Zaterdag 14/12/2019

Stijn Meuris

Stijn Meuris (46) is een linkse zeiker die graag in de belangstelling staat, en bovendien een antipolitieke populist - herinner u dat gedoe van een tijd geleden over niet gaan stemmen. Dit gezegd zijnde wilden wij van het Orakel van Kermt toch eens weten wat hij vindt van het geknoei in zijn thuisstad, het rode modelburchtje Hasselt. Benieuwd of hij nu nog zoveel noten op zijn zang heeft.

tekst Marnix Peeters / Foto's Marco Mertens

Vergeet al het voorgaande. Stijn Meuris is uiteraard gewoon iemand met het hart op de juiste plaats, een gozer die moeilijk zijn mond kan houden en die krabt als het jeukt. Die de laatste keer bovendien met recht en reden schimpte op het politieke getreuzel en het kontgedraai. Misschien deed hij dat niet met de fijnst gesneden argumenten of met het gelaat in de meest correcte plooi, en bovendien in het Limburgs, maar waar hij toen op mikte - 'pikken we dit nog?' - is het voorbije jaar in alle krantenkolommen en mediarubrieken en opiniekaders herhaald, herkauwd en uitvergroot. Terecht.

In de volkstaal: Meuris had gewoon gelijk. De feiten hebben hem dat gegeven.

In het begin is hij schuw, als we aanschuiven in het charmante eethuis Ecole de Vie in het schilderachtige Stokrooie. Want hij is de vorige keer hard aangepakt voor zijn uitgesprokenheid, de mensen riepen 'Jan Lul!' naar hem op straat, en ze stuurden smerige dingen naar zijn mailbox.

Hij twijfelt tussen de balletjes en de steak. De steak doet hem aan zijn grootvader zaliger denken, zegt hij: een veekoopman. In diens stal stonden genoeg hormonen voor heel Noord-Limburg. "Alleen heette dat nog niet zo en was dat ook niet zo erg. Met als gevolg dat wij ongelooflijke biefstukken aten. Hij zei altijd: 'Dit zijn de goei'. Ik heb nooit geweten of dat betekende: die mét, of die zónder (lacht)."

Als je de wereld van nu naast die van dertig jaar geleden houdt, dan hebben we nogal wat normatieve breuken verteerd. Een affaire zoals die in Hasselt nu: daar haalde tot in de jaren tachtig iedereen zijn schouders bij op. Sterker nog: als de kans zich voordeed, ritselde iedereen ongegeneerd mee.

Stijn Meuris: "Raar dat je dat zegt. Het was mijn allereerste reactie, toen ik Panorama zag: 'Waar zijn we eigenlijk over bezig? In het licht van Beaulieu?' Ik moest even wennen: tiens, hiérmee kunnen we een heel land verontwaardigd krijgen? Een paar jaar geleden werd dit binnenskamers geregeld.

"Onmiddellijk daarna kwam de totale teleurstelling. Ik kan daar namelijk gewoon niet tégen, tegen gesjoemel."

Ik denk niet dat een industrieel vandaag Boer-Clerckgewijs zijn wagen nog op de pechstrook van de E17 kan parkeren. Maar is onze houding tegenover macht en corruptie daarom ook fundamenteel veranderd? Is ze efficiënter geworden?

"Vroeger was er geen ventiel. Er gebeurde van alles, er kwam nu en dan iets uit, Agusta en de moord op Cools, en de mensen zuchtten: ze zijn weer bezig, zenne, daarboven.

"Nu komt het sneller aan de oppervlakte, de verontwaardiging is groter en tastbaarder, maar op één uitbarsting na - de Witte Mars - blijft alles stil. We kijken naar Panorama, de media vonken een paar dagen, de mensen foeteren, maar verder? Er ontploft niks. Na vier jaar politieke crisis is er nog altijd geen beweging opgestaan die zegt: 'Wij steken die Reynders in de kofferbak. We ontvoeren hem.' Hoe die mens voor een aanzienlijk deel mee verantwoordelijk is voor wat er gebeurt? En met zijn afstotelijke body language, zijn minachting voor alles en iedereen? Vroeg of laat moet er toch één halve zot zijn die zegt: het is genoeg geweest, ik rijd er naartoe en ik neem hem mee? Soms denk ik: was in godsnaam de Baader-Meinhof-groep maar terug.

"Er is geen actie, er wordt niks ondernomen, er staat hooguit wel eens iemand met een slecht geschreven pamflet op straat in Brussel."

De Occupy-beweging in de VS lijkt aan kracht te winnen.

"Het lijkt wat vorm te krijgen, maar wie zíjn die mensen? Die zijn met veel, en hun verontwaardiging is groot en oprecht, maar wat gaan die doen? Niet meer beleggen? Ze belegden al niet, vanuit hun trailer. Ik vind David Van Reybroucks initiatief goed, ik ben er deze week lid van geworden, maar ik vrees dat het zich vastrijdt in 'sympathiek'. Er zou wat meer dreiging mogen en moeten uitgaan van de tegenpartij. Ik ben niet de frontman met de bivakmuts, maar op den duur krijg je verdorie goesting. Waar zitten de studenten? Klopt het cliché dat die allemaal hun cv's aan het invullen zijn, om te gaan werken bij Ernst & Young?"

Allicht heeft het poeder gewerkt. Iedereen zijn iPod.

"Het een sluit het ander toch niet uit? Ik ben wat dat betreft een rare linkse - een rechtse linkse. Ik geloof in het ondernemersschap. Maar dan wel binnen een kader waarin de menselijkheid van grote tel is. Dat aspect mis ik vandaag volkomen. De bonuscultuur in de financiële sector: ik ben écht benieuwd. 'Den dikke' heeft deze week ontslag genomen uit een van zijn functies, en ik hoop dat we overmorgen echt mogen lezen tegen welke prijs. Dat weet je gewoon: ook daar worden we weer in de zeik gezet. Terwijl wij met de angst blijven zitten dat morgen de rolluiken van ons bankfiliaal worden neergelaten. Heel bizar. Er wordt met onze voeten gespeeld tot en met, steeds meer out in the open, en toch is er amper verzet."

Sterker: verzet wordt gewantrouwd. Jij werd zelf in schijfjes gesneden toen je je verontwaardiging uitte over de stand der zeden in de politiek, en je afvroeg waarom je in vredesnaam nog zou gaan stemmen.

"Dat is zo smerig gelopen. Smeriger dan ik ooit had durven te vermoeden. In de naweeën heb ik de raarste dingen meegemaakt - partijen die mij, vreemd genoeg, op basis van mijn opmerkingen juist wilden incorporeren. Die mij op hun lijst wilden. Ik, die de politieke kaste net had uitgejouwd.

"'Partijen' is een groot woord. Eén partij."

De sp.a.

"Ja. Alle kopstukken heb ik aan de telefoon gehad. Een voor een. 'Stijn, we begrijpen je frustratie, man, kom bij ons op de lijst!' Ik zeg: dit moet een grap zijn. Dit gaat ook over u, hè. Over úw kleur, úw partij. 'Ja, ja, maar we zouden dit kunnen zien als een soort pre-electorale campagne.' Ik wist niet wat ik hoorde. Wat een extreem cynisme. Het is zo jammer dat ik het niet heb opgenomen, die snert. Niemand gelooft het.

"Ik ben er helemaal klaar mee. Laat dat cynisme nu eens varen, die minachting voor de kiezer, die achterkamergesprekjes. Nu ook weer: we zijn zogezegd dicht bij een regering. Ik denk dan: dat gaat nogal een regering worden. Ik geef ze drie maanden. Er ís geen akkoord. Ja, iedereen is doodop, is het beu, maar van harte is het allemaal niet. Je voelt gewoon: wat voor een zootje gaat dit weer worden? Waarom kunnen wij, met alle aartsmoeilijke dossiers die voor ons liggen, eens niet komen tot een politiek van deskundigen? Waarom moeten wij het blijven doen met talking heads als Stefaan De Clerck, die ik om de haverklap met een bol wol in zijn mond op tv hoor zeggen dat we 't genuanceerd moeten bekijken, en niet mogen vergeten het ook langs de andere kant te bezien? Lucht! 'Tot op het bot!': volgens mij krijg je een boekje met dat soort van jargon, als je verkozen bent. Hilde Claes riep het deze week ook: tot op het bot! Mevrouw, waar hebt ge 't over?"

Hij is te grof bezig, zegt hij opeens.

Het moet de vorige keer pijn gedaan hebben, want Meuris is echt op zijn hoede. "Ik heb een groot respect voor politici die bereid zijn om een flink deel van hun leven op te offeren", zegt hij.

Is 'Hasseltgate' extra pijnlijk, omdat Hasselt bijna een modelstad was? De Stevaertiaanse aanpak, met zelfs een afspiegelingscollege?

"Uiteraard. Wat Stevaert hier destijds op touw heeft gezet, dat was redelijk ongezien. Alle neuzen in dezelfde richting, dáár is het te doen. Een goeie samenleving bouwen. In dat timeframe klopte het perfect. Nu zeggen ze: ja, kijk, dat krijg je als je geen oppositie hebt.

"Ik hoop dat dit niet het begin van het einde is. Dat nu niet de tendens is opgestart die naar zurigheid en negativisme en achteruitgang leidt. Ik vind het verschrikkelijk. Pesterijen, machtsmisbruik, mensen die iets aan de kaak stellen en daar dan voor in de tang genomen worden: sorry, dat kan niet meer."

Het is een rare vraag, maar ik denk dat je ze begrijpt: was Steve Stevaert écht?

"Of is hij een mythe? Hij was toén echt. Hij heeft geweldige dingen gedaan, en hij was allicht tot nog meer in staat. Maar dan krijg je te veel glans, dan zit je op een bepaald moment in te veel commissies en besturen en groepen, en dan wordt alles heel diffuus, denk ik. En ik denk ook dat er in die luchtbel dingen kunnen gebeuren waar je geen controle meer over hebt.

"In de tien jaar dat het geduurd heeft, zijn er natuurlijk een aantal periferieën rond zo'n persoon ontstaan, een entourage die wilde meegenieten van de zon. Dat valt op: het zijn die personen die nu in opspraak komen. De periferie rond Steve. Niet hijzelf, maar iedereen die is meegegaan in die enorme vulkaanuitbarsting die hij was: die lijkt nu precies ook macht te willen uitoefenen, dingen te ritselen en te regelen... Het zit in heel veel geledingen in de stad. In het vastgoed, de culturele sector, de politiek. Advocaten. Mediamensen. Het is mijn partij, maar ik heb er mij altijd voor gehoed om onder die warme paraplu te gaan zitten. Ik heb er afstand van gehouden. Intuïtief."

Je partij is op de dool.

"En intuïtief heb ik het gevoel dat het met Bruno Tobback zou kunnen veranderen. Ik denk geregeld: ik ben bereid om hem te volgen. Er is een duidelijk klasseverschil met vroeger (lacht).

"Het wordt tijd. Ik ben geen analyticus, maar ik ben er redelijk van overtuigd dat nogal wat voormalige sp.a-stemmers bij de N-VA terechtgekomen zijn. Je zou denken: ideologisch kan dat niet, maar jawel, juist wel, want op een eigenaardige manier gaat dat over die thema's die de partij jarenlang heeft genegeerd, niet interessant genoeg vond, weggelachen heeft. Waarden. Dat heeft niks met links en rechts te maken - links en rechts bestaan niet meer."

En dat zie je met name bij de 'stedelijke' sp.a?

"Antwerpen heeft een socialistische burgemeester, hè. En 't Stad is van iedereen, lees ik. Mooi principe. Vorige week stond er in de krant een advertentie van Vespa, het stedelijk vastgoedbedrijf: grond te koop op 't Eilandje. Vier kleine loten, telkens even groot als mijn tuin. Vier miljoen euro. Braakliggend land. V-i-e-r miljoen, met daaronder: 't stad is van A! Waar gaat dit nog over, man? Dit is toch van de pot gerukt!

"De mensen voelen dat: heeft dit allemaal nog iets met óns te maken? De banken, Belgacom: wij betalen onze honderd euro aan Proximus, elke maand, maar die mens daarboven, heeft die nog érgens iets met ons vandoen? Nee. Je bent gewoon vee, dat elke maand zijn geld mag afgeven, en verder moet je niet mekkeren. De NMBS, dat is hetzelfde spel van: menskes, ga nu ne keer schoon op die trein zitten, ja? Wij hebben het druk met onze interne machtsstrijd.' Als het gaat over bonussen: dan moet je op een bepaald moment toch door de grond zakken van schaamte tegenover je achterban? Maar nee hoor, dat gebeurt met opgeheven hoofd."

De Poenschepper uit Suske en Wiske: met de zakken uitpuilend van de bankbiljetten en een dikke sigaar in de kop, waggelend van het contentement. Was het vroeger anders? Het is geen relevante vraag, maar een curieuze.

"Zou er vroeger ook een mens geweest zijn die voor zestien miljard frank fraudeerde met de belastingen, zoals Boer Clerck nu? Ik denk het niet."

Vroeger snauwden ze bij de RTT dat de wachttijd voor een telefoonaansluiting zeven maanden was. Tenzij je de burgemeester goed kende. Dat had ook niks met de mensen te maken.

"Waar. (denkt na) Misschien is intussen de expansie té groot geworden. Er lijkt een collectieve stress te zijn opgetreden, waardoor wij allemaal als konijnen in een klein hok liggen te roepen op elkaar.

"(driftig) Maar gestéld dat de wereld en de samenleving almaar ingewikkelder worden, dan is er des te meer nood aan professionalisme in het bestuur. Létterlijk professioneel: waarom kunnen wij niet mensen disciplines laten besturen waar ze echt verstand van hebben? Je wordt verkozen, en dan begint de loterij. Ik wil die vergadering wel eens meemaken. 'Dinges, gij rijdt toch met een Prius, hè? Dan zijt gij voor ecologie - pakt gij Leefmilieu' (lacht). 'Gij daar, gij belegt af en toe? Doet gij dan Financiën.' Daar lijkt het toch op?

"'Toffe jobkes', noemt Caroline Gennez dat dan in De zevende dag. Een tof jobke als minister, dat zou ze nog wel zien zitten. Alweer met zo'n dédain. Die meent dat echt! Ik wil daar geen tof jobke met een toffe minister-madam. Ik wil dat daar een professional zit, voor de eerste keer in honderd jaar. Niet één of andere... Hoe zeg je dit keurig?"

Snatereend.

"Vooruit. Maar iemand die zegt: zó gaan we dit doen!

"Onze mobiliteit: wat is dat voor een gesukkel? Letland en Litouwen zijn ons op dat vlak voorbijgestoken. Nog één strenge winter en we hébben helemaal geen wegen meer. Minister Crevits, die ik nog niet van het slechtste beticht, die als reactie op die rampzaligheid in Humo zegt dat ze onderweg naar Werchter 'toch een schoon stukske snelweg' had zien liggen. Dat is bijna Blackadder, man. Zo gaan wij om met serieuze dingen. En dan moeten wij zeggen: Crevits is goed bezig. Die is niét goed bezig - ja, vergeleken bij Stefaan De Clerck en Didier Reynders misschien wel. Ik heb haar een e-mail gestuurd. Haar uitgenodigd: ik rijd eens met u rond. Die heeft blijkbaar een ander soort vering in haar dienstwagen dan ik in mijn Volvo."

Kris Peeters verbaasde me deze week. Hij was de enige van zijn kaste die luidop durfde te twijfelen, terwijl die twee Harry Potters hun tovertruken bij Dexia uit de doeken stonden te doen.

"Hij stond zeer veelzeggend op een foto, een paar dagen geleden, toen Reynders en Leterme hun deal bekendmaakten: met een gezicht van: ík heb niks gezegd.

"Twee Harry Potters, goed gezegd. We moffelen het in een andere schuif, we plakken er een ander etiket op en: hoppa, weg die schuld! 't Gaat ons niks kosten, mannen! Hoeralala. Niet ongerust zijn!

"Dehaene die tien dagen geleden met zijn paffige pokerface zegt: Dexia wordt niét gesplitst. N-i-e-t. Staat het erop? Anders zeg ik het nog eens. Een week later is Dexia gesplitst. Zeg dan: als het aan mìj ligt, wordt het niet gesplitst. Zeg de waarheid. Nee, dat stoer doen, die hete fucking lucht. Ik kan er niet meer tegen."

Het Potterisme galmt na tot in de media: ik zie die ongelofelijke Michaël Van Droogenbroeck, de financiële expert van de VRT, elke dag de burger verzekeren dat er niets aan de hand is, dat zijn centjes veilig zijn. Ik geloof daar geen spat van. Die broebelt gewoon een persbericht na.

"Ik heb die oefening ook al gemaakt: als morgen ietwat bank echt over de kop gaat en iedereen komt zijn honderdduizend euro vragen, kom je tot bedragen die niet meer te overzien zijn. Inderdaad: ook daar. Iedereen is opeens deskundig. Ik wil échte deskundigen. Ik wil Maurice De Wilde terug (lacht).

"Wat wij nodig hebben, is Steve Jobs."

Maar die is dood.

Hij is te grof, zegt hij voor de vierde keer.

Ik zeg dat het nogal meevalt - dat het veel te stil blijft, bij de vaudeville, dat het goed is als er iemand nu en dan een tomaat of een ei smijt.

Het is bijna een theaterstuk, zegt hij, als je rondkijkt. "Er gaat een gedetineerde lopen, en je kunt je chronometer induwen: ja! Staking! Te weinig middelen? Check! Personeelstekort? Check! 't Is zo voorspelbaar. Slecht dorpstoneel. 't Is een Belgisch beeld geworden, met twee kleuren plastieken frakskes en een brandende ton aan een fabriek gaan staan. Hier, kameraad, zit dus een links geörienteerde medemens die tegen de vakbonden is (lacht). Het is ver gekomen."

Wat hem na jaren nog altijd hoog zit, zegt hij, is dat samenspannen van de socialisten met Reynders - ik blíjf hem het icoon vinden van de gevaarlijke politieke gek - over de Eenmalige Fiscale Amnestie. "Gij hebt zwart geld in Zwitserland? Spons erover. Dat de socialisten daarin meegingen, dat vond ik verschrikkelijk. Toen is er bij mij iets gekanteld. Ik ben honderd fucking procent tegen fraude en corruptie. Dat zit heel diep. Die amnestie, dat stond zo haaks op mijn aanvoelen van wat socialisme is."

Het is laat, ik krijg een waterbuik van al dat bruiswater en ik zeg: kom, we stoppen ermee. Afronden. En het is niet te grof.

Meuris is ook uitgemoerft - dat is Limburgs voor 'leeg'.

"Ik vind het fascinerend, hè", zegt hij. "Maar ik ben ook wel bang. Ik ben niet de anarchist die uit is op dat soort Sturm und Drang: wat een tijden, mensen! Ik ben een echte 46-jarige."

En dan knettert het weer.

"Maar tegelijkertijd voel ik wel: dit amateurisme hebben we niet gevraagd. De posten die allemaal verschuiven. Luc Van den Bossche die speciaal blijft zitten op zijn stoel tot het andere bedrijf klaar is om hem met vele miljoenen te ontvangen, en hij gegarandeerd ook nog zijn ontslagpremie krijgt: dit kun je toch niet maken, valse vadsige godverdomse ex-sos! En als je daar iets van zegt, ben je antipolitiek! Terwijl ik pro-politiek ben! Maar dan wel op een manier die het volk, de maatschappij ten goede komt. En dat voel ik op heel veel concrete fronten niet meer. Moeten die treinen ook nog rijden, ja? Vier miljoen euro: 't Stad is van iedereen! Ik mis het intellectuele kader - allicht kan Tom Lanoye over dezelfde thema's een veel schoner discours geven."

Ik zeg: ik vond het een schoon discours.

Meuris zegt: "Je moet opletten dat het niet wordt: de idioot zegt weer iets, aflevering vier."

Ik zeg: je bent geen idioot.

Meuris: "Het is iets wat ik vaker te horen krijg. En ik snap het ook wel. 'Wie zijt gij om daar iets over te zeggen?'"

Stilte.

"Maar wat als er niémand nog iets zegt?"

Ja, zeg ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234