Maandag 16/12/2019
Mark Zuckerberg in 2018 tijdens de hoorzitting.

Hoop

Stine Jensen en David Nieborg over wat hen hoop geeft: ‘Eindelijk gaan we de techgiganten aanpakken’

Mark Zuckerberg in 2018 tijdens de hoorzitting. Beeld AP

Journalist Joris Luyendijk vroeg honderd wetenschappers, kunstenaars en ondernemers waarom zij denken dat de wereld wél beter wordt, alle onheilstijdingen over het klimaat en de groeiende ongelijkheid ten spijt. De antwoorden bundelde Luyendijk in Hoop: honderd hoopvolle boodschappen waarmee hij de cynici buitenspel zet.

Stine Jensen. Beeld Hollandse Hoogte / Maartje Geels

Stine Jensen, filosofe: ‘Respecteer jezelf’

De leerlingen staan met hun rug naar de muur in het klaslokaal. Ze praten in zichzelf. Het is een beetje een gek gezicht, al die hardop pratende leerlingen, maar het hoort bij de les. Zo meteen zullen ze één voor één hun speech geven. Spreek over het belangrijkste levensadvies dat je ooit hebt gekregen, luidt de opdracht.

Ik ben op reis door Amerika voor een filosofisch tv-programma over de kracht en keerzijde van positief denken, en zo ben ik op een high school in een buitenwijk van Berkeley beland, in Californië. De lerares heet Mikendra McCoy. Ze is één van de voormalige speechschrijvers van Bill Clinton en gelooft dat taal de werkelijkheid vormgeeft en kan veranderen. Ze heeft de politiek verlaten omdat ze het harde spel niet meer wilde spelen, en heeft gekozen voor een leven in het onderwijs, met tieners.

Ik heb zelden zo’n bont gezelschap bij elkaar gezien. De tieners hebben diverse achtergronden: ze komen uit India, Pakistan, China, Japan, Jordanië en Mexico, en ze zijn bijna allemaal meertalig. Hun ouders werken vooral bij techwarebedrijven in de regio. Ze zijn gemigreerd om hun kinderen een goede toekomst te bezorgen en kunnen zich deze high school veroorloven. Er is één wit meisje, de rest is van gemengde afkomst: geel, licht- of donkerbruin.

De speeches beginnen. Ze zijn authentiek, van hoog niveau, soms ontroerend, soms grappig, vaak moedig. Sommige verhalen zijn hartverscheurend. Een jonge vrouw, Adya heet ze, vertelt dat ze India, het land van haar ouders, heeft bezocht. Ze zat een spelletje te doen op de computer, toen een grote kakkerlak op haar sprong. Ze schrok en rende naar de kamer van haar ouders. Die werden boos: hoe kon ze hen voor een kakkerlak wakker maken?

Wat was zij voor verwend Amerikaans meisje geworden? Haar moeder schreeuwde tegen haar en ze kreeg meteen een klap van haar vader. Dat moment heeft haar leven veranderd. ‘Mijn moeder begon te huilen. Ik zag mijn vader zoals ik hem nog nooit had gezien. Mijn moeder kwam de volgende dag naar me toe. Ze zei me dat ik mezelf moest blijven respecteren, altijd.’

Deze leerlingen hebben wat meegemaakt, ze hebben iets te vertellen én ze lopen over van taal. Ze doen ook hun best, geen geklier. Ze geven alles in deze les bij Mikendra, die op haar beurt alles geeft wat ze in huis heeft aan levenswijsheid en kennis over de kracht van taal. Soms wordt het me te veel en speelt mijn Europese wantrouwen op: hoe zit het met stilte, reflectie? Als ik hun dat voorleg, produceert een leerling niet ongeestig meteen een oneliner: ‘Americans act before they think, Europeans think before they act.’

Tijdens mijn verdere reis door Amerika zie ik belachelijk veel grimmige ellende, bijvoorbeeld in downtown Los Angeles en in Baltimore: daklozen, armoede. Maar deze klas is er ook. Onder deze studenten bevindt zich de nieuwe Obama en het is misschien die jonge, welbespraakte, intelligente 16-jarige van Indiase afkomst. Ik vraag haar naar haar rolmodel. Ze wijst naar Mikendra McCoy: ‘Zij gelooft in ons, zij neemt ons serieus, zij investeert in ons, zij geeft om ons. Ze geeft ons de moed om ons uit te spreken. Sterker nog: ze zegt dat we ons móéten uitspreken als we iets willen veranderen in deze wereld.’

Mikendra McCoy pinkt een traantje weg. En ik ook. Het geeft me hoop dat deze jonge kinderen mede dankzij haar vertrouwen hebben gekregen in zichzelf, en dat zij staan voor een betere toekomst, waarin een taal van hoop, veerkracht en samenwerking het gaat winnen van die van angst, haat en oorlog.

David Nieborg Beeld RV

David Nieborg, professor mediastudies: ‘Beboet Facebook’

Daar zat hij dan. Op een kussentje, zo bleek later. De rug recht, gespannen als een snaar, stropdas om. In april 2018 was het dan toch tijd voor multimiljardair en Facebook-directeur Mark Zuckerberg om verantwoording af te leggen. De afgelopen jaren waren tumultueus verlopen. Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 werd Facebook gebruikt, of beter gezegd misbruikt, om kiezers te verwarren, om tweedracht onder hen te zaaien en om de stembusgang te frustreren. Afhankelijk van wie je het vraagt, was dat vrij goed gelukt. Terwijl Facebook groter en machtiger is dan ooit tevoren, heeft het bedrijf flink wat steken laten vallen. En dus moest Zuckerberg zich verantwoorden voor het Amerikaanse Congres. Eindelijk!

‘Meneer Zuckerberg,’ vroeg senator Dick Durbin, ‘vindt u het een fijn idee om met ons de naam te delen van het hotel waar u vannacht hebt geslapen?’ Een simpele vraag, en Zuckerbergs klunzige antwoord was veelzeggend: ‘Euh, nee!’ Durbin: ‘Ik denk dat dit precies is waarom we hier zitten.’

Eerder die dag had Zuckerberg zijn excuses al aangeboden. Voor het vele nepnieuws op het platform, voor het vergemakkelijken van haatzaaien, het niet stoppen van buitenlandse inlichtingendiensten, de vele privacyschendingen en de serie datalekken. Het was de zoveelste keer dat Zuckerberg zich genoodzaakt zag zijn excuses aan te bieden. Niet verwonderlijk als je bedrijfsmotto luidt: ‘Move fast and break things.’

Eigenlijk kwam de hoorzitting veel te laat. Jarenlang kon Facebook Amerikaanse, maar vooral ook Europese normen en waarden een knauw geven. De privacyschendingen waar senator Durbin naar verwees, kwamen ter discussie wegens Cambridge Analytica, het schimmige Britse politieke adviesbureau dat Facebook-data gebruikte om Amerikaanse kiezers te beïnvloeden. De ophef over hoe Cambridge Analytica te werk is gegaan, is meer dan terecht, maar ook enigszins hypocriet. De Britten deden wat honderden, zo niet duizenden andere bedrijven vóór hen deden: bergen persoonsgegevens uit Facebook halen om te proberen gedrag te beïnvloeden. Dat is het verdienmodel van Facebook. Miljoenen adverteerders doen het elke dag. En Facebook-data delen met derde partijen gebeurt ook al jaren.

Kortom: de zorgen over de ongebreidelde macht van Facebook zijn niet nieuw. In 2014 bijvoorbeeld vroeg Harvard-professor Jonathan Zittrain in een opiniestuk in The New Republic zich af: ‘Kan Facebook de verkiezingen beïnvloeden zonder dat we er ooit achter komen?’ Het antwoord was toen al: ja.

Zelfs vlak na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 bleef Zuckerberg ontkennen dat Facebook voor ongeoorloofde doeleinden gebruikt kon worden: ‘Het is nogal een maf idee dat nepnieuws op Facebook, en daar is er maar weinig van, de verkiezingen ook maar enigszins heeft beïnvloed.’ Geen wonder dat de Amerikaanse onderzoeker Siva Vaidhyanathan in zijn recente boek Antisocial Media: How Facebook Disconnects Us and Undermines Democracy geen spaander heel laat van Zuckerberg: ‘Hij is volledig ongeschoold. Hij heeft geen enkel gevoel voor nuance, complexiteit, verandering of zelfs tegenslag.’ Hij mag dan een briljante programmeur en bouwer zijn, betoogt Vaidhyanathan, Zuckerberg mist enig historisch besef over wat mensen elkaar en de planeet kunnen aandoen.

Is het eerlijk om de fouten van Facebook allemaal op Zuckerberg af te schuiven? Misschien niet. Maar wat mij verbaast, is dat Amerikaanse techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk worden vereerd als helden. Wat weten zij nu eigenlijk van de wereld? Wat weten zij van wat er in Nederland gebeurt, in Syrië, Myanmar of India?

Facebook is zó machtig, en misschien wel te groot. Het bedient meer dan 2,3 miljard wereldburgers en is voor velen het besturingssysteem van hun dagelijkse leven. Maar met die macht komt verantwoordelijkheid, transparantie en wat mij betreft diepe nederigheid. Wederom eigenschappen die geen van de bovengenoemde heren bezit.

Toch geven de Amerikaanse hoorzittingen en de daaropvolgende discussies mij vertrouwen in de toekomst. Eindelijk! Eindelijk wordt er geluisterd naar betweterige onderzoekers die vervelende, maar o zo belangrijke kritische vragen stellen. Eindelijk krijgen we iets meer inzicht in hoe databedrijven te werk gaan, iets meer ‘platformgeletterdheid’, zo je wilt.

We zijn er nog lang niet, maar we hebben een nieuwe weg ingeslagen. Facebook zal voorlopig niet verdwijnen, en Zuckerberg? Ach, die is verloren voor de mensheid. Langzaam maar zeker dringt het besef door dat het tijd is platformen te beboeten, te controleren en veel beter te reguleren.

Joris Luyendijk, Hoop, Maven Publishing

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234