Zaterdag 10/12/2022

Stilte beeldhouwen

Vorige zaterdag zou Miles Davis vijfenzeventig geworden zijn, en in september herdenken we alweer de tiende verjaardag van zijn overlijden: het is verwonderlijk dat dit dubbele lustrum nog niet meer voor hommages, herdenkingen en andere vieringen zorgde. Columbia, Miles' platenfirma vanaf de jaren zestig, heeft op de valreep toch een chronologische compilatie op de markt gebracht op de dubbel-cd The Essential Miles Davis. Die biedt een portret in vogelvlucht, gaande van de nerveuze beginjaren bij Charlie Parker, de zogenaamde Birth of the Cool-sessies, de productieve Prestige-jaren met onder anderen Rollins, Coltrane, Red Garland, Philly Joe Jones en Paul Chambers, de projecten met Gil Evans, het monument Kind of Blue, het fenomenale kwintet met Shorter, Hancock, Williams en Carter, het Bitches Brew-keerpunt en de door velen verguisde laatste periode. De nieuwsgierige leek vindt dit misschien een aantrekkelijk vertrekpunt voor een eerste kennismaking, maar ik vrees dat het aangereikte materiaal dan toch heel verwarrend en onsamenhangend moet overkomen. Miles heeft stilistisch zoveel verschillende paden bewandeld, dat je bij oppervlakkige beluistering nauwelijks enige coherentie en consequentie bespeurt. Die is er nochtans, zelfs in de jaren zeventig en tachtig. Miles was geen virtuoos, hij was een man van weinig woorden en noten, hij beeldhouwde meer stilte dan geluid.

De tweede cd opent met het hoogtepunt van die zoektocht: een tot op het bot uitgeklede versie van 'My Funny Valentine' met Herbie Hancock, Wayne Shorter, Tony Williams en Ron Carter. Daarna ging het onherroepelijk bergaf. Dat had te maken met Miles' obsessie voor succes (Sly Stone en andere popmuzikanten staken hem de ogen uit), zijn voortdurend verlangen om hip te zijn, maar nog meer met een van de gevolgen daarvan: het fenomeen Miles zoog een hele rist minder begenadigde muzikanten aan. Je had wel een Keith Jarrett, Chick Corea en Dave Holland, maar daarnaast ook een Bennie Maupin, Mike Stern, Lenny White, Marcus Miller en zelfs John Scofield. Dat zijn mensen die best een instrument kunnen hanteren, maar die geen barst verstand hebben van Miles' weldadige economie. Daardoor werd de muziek alsmaar drukker en inhoudslozer. De dieptepunten staan hier goed gedocumenteerd: het onnozel gedrag op 'Black Satin' (uit On the Corner) en het pompende lijflied 'Jean Pierre' (uit We Want Miles), een fijne melodie maar een rampzalige vormgeving. Columbia had beter materiaal kunnen kiezen, maar ik vrees dat het wel het meest representatieve is. Op de nieuwste van Marcus Miller (getiteld M2) kun je trouwens nagaan waartoe dit alles intussen geleid heeft. Bah.

The Essential Miles Davis, Columbia/Sony Music

Marcus Miller, M2, Dreyfus Jazz/Culture Records

Didier Wijnants

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234