Vrijdag 14/05/2021

InterviewEliot Higgins

‘Stoot ik morgen mijn teen, dan zal de hele wereld Rusland de schuld geven. Mij iets aandoen, zou behoorlijk dom zijn van hen’

Eliot Higgins. Beeld Fabio De Paola
Eliot Higgins.Beeld Fabio De Paola

Vergeet de FBI: de strafste inlichtingendienst ter wereld bestaat uit internetverslaafden die met niets meer dan hun laptop en smartphone wereldleiders opjagen. De Britse computernerd Eliot Higgins (42) deed in 2013 vanuit zijn woonkamer wat niemand anders kon: aantonen dat de Syrische president Assad chemische wapens gebruikte tegen zijn eigen bevolking. Vervolgens richtte hij Bellingcat op: een team van burgerjournalisten dat strijdt met wapens als Google Maps, Instagram en YouTube. Onlangs bewezen ze nog dat het Kremlin over een moordcommando beschikt dat tegenstanders als Aleksej Navalny vergiftigt.

Toen Poetin-criticus Navalny in de zomer van 2020 vergiftigd werd, wist de wereld meteen in welke richting te kijken. Maar zwart op wit bewijzen dat Moskou achter de moordaanslag zat? Dat lukte niemand. Behalve het kleine onderzoeksnetwerk Bellingcat. De onderzoekers annex journalisten ontdekten niet alleen het bestaan van een Russisch doodseskader, ze lieten zelfs één van de betrokken geheim agenten schuld bekennen op tape.

Hoe kregen jullie dat voor elkaar?

Eliot Higgins: “Het begon in 2018, toen voormalig Russisch militair inlichtingenofficier Sergej Skripal en zijn dochter in Engeland vergiftigd werden met novitsjok. Dat is een zenuwgas dat ontwikkeld werd in de voormalige Sovjet-Unie. De Britse autoriteiten gaven na een halfjaar vruchteloos zoeken videobeelden vrij van twee verdachte Russen die in de buurt van Skripals huis rondzwierven. Via een Russische bron kregen we de gegevens in handen van de vlucht waarmee de mannen naar Groot-Brittannië waren gereisd. Aleksander Petrov en Ruslan Bosjirov heetten ze. Bizar genoeg verschilden hun paspoortnummers maar enkele cijfers en was er nauwelijks informatie over hen te vinden. Het waren geesten die pas in 2013 waren ontstaan.

“Op de Russische televisie verdedigde het duo zich: ze waren geen moordenaars, maar ondernemers in de fitnessindustrie die toevallig in de buurt waren. Op ons interne forum waren we unaniem: de twee logen. We hadden de zaak binnen een paar dagen gekraakt en ontdekten de echte namen van het duo. Het ging om een kolonel van de militaire inlichtingendienst en een legerarts.

“Het bleek niet om een alleenstaand geval te gaan. In heel Europa vonden geheime operaties plaats, en alsmaar doken dezelfde agenten op. Dat ontdekten we door in gelekte reisgegevens te zoeken naar de namen van de agenten. We keken waar ze naartoe gingen en met wie. Beetje bij beetje kregen we zicht op een netwerk: een moordcommando, gestuurd door Moskou. We hadden de namen van ongeveer dertig officieren, ieder met gevechtservaring en een specialisatie die liep van het ontcijferen van geheime communicatie tot geneeskunde. Een goed voorbeeld was de moordpoging op een wapenhandelaar in Bulgarije. De agenten boekten een hotelkamer met de specifieke vraag om uitkijk te hebben over de parkeerplaats van het doelwit. Op bewakingsbeelden is te zien dat iemand naar de auto van de wapenhandelaar wandelt, aan de klink prutst en weggaat. Het doelwit werd zwaar ziek. Wellicht zat er gif op de klink.

“Via telefoongegevens van de agenten ontdekten we de betrokkenheid van een chemicus die een onderzoeksinstituut leidde en in de dagen voor de moordpoging op Skripal veel met de agenten belde. Hij en zijn collega’s waren gespecialiseerd in onderzoek naar zenuwgassen zoals novitsjok. Formeel had Rusland dergelijk onderzoek opgeschort, maar we ontdekten dat al die wetenschappers nu werkten in een bedrijf dat zogezegd sportvoeding verkocht. Een dekmantel, dus. Na onze onthulling is het moordcommando wellicht opgeheven. Nogal wat leden zijn gedegradeerd. De vraag is of er een vervangend team in het leven is geroepen. Sommige betrokkenen zijn alvast nog actief.”

Russische agenten hebben na jullie publicaties nog slachtoffers gemaakt?

(knikt) We ontdekten de afgelopen maanden nog gevallen van mensen die zwaar ziek werden of stierven in verdachte omstandigheden. Ze werden in de weken ervoor steevast gevolgd door agenten. In totaal hebben we nu al zeven vergiftigingen kunnen bewijzen, en we onderzoeken nog minstens vier andere zaken.”

Dat zijn zware politieke misdrijven.

“Vladimir Poetin draagt absoluut de eindverantwoordelijkheid. De zogezegd onschuldige burgers uit de fitnessindustrie hadden rechtstreeks contact met de minister van Buitenlandse Zaken.

“Wat me trouwens opvalt, is dat Moskou niet alleen mensen zoals Navalny aanpakt, maar ook kleine garnalen. Dat wijst erop dat dit slechts het topje van de ijsberg is.

“Rusland is een ongelooflijk corrupte politiestaat. Ze verzamelen zoveel mogelijk informatie over hun eigen burgers, maar ook over hun eigen spionnen. Die informatie lekt uit of wordt verkocht op de zwarte markt. Zo worden geheime Russische operaties kwetsbaar. Bij de vergiftiging van Aleksej Navalny wisten we dus meteen waar te zoeken. Via telefoongegevens kwamen we te weten dat een team van zo’n acht agenten hem maandenlang geschaduwd had. Ook de nacht voor de vergiftiging waren ze in de buurt, en hadden ze bovendien intensief contact met de chemici in Rusland.

“Navalny overleefde de vergiftiging. We vertelden hem wat we wisten en gingen samen met hem nog een stap verder om waterdicht bewijs te verzamelen. Onze onderzoeker en Navalny belden de agenten op en deden alsof ze hun leidinggevende waren. Eén van hen bekende alles, inclusief details. Dat hij het gif verstopte in Navalny’s ondergoed, bijvoorbeeld, aan de binnenkant ter hoogte van het kruis.

“De vraag is nu hoe de rest van de wereld zal reageren. Met het zenuwgasprogramma verbreekt Rusland internationale verdragen. Doen andere mogendheden niets, of roepen ze symbolisch gewoon wat kleine diplomaten terug, dan is het voor Moskou business as usual. Dan zullen ze blijven moorden.”

U bent voor Moskou één van de anti-Russische gezichten geworden. Vreest u zelf vergiftigd te worden?

“Ik moet verstandig zijn wanneer ik op reis ga. Of paranoïde, zo je wil. Soms staat er in het hotel wat eten klaar op tafel: dat gooi ik in de vuilnisbak of spoel ik door in het toilet. Ik eet niet in het hotelrestaurant, maar koop sandwiches in de plaatselijke supermarkt. Ook uit de minibar raak ik nooit iets aan.

“Ik ben, net als mijn collega’s bij Bellingcat, ook meer dan eens het doelwit van cyberaanvallen. De politie weet dat en neemt dikwijls contact met me op om te vragen of alles in orde is.

“Nu, als we ons verschuilen en proberen te verbergen wie we zijn, lopen we nog meer gevaar. Stoot ik morgen mijn teen, dan zal de hele wereld Rusland de schuld geven. (lacht) Als ik op mysterieuze wijze sterf, gaan de Britse autoriteiten er meteen van uit dat de Russen erachter zitten. Dat zou dus pretty stupid zijn van hen.”

U bent niet onder de indruk, terwijl net u toch weet waartoe Rusland in staat is.

“Ik ben eerder onder de indruk van gekken die online radicaliseren en achter me aankomen. Soms duiken ze op op events en stellen ze me dreigende vragen: waarom ik deel uitmaak van een deep state-samenzwering, bijvoorbeeld. Wie weet gaat er ooit zo iemand over de rooie. Ik merk dat ik tijdens evenementen het publiek begin te scannen: wie er wat raar uitziet, is mogelijk een gevaar. Maar dat vind ik vreselijk van mezelf, want ik was vroeger zélf zo’n weirdo die online leefde.”

null Beeld Fabio De Paola
Beeld Fabio De Paola

FRANK ZAPPA

Het is amper te geloven dat u tien jaar geleden nog een anonieme dertiger was met een 9-tot-5-job.

“Ik heb mijn studies nooit afgemaakt en had een kantoorjob die me in de verste verte niet interesseerde. Ik spendeerde veel tijd online. In het verleden had ik nog obsessief gegamed, maar rond 2011 kreeg ik er een nieuwe hobby bij: de Syrische burgeroorlog op de voet volgen. Mijn fascinatie voor online onderzoek is maar om één reden ontstaan: ik wilde discussies winnen in de online commentaarsectie van The Guardian. (lacht) Ik zocht aanvullende info – video’s, foto’s, info op Twitter – die de krant zelf nog niet had onderzocht, maar kreeg steevast dezelfde vraag van andere lezers: ‘Klopt die info wel?’ Daarom begon ik methoden te ontwikkelen om informatie te verifiëren over een oorlog in een land waar ik nooit geweest was. Rebellen die claimden een dorp veroverd te hebben? Ik tekende stratenplannen op basis van wat ik kon zien op de beelden en noteerde herkenningspunten, om via satellietbeelden te checken of de video wel echt in dat dorp gemaakt was.

“Na verloop van tijd was ik helemaal mee met de oorlog. Ik stond op en ging slapen met de info die ik online vond, kon de frontlinies en veroveringen op een eigen kaart nauwkeuriger volgen dan de nieuwssites, begreep welke wapens wel en niet gebruikt werden. Allemaal via publieke informatie op het internet, en dankzij een steeds groeiend netwerk van gelijkgezinden op Twitter. Ik verzamelde mijn bevindingen op een blog, Brown Moses (naar een nummer van Frank Zappa, red.) en maakte er een spel van om elke dag meer lezers te trekken. Een steeds hogere score, zoals in mijn videogames.”

U deed vanuit het grijze Leicester belangrijke ontdekkingen.

“Er waren, zeker in de Syrië-oorlog, voor het eerst immens veel amateurbeelden beschikbaar. Bronnen die traditionele journalisten en inlichtingendiensten eigenlijk negeerden. Soms was het surreëel: het leek alsof soldaten videospelletjes nabootsten door een camera op de loop van een geweer te bevestigen. Door duizenden video’s en foto’s te zien, kreeg ik meer inzicht. Eerst bewees ik op basis van video’s dat het Syrische leger clusterbommen gebruikte, hoewel Assad dat bleef ontkennen. Later stootte ik op wapens die ik nooit eerder had gezien. Ik traceerde ze met behulp van wapenexperts: ze kwamen uit Kroatië. Er was sprake van een smokkelroute waar westerse landen clandestien bij betrokken waren. Die onthulling leverde me voor het eerst écht veel media-aandacht op. Toen is mijn blog ontploft.

“Een nog grotere ontdekking volgde in de zomer van 2013. Ik weet nog dat ik vroeg in de ochtend wakker werd en er afgrijselijke filmpjes binnenstroomden van een gifaanval in Ghouta, een voorstad van Damascus. Ook nu ontkende Assad alle betrokkenheid. Bijna niemand herkende de raketten die in de beelden opdoken, maar ik wel: ik had een identieke raket al eens gezien in een oudere video. Op de beelden kon je een hond, bevangen door het gas, zien lijden en spartelen.”

Op basis van foto’s uit diverse hoeken berekende u het traject van de raket die op Ghouta was beland. Uw conclusie: ze werd gelanceerd vanaf een militaire basis van de regering. Het was een chemische aanval op de eigen bevolking.

“Het verbijsterende was over hoe weinig informatie de Amerikaanse en Britse overheid beschikten. Het Witte Huis gaf een armtierige samenvatting van amper vier pagina’s vrij over de aanvallen op Ghouta. Ook het parlementair debat in het Verenigd Koninkrijk was ontluisterend. De volksvertegenwoordigers deden niets meer dan domweg de redeneringen en complottheorieën van hun favoriete columnisten herhalen: dat de aanval geënsceneerd was om het Westen in het conflict te betrekken, bijvoorbeeld. Terwijl ik met overduidelijk bewijsmateriaal zwaaide. Alles stond online, elke stap van mijn argumentatie viel na te gaan. Maar er werd meewarig gedaan over onderzoek op basis van openbare bronnen. Ik vond het extreem frustrerend om te zien hoe de mensen die beslisten over de toekomst van het Syrische conflict geen flauw benul hadden waarover ze spraken. Uiteindelijk besliste zowel de VS als het VK om niet in te grijpen. Sindsdien volgden er nog 300 chemische aanvallen in Syrië.

“Toch volgde steeds meer erkenning voor mijn werk. In 2014 richtte ik met enkele gelijkgezinden Bellingcat op. Enkele dagen later stortte de MH17-vlucht van Amsterdam naar Kuala Lumpur neer in Oekraïne, met bijna 300 doden tot gevolg. We reconstrueerden via foto’s en dashcambeelden de route van een Russische raketlanceerder, die via Rusland in Oekraïens rebellengebied was terechtgekomen. We ontdekten ook beeldmateriaal van de lanceerder kort ná de crash, maar dan zonder raket aan boord. We konden nagaan welke Russische brigade en welke soldaten verantwoordelijk waren voor de lancering. Officieel waren er nochtans geen militairen in het gebied, maar die Russische jongens zijn ook maar mensen. Op Instagram pochten ze met selfies over hun missie in Oekraïne. Met onze info helpen we vandaag nog steeds het onderzoek vooruit van het Internationaal Strafhof in Den Haag.

“Later hielpen we met Bellingcat Europol door pedofielen te vinden via achtergrondelementen in video’s van kinderporno. Verder identificeerden we zowel IS-aanhangers in Europa als neonazi’s die in Charlottesville een zwarte man in elkaar sloegen. We ontdekten dat Frontex pushbacks organiseert, enzovoort.”

null Beeld Fabio De Paola
Beeld Fabio De Paola

GRUWELIJKE BEELDEN

Jullie zijn een Klein Duimpje dat ook écht vecht met de duimpjes: via jullie smartphone.

(lacht) We zijn volledig onafhankelijk. Noem ons maar de inlichtingendienst voor het volk. Onze wapens zijn voor iedereen beschikbaar. Google is ons kanon.”

U hebt een gezin. Deze manier van onderzoek is veiliger dan ter plaatse gaan.

“Zeker in oorlogsgebied is klassieke verslaggeving soms te gevaarlijk. De Amerikaanse journalist James Foley werd in 2012 ontvoerd, terwijl hij nog maar enkele uren daarvoor een artikel getweet had naar mijn blog. Twee jaar later werd hij onthoofd door IS. Door de video gedetailleerd te bestuderen en satellietbeelden te gebruiken, kwam ik te weten waar dat precies gebeurde – en waar IS dus gijzelaars vasthield.”

In uw boek zegt u dat oorlogsonderzoek op afstand ook gevaarlijk is, namelijk voor de geest.

(knikt) Ik heb beelden gezien die voor altijd aan mij zullen kleven. Vroeger keek ik weleens naar horrorfilms, vandaag kan ik het niet meer. Ik wil de pijn en verwondingen niet meer zien, omdat ik weet hoe de gruwel er in het echte leven uitziet. Ik herinner me een video van een slachtoffer dat nog leefde, maar van wie de volledige kaak los hing van het gezicht. Het is soms onvoorstelbaar vreselijk. Een zeer groot probleem bij mensen uit ons veld is de zogenaamde plaatsvervangende traumatisering: je maakte zelf geen explosie of schietpartij mee, maar door empathie en de videobeelden voel je het wel zo aan.

“Ik raad niemand aan om video’s van oorlogsmisdaden te bekijken. Ook niet als stoere vent, want wat voor persoon je ook bent: die gruwelijke beelden dringen dieper in je door dan je denkt. Nu, mensen uit ons veld kijken met een heel specifieke blik naar zulke beelden. We kijken niet naar de slachtoffers, maar zoeken naar herkenningspunten in de achtergrond om te bepalen waar de video gemaakt is, op welk uur van de dag, welke soort bom er gebruikt is. Dat ik geen Arabisch spreek, helpt ook: ik begrijp nu eenmaal niet wat zo’n terrorist schreeuwt, zodat ik kan focussen op de andere details. Al zet ik wel liefst de audio uit, want je hoeft een gijzelaar die smeekt om zijn leven of een huilend kind niet te begrijpen om erdoor geraakt te worden.”

Werkt uw verdedigingsstrategie ook vandaag nog?

“Ik doe vandaag veel minder onderzoek, omdat ik Bellingcat leid. Maar ik merkte wel dat een onverwacht detail mij ineens kon raken. Op de beelden van het MH17-wrak gebeurde dat bij het zien van een stuk speelgoed. Of een video waarin een gewond kind te zien was met hetzelfde merk van luier dat mijn dochtertje draagt. Zulke dingen breken door mijn barrière en brengen mij volledig van de kaart. Als onderzoeker moet je dan weten dat je moet stoppen. Wegkijken, de tijd nemen, en praten.”

null Beeld BELGAIMAGE
Beeld BELGAIMAGE

GESTOLEN HOND

Uw boek Wij zijn Bellingcat ademt optimisme. Volgens u doen feiten er nog steeds toe in het internettijdperk.

“Er bestaat waarheid en er bestaan leugens, en mensen vinden het verschil daartussen nog altijd belangrijk. We hebben al meermaals bewezen dat leugens van regeringen te weerleggen vallen. Vorig jaar werd een passagiersvlucht neergeschoten bij Teheran – er kwamen 176 mensen om. We gingen door sociale media en vonden bewijs dat het vliegtuig was neergehaald door raketten. Eerst ontkenden de Iraanse autoriteiten, maar door ons onderzoek gaven ze toch toe dat ze per ongeluk een lijntoestel hadden neergeschoten. Rusland heeft misschien nooit willen erkennen dat ze liegen over MH17, maar de stroom aan bewijs heeft ongetwijfeld hun reputatie geschaad. Dat maakt dat liegen minder aantrekkelijk wordt, want burgers kunnen de flagrante bewijzen toch zien.”

Heeft deze pandemie tegelijk niet bewezen dat feiten aan belang verloren hebben? Wetenschappers mogen zoveel ze willen met bewijs zwaaien dat vaccins ons DNA niet veranderen, een steeds groter worden groep burgers gelooft hen toch niet meer.

“We beleven een vertrouwenscrisis: er heerst een enorme scepsis tegenover alle traditionele vormen van autoriteit. Ik kom al jaren in contact met gemeenschappen die de overheid niet vertrouwen en allerlei samenzweringstheorieën verspreiden: over MH17, 9/11, de chemische aanvallen in Syrië, enzovoort. Die groepen schaarden zich bijgevolg ook snel achter samenzweringstheorieën over het coronavirus én vormden een soort monstercoalitie met andere traditionele community’s zoals de antivaxers.

“Deze crisis kun je niet los zien van het wanbeleid en de leugens van onze regeringen. Kijk naar de oorlog in Irak, die door allerlei westerse landen goedgepraat is met regelrechte drogredenen. Ook vandaag hebben mensen in Groot-Brittannië het idee dat politici zwaar gelogen hebben over de brexit – alsof uit Europa stappen onze gezondheidszorg honderden miljoenen extra zou opleveren. Vorig jaar moesten diezelfde regeringen ineens uit het niets vertellen dat er door biologisch toeval een nieuw virus ontstaan was dat de samenleving stillegt: natúúrlijk wantrouwen grote groepen mensen hen dan. En natúúrlijk gaan die mensen online dan op zoek naar een andere houvast. Dat is allemaal heel logisch, vind ik.

“Het probleem is dat je in het online ecosysteem van vandaag bijna automatisch naar allerlei complottheorieën wordt geleid. Daarom creëren wij onze eigen alternatieve bron van autoriteit op het internet. Niet één die gebaseerd is op cynisme en woede, maar op bewijzen en betrokkenheid van de mensen zelf, die eenvoudig het onderzoek kunnen voeren, volgen en nagaan.”

U bedoelt: de Bellingcat-methode.

“Inderdaad. Traditionele journalisten leunen op vertrouwen. Ze bouwen hun verhalen op via anonieme bronnen en vragen de lezers om op de kwaliteit van hun onderzoek te rekenen. Maar in deze vertrouwenscrisis werkt dat niet langer zo. Bij Bellingcat werken we alleen met open online bronnen om duidelijk verifieerbare feiten te kunnen presenteren. Ik ben ervan overtuigd dat dit soort transparantie de toekomst is van journalistiek en het internet.”

En dus niet: op de openbare omroep complotdenkers tegenover een gerenommeerd vaccinoloog zetten, zoals in ons land in De zevende dag is gebeurd.

“Is dat echt gebeurd? (blaast) Dat is een typisch fenomeen in de traditionele media. Je doet alsof je twee interessante kanten hebt in een debat: de gek en de verstandige persoon. Maar zo zet je de gek alsnog op hetzelfde niveau. Ik vind niet dat je complotdenkers met die mate van respect moet behandelen. Je geeft die volledige gemeenschap het gevoel dat hun ideeën een deel zijn van een mainstream en aanvaardbaar discours, wat niet zo is. Zelfs als er maar twee kijkers het riedeltje van de gek geloven, ben je toch die twee mensen kwijt. Wees maar zeker dat je ze niet snel meer terug kan winnen, want aanhangers van complottheorieën zijn door hun manier van redeneren niet meer voor rede vatbaar. Ze blijven ‘kritische vragen’ stellen. Wanneer die effectief beantwoord worden met feiten, keren ze niet op hun stappen terug, maar stellen ze een nieuwe vraag. Je kunt hen gewoonweg niet counteren.

“Ik vind eerlijk gezegd dat de omroep die zo’n debat georganiseerd heeft, zich zou moeten schamen. Er komen toch ook geen holocaustontkenners op jullie televisie? Of ik mag dat toch hopen.”

Met uw bedenkingen raakt u toch ook de kwetsbaarheid van uw eigen methode aan? Mogelijk staan jullie machteloos in een wereld waarin miljoenen, misschien zelfs miljarden burgers ondanks verifieerbaar onderzoek toch blijven geloven in fabeltjes.

“Ik hoop dat dat niet zo is. Ik denk dat het onderwijs van de komende decennia een cruciale rol zal spelen. We moeten onze leerlingen veel beter online bedrog leren herkennen. In mijn boek citeer ik Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat zo’n 82 procent van de 11- en 12-jarigen het verschil niet kan aanwijzen tussen nieuws en een advertentie. Landen als Zweden hebben intussen lesmateriaal ontwikkeld om gemanipuleerde beelden, nepnieuws en online propaganda te leren herkennen.

“Ik las gisteren dat een Brits initiatief 16-jarige scholieren helpt om als journalisten lokale kwesties te onderzoeken. Ik zeg maar wat, over het gebrek aan vuilnisbakken in hun wijk. Als we mensen leren om een beetje onderzoeksjournalist te zijn, zullen ze beseffen dat feiten ertoe doen, én zullen ze zich bovendien minder machteloos voelen.

“Mijn favoriete onderzoek van de voorbije jaren was heel klein: een gestolen hond helpen terugvinden. Een online gemeenschap die zich richt op dognapping had camerabeelden in handen van een wegsnellende auto waarin wellicht de hond zat. De nummerplaat was wazig. We zochten hulp en vonden die bij mijn collega, die via een online systeem nummerplaten kan identificeren. Binnen één dag was de hond terug bij de familie. Het internet is buitengewoon goed voor het met elkaar verbinden van mensen en het oplossen van problemen. Mensen dat gevoel geven, tegen een achtergrond van schijnbaar onoplosbare wereldproblemen waar ze dagelijks over horen, kan de online én offline wereld veranderen.”

Eliot Higgins – ‘Wij zijn Bellingcat’, Spectrum. Beeld Humo
Eliot Higgins – ‘Wij zijn Bellingcat’, Spectrum.Beeld Humo

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234