Donderdag 18/07/2019

Stop toch die hysterie, België zal niet barsten

Hij deed stenen vechten en regeringen vallen. Zijn populariteit maakte de PS incontournable. Zijn strijd voor een terugkeer van Voeren naar Luik maakt hem tot een communautaire ervaringsdeskundige. En ja, José Happart ziet een oplossing voor de huidige crisis. 'Ik ben nog van deze tijd. Laat de gewesten samen een nieuw België maken. Alleen confederalisme zal dit land samenhouden.' Door FILIP ROGIERS / Foto BOB VAN MOL

Hij is dit jaar zestig geworden. Grijs aan de slapen ook. Trots Waal te zijn, nog altijd. "Mag ik u straks de eerste Waalse whisky laten proeven? Gemaakt in Bouillon." Het verklaart de aanwezigheid van gerokte Schotten in hotel Park Inn, waar we elkaar ontmoeten. Happart, een fervent jager, is gehuld in de kleuren van het wildseizoen. Kaki jas en broek, rood geblokt houthakkershemd.

Het hotel bevindt zich op het terrein van Liège Airport, waar hij voorzitter van is: "C'est mon bébé." Zoals Francorchamps het kind is van zijn tweelingbroer Jean-Marie, die zich op het einde van het gesprek bij ons voegt voor de koffie. De broers kussen elkaar, elke dag.

In het collectieve Vlaamse geheugen staat José nog altijd gebrandmerkt als de luidruchtige Voerense rebel. Tuig zelfs. Maar dat is hij allerminst. Hij praat minzaam, je moet de oren spitsen om zijn monotoon, zacht fluisteren te verstaan. Ja, zijn vuisten heeft hij wel eens gebruikt. Maar dat deden die van TAK en Voorpost ook. En een boer laat nu eenmaal niet met zich sollen, al doet hij dan in appels en peren.

"Als je bokst en je wint, trek je de verliezer overeind en schud je elkaar de hand", zegt hij. "Er zijn regels in het spel. Dat heet respect. Daaraan ontbreekt het vandaag. De oranje-blauwen kloppen en trappen elkaar nog na ook."

Van Voeren naar de Vlaamse rand rond Brussel: het gaat in se nog altijd over dezelfde kwadratuur van de cirkel. De Vlamingen zweren bij het 'droit de sol', Vlaams op Vlaams grondgebied, de Franstaligen bij het 'droit des gens', Frans moet mogen overal waar er Franstaligen zijn. Krijgt u dezer dagen vaak déjà vu's?

José Happart: "Toen ik uiteindelijk aan de burgemeestersjerp verzaakte, heb ik het al gezegd: 'On m'a cassé, maar er zullen anderen volgen.' Vandaag in de rand, morgen elders."

Ik kan me moeilijk inbeelden dat u ook maar iets gemeen hebt met de FDF-burgemeesters. Dat is toch die Brusselse francofone bourgeoisie die u als wallingant zo verfoeide?

"Ik ben solidair met hen, maar het is geen taalkwestie. Het bewijs is dat die burgemeesters zelfs Nederlands kunnen en gebruiken in het college en de gemeenteraad. Hun handicap is dat ze niet passen in een regime dat de Vlamingen willen. Volgens de federale wetgeving hebben ze geen fout begaan, wel volgens de rondzendbrief-Peeters. Maar die brief is illegaal. Ik heb altijd voor de gevolgen gewaarschuwd. Het zou macht geven à la tête du client, aan de provincie of de Vlaamse regering. Het riskeerde overal carrousels in gang te zetten. De Franstalige partijen hebben die raad in de wind geslagen en te lang laten betijen. 'Het was het moment niet', zeiden ze. Het is nooit het moment om moedig te zijn. Ze hebben nooit hun voorzorgen genomen. On a cédé trop de pouvoir aux juges."

Dat was ook het ei van Columbus waarmee Jean-Luc Dehaene (CVP) en Philippe Busquin (PS) de Voerense carrousel uiteindelijk stillegden: het was voortaan niet meer een probleem van de politiek, maar van het gerecht. De rechters moesten hun plan maar trekken met de wetteksten waarin de dubbele interpretaties ingebakken zaten.

"Helemaal! Het is een politique des juges geworden. De politiek heeft haar macht uit handen gegeven aan rechters en gouverneurs. Alsof de problemen daarmee van de baan zouden zijn. Uiteindelijk zullen de politici toch hun handen moeten vuilmaken."

Hoe dan?

"Vlaanderen, Brussel en Wallonië willen België behouden. Alleen het VB wil dat niet. Het moment is aangebroken voor de gewesten om rond de tafel te zitten en samen het België van de toekomst uit te tekenen. De drie grote traditionele partijen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië moeten een mandaat krijgen en zich ertoe verbinden dat ze tegen 1 april 2009 een blauwdruk voor dat nieuwe België opleveren. In afwachting moet er vandaag snel een sociaaleconomische regering komen, een tripartite die geen grote hervormingen nodig heeft, maar tegelijk ook méér doet dan de lopende zaken beheren. Het wordt tijd. De kleine man begint het te voelen. De stookolieprijzen zijn wurgend voor de laagste inkomens."

De gewesten laten beslissen wat ze apart en samen nog willen doen, dat is confederalisme. Toen Didier Reynders (MR) het vorige week in Le Monde opperde, zei Elio Di Rupo (PS) dat confederalisme tot separatisme leidt.

"Di Rupo vergist zich. Voor mij is het confederalisme de enige manier om België samen te houden. In 1986 heb ik de beweging 'L'Europe des Régions' opgericht. Dat is het enige alternatief, die stap moeten we nu zetten. De gewesten kunnen vandaag België ombouwen tot een lab voor dat Europa in wording. We zijn er vandaag al bijna, met de autonomie die de gewesten nu hebben. Dat is een cruciaal verschil met de Voerense jaren, toen de Belgische staat nog superieur was.

"Vlaanderen, Wallonië en Brussel boeren goed. Ze zijn in staat hun eigen boontjes te doppen en tegelijk samen te werken met respect voor elkaar. Ik geloof niet in het einde van België. De Franstalige Brusselse pers maakt de mensen in Wallonië bang met hun hysterische stemmingmakerij. België zal niet barsten. Het land zal niet verdwijnen, wel veranderen. Sinds de jaren zestig hebben we al een aantal verschillende Belgiës meegemaakt."

Je hoort Franstalige politici maar zelden die Belgische doemdenkerij van hun media tegenspreken. Ontbreekt het hen aan moed?

"Absoluut. Bye bye Belgium, de RTBF-docufictie, was toch om te lachen? Quel bazar. Maar het maakt de mensen bang, hè. Ik vind dat zeer onvruchtbaar en naast de kwestie. De jongere generatie ligt daar zelfs niet wakker van. Die leven nu al in dat idee van het Europa van de regio's."

U klinkt bijna als Yves Leterme (CD&V).

"Ho, maar ik vind dan ook niet dat Leterme vandaag de enige verliezer is. Didier Reynders (MR) is dat ook. Reynders heeft op 10 juni zijn feestje gehad, maar de tweede helft van de wedstrijd heeft hij verloren. Oranje-blauw is er niet in geslaagd een akkoord te bereiken over een gemeenschappelijk project. Oranje-blauw is dood geboren vanaf het moment dat men is beginnen te onderhandelen voor de camera's. En toen CD&V en MR geen weg wisten met de eisen van FDF en N-VA, hun twee regionalistische vleugels. Let erop dat ik 'regionalistisch' zeg, niet extremistisch."

Samengevat: u wenst de PS opnieuw rond de tafel en een grote communautaire ronde voor een ander, nieuw België?

"Ja. Elio Di Rupo komt terug, et il va revenir plus fort. België is een huis met drie verdiepingen: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Ook Vlaanderen heeft baat bij een renovatie van dat gebouw. De tafels zijn aan het keren. Wallonië boert beter dan ooit en Vlaanderen boert achteruit. La Flandre a fini de manger son pain blanc, elle a commencé à manger son pain gris. Binnen tien jaar zal het zwart brood zijn. De factuur voor de pensioenen zal in Vlaanderen harder aankomen dan in Wallonië. Onze 'duurste' gepensioneerden, oud-arbeiders uit de vroegere industrieën, zijn stilaan allemaal overleden. En de sectoren die in het verleden cruciaal zijn geweest voor de Vlaamse welvaart, de constructie van auto's, vrachtwagens, bussen en tractors, kampen met problemen.

"Er zijn dus redenen genoeg om sereen na te denken over solidariteitsmechanismen. De ene dag is Vlaanderen de genereuze partner, de andere dag is dat Wallonië. Ik praat vaak met Waalse economisten die helemaal niet bang zijn van regionalisering. Jammer genoeg worden in de media vooral Brusselse economisten opgevoerd."

Vond u als voorzitter van het Waals Parlement het jarenlange 'front de refus' van de Franstalige partijen dan niet frustrerend?

"Natuurlijk, in Brussel en Wallonië waren de geesten er niet rijp voor. Nu is er iets veranderd. En er is een nieuwe generatie aan zet die redelijk ver staat van die oude politiek in Franstalig België die erin bestond alles bij het oude te laten."

Uw objectieve bondgenoot vandaag is meer Bart De Wever (N-VA) dan Olivier Maingain (FDF)?

"Luister, in de politiek bestaat de kunst erin om mee te evolueren volgens de noden van de tijd. Dat is een proces. Politiek is een kwestie van krachtsverhoudingen. Ik heb veel Vlaamse vrienden, ik doe zaken met Vlaamse partners, de financier van het hotel waar we hier zitten is van Hasselt. Ik heb echt geen enkel probleem met Vlamingen, hoor. Ik kan zelfs begrijpen dat ze met hun stemming over B-H-V een signaal hebben willen geven. Zoals ik het begrijp, heeft Vlaanderen willen zeggen dat er het komende anderhalf jaar een nieuw kostuum moet worden gemaakt voor de Belgische staat. Laten we eraan beginnen. De wil is er bij de Vlamingen. Ik denk niet dat ze uit zijn op een onafhankelijkheidsoorlog, ze willen een onderhandelde oplossing. We gaan de wapens toch niet bovenhalen?"

Voor die oefening is méér nodig dan de raad van wijzen die nu in de steigers staat?

"Vanzelfsprekend. Het is niet aan de politici van de jaren tachtig of negentig om het nieuwe België uit te tekenen. C'est un échec. Hun advies is welkom, maar zij moeten niet beslissen. Iedereen stelt vandaag de mening en de goede raad van Eddy Merckx op prijs als het over de huidige wielrennerij gaat, maar je zet Merckx in godsnaam toch niet meer op een vélo? We gaan van Merckx toch niet verwachten dat hij ook nog eens een koers wint?"

Bent u niet gevraagd voor de raad van wijzen? U bent toch een ervaringsdeskundige?

"(Lacht) Ja, ik weet het, ik ben ook een ancien. Het verschil is wel dat ik vandaag nog actief ben. Ik ben altijd in beweging. Ik was Europees actief, ben minister geweest in de Waalse regering en vandaag nog altijd voorzitter van het Waals Parlement. Ik ben nog altijd van de tijd. Ik ben trouwens geen wijze, ik ben een doener. Maar ik zou de onderhandelaars inderdaad wel wat kunnen bijbrengen over techniek en tactiek."

In 1979 stond het land in rep en roer omdat PSC-minister Georges Gramme, achter de rug van Wilfried Martens, een ontmoeting tussen u en koning Boudewijn had geregeld langsheen de autosnelweg.

"(Grijnst) Dat is een mooie herinnering."

Heeft Albert II u nog nooit om uw mening gevraagd?

"Toch wel. Ik ontmoet hem een paar keer per jaar in mijn functie van parlementsvoorzitter. Ik heb hem mijn mening gegeven, ja. (Lacht) Hij heeft niet gezegd dat ik gelijk heb. Maar mijn relatie met Albert is cordiaal. Boudewijn wou mij niet zien om historische redenen en de politieke context van toen."

Na het Voerenakkoord van 1994 hebt u de strijdbijl begraven. U mocht later minister in de Waalse regering worden.

"De strijdbijl begraven? Nee hoor. U moet mijn toespraak eens lezen van het 31ste Fête du peuple Fouronnais in september. Ik ben nog altijd zeer aanwezig. Voeren zal ook in het globale pakket van de Franstalige eisen zitten als er onderhandeld moet worden."

Retour à Liège dus, toch nog?

"Nee, wel de eis voor een biregionaal statuut. Voeren ligt in Vlaanderen, c'est comme ça. Maar de mensen hebben rechten. Dat de Franstaligen er kunnen wonen, leven en werken, zoals in de rand trouwens, dat stoort toch niemand? We vinden het vandaag vanzelfsprekend dat er in Brussel een kunstmatige, gegarandeerde vertegenwoordiging is voor de Vlamingen. Als men Brussel zou uitbreiden, versterkt dat de Vlaamse aanwezigheid daar. De vrees van de Vlamingen voor de Franstalige olievlek heb ik overigens altijd begrepen. Vandaag ligt de uitdaging elders. Nog een generatie, en de voertaal van de jongeren is Engels."

Voeren terug naar Luik is dus niet meer uw strijd?

"Zelfs als je overtuigd bent van je gelijk, moet je je niet dood vechten. Ik ben altijd van het principe geweest dat je moet streven naar het haalbare. Wat voor zin heeft het om met je kop tegen de muur te lopen? De muur blijft staan, je kop is geblutst. Haalbaar vind ik nog altijd dat de Vlamingen in Voeren leven met Vlaanderen, de Walen met Wallonië. In de praktijk werkt meer dan de helft van de Voerenaars, inclusief Vlamingen, in Wallonië. Wat kan het de Vlaamse Voerenaars schelen dat hun Waalse buren voor hun administratie verbonden zijn met het Waals Gewest? Dat maakt er hun goed nabuurschap niet minder om. Het was niet nodig om het klimaat vijftig jaar lang te verzieken. Ik heb nooit taalzuiverheid gevraagd."

Kunt u eigenlijk het Plat spreken, het Vlaamse dialect van Voeren en omstreken?

"Nee, ik begrijp beter Nederlands dan het Plat. Mijn vader sprak het wel. Het was zijn moedertaal, hij trok er zich mee uit de slag in Aken en Maastricht. Ik kom helemaal niet uit een anti-Vlaams extremistisch nest. Integendeel, ik ben geboren in een milieu très belgicain. Aan mijn moeders kant heten ze Vande Ven, in de familie van mijn vrouw is het Driessens. Ik heb nooit la culture du rejet de l'autre gekend. Ik heb daar nooit problemen mee gehad. Ik ben maar uit mijn schulp gekomen toen men mij begon aan te vallen."

Eigenlijk heeft de Belgische politiek u in een rol gedwongen? De PS kon u gebruiken als stokebrand en stemmenkanon, de Vlamingen hadden u nodig als karikatuur.

"Nee, niemand heeft mij ooit verplicht tot iets. Ik ben gewoon in het offensief gegaan. Het stoort mij vandaag ook vaak bij de Franstalige politieke klasse: ze spelen altijd defensief. Match nul is niet mijn soort spel."

Voelde u zich in 1994 niet een beetje verraden? In ruil voor uw verzaken aan de sjerp kreeg de Franse Gemeenschap zogenaamde 'antennes' in Voeren. Een lege doos, zeiden de CVP-tenoren toen.

"In Wallonië heb ik me soms een beetje verraden gevoeld, ja, niet in Voeren."

Voelt u zich eigenlijk nog thuis in de PS, na wat uw goede vriend Jean-Claude Van Cauwenberghe is overkomen?

"Jean-Claude heeft fouten gemaakt die je in de politiek cash betaalt. Maar hij had nooit ontslag moeten nemen. Als hij er voor zichzelf van overtuigd was dat daar geen reden toe was, en dat was hij, dan had hij moeten blijven zitten. Hij heeft Elio Di Rupo een ongelofelijk cadeau gedaan.

"Ik heb altijd een beetje binnen en buiten de PS gestaan. Ik heb altijd een populaire basis gehad. Maar ik zei u al dat politiek een kwestie van krachtsverhoudingen is, niet van liefde. Het gaat om doelstellingen halen, strategisch handelen. Als ik het uit liefde had moeten doen, was ik er nooit in gestapt."

De PS is nooit uw passie geweest?

"Absoluut niet. Maar ik ben wel un homme de gauche. Ik was met heel andere dingen bezig dan met het communautaire. Ik was een syndicalist, verdedigde de belangen van de boeren, Europa was mijn horizon. Ik was al dertig toen de Franstalige Voerenaars mij op zekere dag gevraagd hebben om het gezicht te worden van hun actie. De aanleiding was banaal. Iemand in de familie wilde trouwen en moest een Franstalige priester van buitenaf gaan zoeken omdat de pastoor van Voeren weigerde de mis in het Frans te doen. Wat voor mij de doorslag gaf om mij voluit in Voeren te engageren, was het besluit van toenmalig minister Herman De Croo (PVV) om het koninklijk besluit te verbreken dat Franstalig onderwijs in Voeren voorzag. Toen de Voerenaars mij vroegen, had ik al een naam."

Hebt u de memoires van Wilfried Martens gelezen?

"Ik ben eraan begonnen, maar ik vond dat hij de geschiedenis te veel in zijn voordeel uitlegde."

Maar u moet best trots geweest zijn dat er in het register achter uw naam een waslijst aan paginaverwijzingen staat?

"(Lacht) Als ik op zoveel pagina's ter sprake kom, wil dat zeggen dat er in Voeren veel fouten gemaakt zijn. We hebben wel wat binnengehaald voor Voeren, toch? Een school, een cultureel centrum, een bibliotheek, een sportcomplex, het recht voor Franstaligen om in Wallonië te gaan stemmen bij parlementsverkiezingen...

"Ik heb nooit aan politiek gedaan uit persoonlijke ambitie. Met mijn score bij de Europese verkiezingen van 1989 (308.117 stemmen, FR) had ik veel meer voor mezelf uit de brand kunnen slepen. Ik heb dat niet gewild. Een politicus moet per definitie een vrij en onafhankelijk iemand zijn. Soms zie ik jongeren in de politiek die zich al gedragen als ouderen. Soms lijkt het alsof je de waarde van een volksvertegenwoordiger alleen maar kunt aflezen aan het aantal parlementaire vragen dat hij stelt. Mon dieu. Een politicus die niet revolutionair is, is geen politicus maar een ambtenaar. Politici dienen voor iets anders, toch?"

De Franstalige Brusselse pers maakt de mensen in Wallonië bang met haar hysterische stemmingmakerij. Het land zal niet verdwijnen, maar veranderenRaad van wijzen, ik? Ik ben geen wijze, ik ben een doener. Maar ik zou de onderhandelaars inderdaad wel wat kunnen bijbrengen over techniek en tactiek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden