Zaterdag 11/07/2020

Stikken onder een donslaag van woorden

In 'De val van de Helios' wordt de bodem onder een kinderleven vandaan geslagen. Een intens verhaal over een breekbaar meisje, waarbij het wurgtouw naar het einde toe wel erg strak wordt aangetrokken.

Het kan een handicap zijn, maar ook tot voordeel strekken wanneer je de vrouw van een inmiddels beroemde schrijver bent en voor het eerst met een roman op de proppen komt. Een handicap omdat je altijd vergeleken wordt, zeker wanneer je man in zijn boeken over je geschreven heeft. Maar daar weegt de gretige nieuwsgierigheid tegenop: aan belangstelling geen gebrek. Dat blijkt ook op te gaan voor Linda Boström Knausgård, wederhelft van Karl Ove Knausgård.

Laten we evengoed een poging wagen haar vorig jaar verschenen en nu vertaalde roman zonder al die bagage te bekijken. De val van de Helios staat in lijn met literatuur van Sylvia Plath, Ken Kesey en Jane Campion. Het is licht sprookjesachtig door mythische verwijzingen en tegelijk spookachtig door psychologische ontwrichting en suïcidale neigingen. Het gaat net als hun literatuur over alleen zijn tussen anderen en over sociale breekbaarheid.

Knisperen

Niet voor niets is 'sneeuw' het meest gebruikte woord in Knausgårds boek: de 12-jarige verteller die zich Anna laat noemen gaat gebukt onder een dikke donslaag van woorden. Daardoor is de taal in het eerste deel letterlijk onderkoeld en afgemeten. De woorden zijn sneeuwvlokken die neerdwarrelen, verfijnd, breekbaar en knisperend.

Anna denkt te zijn geboren uit het hoofd van haar vader, zoals Athena uit het hoofd van Zeus. Ja, wie wil er geen almachtige womanizer als vader? Een man om je veilig bij te voelen en trots op te zijn. Maar haar vader is het tegendeel, dus het verhaal van Anna neem je beter met een korrel zout. De man die Conrad heet en nooit als vader wordt aangesproken (de vraag is zelfs of hij Anna's vader is), belandt vanwege zijn schizofrenie in een kliniek. De val van de Helios laat zien hoe daardoor de bodem onder een kinderleven vandaan geslagen wordt.

Weliswaar komt Anna terecht in een liefdevol, wat emotioneel pleeggezin, maar ze gaat niet naar school en spreekt wekelijks in tongen op de preekstoel van een pinkster- gemeenschap. Ze blijft sociaal geïsoleerd. Dat is een wankele basis. Bovendien vraag je je af waar de moeder is gebleven. Zij bestaat niet, er wordt zelfs niet naar haar verlangd. Anna's grootste wens is gezien te worden door haar vader. Het is een irreëel verlangen, een sprookje op zich, omdat haar vader dat nooit kan. De wanhoop die daaruit voortvloeit, roept doodswensen op.

In het tweede deel, wanneer Anna is opgenomen, is alles zwart. Dan klinkt er dramatisch verwrongen taal van een meisje dat zich afsluit. De zinnen hebben een hoge intensiteit, ze zijn compact, zoals een stem een scheur in een kamer maakt. Gewone dingen worden zo nadrukkelijk benoemd, dat ze in een ongewoon daglicht komen te staan. Op een gegeven moment verandert dat iedere pagina in lood, vooral de laatste tien pagina's zorgen voor een disbalans.

De beste Scandinavisch literatuur bevat iets tragikomisch (Lars Saabye Christensen, Mikael Niemi), hier ontbreekt echter iedere relativering en dat maakt het boek tot een wurgkoord. Knap, zorgvuldig in elkaar gezet, maar uiteindelijk te uitzichtloos en verstikkend.

Linda Boström Knausgård, De val van de Helios, World Editions, 112 p., 15,95 euro. Vertaling: Maydo van Marwijk Kooy.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234