Woensdag 05/08/2020

Stop de persen! Ik schrijf een boek

Chris De Stoop, Ann De Craemer, Koen Van Wichelen en Marnix Peeters: alsmaar meer journalisten ontpoppen zich als fictieauteurs. Wat is er van de journalistieke letteren?

De literaire rentree wordt in Vlaanderen beheerst door journalisten-schrijvers die allemaal hun verhaal willen vertellen. Niet binnen het format van magazine- of krantenartikel, maar als baas in eigen boek.

Knack-journalist Chris De Stoop, die furore maakte met zijn onderzoeksjournalistieke boeken, presenteert in Moedermoord een expliciet literaire vertelling, ook al geeft hij mee dat het verhaal gebaseerd is op de waargebeurde feiten van een driedubbele moord (zie kaderstuk).

De Morgen-medewerkster Ann De Craemer wou aanvankelijk een reportage maken over uitstervende Vlaamse types, genre bedevaartganger en biljartspeler, maar koos met De seingever (DM 1/9) uiteindelijk ook voor een literaire inkleding.

Koen Van Wichelen, uitgever van Grande, debuteert nu met Pleidooi voor een warmere samenleving en andere beslommeringen, een verhalenbundel waarvan de titel enigszins aan Dimitri Verhulst doet denken. De inhoud is jammer genoeg heel wat minder Verhulstiaans en ronduit amateuristisch. De Morgen-medewerker Marnix Peeters schiet met zijn knotsgekke debuut De dag dat we Andy zijn arm afzaagden veelbelovend uit de literaire startblokken. Lang geleden dat een Vlaamse (schelmen)roman met zoveel vaart en vertelplezier op je af kwam gedenderd.

Huisvlijt

Natuurlijk is het fenomeen van de journalist(e) die een roman wil schrijven of een verhaal vertelt niet nieuw. Walter van den Broeck ruilde in de jaren 60 van de vorige eeuw zijn hoofdredacteurschap van Turnhout Express al in voor het riskante bestaan van fulltime auteur. Na een lang, experimenteel traject met zijn toneelwerk (Groenten uit Balen) brak hij uiteindelijk door bij het grote publiek.

Geert van Istendael is een ander voorbeeld van iemand die zich succesvol omschoolde van journalist in loondienst tot zelfstandig schrijver. Begin de jaren 90 liet hij zijn VRT-carrière van nieuwsverslaggever achter zich om als dichter-bloemlezer-romancier-columnist én sprookjesverteller literatuur te gaan bedrijven. Het was veelbetekenend dat Van Istendael in zijn nieuwe literaire hoedanigheid het best scoorde met Het Belgisch labyrint, een in wezen journalistieke reportage over de (on)hebbelijkheden van de Belg. Het boek wordt tot vandaag herdrukt.

Dat het allesbehalve vanzelfsprekend is om als journalist te scoren in de literaire sector bewezen in de jaren 90 onder anderen de radiojournalisten Kurt Van Eeghem en Fred Brouwers. Allicht worden ze niet graag meer herinnerd aan hun debuutromans Olaf leeft!, een poging tot schelmenroman, respectievelijk Tomasino, een pseudomisdaadroman met een muzikaal tintje. Zelfs deejay en vtm-presentator Jackie 'Zaki' Dewaele vergreep zich met Vrouwen zonder kleren aan de schone letteren.

Tegenover deze faux pas van journalisten die hun letterkundige huisvlijt als onversneden literatuur wilden verkopen, staan dan weer de geslaagde literaire prestaties van Tuur Van Wallendael, Bavo Claes en Filip Rogiers. Ex-journalist en Antwerps schepen Van Wallendael verraste enkele jaren voor zijn dood met Vrienden & kennissen, een verhalenbundel waarin hij met dank aan Elsschot in acht korte verhalen zijn sympathie voor de maatschappelijke underdog uitdrukte.

Ex-VRT-journalist Bavo Claes schreef met Kraai een aparte debuutroman, die inzoomde op de overleden vader van het hoofdpersonage, dat op zoek ging naar de geuren en kleuren van de eigen jeugd. Er wordt gefluisterd dat Claes binnenkort met een tweede roman zou komen. Ronduit verbluffend was de bundel Nauwelijks lichaam die De Standaard-journalist Filip Rogiers onlangs presenteerde. Als een volleerde meester van het korte verhaal laat hij zijn vertellingen geleidelijk aan kantelen tot een plotse opstoot van besluitvaardigheid zijn losers een ultieme bevrijdende daad doet stellen.

Kortom, ook al zijn er heel wat journalisten die zich bij hun uitstapjes in de literatuur vergissen, er zijn er alsmaar meer die wel degelijk nieuwe impulsen geven aan de literaire fictie.

Reality-tv

Adriaan van Dis en Kees van Kooten hadden in Nederland al aangetoond dat er dankzij de schone letteren buiten de omroepstudio's ook creatief leven mogelijk is. Ze raakten uitgekeken op de smalltalk van de tv-journalistiek en wilden zich via de literatuur herbronnen. In autobiografische columns en vertellingen gaan ze sindsdien op zoek naar de eigen identiteit.

Groot voorbeeld is de Amerikaanse dandy Tom Wolfe, die in de jaren zestig als nieuwe journalist avant la lettre bij het neerzetten van de Californische surfersscene voor het blad Esquire volop voor een verhalende strategie koos . Hij ging niet langer aan de buitenkant en op een afstand de boel observeren, zoals dat in de klassieke, 'objectieve' journalistiek de regel was, maar identificeerde zich met zijn onderwerp. Hij werd surfer onder de surfers en liet zijn personages zelf aan het woord in hun hoogstpersoonlijke slang. Hij personaliseerde niet alleen zijn verhaal, maar ging het ook dramatiseren door conflicten op te zoeken en spanningsbogen in te lassen. Wolfe zou uiteindelijk een volbloed romanschrijver worden. Hij vertelt daarbij te pas en te onpas dat de realistische roman uit de negentiende eeuw zijn grote journalistieke en nu ook literaire voorbeeld is.

Zo gek is dat niet. Het reality-tv-concept van het leven zoals het is, was in literair Nederland afgelopen jaar dé hype. Connie Palmen en A.F.TH. van der Heijden vertelden zonder schroom wat het betekent om je partner (Palmen) of zoon (Van der Heijden) te verliezen.

Tom Lanoye deed het hen voor met Sprake- loos, waarin de lof van zijn exuberante moeder (en van zichzelf!) werd gezongen. Ook Erwin Mortier bracht de aftakeling van zijn mama geraffineerd ter sprake in Gestameld liedboek.

Schrijvers pur sang zoals Palmen, Van der Heijden, Lanoye en Mortier laten zich dus inspireren door de journalistieke mainstream. Waarom zouden anderzijds professionele journalisten dan niet literair mogen uithalen? Zeker als het journalistieke klimaat vandaag zonder meer vraagt om verrassende verhalen.

Empathisch vertellen

In de slipstream van de nieuwe journalistiek is na Günter Wallraff en Chris de Stoop het empathische vertellen met zin voor het detail de journalistieke norm geworden. De rationele, koele blik van de analyserende, klassieke journalist moet het in de media meestal afleggen tegen meevoelende emo- of dramajournalistiek.

Daardoor ontstaat een symbiose tussen media en literatuur, die hetzelfde verhaalstramien gaan hanteren. Het gevaar is dat dit journalistiek-literaire recept van realistische storytelling, waarbij de inhoud de stijl dicteert, als alleenzaligmakend wordt beschouwd (zie Tom Wolfe) en dat auteurs die modernistisch (stijl is even belangrijk als de inhoud) of postmodernistisch (de stijl bepaalt de inhoud) te werk gaan simpelweg worden gemarginaliseerd.

Gelukkig zijn er nog heel wat eigenzinnige auteurs die zich kritisch verhouden tot dit dominante mediatieke verhaalmodel, maar zij moeten het vaak commercieel bekopen. Yves Petry bewerkte in De maagd Marino het spectaculaire verhaal van de kannibalistische lustmoord van de Duitse homoseksueel Armin Meiwes op diens vriendje tot een verontrustende exploratie van wat er omging in hoofd én leden van beide hoofdrolspelers.

Peter Terrin koos in Post mortem voor een gestileerde omgang met de hersenbloeding van zijn dochtertje. In plaats van ronduit te vertellen over zijn martelgang als vader die plotseling wordt geconfronteerd met de mogelijke dood en verlamming van zijn kindje op de manier van Palmen, Van der Heijden of Lanoye, kiest hij voor een subtiele, hypergereflecteerde kijk op deze heel persoonlijke gebeurtenis.

Meneer pastoor

In de negentiende eeuw was de Vlaamse schrijver sociologisch bekeken vaak een pastoor die via zijn literaire pennenvruchten het volk religieus wou enthousiasmeren of ontvoogden. Guido Gezelle staat model voor de kunstreligieus ingevulde literatuur die toen de norm was.

De Eerste Wereldoorlog luidde het einde in van deze Vlaamse koppen en bracht de leraar/ ambtenaar-auteur aan zet. De hele 20ste eeuw lang waren Vlaamse schrijvers vaak overdag schoolmeester of ambtenaar en 's avonds schrijver. De besten onder hen kregen via politieke weg een ambtenarenloopbaan aangeboden. Claes, Ruyslinck, Walschap, Lampo: dankzij de sinecure van een baan in het museum of de bibliotheek konden ze zich overdag ongestoord toeleggen op hun literaire hoofdactiviteit.

Vandaag de dag zijn het dus de journalistieke massamedia die alsmaar meer de literaire bakens uitzetten. Dat de uitgevers, die in crisis zijn, maar al te graag meesurfen op de naambekendheid van journalisten-BV's, spreekt vanzelf.

Toch betekent het ontstaan van journalistiek-literaire communicerende vaten niet noodzakelijk dat de literatuur door de journalistieke in- stroom wordt gedevalueerd. Veel van de aangehaalde boeken betekenen een verrijking voor de schone letteren.

Vast staat in elk geval dat journalisten steeds meer schrijvers zijn geworden, en omgekeerd: schrijvers worden journalistieke chroniqueurs van het eigen leventje.

Als dat maar niet de rebelse angel uit de literatuur haalt.

Zo gewelddadig kan familie zijn

"Er vallen in de wereld meer slachtoffers door familiaal geweld dan door oorlogen." Het is een sleutelzin uit Moedermoord, de nieuwste journalistiek angehauchte vertelling van Chris De Stoop, die de vinger op de wonde legt. Objectief, zo stelt journalist-schrijver De Stoop, is de familie namelijk de meest gewelddadige instelling in de maatschappij.

De Stoop kreeg lucht van een drievoudige familiemoord waarbij een dochter, moeder en grootmoeder betrokken waren, en verwerkte het gruwelverhaal tot een meevoelend portret van de overlevende dochter Nicky, die op zoek gaat naar de waarheid achter het drama. De Stoop neemt ons via de 44-jarige vertelster mee naar het Canarische eiland Lanzarote, waar haar 35-jarige zus Nadia haar 66-jarige moeder Chantal en haar driejarige dochtertje Eva zou hebben omgebracht.

Geleidelijk aan wordt het fatale doopceel van deze familie gelicht, waarin de dominante moeder Chantal een bijzonder destructieve rol speelde. De Stoop neemt zijn tijd om zijn punt te maken: "Je loopt thuis meer gevaar dan op straat." Knap hoe hij de verlaten vulkanische natuur van Lanzarote daarbij betrekt.

Het valt ook op hoe De Stoop in twintig jaar schrijverschap gegroeid is: hij heeft een apart zintuig ontwikkeld voor spaarzame, functionele beeldspraak. Als de politie in de beginscène komt aankloppen bij Nicky om haar snel de papieren van Buitenlandse Zaken omtrent de moord te overhandigen, klinkt het dat ze dat doet "zoals een kat die een dode muis voor je voeten legt". Zo weet De Stoop via treffende beelden en spaarzame tussenzinnen zelfmoord én moedermoord, een van de laatste taboes, bespreekbaar en begrijpelijk te maken.

Chris De Stoop, Moedermoord, De Bezige Bij, 206 p., 19,90 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234