Zondag 17/01/2021

Stijlvol pessimistisch zijn

Anita Brookner debuteerde in 1981 op 53-jarige leeftijd. Drie jaar later verscheen haar vierde roman, Hotel du Lac, nu in het Nederlands vertaald.

Roman.

Een vrouw die steevast, nadat zij geïnformeerd had naar iemands leeftijd, ongeacht het antwoord op haar vraag als kurkdroge reactie gaf: "Nog tien goede jaren." Een deftige dame die wanneer een bezoeker, onder de indruk van haar statuur en uitstraling, zijn toevlucht nam tot onbeholpen smalltalk en er bijgevolg op wees dat die bloemen in die vaas daar op die tafel erg mooi waren, schouderophalend mededeelde: "Ze zijn nieuw." Maar ook: de eerste vrouw die in 1967, op haar 40ste, benoemd werd tot hoogleraar Kunstgeschiedenis in de Slade-leerstoel in Cambridge.

Zo, onder meer, schetst Julian Barnes kunsthistorica en romanschrijfster Anita Brookner (1929-2016) in zijn nawoord bij het zonet in het Nederlands verschenen Hotel du Lac, Brookners 'vrouwenromannetje' waarmee zij in 1984 diezelfde Barnes (Flaubert's Parrot), J.G. Ballard (Empire of the Sun) en nog twee anderen op de shortlist achter zich wist te laten door doodleuk en tot verontwaardiging van velen de Man Booker Prize te winnen.

Een 'vrouwenromannetje'? Vanwaar dit laatdunkend bedoelde etiket? Omdat het boek door een vrouw geschreven was, een vrouwelijk hoofdpersonage had en ook verder voornamelijk door vrouwen werd bevolkt, tot wie de schaars aanwezige mannen welhaast per definitie in een - potentieel - amoureuze relatie stonden, terwijl er voorts geen bloed vergoten werd, er niet om de haverklap door ongeschoren, wanhopig voor de vijand vluchtende helden van bergkliffen werd gesprongen en het boek zich niet pakweg in het jaar 2850 afspeelde? Wellicht.

Maar misschien ook, opvallend genoeg, omdat Hotel du Lac het tegendeel was van wat we heden 'chicklit' noemen. Net zoals Edith Hope - de zelfverklaarde 'schrijfster van romantisch proza' die de hoofdrol speelt in Brookners prijsboek - regelmatig van haar uitgever te horen krijgt dat ze beter eens een voorbeeld zou nemen aan bepaalde collega's van haar die in hun boeken blitse deernen opvoeren die, gewapend met aktetassen en andere destijdse attributen van de zelfbewuste vrouw, hun dieper liggende vertwijfeling het hoofd trachten te bieden door mannenbedden op te zoeken op de wijze waarop iemand anders de tram neemt, zo moet ook Hotel du Lac zelf reeds bij verschijning haast anachronistisch - of, om een woord van op het achterplat te gebruiken, toch minstens 'tijdloos' - hebben aangedaan. Het verhaal had zich net zo goed in de tijd van Oscar Wilde, waaraan Brookners spitse schrijfstijl geregeld doet denken (het pseudoniem waarachter Edith Hope zich al schrijvend verschuilt is trouwens Vanessa Wilde), kunnen afspelen, en het laatste wat Brookner voor ogen lijkt te staan, is haar lezers tergen met choquante nieuwerwetsheden.

Verveling en stilstand

Hoe het begint: Edith Hope neemt in het in de titel genoemde hotel, gelegen aan het meer van Genève, aan het begin van de herfst haar intrek nadat zij zowaar uit de band is gesprongen en in het uitgestrekte wegennet van de liefde voor één enkele keer de kaarsrechte en overigens vrijwel lege hoofdweg heeft verlaten. Een maand plant zij in het hotel te verblijven, dat heeft zij aan haar omgeving moeten beloven. Een volledige maand, 'totdat iedereen tot de slotsom komt dat ik weer mezelf ben'.

Hotel du Lac, in zijn hoedanigheid van je reinste oord van verveling en stilstand, is voor zo'n bezinningsperiode overigens de uitgelezen locatie. 'Het hotel stond hierdoor bekend als een etablissement dat weinig kans maakte ongunstig de aandacht te trekken, een etablissement dat een herstellend verblijf garandeerde voor mensen die door het leven slecht behandeld waren of alleen maar vermoeid.'

Toch is Hotel du Lac veel meer dan een roman die je zin doet krijgen in het ene kopje thee na het andere, wat minder is gelegen aan wat er zoal in gebeurt - Edith maakt kennis met een aantal tot de verbeelding sprekende medegasten; ze schrijft brieven aan een zekere David, voor wie zij pijnlijk verliefde gevoelens koestert; ze wordt ten huwelijk gevraagd door iemand die heel duidelijk te kennen geeft op zijn beurt géén pijnlijk verliefde gevoelens voor haar te hebben, et cetera - als wel aan het uitzonderlijke talent van Brookner om zeer overtuigend sfeer te creëren, aan haar formuleringsgave, aan haar niet altijd van gif verstoken geestigheid. 'Ze was een knappe vrouw van vijfenveertig,' deelt Edith ons op zeker ogenblik mee, 'en dat zou ze nog jaren blijven.'

Zelf krijgt zij op een avond van haar mannelijke disgenoot het volgende te horen: 'Ik hoop niet dat je het soort vrouw wordt dat over de tafel heen leunt en met haar kin op haar handen steunend zegt: 'Waar denk je aan?''

Of neem een zin als deze: 'Achteroverleunend deed ze een ogenblik haar ogen dicht en liet tot zich doordringen hoezeer ze tegen de avond die voor haar lag opzag.'

Koelbloedige tragiek

Het zijn maar enkele voorbeelden van de weliswaar niet wereldschokkende, maar wel bijzonder elegante wijze waarop Brookner de pen hanteert en waarop zij erin slaagt een personage neer te zetten dat, ondanks dat het zich beweegt in een roman die schuilgaat achter een pastelblauwe cover met daarop een knobbelzwaan die je zó de nek zou willen omwringen, even levensecht als ondoorgrondelijk is, en even imponerend als innemend. Net als Anita Brookner, die overigens nooit getrouwd is, zelf was, als je Julian Barnes mag geloven. Nog in zijn nawoord schrijft hij: 'Ik geloof dat ik nooit iemand met minder zelfmedelijden heb ontmoet. Ze wist dat de wereld unfair was en vond iedereen die dat niet inzag naïef.'

Dat laatste blijkt ten overvloede uit de koelbloedige tragiek waarvan Hotel du Lac doordrongen is en die met name aan het slot tot uiting komt: Edith Hope hoeft niet het voorbeeld van Virginia Woolf, op wie iedereen voortdurend zegt dat zij uiterlijk lijkt, te volgen en zich van het leven te beroven om het boek van een behoorlijk hartverscheurend einde te voorzien, kan ik u beloven.

En wat het zelfmedelijden betreft: iemand die het voor elkaar krijgt om romans als Hotel du Lac te schrijven, verdient niet enkel de bewondering van de wereld, maar heeft ook, inderdaad, geen enkel recht zichzelf te beklagen, lijkt me. Die moet louter trots zijn, en zichzelf kurkdroog en schouderophalend op de borst tikken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234