Dinsdag 07/07/2020

Steve, een politicus zoals u en ik

Wie had in 1994 kunnen vermoeden dat de wat stuntelende, moeilijk pratende nummer drie op de Europese lijst van de SP vijf jaar later de absolute politieke vedette van Vlaanderen zou worden? De maat van alle politieke dingen? De man met de slome Limburgse spraak had de snelste brains van de Wetstraat. Hoezeer het Steve Stevaert ook gegund is zich op het niveau van Hilde Houben-Betrand te brengen, voor de Wetstraat is dit het grootste verlies sinds Jean-Luc Dehaene in 1999.

Brussel

Eigen berichtgeving

Walter Pauli

'Tweehonderd kilometer per uur? Daarvoor heeft mijne pa twéé auto's nodig." Het was een van die legendarische oneliners van Steve Stevaert, toen hij het tijdens een De zevende dag-debat moest opnemen tegen een aantal liberale politici die het recht voor snel rijden opeisten. Voor veel mensen leek dat even een tamelijk logisch recht, tot Steve Stevaert met zijn gewonemensenlogica tussenbeide kwam. Eén zin, en Walter Grootaers zat te kreunen dat het geen naam had, Jean-Marie Dedecker was met ippon gevloerd.

De gewone mensen, of meer nog: 'de mensen', het was het absolute sleutelbegrip van de politiek van Steve Stevaert. Noem het de middenklasse, noem het de grootste gemene deler van Vlaanderen, noem het eventueel de massa - want dat was het -, maar Steve Stevaert mikte met zijn partij op zoveel mogelijk stemmen, van zo gewoon mogelijke mensen. Hij zei het niet graag met zoveel woorden, zeker niet on the record (geen politicus die meer off the record sprak dan hij), maar Stevaert was de man niet om de werklozen, de armen, de kreupelen tot het epicentrum van zijn politiek te maken. Ja, zei hij, hij trok zich hun lot aan, maar voor zijn politieke lijn concentreerde hij zich het liefst op 'gewone' verdieners, 'gewone' gepensioneerden, 'gewone zieken. Mensen zoals u en ik.

Dat betekent dus: géén overdreven nadruk op migranten, hoewel mede-Limburger Chokri Mahassine alle steun kreeg en zijn Rimpel-rock een van de paradepaardjes van het Stevaertisme werd: een muziekfestijn voor gewone ge(pre)pensioneerden, liefst met duizenden en duizenden samen. En dat was nog niets in vergelijking met Dagje Blankenberge, het feest van de Socialistische Mutualiteiten dat jaarlijks tienduizenden leden naar de populaire badplaats leidt. Kort voor de verkiezingen van 2004 werden de gehandicapten in rolwagens per tientallen, honderden, haast duizenden voor hem gereden. En Stevaert maar handen drukken, door haren wrijven, en altijd met die typische, half-mysterieuze glimlach van hem. Had hij gezegd: 'Sta op en loop', minstens de helft van de socialistische lammen en kreupelen zou het geprobeerd hebben. 's Namiddags stond Will Tura geprogrammeerd. Het was de eerste maal in Wills carrière dat hij ná de hoofdact moest optreden, dat Tura niet met het gros van het applaus ging weglopen. Zelfs als Stevaert gewoon probeerde te praten, zong hij altijd, in zijn dialect van Rijkhoven.

En waarom niet? Een van zijn bekendste - achteraf beruchtste - slagzinnen was: 'het socialisme zal gezellig zijn, of niet zijn.' Daar is nogal wat om te doen geweest. Steve Stevaert was, na de infame Pierre Lano (ooit Lanneau) een van de allereerste politici om zijn naam officieel te veranderen - Robert Stevaert, lacht het Vlaams Blok/Belang nog altijd graag, naar zijn eerste naam, maar hij héét nu Steve. Hij was ook de allereerste politicus om met een kookboek te verkopen, vol smakelijke, niet te moeilijke en ook niet te dure gerechten. Voor koks als u en ik, als het ware. Om de kritiek voor te zijn - want zo was Stevaert wel - lanceerde hij tegelijk een 'ernstig' boek met een heel lang politiek interview, plus nog eens een boekje over openbaar vervoer. Dat de zogenaamde 'intellectuelen' bleven inhakken op dat kookboek, kon hem niet deren.

Wel integendeel. Hij maakte van dat anti-intellectuele discours een van zijn stokpaardjes. Er zijn talloze interviews waarin Stevaert, die zoals bekend zelf 'slechts' kokschool had gestudeerd, graag vaak en hard uithaalt naar 'de intellectuelen'. Voor een stuk was dat rancune naar wat hij 'betweters' noemde, die volgens hem de partij naar de afgrond dreven. Voor een stuk was dat een politieke afrekening met een zogenaamd academisch-precieze lijn die vooral rekening hield met de wetenschappelijk vastgestelde 'meest behoeftige' groep van de samenleving. Voor een stuk was dat ook pose, want mannen als Frank Vandenbroucke (lange tijd federaal minister van Sociale Zaken en Pensioenen, nu Vlaams minister van Onderwijs en Werk) of Mark Elchardus (socioloog aan de VUB), die bij wijze van spreken het nieuwe 'Charter van Quaregnon' moet schrijven voor het nakende ideologische congres, horen/hoorden tot zijn brain-trust. Hij kapt wel op intellectuelen, maar weet ze binnen de SP.A best te gebruiken.

Zo is Stevaert. Naar het motto van Twin Peaks: niets is wat het lijkt. Hij doet zich voor als een eenvoudige jongen en een harde werker, maar in zekere zin is Steve Stevaert ook een zondagskind.

Hij raakt in het parlement omdat ten eerste Willy Claes verhuist naar de Navo, ten tweede diens opvolger Ernest Bujok beëdigd wordt, maar zeer snel moet aftreden (om een zedenschandaal waarvoor hij achteraf bij alle mogelijke rechtbanken werd vrijgesproken. Achteraf). En toen was het de beurt aan Stevaert.

Hij was in 1994 al niet in het Europees Parlement geraakt, en Stevaert verheelt niet dat dit zijn grote geluk was. Louis Tobback sprong van de lijsttrekkerplaats over Stevaert (derde effectieve, na Freddy Willockx en Anne Van Lancker) heen, en met de memorabele woorden 'we gaan er ene in Kortrijk blij maken' mocht eerste opvolger Philippe Coene zich opmaken voor het Europees Parlement. Wat toen nog niemand wist, was dat zo de politieke carrière van Steve Stevaert gered was voor ze eigenlijk begonnen was. Door Louis Tobback.

Tobback zou in meer dan een opzicht zijn mentor blijken. In 1994 werd Stevaert burgemeester van Hasselt, nadat hij de 'eeuwige' CVP van de troon had gestoten. Binnen de SP - zo heette die partij toen nog - vormde zich een informele werkgroep met de belangrijke lokale kopstukken/stemmentrekkers, zoals Louis Tobback (Leuven), Frank Beke (Gent), Leona Detiège (Antwerpen) en Steve Stevaert (Hasselt). Wie er aanwezig was, zag Stevaert tijdens de eerste reeks bijeenkomsten gulzig de visies, ideeën en vooral de politieke lijn en redenering van Louis Tobback opnemen, om kort daarna met een jongere versie van hetzelfde programma de feitelijke leiding te nemen.

Die informele, interne kroonoverdracht zette zich ook extern door. Tobback liet het met de brede grijns toe, dat Stevaert zich - bewust - ten opzichte van hem profileerde door partijvoorzitter Tobback op een congres publiek 'Deng' te noemen, of door grapjes te maken over Tobbacks kijkgedrag (die had gezegd dat bij sommige films van commerciële zenders het zaad over het scherm liep. Waarop Stevaert en public opmerkte dat dit zaad ten huize Tobback dus moet komen van iemand die voor het scherm zat. Hilariteit alom. Naar Wetstraat-normen: de zogezegd meest informele making of a king ooit.

Want Stevaert moest wel gaan. Hij trad tot de regering toe na een van de talloze wisselingen van ministersposten in de tweede regering-Dehaene (affaire-Dutroux: Vande Lanotte neemt ontslag, Luc Van den Bossche van Vlaanderen naar Binnenlandse Zaken en vice-premierschap, naar Onderwijs verhuisde ineens Eddy Baldewijns, en op diens stoel kwam Stevaert te zitten). Baldewijns had de afbraak van illegale woningen verordend. Stevaert voerde een paar van die slopen van illegale woningen uit, met spectaculaire tv-beelden als gevolg en ging met de pluimen lopen van een van de meest milieuvriendelijke ministers ooit.

Vanaf 1999 werd het helemaal menens, toen maakte hij deel uit van het viermanschap dat onder de latere naam 'Teletubbies' de SP.A (zo heette de partij na een tijd) ging leiden. Patrick Janssens was het gezicht van de socialistische partij, de nieuwe voorzitter. Maar Stevaert werkte minstens zo intensief mee, profileerde zich ook minstens zo duidelijk als een kopstuk van de nieuwe SP.A-politiek.

In 2003, vlak voor de verkiezingen, werd Stevaert de nieuwe nummer één van de SP.A, de grote winnaar ook van de verkiezingen. Bijna was SP.A-Spirit het grootste kartel geworden. Nu niet. Als Stevaert één frustratie (hijzelf zal zeggen: één boos moment) heeft, dan wel die verspreide slagorde van rood en groen, lokaal en nationaal.

Hij kon het ook moeilijk hebben dat 'de intellectuelen' het politieke discours achter zijn befaamde gratispolitiek niet zagen. En dat hij al te weinig schouderklopjes kreeg hij voor zijn vernieuwde Cuba-politiek. Wie Stevaert gemakshalve afdoet als een pseudo-middenstander die de belastingen omlaag wil, is daarom niet asociaal. Zo blijkt nu. Net zoals Stevaert geen scrupules had om het kiwidiscours van PvdA-dokter Dirk Van Duppen deels over te nemen. "Ik voel mezelf niet vreselijk links", placht hij te zeggen, "maar als ik bij de Europese socialisten zit, stel ik vast dat ik tot de linkervleugel behoor."

Hij meent dat echt. Toen Frank Vandenbroucke in de herfst van vorig jaar met zijn beruchte 'open brief' uitpakte, werden er argumenten gehoord die varieerden van 'te weinig links' tot 'te weinig strategisch uitgedacht'. Ook dat laatste was een talent van Stevaert: hij had geen dure spin-doctor nodig. Hij bepaalde zelf de agenda, via een subtiel spel van politieke en journalistieke contacten.

Maar die persoon met die visie is nu dus weg. Hij wist zelf ook dat het moment van pure état de grâce - Steve kon niéts fout doen - voorbij is. Maar hij ging door op zijn lijn en uit peilingen allerhande (maar vooral interne) blijkt dat de SP.A op een solide plus-20-procent zit. Dat is misschien minder dan wat Stevaert twee jaar terug droomde, maar het is goed genoeg om het schip over te geven.

Aan, ja, aan mensen die er voor Stevaert al waren, en er na hem blijkbaar ook zijn. Zoals Vande Lanotte, die in 1999 het congres rond het 'toekomstcontract' leidde en zes jaar later opnieuw een nieuwe toekomst mag uitstippelen. Zoals een van de vertrouwelingen van Stevaert gisteren verzuchtte: "Het huilen staat me nader dan het lachen." Voor iedere progressief met verstand, voor iedere Belg met politieke feeling, moet dat ook de conclusie zijn. Voor of tegen Stevaert, 'de politiek' is haar absolute toptalent kwijt. Wat Verhofstadt was voor de jaren negentig - de vedette van de burgerdemocratie -, was Stevaert voor de jaren 2000 - de profeet van de samenhorige samenleving. De man van gratis, van gezellig, van godsdienst, van de groot-loge (of het groot-oosten, wat maakt het uit?), noem maar op. Toen hij er was, was hij geschikt om op te schimpen. Nu hij weg is, zullen ze nog voor hem bidden, voor het zogenaamd 'schijnheilig paterke van Hasselt'. De Wetstraat is een van haar grootste talenten kwijt, de linkerzijde haar stemmenkanon, de intelligente politiek de man die het discours in beweging zette, zonder het te zeggen. 'Steve Stunt', zeiden ze, of 'Steve is God'. De echte conclusie is: Steve stond er. Vier jaar als minister, twee als voorzitter. Te kort. Véél te snel trekt hij zich terug in Limburg, in de schaduw van de politiek, de kiele sjoj van zijn streek. Zonde. Doodzonde, voor een man van zoveel geloof.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234