Vrijdag 01/07/2022

AchtergrondStille killer asbest

Stille killer asbest: ‘Mijn broers en ik vroegen ons al jaren af wie de volgende zou zijn. Nu weet ik dat ik het ben’

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

‘Onze familiegeschiedenis lijkt op een aftelrijmpje’, zegt Eric Jonckheere (63), die zijn levenswerk maakte van de strijd tegen het dodelijke asbest. Zijn vader stierf in 1987 als eerste in het gezin van zeven aan asbestkanker. In 2000 volgde zijn moeder. Daarna nog twee broers, niet ouder dan 43 en 45 jaar. ‘Toen waren we nog met drie. Mijn broers en ik vroegen ons al jaren af wie de volgende zou zijn. Nu weet ik dat ik het ben.’ Eric Jonckheere is ziek, maar dat belet hem niet om de cementproducent Eternit voor de rechter te dagen, net zoals zijn moeder hem al voordeed.

Annemie Bulte

Piloot Eric Jonckheere voelde de eerste ziektesymptomen toen hij een tussenlanding maakte in Hongkong. Het was begin 2021, midden in de coronapandemie. Als vrachtpiloot vloog hij de wereld rond, een job die hij met veel passie deed.

Eric Jonckheere: “We zaten midden in de lockdown. Mensen konden niet meer reizen met het vliegtuig, maar de vrachtpiloten hadden het drukker dan ooit. Wie moest anders al die mondmaskers en vaccins op hun bestemming brengen? Ik zag het als een missie. De wereld had ons nodig. Op mijn hotelkamer in Hongkong voelde ik pijn aan mijn rechterlong. Ik had ook een droge hoest.”

Je dacht niet meteen aan asbestkanker, zoals mesothelioom genoemd wordt?

Jonckheere: “Ik hoopte dat het covid was. Of een gebrek aan beweging. We werden al maanden opgesloten in onze hotelkamers als we ergens een tussenlanding maakten. Je kreeg een kamersleutel die maar één keer werkte: om naar binnen te gaan. Daarna zat je opgesloten tot je de volgende ochtend vertrok.

“’s Anderendaags was ik in Alaska. De pijn bleef en ik heb mijn longdokter gebeld: ‘Ik denk dat het tijd is dat we nog eens een afspraak maken.’”

Wanneer kreeg je het verdict?

Jonckheere: “Op 4 februari 2021. Ik zal het nooit vergeten, het was Wereldkankerdag. De dokter zat voor me met een rood aangelopen gezicht. Hij kon het zelf ook niet geloven. ‘Eric, ik vrees dat we een diagnose van mesothelioom hebben.’ Ik was nummer vijf in de familie.”

Elf jaar geleden interviewde ik voor het eerst Eric Jonckheere. Hij was toen 53 en nog niet ziek, maar hij wist wel dat zijn longen vol asbest zaten. Voor de rechtbank in Brussel liep het proces dat zijn moeder Françoise Van Noorbeeck in het laatste jaar van haar leven had aangespannen tegen Eternit, nadat bij haar de dodelijke ziekte mesothelioom was vastgesteld. De asbestfabrikant droeg een verpletterende verantwoordelijkheid, stelde ze, omdat die de werknemers en de bevolking altijd had voorgelogen. Al in de jaren 60 werd immers onomstotelijk bewezen dat asbest allerlei dodelijke longaandoeningen veroorzaakt. Toch bleef de fabrikant dat gevaar voor de volksgezondheid verbergen en minimaliseren. Pas in 1997 stopte het bedrijf de productie met asbest, een jaar voor het in België bij wet verboden werd.

Het was het eerste proces in België tegen de cementfabrikant. Van Noorbeeck had een schadevergoeding van Eternit geweigerd, omdat ze anders geen proces kon aanspannen. Ze heeft gewonnen.

In het vonnis van 2011, tien jaar na haar dood, verwees de rechter naar ‘het ongelooflijke cynisme waarmee Eternit uit winstbejag de wetenschap heeft opzijgeschoven en niet enkel zijn werknemers, maar tevens de omgeving en omwonenden blootstelde aan het gevaar van dit product’. Eternit ging in beroep, maar kreeg in 2017 opnieuw ongelijk.

Voor de familie Jonckheere was het een wrange overwinning. Mesothelioom had intussen al vier dodelijke slachtoffers gemaakt in het gezin: de ouders en twee broers, Pierre-Paul (43) en Stéphane (45). Nu heeft ook voor Eric, de oudste van de vijf, de gong geslagen.

Als ik zeg dat hij er goed uitziet, schuift hij zijn trui omhoog en toont hij het enorme litteken onder zijn rechterarm: het resultaat van de zeven uur durende operatie waarbij zijn longvlies werd verwijderd.

Jonckheere: “Ik heb enorm veel geluk gehad. De meeste patiënten bij wie mesothelioom wordt vastgesteld, hebben nog één of twee jaar te leven. Maar 5 procent kan nog een operatie ondergaan, waarbij men het longvlies of één van de longen wegneemt, als de ziekte zich nog in een pril stadium bevindt. Een paar weken na de diagnose ben ik onder het mes gegaan en hebben de dokters mijn longvlies verwijderd. Of de kanker daarmee ook weg is, is niet zeker. Hij kan altijd terugkomen. Ik weet niet hoelang ik nog zal leven.”

Cynisch dat het net jou overkomt: je hebt van de strijd tegen asbest je levenswerk gemaakt.

Jonckheere: “Plots ben je geen klokkenluider meer, maar een slachtoffer. Dat is een duizelingwekkende val. Maar ik wil geen medelijden. Ik blijf strijdbaar. Na mijn diagnose heb ik besloten om Eternit te dagvaarden, net zoals mijn moeder heeft gedaan. Het bedrijf heeft decennialang bewust gelogen over de link tussen asbest en mesothelioom. Daar zijn ze lang mee weggekomen, want de ziekte manifesteert zich meestal maar 35 tot 40 jaar na de blootstelling aan asbest. Ik ken slachtoffers die in de jaren 80 als student één zomer bij Eternit gewerkt hebben, als vakantiejob. Dat was genoeg om 35 jaar later dodelijk ziek te worden.

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

“Zelf heb ik tot mijn 20ste in Kapelle-op-den-Bos gewoond. Ons huis lag vlak bij de Eternit-fabriek. Mijn broers en ik wisten dat onze longen vol asbest zaten. Bij sommigen ontwikkelt het zich tot borstvlieskanker, bij anderen niet. Dat is leven met een zwaard van Damocles boven je hoofd. Valt het, of valt het niet?

“Hoe ouder ik werd, hoe meer hoop ik kreeg dat de ziekte mij niet te pakken zou krijgen. Ik werd twee keer grootvader en maakte volop plannen voor mijn pensioen. Ik dacht dat ik misschien door het oog van de naald was gekropen. Niet dus. Het zwaard is gevallen, na 42 jaar.”

KILLER DUST

In de jaren 70 was België wereldwijd koploper in het asbestverbruik per inwoner. Na de brand in de Brusselse Innovation in 1967 (251 doden, 62 gewonden) gold de vuurbestendige vezel als wondermiddel om gebouwen brandveilig te maken. Plots werd asbest voor alles gebruikt: rioolbuizen en drinkwaterleidingen, schoolborden, autoremschijven, in treinwagons, in scholen, kazernes en openbare gebouwen... Wit asbest werd zelfs in de detailhandel verkocht als decoratie voor kerstbomen – het leek perfect op sneeuwvlokken.

Zowat 90 procent van het asbest in België werd ingevoerd door Eternit, een bedrijf in handen van de oude, schatrijke familie Emsens, die haar fortuin bouwde op ‘het perfecte huwelijk tussen asbest en cement’. Twee grote Eternit-fabrieken waren gevestigd in het landelijke Kapelle-op-den-Bos en buurdorp Tisselt. Ze waren de belangrijste werkgevers in de streek, met bijna vierduizend arbeiders, en de lokale politici voelden zich schatplichtig tegenover het bedrijf.

Jonckheere: “Bijna iedereen in het dorp had een link met Eternit. Veel mannen werkten er. Studenten deden er vakantiewerk. De bedrijfsarts, dokter Jacques Lepoutre, was de huisdokter van veel gezinnen in Kapelle, ook die van ons. Burgemeester Symons zorgde met zijn transportbedrijf voor het vervoer voor het bedrijf. Eternit was als een vader voor het dorp.

“De werknemers kregen gratis eternieten platen mee naar huis, en die gebruikten ze voor alles: om duivenkoten en tuinhuisjes mee te bouwen, om bloembakken en schuttingen in elkaar te zetten. Mensen legden hun oprit aan met asbestgrind dat ze cadeau kregen bij de fabriek – die moest toch van het afval af. Ze strooiden het in hun tuin, op parkings, tussen de graven op het kerkhof. Veel wandel- en fietspaadjes in de omgeving waren gemaakt van asbestafval. Het stof wolkte op en verspreidde zich in de omgeving. Ik herinner me dat de groenten in onze tuin altijd onder een dun wit laagje zaten.

“De kinderen uit het dorp deden niets liever dan ravotten op het stort van Eternit achter onze tuin. Daar lagen tonnen asbestpuin waar gras op was gezaaid. We hielden er races met onze fiets en speelden er verstoppertje. Het was een idyllische plek. Ik zal mijn kindertijd altijd associëren met de geur van asbestcement: een zachte, koude betongeur, niet prikkelend, bijna aangenaam.”

Terwijl de kinderen verstoppertje speelden op het stort, in grote buizen uit asbest, verschenen overal ter wereld alarmerende studies over de gevaren. Begin jaren 60 werd de link met longkanker en mesothelioom definitief bewezen. Eén asbestvezel inademen was genoeg om het dodelijke mesothelioom te ontwikkelen. Zelfs de gewone pers begon asbest al in 1965 te bestempelen als killer dust. Eternit deed de onheilspellende studies af als ‘onbetekenend’, ‘vaag’ of ‘onzorgvuldig’. In Kapelle zei directeur-generaal Etienne Vander Rest dat het gevaar ‘praktisch nul’ was.

Veertig jaar later is duidelijk dat dat enigszins naast de waarheid lag. Het aantal overlijdens ten gevolge van mesothelioom ligt in Kapelle elf keer hoger dan in de rest van Vlaanderen. Eerst stierven de arbeiders in de fabriek. Dan de mensen die in de omgeving woonden.

Jonckheere: “In 2014 hebben we een inventaris van het aantal asbestdoden in Kapelle proberen te maken. Toen kwamen we aan 150 slachtoffers – een onderschatting, want in de streek heerste een soort omerta. Wat opviel, was dat veel omgevingsslachtoffers ten oosten van de fabriek woonden, in de dominante windrichting.”

“De omgevingsslachtoffers in mijn praktijk worden talrijker”, merkt ook Renaat Huysmans, huisarts in Kapelle-op-den-Bos. Sinds enkele jaren is hij er burgemeester voor de N-VA, in een coalitie met Groen.

Renaat Huysmans: “Ik ben in de gemeentepolitiek gestapt uit verontwaardiging. Al jaren zie ik patiënten creperen aan mesothelioom, maar in Kapelle mocht je geen kwaad woord zeggen over Eternit, anders was je een nestbevuiler. Het gemeentebestuur durfde zich niet uit te spreken over de fouten die in het verleden waren gemaakt. Maar ik zag de gevolgen wel in mijn kabinet. In de slechtste periode had ik vijf of zes patiënten met asbestkanker per jaar. En dan moet je weten dat hier in de omgeving een tiental dokterspraktijken zijn, die net hetzelfde zagen.

“Eternit heeft intussen wel de sanering van de meest vervuilde plekken en van een aantal scholen gefinancierd. Maar dat wil niet zeggen dat de mensen niet meer ziek worden. Volgend jaar komt er een herdenkingsmonument voor de slachtoffers op het vernieuwde marktplein. Dat vraagt de slachtoffervereniging Abeva al langer, maar de vorige gemeentebesturen zijn daar nooit op willen ingaan.”

Wat staat een patiënt met mesothelioom te wachten?

Huysmans: “Het begint altijd plots, met een droge kuch. Mensen worden kortademig. Mesothelioom is een kanker van het longvlies, dat als een zak rond de longen zit. Door de kanker begint dat vlies te verharden, zodat ademen steeds moeilijker wordt, tot het longvlies een sarcofaag rond de longen vormt. Dat gaat gepaard met verschrikkelijke pijnen en het gevoel dat je niet meer kunt ademen. Die patiënten vragen vaak om euthanasie. Ze kunnen de pijn niet meer verdragen, ondanks massieve dosissen pijnstillers. De aftakeling is snel en genadeloos, bij de meesten duurt het negen tot veertien maanden. Het is beenhard om hen als huisarts te moeten begeleiden.

“Wie een operatie kan ondergaan, heeft meer kansen, maar ook in zulke gevallen heb ik de kanker al zien terugkomen. Ik heb één patiënt die acht jaar geleden geopereerd is en nog steeds gezond is, maar hij is een uitzondering.”

Jonckheere: “In Harmignies, waar vroeger een filiaal van Eternit stond, hebben vier mesothelioomslachtoffers zelfmoord gepleegd toen ze ontdekten welk lot hen te wachten stond.”

‘De kinderen uit het dorp deden niets liever dan ravotten op het stort van Eternit. Mensen uit de buurt kregen asbestgrind cadeau van de fabriek en strooiden het in hun tuin. De groenten uit onze tuin zaten altijd onder een wit laagje stof.’
 Beeld rv
‘De kinderen uit het dorp deden niets liever dan ravotten op het stort van Eternit. Mensen uit de buurt kregen asbestgrind cadeau van de fabriek en strooiden het in hun tuin. De groenten uit onze tuin zaten altijd onder een wit laagje stof.’Beeld rv

VIER OP EEN RIJ

Jij hebt de lijdensweg van mesothelioom al vier keer van dichtbij meegemaakt, Eric.

Jonckheere(knikt): “Mijn vader werd als eerste ziek. In 1986 was hij 58 jaar en net met vervroegd pensioen gegaan, tegen zijn zin. In het begin was het alleen een kuchje. Een zachte, maar hardnekkige hoest. Mijn vader wuifde alle ongerustheid weg, maar het werd erger. Omdat hij pijn aan zijn longen kreeg, ging hij toch eens langs de huisarts. Dat was dokter Jacques Lepoutre, de bedrijfsarts van Eternit die al jaren wetenschappelijke congressen afreisde om het gevaar van asbest te minimaliseren. Op tv vertelde hij dat hij nog geen enkel geval van mesothelioom bij een werknemer van Eternit had ontdekt. Volgens hem was mijn vader kerngezond. Met wat antibiotica zou de hoest wel weggaan.

“De diagnose werd uiteindelijk gesteld toen mijn vader zich later in een ziekenhuis liet onderzoeken. Het was een enorme schok, ook voor mijn moeder. Eternit had dus tóch gelogen. Een jaar later, op 13 juni 1987, was mijn vader dood.

“Dertien jaar later werd mijn moeder ziek, tijdens een reis naar Jeruzalem. Ze kreeg pijn op de borst, was kortademig en moest vroegtijdig terugkeren. In het begin dachten we helemaal niet aan mesothelioom. Per slot van rekening had mijn moeder nooit in de fabriek gewerkt. Toen het verdict kwam, maakte ze zich vooral zorgen om ons, de vijf kinderen. ‘Ik heb de kleren van papa gewassen, ik heb er het stof uit geklopt, misschien heb ik daardoor asbest binnengekregen. Maar hoe zit het met jullie?’

“We hebben ons toen alle vijf laten onderzoeken. Bleek dat we tjokvol asbest zaten. Dat was dubbel slikken. We waren niet verrast door het feit dát er asbest in ons lijf zat, maar wel door de hoeveelheden: evenveel als een arbeider die zijn hele leven bij Eternit had gewerkt.

“Omgevingsslachtoffers van asbest kregen geen enkele steun. Het maakte mijn moeder woedend. In het voorjaar van 2000 heeft ze samen met anderen de slachtoffervereniging Abeva opgericht. Op 4 juli 2000 is ze gestorven, ze was 67. Ze moest immense inspanningen doen om nog te kunnen ademen. Op haar sterfbed heb ik haar beloofd dat ik haar rechtszaak tegen Eternit zou voortzetten.”

Een goed jaar later werd je broer ziek.

Jonckheere: “Pierre-Paul was de broer met wie ik als kind het meest was opgetrokken, want we scheelden maar dertien maanden. Ik voel mijn bloed nog altijd stollen als ik denk aan die kerstavond waarop hij het aankondigde, in tranen: ‘Luister eens, jongens, ik ben de volgende.’ Pierre-Paul had van ons vijf het meeste asbest in zijn lijf, maar het kwam toch onverwacht, omdat hij de sportiefste van ons was. We waren sprakeloos en verbijsterd.

“Hij heeft zich tot het laatste moment vastgeklampt aan het leven. Liet zich in Parijs behandelen met een nieuwe medische techniek. Die leek eerst te helpen, maar daarna toch niet. Zijn ontgoocheling was enorm. Hij plooide helemaal terug op zichzelf en ik had moeite om tot hem door te dringen. Zijn laatste krachten heeft hij besteed aan de renovatie van zijn huis, zodat het klaar zou zijn voor zijn vrouw en zijn kinderen. Die waren nog maar net uit de luiers.

“Pierre-Paul is 43 jaar geworden, hij stierf op 13 mei 2003. Op zijn begrafenis zagen mijn broers en ik veel oude bekenden terug, kameraadjes met wie we als kind op het stort van Eternit hadden gespeeld. Aan de koffietafel zei mijn broer Stéphane plots dat hij dacht dat hij de volgende zou zijn. We probeerden hem gerust te stellen, maar hij kreeg gelijk, helaas.”

Waarom zei hij dat?

Jonckheere: “Hij had een hoest en maakte zich zorgen. De diagnose kwam in januari 2007. Hij heeft homeopathie geprobeerd, daarna een behandeling door pneumologen van de KU Leuven, waar het aantal asbestslachtoffers dat hulp kwam zoeken in twee jaar tijd was geëxplodeerd: van één geval per maand naar drie per week. Stéphane heeft zich ook laten opereren, er is een long weggenomen. Het heeft niet geholpen. Hij is in januari 2009 overleden.”

Toen waren jullie nog met drie.

Jonckheere (knikt): “We wisten alle drie dat één van ons de volgende kon zijn, maar we hebben er nooit met elkaar over gepraat. Het onderwerp is te pijnlijk.

“Ik ben altijd strijdvaardig geweest. Ook nu. Toen ik de diagnose van mesothelioom kreeg, heb ik een paar seconden genomen om het te laten doordringen. Mijn volgende gedachte was: ik ga niet huilen, ik wil actie. Ik had geen tijd om te wanhopen.”

Hoe reageerden je broers?

Jonckheere: “Mijn jongste broer Benoit woont in Miami, waar hij als bioloog in een plantentuin werkt. Ik heb het hem via Skype verteld. Hij schrok, maar reageerde gelaten: ‘Wat kunnen we er nog tegen beginnen?’ Benoit is altijd gevlucht voor de ziekte. Hij is tevreden in Amerika, tussen zijn planten, en wil er niets van weten. Ik neem hem die keuze niet kwalijk.

“Mijn broer Xavier was heel ongerust. Hij had zich al vijf jaar niet meer laten controleren, en eigenlijk moet je dat om de achttien maanden doen. Hij is onmiddellijk naar de dokter gegaan. Zijn testen waren negatief, en daar ben ik blij om. Ik weet hoe moeilijk hij de gedachte vindt dat hij de ziekte in zijn longen meedraagt. Xavier is brandweerman, en is ook net grootvader geworden.

“Mijn kinderen reageerden emotioneel. Ze konden het niet geloven, hoewel ze wisten dat de kans bestond. Mijn dochter had het moeilijk toen ze eerst haar grootmoeder zag aftakelen, daarna een oom, en dan nog een oom. Als kind vroeg ze me al of ik de volgende zou zijn. Maar ik voel hoe mijn kinderen me vandaag steunen. Ze hebben beloofd dat zij de rechtszaak zullen voortzetten als ik er zelf niet meer ben voor er een verdict valt.”

‘Er zijn slachtoffers die in de jaren 80 één zomer bij Eternit gewerkt hebben, als vakantiejob. Dat was genoeg om 35 jaar later dodelijk ziek te worden.’ (Foto: het ouderlijke huis van de familie Jonckheere, vlak bij de Eternit-fabriek.) Beeld rv
‘Er zijn slachtoffers die in de jaren 80 één zomer bij Eternit gewerkt hebben, als vakantiejob. Dat was genoeg om 35 jaar later dodelijk ziek te worden.’ (Foto: het ouderlijke huis van de familie Jonckheere, vlak bij de Eternit-fabriek.)Beeld rv

VUIL SPEL

Is je ziekte de trigger geweest om een nieuw proces aan te spannen tegen Eternit, dat nu Etex heet?

Jonckheere: “Ja. Het is niet toevallig dat er na het proces van mijn moeder geen andere meer volgden in België. Sinds 2007 is het Asbestfonds opgericht. Slachtoffers kunnen daardoor op een snelle schadevergoeding van 2.000 euro per maand rekenen, op voorwaarde dat ze afzien van gerechtelijke stappen. Die regeling van immuniteit voor de vervuiler is een cadeau van de politici aan de astbestlobby, die heel actief was in België. Wij zijn trouwens het enige land waar mensen moeten kiezen tussen de rechtbank en het Asbestfonds. In Frankrijk kunnen slachtoffers die een schadevergoeding krijgen, wél nog naar het gerecht stappen. In Japan hebben asbestbazen zich verontschuldigd bij de slachtoffers. In België krijg je geld en moet je verder je mond houden.

“Ik heb contacten met tal van slachtofferverenigingen in de hele wereld. Daardoor weet ik hoe machtig de asbestlobby in België was. De directie van Eternit verschool zich altijd achter de wetgeving, die het gebruik van asbest pas in 1998 verbood. Maar dat was het ’m nu net: de Belgische asbestwetgeving liep hopeloos achter op andere landen door de invloed van de sterke lobby. In Denemarken, bijvoorbeeld, werd asbest al in 1986 bij wet verboden. In Italië in 1992. In België pas zes jaar later.

“De financiering van het Asbestfonds is nog zo’n onrechtvaardigheid. Alle bedrijven in België, of ze ooit asbest hebben gebruikt of niet, betalen dezelfde bijdrage, namelijk één tienduizendste van de loonsom. Eternit doet daar een goede zaak mee: het bedrijf betaalt 9.000 euro per jaar aan het fonds – nog niet eens de helft van de jaarlijkse schadeloosstelling voor één enkel asbestslachtoffer. Ze betalen hetzelfde percentage als een kapper in Blankenberge of een slager in Bastenaken.”

Je ontvangt zelf ook een schadevergoeding van het Asbestfonds. Hoe konden jullie het bedrijf dan dagvaarden?

Jonckheere: “Er bestaat één uitzondering op de immuniteit, namelijk wanneer je kunt aantonen dat het bedrijf een opzettelijke fout heeft gemaakt. En dat is precies wat ik wil doen in de rechtbank, samen met mijn advocaat Jan Fermon. Hij heeft ons ook bijgestaan in de zaak van mijn moeder.”

Het bedrijf Etex wil geen reactie kwijt over de jaarlijkse bijdrage van 9.000 euro aan het Asbestfonds. In een persbericht zegt het bedrijf de diagnose van Eric Jonckheere en andere zieken door asbest te betreuren. ‘We zullen de dagvaarding lezen en analyseren’, klinkt het.

N-VA-parlementslid Valerie Van Peel probeerde onlangs voor de derde keer om via een wetsvoorstel het Asbestfonds te hervormen. Ze kent het verhaal van de familie Jonckheere en noemt de huidige regelgeving immoreel. “Eternit en de familie Emsens zijn altijd buiten schot gebleven dankzij hun banden met de politiek”, zegt Van Peel.

Hoezo?

Valerie Van Peel: “Toen de Senaat in 2007 een akkoord had gevonden over de oprichting van het Asbestfonds, heeft voormalig premier Guy Verhofstadt (Open Vld) dat wetsvoorstel op het laatste nippertje naar zich toe getrokken, om er een paar dingen aan toe te voegen. Onder meer de verplichte keuze tussen een schadevergoeding van het Asbestfonds en een rechtszaak.

“Ik heb al twee keer geprobeerd om dat te veranderen met een wetsvoorstel, maar twee keer hebben de liberalen dat tegengehouden. De eerste keer lag het kabinet van minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld) dwars. Daarna heb ik het in het parlement geprobeerd, en toen heeft Vincent Van Quickenborne (Open Vld) de commissie platgelegd, zodat er niet gestemd kon worden.”

Ook twee weken geleden kreeg het voorstel tot grote frustratie van Van Peel onvoldoende steun in de Kamercommissie. De meerderheidspartijen vormden een front, waardoor het voorstel weggestemd werd.

Jonckheere: “Er vallen doden in álle sectoren. Sommige slachtoffers bij Abeva hebben in scholen gewerkt. Asbest werd destijds gebruikt voor schoolborden en voor de valse plafonds in de klaslokalen, een mengeling van gips en asbest. Na dertig jaar komen de vezels in die oude gebouwen los en dwarrelen ze naar beneden. In sommige scholen ligt elke ochtend een dun wit laagje op de lessenaars, die het poetspersoneel moet schoonmaken. Anno 2022!

“We weten dat er in Groot-Brittannië elk jaar dertig leerkrachten sterven aan asbestkanker. Het kan niet anders dan dat dat ook in België gebeurt, maar daarover geeft het Asbestfonds of het Fonds voor Beroepsziekten geen informatie. Hoeveel brandweermannen en militairen zijn ziek geworden door asbest? We weten dat de kazernes vol zitten met het goedje. Net als stations en oude treinwagons. Hoeveel mensen die voor de NMBS werkten, hebben de dodelijke vezel ingeademd?”

Eric Jonckheere: ‘We zijn het enige land waar slachtoffers alleen een schadevergoeding krijgen als ze afzien van gerechtelijke stappen. Een cadeau van de politiek aan de asbestlobby.’
 Beeld Marco Mertens
Eric Jonckheere: ‘We zijn het enige land waar slachtoffers alleen een schadevergoeding krijgen als ze afzien van gerechtelijke stappen. Een cadeau van de politiek aan de asbestlobby.’Beeld Marco Mertens

ZIEKE MAGISTRAAT

Naast de rechtszaak van Eric Jonckheere zijn in ons land nog drie asbestprocessen op komst, maar niet tegen Eternit zelf. Twee families van ex-werknemers van het spoor die overleden zijn aan asbestkanker, klagen de NMBS aan.

En dan is er het asbest in het Brusselse Justitiepaleis, een hopeloos verouderd gebouw dat al bijna veertig jaar in de steigers staat. In april 2019 overleed de Brusselse magistraat Véronique Goblet (63) aan mesothelioom. Ze was net met pensioen. Haar hele carrière heeft ze in het oude gerechtsgebouw aan het Poelaertplein en het krakkemikkige bijgebouw gewerkt. Ze was parketmagistraat en onderzoeksrechter en sloot haar carrière af als voorzitster van het hof van beroep. Haar man Dominique Harmel, zoon van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Pierre Harmel, wil de Regie der Gebouwen dagvaarden, dat het Justitiepaleis beheert.

Dominique Harmel: “Mijn echtgenote ging met pensioen op haar 60ste. Enkele maanden later kreeg ze longvlieskanker, een gevolg van de asbestvezels die ze in het Justitiepaleis heeft ingeademd. Haar ziekte was een verschrikkelijke lijdensweg. Ze is in mijn armen gestorven, op een waardige manier. Maar ik ben enorm kwaad op haar werkgever, de overheidsdienst van Justitie, en de Regie der Gebouwen. Het is duidelijk dat het Justitiepaleis nog altijd vol met asbest zit.”

U bent zelf advocaat en kent het gerechtsgebouw dus goed.

Harmel: “Ik herinner me nog dat ik 35 jaar geleden als jonge advocaat vaak in de kelder van het paleis moest zijn. In de gang was een enorme asbestsanering aan de gang; er liepen overal werknemers in hermetische beschermingspakken rond, maar ons lieten ze zomaar in toga langs de stoffige werf lopen, die alleen was afgeschermd met plastic gordijnen. Onder confraters noemden we het de ‘dodengang’, omdat we het amper konden geloven. Zo nonchalant ging men daar met het asbest om.”

Wat wilt u met het proces bereiken?

Harmel: “Dat de Regie der Gebouwen, die toch een overheidsinstantie is, de veiligheidsnormen respecteert. Waarom zou de staat zijn eigen regels niet moeten volgen? Mij gaat het om de veiligheid voor de toekomstige generaties. Ik wil weten in welke zalen nog asbest aanwezig is en welke gezondheidsrisico’s er zijn. Er komen dagelijks duizenden mensen in dat gebouw, maar niemand rept over het goedje dat ons allemaal langzaam vergiftigt.”

PFOS-schandaal

Eigenlijk zijn er nogal wat parallellen tussen het asbestverhaal en het PFOS-schandaal in Zwijndrecht, Eric.

Jonckheere (knikt): “Ook daar gaat het om een schadelijke stof die door een multinational in de omgeving wordt geloosd. Een bedrijf dat weigert om zijn verantwoordelijkheid te nemen en met zogenaamde wetenschappelijke studies twijfel zaait. Een bevolking die in het ongewisse wordt gelaten. En de dubbelzinnige houding van de politiek, die niet weet hoe ze moet reageren, omdat 3M ook voor werkgelegenheid zorgt. Je ziet dezelfde mechanismen van de bedrijfslobby op gang komen. De geschiedenis herhaalt zich. Alleen weten we in het geval van PFOS nog niet om hoeveel zieken het gaat.”

Op het sterfbed van je moeder heb je beloofd om haar proces voort te zetten. Dat heeft zeventien jaar geduurd. Ben je niet bang dat je nooit het resultaat van je eigen rechtszaak zult kennen?

Jonckheere: “Ik weet niet hoelang ik nog zal leven, en misschien maak ik de uitspraak niet meer mee. Dan is dat maar zo. Zal de kanker, die zo lang in mijn lichaam heeft gesluimerd, nog terugkomen? Niets is zeker. Ik heb veel van mijn dromen moeten opgeven. Mijn longen zijn nog intact, maar ademen gaat veel moeilijker zonder longvlies. Lopen of fietsen in de bergen, zoals ik vroeger deed, kan ik niet meer. Wandelen wel, en dat doe ik dan ook zoveel mogelijk. En er zijn de neveneffecten van de chemo: tinnitus en slapende voeten.

“Ik heb intussen genoeg van de dood gezien om ermee te kunnen omgaan. Zal ik mijn kleinkinderen nog zien opgroeien? Ik weet het niet. Als ik afscheid neem van mijn kinderen en naasten, zorg ik altijd dat ik met alles in het reine ben. De keuzes die ik in mijn leven heb gemaakt, zijn allemaal ingegeven door het donkere gat dat asbest in mijn bestaan heeft geslagen: mijn strijd voor de slachtoffers, de tijd die ik met mijn familie en mijn partner doorbreng, dit proces. Ik wil iets achterlaten voor de toekomstige slachtoffers van asbest, zoals mijn moeder heeft gedaan. Ik wil vechten voor het recht op een gezond leven.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234