Vrijdag 14/05/2021

Stil zijn in het wild gewemel

Ik had vroeger een klein wit konijntje met rode oogjes. Een albino. Ik noemde haar Sneeuwwitje. We hadden haar gekocht op de markt, nadat ik er lang om had gezeurd. Ik zou haar toch niet goed verzorgen, zei mijn moeder. Maar een 'Ah, geef dat kind een konijn' van mijn vader had de doorslag gegeven. Sneeuwwitje mocht in de plastic oranje Lego-doos op mijn kamer. Toen het mooi weer werd wilde ik haar uitlaten. Ik had sterk touw nodig. Mijn broer zei dat vistouw erg sterk was. Ik haalde een klosje doorzichtig visgaren uit mijn vaders viskoffertje. Op school had ik net leren vingerhaken, dus ik kon een mooi lusje maken. Een heel handig lusje, dat groter en kleiner kon. Ik deed Sneeuwwitje haar halsbandje om en zette haar op de rode stoeptegels achter ons huis. 'Kom maar, Sneeuwwitje,' zei ik. Ik gaf een rukje aan het touw, maar Sneeuwwitje wilde niet komen. 'Kom maar.' Ik duwde haar naar voren, een klein hupje, maar verder ging ze niet. Er zat niets anders op dan harder te trekken. Het nekje rekte uit naar voren, maar ze liep niet. Ik trok harder. Het nekje ging verder naar voren, maar Sneeuwwitjes pootjes stonden stijf op de tegels en haar lijf trok ze onwillig naar achteren. Ik hoorde de nagels over de tegels krassen toen ik haar achter me aan trok. Eén meter, twee meter, tweeënhalf, Sneeuwwitje verzette geen poot. Op de rode stoeptegels stonden wel twee lange witte krassen van haar nagels en Sneeuwwitjes nekje was nu net zo rood als haar oogjes.

Uit Esther Gerritsen (°1972), Stil zijn in het wild gewemel, 1995.

Mijn leraar Nederlands

Ik werd verliefd op mijn leraar Nederlands op het moment dat hij mij een shagje aanbood. Hij draaide Atom Heart Mother van Pink Floyd in de klas, we analyseerden de tekst en mochten roken. Hij reikte mij zijn pakje Winner aan, het plastic ervan was verfomfaaid en er zat van dat macrobiotische vloei en een klein plakje hasj in. We luisterden ingespannen naar de teksten. Ik luisterde nooit naar gezongen teksten, er was iets met mijn oren. Ik kon niet begrijpen dat anderen ze wel verstonden, ik beschouwde mezelf als invalide op dat gebied.

Het luisteren naar Pink Floyd was in het kader van iets, poëzie denk ik. Ik weet alleen dat ik in die groene ogen en die zwarte Zappa-sik van mijn leraar Nederlands wegzeilde en voorlopig niet van plan was terug te komen. Hij had een heel strakke witte spijkerbroek aan en een donkerblauw fluwelen vestje over een wit overhemd. Je zag precies waar zijn rol King in zijn broek zat, en als hij met veel moeite zijn lange vingers een eindje in een van zijn broekzakken had gestoken, kon hij hem bijna aanraken. Ik hield er de hele les mijn ogen niet van af. Ik was er overigens van overtuigd dat ik hem stijf kon kijken. Dat dit niet gebeurde, kwam alleen maar omdat die spijkerbroek veel en veel te nauw was.

Uit Wanda Reisel (°1955), Plattegrond van een jeugd, 2010.

Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won

Daar staat ze, met de verbazing in haar ogen en de wasmand in haar handen vastgevroren. Een standbeeld ter ere van de vlijtige huismoeder, om onverklaarbare en weinig praktische redenen neergepoot in het midden van onze geopende garagepoort. Ze kijkt alsof wat ze net gezien heeft alle verbeelding tart. Maar dat doet het niet. Het tart háár verbeelding, alleen de hare.

'Manneke, venteke, naar waar gaat ge? Het is zaterdag.' Ten eerste: ik weiger nog langer om mijn moeder te antwoorden wanneer zij mij toespreekt met 'manneke', 'venteke', 'zoeteke' of verwante aanspreekvormen waaruit de buitenwereld mogelijk verkeerde conclusies zou kunnen trekken met betrekking tot mijn leeftijd en/of mentale gesteldheid. Ze bedoelt het goed, uiteraard. Maar ik ben veertien nu, het is wel genoeg. Dat er zich momenteel geen relevante buitenwereld in mijn onmiddellijke omgeving bevindt, doet niks ter zake. Het moet gewoon stoppen en ik heb besloten om consequent te zijn in het negeren, ongeacht de omstandigheden.

Ten tweede: ik wéét dat het zaterdag is. Maar ik heb dingen te doen. Ik kom niet voor de lol op zaterdagochtend om halfnegen spontaan mijn bed uit rollen. Ik dacht dat de manier waarop ik in één vloeiende beweging de trap af gleed, een banaan uit de fruitschaal pikte en zonder te douchen het huis uit liep, had mogen volstaan.

Uit Ivo Victoria (°1971), Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won, 2009.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234