Maandag 08/08/2022

InterviewSteven Van Gucht

Steven Van Gucht: ‘Ik ging naar mijn slaapkamer, zag mijn bed en kreeg hartkloppingen’

Steven Van Gucht: ‘‘Laatst vroeg iemand: ‘Wat vind je nu het ergste, corona of ­Oekraïne?’ Ik heb spontaan ­geantwoord: ‘Oekraïne.’ Corona is de natuur, maar Oekraïne doen we onszelf aan.’  Beeld © Stefaan Temmerman
Steven Van Gucht: ‘‘Laatst vroeg iemand: ‘Wat vind je nu het ergste, corona of ­Oekraïne?’ Ik heb spontaan ­geantwoord: ‘Oekraïne.’ Corona is de natuur, maar Oekraïne doen we onszelf aan.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Tweeëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: viroloog Steven Van Gucht (46). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben 46, maar voel mij sowieso heel wat jonger. Als ik er een getal op moet plakken, 30 of zo. Ik ondervind zelden dat ik ouder word, alleen wanneer ik ga wandelen in de bergen. Vroeger zou ik al eens van een muurtje of rots gesprongen zijn. Nu heb ik die reflex niet meer. Pas op, ik heb nooit iets voorgehad hoor. Maar het feit dat ik dat nooit meer doe, zegt genoeg. (lacht)

“Ik merk ook dat ik rustiger ben geworden. Vroeger kon ik mij heel fel opwinden over mensen die zich misdroegen in het verkeer. Bumperklevers, die ging ik weleens een lesje leren. Dat doe ik allang niet meer. (lacht) Dat is het voordeel van ouder worden. Je wordt wat wijzer en beheerster.

“Wel heb ik nog altijd diezelfde drive om te leren. Ik hoop dat ik die niet kwijt­speel, want dat zou de peper en het zout van het leven wegnemen.”

2. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Het fysieke aspect, daar heb ik gelukkig nog niet te veel last van. Ik heb mijn vader altijd horen zeggen: ‘Vanaf 55 is het om zeep.’ Als ik op hem lijk, zit ik nog tien jaar goed. (lacht) Ik moet wel een beetje opletten natuurlijk. Gezond eten en sporten is heel belangrijk. Dat laatste doe ik nu te weinig. Voor de pandemie was ik daar meer mee bezig. Ik ga af en toe nog weleens lopen, maar het zou net iets meer mogen, denk ik.”

BIO • Geboren op 21 april 1976 • Doctor in de diergeneeskunde, hoofd virologie bij Sciensano en gastprofessor UGent • Werd bij de uitbraak van het coronavirus woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum; tot augustus 2020 ook voorzitter van ad­vies­comité Celeval • Won eind 2020 de Wablieft-­prijs voor helder taalgebruik • Nam in 2021 deel aan De slimste mens ter wereld

3. Wat vindt u een kenmerkende ­eigenschap van uzelf?

“Een soort berekende gedrevenheid. Als kind wou ik ontdekkingsreiziger worden, maar ik wilde wel geen gevaarlijke dingen doen. (lacht) Ik zou wel naar de maan willen vliegen en de ruimte in willen schieten, maar het mag ook niet te veel risico inhouden. In gedachten vind ik dat allemaal zeer interessant. Mijn zoon heeft dat ook, die voorzichtige aard.

“Een van de grootste geschenken in dit leven is je lichaam. Ik vind dat je daar heel voorzichtig en zuinig mee moet omgaan. Ik hou van de bergen, maar mijd gevaarlijke situaties. Als ik mensen zie rots­klimmen, dat gevoel van vrijheid, die adrenaline die daarbij vrij­komt, dat lijkt me fantastisch. Ik ben daar een stukje jaloers op, maar zou het zelf nooit doen.”

4. Wat drijft u?

“Nieuwsgierigheid, honger naar kennis. Ik ben altijd heel nieuwsgierig geweest naar hoe dingen werken. Ik observeer graag situaties. Ook wat er met mijzelf gebeurt. Je hoort soms verhalen over bijna-­dood­ervaringen. Mensen die vertellen over hoe ze zichzelf zagen liggen op dat zieken­huis­bed terwijl de dokters aan hen aan het werken waren. Zo’n gevoel heb ik soms zelf. Alsof ik naar mezelf zit te kijken en denk: ‘Amai, wat gebeurt er nu allemaal? Hoe ga je dat nu oplossen, Steven?’ Ik vind dat interessant. Afstand nemen en jezelf observeren is ook een heel goed coping­mechanisme. Want wat ik de laatste twee jaar heb meegemaakt, was bijzonder zwaar. Ik denk niet dat iedereen die verantwoor­delijkheid zou hebben aangekund en zo lang hebben kunnen volhouden.

“Inherente schoonheid is ook iets wat mij drijft. Dat is ook de reden waarom ik voor mijn studie gekozen heb. Ik had voor ingenieur of rechten kunnen studeren, maar vond dat te artificieel. Al die wetten en regels zijn door mensen gecreëerd. De schoonheid die je in de natuur vindt, die ongelooflijke complexiteit, ontbreekt daar.”

‘Na de scheiding van mijn ex kreeg ik slaapproblemen. Dan kom je in een gevecht met jezelf.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Na de scheiding van mijn ex kreeg ik slaapproblemen. Dan kom je in een gevecht met jezelf.’Beeld © Stefaan Temmerman

5. Vindt u het leven een cadeau?

“Ik kijk heel graag naar documentaires over de kosmos. Als je dieper op die materie ingaat, besef je dat wij in dat kleine spikkeltje ruimte en tijd bestaan. Dat betekent werkelijk niets. Dat wij dat kunnen waarnemen, beleven, is een ongelooflijk geschenk. Gedurende die milli­seconde dat we hier rondlopen. Het feit dat er leven is, is op zich al onwaarschijnlijk. En dat we het dan bovendien bewust kunnen meemaken. Daarom vind ik dat we zorg moeten dragen voor elkaar, zodat iedereen dat ook als een geschenk kan ervaren. Want het is natuurlijk niet gelijk verdeeld.”

6. Wat biedt u troost?

“Wel, eigenlijk is de wetenschap een beetje mijn religie. De theorieën over ruimte en tijd die ontwikkeld zijn door Einstein en intussen verder zijn geëvolueerd, zeggen in feite dat je beide dimensies niet van elkaar kan loskoppelen. Verleden, heden en toekomst vormen één continuüm, waarbij tijd een punt in de ruimte is. De essentie daarvan is, en dat vind ik het mooie, dat het verleden nog altijd bestaat. Net zoals de Eiffeltoren in Parijs er nog altijd staat. Wij denken dat het verleden voorbij is en nooit meer terugkomt. Maar eigenlijk is dat punt er nog altijd. We kunnen er alleen niet naartoe reizen, net zoals we op dit moment niet naar Jupiter kunnen.

“Dat wil zeggen dat mijn moeder, die gestorven is in 2001 en die ik nooit meer terug zal zien, er eigenlijk nog altijd is. In dat bepaalde punt in de ruimte en tijd.

“Dat is pure fysica, hè. Dat is geen geloof, dat is geen religie. Ook al leef je kort, dat korte moment dat je leeft, doet er dus wel toe. Dat is voor de eeuwigheid. Dat vind ik een troostende gedachte.”

7. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Ik ben onlangs toevallig terecht­gekomen op een fuif, waar iemand naar me toekwam en vroeg: ‘Wat vind je nu eigenlijk het ergste, corona of Oekraïne?’ Ik vond dat een rare vraag, maar heb wel spontaan geantwoord: ‘Oekraïne.’ Corona is de natuur, weet je. Maar Oekraïne, dat doen we onszelf aan. Wij niet, maar dat doet Poetin zijn land en de wereld aan. Na duizenden jaren geschiedenis staan we nog altijd geen stap verder. Zijn we nog altijd op dat niveau bezig, nadenkend over imperiums en dominantie. In godsnaam, hoe is het mogelijk? Het is 2022. Dat we dan ook weer al die miljarden in defensie moeten gaan steken, dat is zo’n zonde. Dat vind ik veel meer ontmoedigend dan dat virus.”

8. Wat vond u de moeilijkste periode in uw leven?

“Ik moet zeggen: ik heb er veel gehad. Het is niet van een leien dakje gegaan. Ik heb een redelijk zware jeugd gehad, met een zware scheiding en het faillissement van mijn vader zijn landbouwbedrijf. Hoewel mijn moeder zwaar ziek was, was zij het die voor ons zorgde. Wij woonden in een sociale woonwijk, mijn moeder kreeg een leefloon. Voor hetzelfde geld waren wij vogels voor de kat geweest. Ik ben de Belgische staat dan ook heel dankbaar dat wij toch de mogelijkheid gehad hebben om te studeren.

“Soms wrong dat. Ook omdat de andere kinderen in mijn klas niet goed beseften in welke situatie wij leefden. Toch heb ik daaruit geleerd dat externe problemen makkelijker zijn om mee om te gaan dan interne. Op een gegeven moment kunnen je interne demonen gaan opspelen en die zijn veel erger. Daar kun je ook minder goed de vinger op leggen.

“Na de scheiding van mijn ex kreeg ik slaapproblemen. Dan kom je in een gevecht met jezelf. Ik ging naar mijn slaapkamer, zag mijn bed en kreeg hartkloppingen. Het idee niet te kunnen slapen zorgde al voor stress. Je raakt in een vicieuze cirkel en dat heeft een impact op heel je functioneren. Je kunt overdag niet helder meer nadenken. Je raakt niet uit je woorden. Je bent je buffer en je rek kwijt. Slaap is ontzettend belangrijk om je veerkracht te herstellen.

Lees ook

‘95 procent van je slaapcomfort hangt af van je matras’: slaapexpert deelt zijn beste tips voor een betere nachtrust

Wanneer gesnurk je nachten beheerst: ‘Die beugel was een godsgeschenk voor mijn liefdesleven’

Bent u een ‘eliteslaper’ of hebt u acht uur slaap nodig? Vier slaapmythes onder de loep

“Het grappige is dat uiteindelijk die corona­pandemie geholpen heeft. In die zin dat mijn focus veel meer op een externe crisis kwam te liggen. Ik denk dat ik er daardoor definitief van af ben geraakt. Ik had ge­woon­weg geen tijd meer om te denken dat ik een slaapprobleem had en het was weg.

“Wat je daaruit leert, is dat je pas echt iets kan begrijpen als je het zelf meemaakt. Dat is iets wat je voor ogen moet houden als je beslissingen neemt in de plaats van anderen. In de pandemie heb ik heel goed beseft dat heel veel mensen wakker lagen en dat je dat niet zomaar mag bagatelliseren.”

9. Waar hebt u spijt van?

“Mijn scheiding vond ik heel erg. Ik heb er ook ergens een schuldgevoel aan overgehouden. Als ik kon teruggaan in de tijd zou ik veel zaken anders doen. Ik zou eigenlijk wel graag een teletijdmachine hebben en mijzelf terug­katapulteren naar toen ik 20 was en eens een serieus gesprek met mijzelf hebben. ‘Steven, ik kom eventjes terug van 25 jaar in de toekomst en nu gade gij ne keer naar mij luisteren hè, makker. Zet u neer en zwijgt.’ (lacht) Ik zou de enige geweest zijn naar wie ik toen geluisterd zou hebben. Ik wist het zelf allemaal veel te goed.

“Natuurlijk leer je ook maar door het mee te maken. Eigenlijk is de essentie niet dat je geen fouten maakt, maar dat je eruit leert. Leren zonder met je kop tegen de muur te botsen, is niet echt leren. Als je altijd maar het juiste pad bewandelt, besef je ook niet waarom de dingen goed gaan.

“Goed ouder worden is de juiste balans vinden. Interne demonen spelen daar ook een rol in, om je op het rechte pad te houden, om je van tijd tot tijd te waarschuwen voor wat er in het verleden is misgegaan. Dat is puur biologisch. Door twee tegen­gestelde systemen te laten inwerken op elkaar creëer je de meest stabiele balans. Dat is een regelbaar mechanisme. Je hebt yin en yang nodig. Je hebt demonen en engelen nodig die in je hoofd spelen.”

10. Wat is uw zwakte?

“Ik luisterde vroeger niet goed. Ik was te veel overtuigd van mijn eigen gelijk. Dat is wel iets wat ik geleerd heb met ouder worden, maar het is nog altijd een zwak puntje, hoor. Ik moet daar echt op letten.

“En daarnaast ben ik nog altijd zeer gevoelig voor kritiek. Ik neem dingen persoonlijk die ik niet persoonlijk hoef te nemen. Kritiek op het corona­beleid pakte me soms alsof ik me persoonlijk moest verdedigen, terwijl het natuurlijk een consensus was van groepen wetenschappers en politici. En eigenlijk is die kritiek belangrijk. Stemmen en tegen­stemmen houden elkaar in balans. Zo werkt een democratie.

“Ik ben mij daarvan bewust, dat is al veel. Want in het begin dacht ik: op een gegeven moment ga je uit je rol vallen of ga je uit je krammen schieten. Ik ben dus blij dat ik dat de afgelopen twee jaar niet heb voorgehad.

“Ik ventileer vooral intern. Ook na mijn scheiding. Ik ging dan ’s avonds lopen terwijl ik me luidop kwaad maakte tegen mezelf. Gelukkig deed ik dat alleen als het donker was. Anders hadden mensen wel gedacht: wat een schizofreen is dat. (lacht) Dat is puur een coping­mechanisme. Als je voelt dat het te persoonlijk wordt, of dat je emotioneel gaat reageren, moet je de discipline hebben om het even te laten rusten. Wacht er even mee, laat het bezinken en plots is het vanzelf verdwenen. De kunst om het te laten liggen en er niet onmiddellijk op in te gaan, is heel belangrijk denk ik. Daar loopt het vaak mis.”

‘Mijn hond was ontsnapt en had zich vol­gevreten. Dan is hij twee dagen ziek en schijt hij hier alles vol. Op zulke momenten kan ik zo kwaad zijn op dat beest. En toch blijf ik hem graag zien.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mijn hond was ontsnapt en had zich vol­gevreten. Dan is hij twee dagen ziek en schijt hij hier alles vol. Op zulke momenten kan ik zo kwaad zijn op dat beest. En toch blijf ik hem graag zien.’Beeld © Stefaan Temmerman

11. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Een kop hete koffie ’s ochtends is mijn eerste geluks­moment. Naar mijn kippen kijken als ik een drukke dag gehad heb. Dieren observeren brengt mij in het hier en nu.

“Toen ik met slapeloosheid worstelde, ging ik vaak midden in de nacht naar beneden. Dan zag ik die hond hier in de zetel liggen maffen met zijn poten omhoog. (lacht) Jaloers dat ik was. Een hond kun je ook altijd vrolijk maken. Je haalt een koekje boven of je gaat met hem wandelen en dat beest is extatisch van geluk. Een hond zit altijd in het moment. Wij mensen daarentegen, zijn altijd met de toekomst bezig of met het verleden, maar niet met het hier en nu.”

12. Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik herinner mij nog dat mijn lip genaaid werd. Ik zat aan tafel, ben voorover gevallen op een glas en er zat een glas­scherf in mijn lip. Die was helemaal gescheurd. Ik herinner mij ook dat de dokter kwam en mijn lip ter plekke genaaid heeft zonder verdoving. Ik herinner mij dat ik in de zetel lag te worstelen en dat mijn vader en moeder mijn hoofd vasthielden zodat ik niet meer kon bewegen. Achteraf gezien had die dokter dat nooit op die manier mogen doen. Dat was nog in de jaren 70, met de brute slag.” (lacht)

13. Wanneer hebt u het laatst ­gehuild?

“Ik huil niet zo vaak, en dat is niet goed. Ik denk dat huilen een manier is om te ventileren. Dat is ook iets typisch menselijks. Dieren kunnen ook tranen, maar dat is puur functioneel om hun ogen vrij te houden. Huilen als emotionele reactie is iets waar de wetenschap evolutief geen antwoord op heeft. Waarom is dat er gekomen? Dat is iets zeer vreemds dat we biologisch niet kunnen verklaren.

“De laatste keer dat ik heb gehuild, was toen ik ‘De roos’ van Ann Christy hoorde. Dat is een nummer dat ik altijd met mijn moeder associeer. Zij hoorde dat graag. Wij hebben het ook op haar begrafenis gedraaid. Ik vind het een zeer emotioneel nummer. Ann Christy heeft er een soort breekbaarheid aan gegeven die ze zelf ook had. Zij was een kleine, frêle vrouw. Die breekbaarheid vind ik heel mooi. Dat, natuurlijk in combinatie met mijn moeder. Als ik dat nummer hoor, ben ik altijd weg.”

14. Wat hing er aan de muur van uw tiener­kamer?

“Niet veel, want ik had ook niet veel. Zodra ik wat centen had, heb ik wel een poster gekocht van Salvador Dalí. De verzoeking van de Heilige Antonius, met die olifanten die op lange stelten lopen. Ik was fan van de droombeelden die hij schilderde. Nog altijd trouwens.”

15. Bent u ooit door het lint ­gegaan?

“Dat is onschuldig natuurlijk, maar mijn hond kan mij soms compleet door het lint doen gaan. Het is een geval, die hond. (lacht) Hij is nogal eigenzinnig. Frits heet hij. Twee weken geleden had ik frieten gebakken. Ik doe dat altijd buiten. Het was weekend. Ik was in slaap gevallen in de zetel. Om middernacht werd ik wakker en dacht: ‘Ik moet die friet­ketel nog binnen­halen.’ Mijn hond lag te slapen in zijn mand. Ik deed voorzichtig de schuifdeur open, nam de frietketel, maar ondertussen was hij ’m gesmeerd, de bandiet. Want je vindt die niet terug, hè. Ik heb hier al om twee uur ’s nachts in mijn short in Denderleeuw liggen rond­fietsen. Ik heb al telefoon gekregen van de politie: ‘We hebben uw hond gevonden, kom hem eens halen.’ Maar nu is hij al zo slim dat hij zich niet meer laat vangen. Hij is een hele nacht weg en niemand weet waar hij zit.

“De ochtend nadien werd ik wakker en stond hij daar bij de kippen te wachten. Twee keer zo dik, spaghetti­saus op zijn snuit. Zo ziek als een hond, want hij had zich vol­gevreten met weet ik veel wat. Ik denk dat hij heel Denderleeuw afschuimt. Dan is hij twee dagen ziek en schijt hij hier alles vol. Op zulke momenten kan ik zo kwaad zijn op dat beest. En toch blijf ik hem graag zien.” (lacht)

16. Hebt u ooit een religieuze ­ervaring gehad?

“Ik ben katholiek opgevoed, maar ben gestopt met in God te geloven nadat ik ontdekte dat Sinterklaas een verzinsel was. Ik kwam tot de conclusie dat alles wat we geleerd hadden in de les godsdienst dan ook wel een menselijk fabricaat zou zijn.

“Ik moet wel zeggen dat ik heel graag kerken bezoek. Bij voorkeur als ze leeg zijn en er dan ook nog gregoriaanse muziek speelt. Een kerk vind ik eerlijk gezegd een van de weinige plaatsen waar je nog een soort van deconnectie met het dagelijkse leven kunt ervaren.

“Ik apprecieer de kerk ook voor een aantal waarden die ze heeft. Wat ik mooi vind aan de christelijke leer, is het idee van vergeving. Dat is uniek. Het idee dat je fouten begaat, dat je misschien mensen de duvel aandoet, maar dat anderen je kunnen vergeven. Dat is zo’n belangrijke waarde, die we vandaag de dag zouden moeten herwaarderen. We zijn zeer hard voor elkaar geworden.

“Het boeddhisme blijft zeer individueel. Hoe kan ik bevrijding vinden? Hoe kan ik in het hier en nu leven? Hoe kan ik het nirwana bereiken? Het christendom gaat over de ander. Draag zorg voor de ander. Vergeef de schuldenaar. Voor mij is dat een mooiere manier om tot geluk te komen.”

'Ik zou heel graag nog eens een road­trip maken door de VS, met zo een American muscle car.'  Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik zou heel graag nog eens een road­trip maken door de VS, met zo een American muscle car.'Beeld © Stefaan Temmerman

17. Hoe definieert u liefde?

“Ik denk onbaatzuchtig zorg dragen voor de ander en daar zelf geluk in vinden.”

18. Wat vindt u erotisch?

“Daar ga ik heel vaag over blijven, want dat zijn de dingen die mij nog vijf jaar gaan achtervolgen. (lacht) Het suggestieve, sowieso. Het expliciete vind ik niet erotisch.”

19. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Ik zal je een mooie anekdote geven. Ik kwam ooit iemand tegen die architectuur studeerde en mij vertelde dat ze het gedaan had in de koepel van het Justitie­paleis in Brussel. Ze moest daar vaak zijn voor haar eindwerk en op een dag heeft ze haar vriendje meegenomen. Telkens als ik het Justitie­paleis zie, moet ik daaraan denken. En ik zie het vanop mijn werk in Ukkel.” (lacht)

20. Hoe zou u willen sterven?

“In mijn slaap wanneer ik 101 ben. Beter kan niet, denk ik.”

21. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Ik eet heel graag en heel divers. Maar als allerlaatste maaltijd zou ik dan misschien toch voor de klassieker gaan. Een goede côte à l’os op de barbecue. Nog rosé binnenin, met dikke verse frieten en sla erbij. Gewoon heel basic, maar een top­stuk vlees. En een goede blonde trappist.”

22. Welke droom hebt u nog?

“Ik zou heel graag nog eens een road­trip maken door de VS. Destijds had ik niet veel geld, dus die huur­auto mocht niet veel kosten, maar nu zou ik weleens een American muscle car willen huren. Een Ford Mustang, en daarmee gaan rondrijden in het Heartland. Het echte Amerika. Dan kom je door gebieden waar plots een bordje staat: ‘Laatste kans om te tanken’. Je hebt een krat water in de koffer staan en weet dat er gedurende 300 miles niets meer zal zijn. Fantastisch!”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234