Maandag 26/07/2021

Stokebranden en luistervinken

Kinshasa is kapot maar rustig, zo was de eerste indruk van freelance televisiemaker Raf Custers, die in de Kongolese hoofdstad ging peilen naar de luid geproclameerde changement. Je kunt weer gerust over straat lopen en de man aan de top geniet nog veel krediet. Maar er circuleren zwarte lijsten, uit de cités komen onheilspellende berichten en in de hotellobby's zijn luistervinken vaste klant. Impressies uit een stad waar de zandzakjes voor het eerstvolgende onweer alweer klaarliggen.

Raf Custers

Ndjili, de eerste hindernis, laat zich moeiteloos nemen. Moeiteloos, nou ja. Ik raak zonder palaveren en zonder betalen voorbij de loketten van de luchthaven. Maar een medepassagier, die zijn vaccinatieboekje in Brussel vergeten is, kan wel dokken. En omdat hij hier met koffers voor de familie aankwam, is hij omsingeld door een half bataljon kruiers. Een bewaker van Ndjili mept ze met een rubberen zwiepslang uit elkaar. De rit naar Kinshasa, vijfentwintig kilometer verderop, die kost wel stukken van mensen. Niks aan te doen, dat is dan maar het leergeld van de eerste dagen. Afgaand op verhalen over hoe het vroeger was, komen we er nog goedkoop af.

Kinshasa is kapot maar rustig, dat is de eerste indruk. We arriveren net voor het weekend en hopen nog snel onze werkvergunning te regelen. We gaan op expeditie naar Theo, op de negentiende verdieping van La Voix du Peuple, het omroepgebouw. Theo hoort bij de administratie van minister van Informatie Ghenda, wiens kabinet ook op de negentiende verdieping ligt. Waarom op de hoogste? Niemand die het weet. Van de zes liften werken er maar twee. Ze worden bediend door liftboys die soms minutenlang moeten wachten op een hoge piet en intussen de kooi blokkeren. Andere gebruikers staan dan van ongeduld tegen de aluminium deuren te tikken. Met hun huissleutel, muntjes hebben ze in Kongo niet.

Theo is een weerspannig element. Hij wil tweehonderd dollar, anders mogen we ons materiaal niet gebruiken. Dat moet dan het tarief van de dag zijn, niemand die ooit van zo'n belasting heeft gehoord. We rekken de onderhandeling, we laten namen van gewichtige mensen vallen die we eerstdaags zullen zien, we schuiven Theo's vonnis op. Vier dagen later reikt hij braaf onze papieren uit. Tegen de normale prijs.

Onze eerste gewichtige gesprekspartner heet Théophile Mbemba, de gouverneur van Kinshasa. Kin is een agglomeratie van vijf miljoen mensen en vierentwintig gemeenten, samen de elfde provincie van het land. Mbemba heeft achttienduizend agenten in dienst om het werk te doen. Amper achttienduizend man om puin te ruimen. In de hal van zijn Hôtel de Ville liggen zandzakjes, voor na het eerstvolgende onweer. De wolkbreuken van de voorbije week hebben acht doden gemaakt. In de cités spoelen halve straten en hele huizen weg, er moet hoognodig gekanaliseerd worden. In het centrum zijn de riolen in geen jaren nog ontstopt. Daar is Mbemba nu mee bezig.

Niet alles wat hij doet, krijgt lof. Mbemba, in een Schaarbeeks voedingslabo tot biochemicus opgeleid, heeft onlangs uit hygiënische overwegingen de meeste kiosken doen sluiten, de voedings- en drinkkraampjes aan de openbare weg. Duizenden mensen zijn daardoor hun inkomen kwijt. De gouverneur heeft ook de verkoop van water in plastic zakjes verboden. De venters zijn voor zijn gouvernement komen manifesteren. Mbemba heeft ook de verkeersknooppunt van Limete laten ontbossen. Vroeger een levensgevaarlijke plek, waar criminelen - ook militairen - opereerden die de volgepropte taxibusjes overvielen en de passagiers molesteerden. Nu is het daar weer veilig. Maar de agenten van de gouverneur zijn onstuimig geweest, op het verkeersplein gingen ook de avocado's en mangobomen voor de bijl. De minister van Milieu dreigt met sancties.

Wat is de changement waar de regering-Kabila de mond vol van heeft? "Eerst en vooral de veiligheid," zegt Martin Kibungi. Ik heb hem een pakje meegebracht van zijn broer in Brussel. "Vroeger zouden ze me die enveloppe al op de volgende straathoek hebben afgenomen. Nu durf ik er tenminste mee naar huis." Martin heeft onder het ancien régime zelf zijn deel van de criminele terreur gehad. In zijn wijk Masina, de dichtst bevolkte en kinderrijkste van Kinshasa, waren overvallen en moorden schering en inslag. "De staat was dood, we moesten zelf onze veiligheid organiseren. Iedereen legde wat geld bij, daarmee kochten we koffie voor wie 's nachts wacht liep." Ze hebben criminelen gepakt en gelyncht, met een brandende autoband rond hun nek. "Zo hebben de Mobutisten ons verbeestelijkt," zegt Martin.

De toestand is fel verbeterd sinds Kabila's Alliantie de macht overnam. "Hun reputatie is hen voorafgegaan. Kinshasa was gewaarschuwd dat ze korte metten maakten met misdadigers. Maar wat ook meespeelt: de militairen hoeven niet meer op rooftocht, ze krijgen nu honderd dollar per maand." Het tij is gekeerd, in Kinshasa loop je nu gerust over straat. Al komen er de laatste tijd weer onheilspellende berichten uit de cités. Daar steekt het geweld opnieuw de kop op.

Martin is bureauchef op het Departement van het Plan. Hij verdient er 3,2 miljoen nouveaux zaïres of 1000 Belgische frank per maand. Als zijn centen komen, gaan ze als vanzelf op aan zijn transport naar en van het werk. Maar gelukkig kan hij overweg met de computer en kloppen er nogal wat academici bij hem aan voor zijn economische data. "Ik vraag er niks voor, ik aanvaard wat ze me geven," zegt Martin. Alle beetjes helpen.

Gierende inflatie had Zaïre, als macro-economist heeft Martin de geldmolen zien draaien. Wie een beetje macht had, liet voor eigen gebruik bankbiljetten drukken. De nouveaux zaïres zijn nog altijd geen knip voor de neus waard. De bank geeft 125.000 nouveaux zaïres voor een Amerikaanse dollar. In Wall Street, waar de changeurs en de zakkenrollers elkaar verdringen, ligt de koers iets gunstiger. "Maar de prijzen zijn stabiel nu," zegt Martin. "Die chaos, die kennen we niet meer, dat ze elke vrijdag de prijzen veranderden en je niet meer wist waar je kop stond." De regering heeft zelfs de prijs van een kaartje in de taxibusjes verlaagd naar 30.000 nouveaux zaïres. De VW-busjes, gerund door privé-ondernemers, zijn een essentiële schakel in de economische activiteit van Kinshasa. Zonder de busjes raakt maar een fractie van de mensen op zijn werk.

Er komen minder fraaie berichten uit de hogere regionen van het nieuwe regime. Pierre Yambuya, destijds helikopterpiloot maar gedeserteerd en gevlucht naar Italië, kwam vol verwachting terug uit de diaspora en werd directeur van de migratiedienst. Tien dagen voor ik hem te spreken krijg, is hij zonder opgave van reden geschorst. Verslagen zit hij voor me. "In een week tijd is de Veiligheid hier vier keer geweest, mijn kinderen zijn helemaal de kluts kwijt." Pierre logeert zoals zoveel diasporas op staatskosten in een pension. De andere gasten beginnen hem openlijk te mijden.

Yambuya, met jaren ervaring bij de Organisation Internationale des Migrations, heeft de vroegere politieke politie omgeturnd tot een echte migratiedienst. Een gevoelige post, dat wel, verantwoordelijk voor de vluchtelingen maar ook de ontelbare klandestienen in de stad. "Ik was goed op weg in Europa het Kongolese standpunt door te drukken," zegt Yambuya. "We verzetten ons niet tegen de repatriëring van Kongolezen uit Europa. Maar die moet menselijk gebeuren. In plaats van die mensen onverhoeds als misdadigers op een vliegtuig te zetten, moesten ze bijvoorbeeld al hun bezittingen kunnen meebrengen. Dat was een van mijn principes. In Zwitserland begonnen ze daar oren naar te krijgen." Hij heeft zijn werk niet kunnen afmaken.

"Yambuya is te integer. En hij heeft enkele ministers op de tenen getrapt," zegt een diplomaat me enkele dagen later. Op Yambuya's stoel zit dan al een opvolger, een mannetje dat nodig aan promotie toe was.

Ik had het al gemerkt: in Kinshasa is er weinig nodig om het te doen stormen in een waterglas. Op de laatste dag van maart zet de Franse wereldomroep RFI in alle vroegte de stad op stelten. Er circuleert, zegt de zender, een zwarte lijst met 250 namen van mensen die in Kongo nooit nog aan politiek mogen doen. RFI noemt slechts Etienne Tshisekedi en aartsbisschop Monsengwo, niet de generaals Baramoto en Likulia of al de andere mouvanciers. De lijst is de vorige dag aan president Kabila overhandigd.

De krant Le Potentiel pakt met de namen uit. In feite zijn er twee lijsten, een van politieke moordenaars en een van dieven. Die laatsten hebben ooit andermans of openbaar goed ingepikt, des biens mal acquis. Een bonte verzameling, dat zeker, en de krant vraagt zich af of Laurent Kabila niet door "lobby's in zijn eigen entourage" bij de neus is genomen.

Gauw is de toedracht duidelijk. De zwarte lijst komt voort uit de buitensporige huisvlijt van Anicet Kashamura, de voorzitter van de grondwetscommissie. Die heeft aan Kabila een ontwerp van grondwet bezorgd, dat de nieuwe Kongolese politieke instellingen op Amerikaanse leest wil schoeien. Tegelijk gaf hij een lijst af, een persoonlijk en hoegenaamd geen officieel document. De wekelijkse ministerraad vraagt Kashamura een en ander recht te zetten. Nog die dag gaat hij bij de televisie te biechten. Hij heeft zich, zegt hij, gebaseerd op lijsten van biens mal acquis die al jaren bestonden en er enkel nog wat namen aan toegevoegd. RFI verzuimt in zijn weekoverzicht ook het vervolg en de afwikkeling van het verhaal te vertellen. Intoxicatie, noemen ze dat in Kinshasa, en ze worden er bijzonder kregelig van.

De dag daarop begint Kinshasa aan het weekend van Palmzondag. Ik lunch met drie Belgische diplomaten. Alle drie dragen ze twee mobilo's bij zich: een Telecel voor de gewone telefoons en een walkie-talkie voor de onderlinge gesprekken. Kort na de middag gaat een van de radio's sputteren. Er is herrie in de luchthaven van Ndjili, naar de rest - dat gaat zo onder diplomaten - mag ik raden. Op de weg terug naar mijn hotel stopt mijn gastheer bij de residentie van een collega. Om te melden dat "mijnheer vanavond wat later thuis zal zijn".

Mijnheer, begrijp ik achteraf, zit vast in Ndjili. Hij heeft vanuit Lubumbashi twee kisten vergezeld, twee kratten met Belgische wapens. De kratten zijn op Ndjili 'onderschept'. Iemand heeft meteen de televisie getipt. Die smeert de beelden van de 'vangst' breed uit, al moeten ze gedraaid zijn door iemand die iets slechts gegeten heeft. In het nieuws beschuldigt een zekere Mabeka België van terrorisme. Het persbureau AFP betitelt deze stokebrand als minister van Informatie. Maar in werkelijkheid is hij directeur de cabinet van informatieminister Ghenda. Ignace Mabeka heeft mijn werkvergunning getekend. Brussel zoekt niet uit wie Mabeka is, Brussel is razend.

Geen van de twee partijen doet de volgende uren water in de wijn. Ik krijg een andere kabinetschef aan de telefoon, Yerodia Abdoulaye, de rechterhand van president Kabila. Soms, als de president afwezig is, leidt hij de regeringsbijeenkomsten. "Dit zijn geen individuele wapens, dit is gesofisticeerd tuig. Er zitten ook speciale verrekijkers bij," zegt Yerodia, die er zijn goed humeur niet bij verliest.

Maar op het terras van de Surkouf, een populaire ontmoetingsplaats voor expatriés, tref ik twee van de Belgische diplomaten. "Dit was opgezet spel," meldt een van hen, "we vroegen al maanden om toestemming om die tuigen via Kinshasa naar België te verschepen. Er kwam geen antwoord. Maar vorige vrijdag moest in één keer alles op transport. Op Ndjili is die cargo dan zogezegd onderschept, onder het oog van de camera's."

We zijn weer een dag verder. Kinshasa heeft geen betere plek om te gaan ijsberen dan het Theâtre Au Zoo. Over een manshoog hek aanschouw ik het leven in de dierentuin, wat apen in een hok, een langenekvogel op een stok. In het theater loopt een internationale boekenbeurs. In de tuin zijn kunstschilders aan het werk, een conterfeit een kamerbreed plattelandstafereel, hutten, waterval en bodemcraquelures incluis. Zo meteen moet minister Raphael Ghenda hier zijn opwachting maken, hij zal er het woord richten tot een vergadering van militante vrouwen.

Ghenda laat uren op zich wachten en is dan bijzonder kort van stof. Of hij naar Brussel gaat om het incident van Ndjili uit te klaren? "Over welk incident hebt u het? Dat van die wapens! Nee, ik ga over een aantal dingen duidelijkheid scheppen." De minister is inderdaad al voor het weekend door zijn regering uitgestuurd. En stof om uit te klaren is er genoeg. Wat Ghenda daar aan de Zoo nog niet weet: Brussel acht zijn komst ongewenst en geeft hem geen visum. Ik had het op het terras van de Surkouf al voelen aankomen.

Zonder dat het hem is meegedeeld, staat Pierre Yambuya onder huisarrest. In de aanpalende kamer logeren nu militairen die hem in de gaten houden. Zijn Telecel is hem afgenomen. En hij is zopas openlijk op straat bedreigd. "Ik heb nu twee vijanden," zegt Yambuya. "Aan de ene kant de Mobutisten waartegen ik zo lang gevochten heb, er zitten er hier nog altijd op sleutelposten, vooral in de Veiligheid. Maar nu heb ik er ook uit het nieuwe regime tegen."

De Veiligheid, dat voel je zo, ziet alles. Je moet maar eens in de lobby van een tophotel gaan zitten kletsen, dan schuift er zo een luistervink naderbij. Een permitteert het zich zelfs om ons een drankje te vragen, "dan denkt iedereen dat ik bij jullie hoor en valt het minder op dat ik hier ben." Geüniformeerde agenten zijn er weinig op straat. Verkeersagenten, ja, in felgele hemden en witte handschoentjes, op de centrale boulevard staan ze op hoge rode kegels een zwierige choreografie op te voeren. En een enkele keer ben ik in het voorbijrijden getuige van een actie van de Police d'Intervention Rapide. Er stopt een vrachtwagen met een tros mannen in donkerblauwe overalls, enkelen duiken in de menigte achter een dief aan. Langs de reisweg van de presidentiële escorte staan militairen. Veel piepjonge soldaten, soms uiterst prikkelbaar. Aan een wegversperring bij Petit Pont, een ambassadebuurt, krijgt een passant een rammeling, voor niets, omdat hij niet onderdanig genoeg was. Voor de rest geen machtsvertoon.

De man aan de top, die kan nog altijd op veel goodwill rekenen, ook van tegenstanders. Op een avond in de betere wijk MontNgafula - de maan ligt op haar rug in het zenit te dutten - neemt een paracommando uit Mobutu's leger me in vertrouwen. Hij heeft zijn wapen moeten afgeven maar wordt wel betaald. Hij lag in Goma toen Kabila's troepen in het oosten opdoken. Tijdens de terugtocht van het Zaïrese leger heeft hij Mobutu's generaals een voor een de wijk zien nemen. Met de rijkdom van het land onder de arm. "Als het is om oorlog te stoken, dat ze dan maar daar blijven. Als ze willen investeren, zijn ze welkom."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234