. Gisteren besloot het dat "het artikel 103 van de Belgische grondwet tot aan de hervorming in 1998 voorzag in de berechting van ministers door Cassatie. Geen enkele bepaling voorziet echter in de mogelijkheid om deze rechtspraak uit te breiden naar andere aangeklaagden dan ministers."

Cassatie had dus niet het recht om niet-ministers te berechten. Kortom, het Hof stelt vast dat aan het hoofd van de Belgische staat een flagrante schending heeft plaatsgevonden van artikel 6 van de Europese Conventie voor de Bescherming van de Rechten van de Mens, namelijk de absolute noodzaak van de bescherming van de rechten van de verdediging van een beschuldigde, een verdachte of een beklaagde, in dit geval de vijf eisers.

Alle andere ingeroepen middelen werden afgewezen. Het Hof van Cassatie sprak in '96 de volgende veroordelingen uit: twee jaar voorwaardelijk voor Guy Coëme, twee jaar waarvan één jaar voorwaardelijk voor Camille Javeau, één jaar voorwaardelijk voor Nicole Delruelle, de voormalige vriendin van André Cools en exact dezelfde straf voor Merry Hermanus. Jean-Louis Mazy kreeg negen maanden voorwaardelijk, Jean-Louis Stalport en Robert Willermain zes maanden voorwaardelijk en tot slot Emmanuel Hollander, directeur van een aantal communicatiebureaus, acht maanden voorwaardelijk. De rechters van Cassatie portretteerden het universitaire onderzoeksinstituut Uniop als een gestructureerd netwerk van fraude, valse of overgewaardeerde contracten en valse facturen. Drijfveer van de ongeveer honderd aangeklaagde delicten: de financiering van de verkiezingscampagnes van hoogwaardigheidsbekleders van de PS. Gisteren is dus het doek gevallen in een zaak die in 1989 van start ging.

Toch is het vooral een symbolische overwinning voor de veroordeelden. Het Europese Hof heeft België veroordeeld, maar een strafmaatregel die is opgelegd door een bevoegd nationaal rechtsorgaan wordt door dit vonnis niet ongedaan gemaakt, als alle mogelijkheden tot beroep tot en met Cassatie zijn doorlopen. Aan het strafregister van de eisers verandert door de uitspraak van Straatsburg dus niets.

Europees Hof veroordeelt België tot schadevergoeding aan veroordeelden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234