Dinsdag 26/05/2020

Stop! In the Name of Love

De legendarische platenfirma Motown bestaat dit jaar een halve eeuw. Behalve sterren als Marvin Gaye, Stevie Wonder, The Four Tops en Michael Jackson heeft het label ook heel wat meidengroepen groot gemaakt. Vergeet The Pussycat Dolls. The Supremes, The Shangri-Las, The Ronettes, dat waren pas meidengroepen. Over meisjes, de liefde en liedjes.DOOR JOZEFIEN VAN BEEK

Wikipedia geeft twee omschrijvingen bij het trefwoord ‘meidengroep’: ‘Een muzikale groep bestaande uit alleen vrouwen (bijvoorbeeld Spice Girls)’ én ‘Een genre uit begin jaren zestig in de Verenigde Staten waar soulgroepen een groot publiek bereikten’. Mede dankzij Motown, de platenmaatschappij die in 1959 in Detroit werd opgericht door Berry Gordy. De jonge Afro-Amerikaan wilde met 800 dollar die hij van zijn familie had geleend zwarte artiesten lanceren op de muziekmarkt. Terwijl in de VS blank en zwart gescheiden leefden, probeerde Motown de rassenkloof te dichten. Het label slaagde erin om met zwarte muziek een blank publiek te bereiken. Daaronder zaten heel wat meidengroepen die de hitparades domineerden: de Marvelettes, Martha & The Vandellas en last but not least The Supremes, de succesvolste Amerikaanse performers van de jaren zestig.

Een donker kantje

Net zoals vele tijdgenoten bezingen The Supremes de liefde. The Ronettes zingen ‘Be My Baby’ en het hart van The Crystals slaat een tel over in ‘Da Doo Ron Ron’. ‘Spring is here/ The sky is blue/ Birds all sing/ (…) And we’ll never be lonely anymore’, zingen The Dixie Cups in ‘Chapel of Love’ en Martha & The Vandellas worden verteerd door het liefdesvuur in ‘Heatwave’. Maar The Supremes brengen een wel bijzonder poëtische liefdesverklaring: ‘Whenever you’re near/ I hear a symphony/ A tender melody/ Pulling me closer/ Closer to your arms’.Dat de liefde ook haar schaduwkanten heeft, bewijzen de vele bitterzoete Supremesnummers. The Supremes scoorden hun eerste nummer 1-hit in 1964 met ‘Where Did Our Love Go’, een vrolijk maar tegelijk melancholisch deuntje met een trieste tekst. ‘Before you won my heart/ You were a perfect guy/ But now that you got me/ You wanna leave me behind’, zingt Diana Ross, die eerst secretaresse was bij Motown en later uitgroeide tot dé vrouwelijke superster van het label. Het nummer werd geschreven door Brian Holland, Lamont Dozier en Edward Holland Jr. Dat gouden trio bleef hits schrijven tot eind 1967.Net als ‘Where Did Our Love Go’ klinken ‘My World Is Empty without You’ en ‘Come See about Me’ erg levendig, maar beide nummers hebben ook een donker kantje. ‘Come See about Me’ gaat over een vrouw die al haar vrienden opgaf voor haar geliefde, die haar nu verlaten heeft. Ze blijft helemaal alleen achter: ‘I’ve been crying/ Cause I’m lonely (for you)/ Smiles have all turned to tears/ But tears won’t wash away the fears/ That you’re never ever gonna return’. In ‘Stop! In the Name of Love’ weten de zangeressen dat hun geliefde hen bedriegt, maar vragen ze hem zich te bezinnen over wat hij doet: ‘But this time before you run to her/ Leaving me alone and hurt/ (think it over) after I’ve been good to you?/ (think it over) after I’ve been sweet to you?’.Het wrangst klinkt misschien wel het bitterzoete ‘You Keep Me Hangin’ on’. Dat gaat over een man die niet meer van zijn vrouw houdt, maar haar nog wel aan het lijntje houdt. Open en eerlijk komt de vrouw voor zichzelf op en vraagt ze haar ex om haar los te laten, want anders kan ze hem nooit vergeten. ‘Let me get over you/ The way you’ve gotten over me’. Of nog: ‘Set me free, why don’t you baby/ Get out of my life, why don’t you baby/ Cause you don’t really love me/ You just keep me hangin’ on’. Wat opvalt, is dat de vrouw wel nog steeds oprecht van haar geliefde houdt: ‘You say although we broke up/ You still wanna be just friends/ But how can we still be friends/ When seeing you only breaks my heart again/ And there ain’t nothing I can do about it’.

Stoute meisjes

Doordat The Supremes zo liefdevol over hun ex-minnaars zongen, verschillen ze sterk van de hedendaagse independent women van Destiny’s Child, die maar weinig goede woorden overhebben voor het mannelijke geslacht. De dames weten maar al te goed wat ze in een man zoeken en ook wat vooral niet. Een man die hun rekeningen niet kan betalen, wijzen ze in ‘Bills Bills Bills’ kordaat de deur. Ook in ‘Bug-a-Boo’ moeten de mannen het ontgelden. Te vaak bellen is ook niet goed, boys: ‘You make me wanna throw my pager out the window/ Tell MCI to cut the phone poles’. Of nog: ‘When I first met you, you were cool/ But (…) you had me fooled/ Cause 20 minutes after I gave you my number/ You already had my mailbox full’. De independent women willen ook independent men.Beyoncé en haar sidekicks sluiten meer aan bij Evie Sands van Red Bird Records, een platenmaatschappij die net als Motown de ene hit na de andere scoorde met populaire meidengroepen. Evie Sands laat niet met zich sollen en durft haar ex ietwat neerbuigend toe te spreken in ‘Run Home to Your Mama’. Sands is duidelijk niet op haar mondje gevallen: ‘Don’t want to make your bed/ Clean the kitchen floor no more/ I mean it, baby/ So run home to your mama/ And let her do it all for you’. Bovendien vindt ze haar man absoluut niet volwassen: ‘You’ve got some grown up ways I guess/ But sometimes you’re like a little baby’.Evie Sands mag in ‘Run Home to Your Mama’ dan een geëmancipeerde tekst zingen, de echte rebellen van de jaren zestig zijn The Shangri-Las. Hun imago van tough girls onderscheidt hen van de andere meidengroepen. De meisjes groeiden op in een ruige buurt in Queens en waren minder zedig dan hun tijdgenotes. Zo droegen ze nauw aansluitende lederen broeken en laarsjes, wat redelijk gewaagd was voor die tijd. De groep ontstond in 1963 aan de Andrew Jackson High School in New York. De zussen Mary en Elizabeth (Betty) Weiss vormden samen met de eeneiige tweeling Marge en Mary Ann Ganser een groepje, maar vaak waren ze een trio omdat Betty niet graag toerde. In april 1964 tekenden hun ouders een platencontract bij Red Bird Records. Mary was 15 jaar, Betty 17 en de Gansertweeling 16.

Tienercharme en pathos

De zussen combineren onschuldige tienercharme met een duister kantje. Ze zingen over dode bikers, over tieners die thuis weglopen en liefdesgeschiedenissen die tot mislukken gedoemd zijn. Elk lied lijkt wel de plot van een melodrama, geregisseerd door Elia Kazan. Denk aan de allesverterende emoties in Kazans ‘A Streetcar Named Desire’, ‘East of Eden’ of ‘Splendor in the Grass’. Hun eerste succes boekten ze met de zomerhit ‘Remember (Walkin’ in the Sand)’, een melancholisch nummer over verloren gegane liefde. Maar nog bekender werden ze met ‘Leader of the Pack’.In ‘Leader of the Pack’ combineerden The Shangri-Las voor het eerst alle elementen die zo kenmerkend zouden worden voor de groep: gesproken in plaats van gezongen tekst, geluidseffecten en uiteraard een goede dosis melodrama. Met een stem vol doem zingt Mary over een meisje dat een biker ontmoet en smoorverliefd wordt. Op de achtergrond is het geluid te horen van een ronkende motor. Haar ouders vinden de jongen geen goede partij en dwingen haar om het uit te maken. De jongen is zo aangeslagen dat hij niet oplet en zich met zijn motor te pletter rijdt. ‘He sort of smiled and kissed me goodbye/ The tears were beginning to show/ As he drove away on that rainy night/ I begged him to go slow/ But whether he heard, I'll never know/ Look out! Look out! Look out! Look out!’ En dan het dreigende geluid van slippende banden, een crash, glasscherven.‘I Can Never Go Home Anymore’ drijft het pathos op de spits met een verhaal over een meisje dat thuis wegloopt voor een jongen en haar moeder achterlaat: ‘I packed my clothes and left home that night/ Though she begged me to stay, I was sure I was right/ And you know something funny? I forgot that boy right away/ Instead I remember being tucked in bed and hearing my mamma say/ ‘Hush, little baby, don't you cry, mamma won't go away.’/ (…) And you can never go home anymore’. De meidengroepen uit de sixties zongen over de fundamentele dingen des levens: liefde, eenzaamheid, de dood. Bovendien hebben meidengroepen een veel langere geschiedenis dan boysbands. Zoals de prille tienermeisjes van Kinderen voor Kinderen in 1983 al zongen: ‘Hou maar op, ik blijf erbij dat zij met mij gaan zingen in een meidengroep’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234