Dinsdag 17/09/2019

Reconstructie

Steve Bannon zou eervol ontslag krijgen. Toen kwam Charlottesville

Steve Bannon. Beeld The Washington Post/Getty Images

Dat Trumps fel bekritiseerde topadviseur Steve Bannon de laan uitgestuurd zou worden, zat er al langer aan te komen. Dat ontslag had eervol moeten zijn. Maar toen kwam Charlottesville. 

John F. Kelly, de nieuwe stafchef van het Witte Huis, vertelde Steve K. Bannon eind juli dat hij moest gaan. Dat kon op een propere manier gebeuren, zei Kelly tegen Bannon, volgens verscheidene mensen die informatie uit de eerste hand hebben over dat gesprek. De twee bereikten overeenstemming over een vertrek op goede voet ergens halverwege augustus, met de zegen van president Trump.

Maar toen Trump vorige week alle zeilen moest bijzetten om de groeiende woede van de bevolking omtrent zijn respons op de dodelijke, racistische incidenten in Charlottesville in Virginia onder controle te houden, kwam Bannon in aanvaring met Kelly over de manier waarop de president moest reageren. Bannon drong er met zijn karakteristieke branie op aan bij de president niet toe te geven aan zijn critici.

Op hetzelfde moment maakten bevriende vastgoedinvesteerders uit New York Trump duidelijk dat de situatie met Bannon onhoudbaar was geworden. Dat deden Steve Roth maandag, Tom Barrack dinsdag en Richard LeFrak woensdag.

Donderdag, nadat Bannon in een interview met een links blad het Amerikaanse beleid ten aanzien van Noord-Korea op de korrel had genomen, besliste Trump dat hij een te groot probleem was geworden.

Vrijdag, toen Bannon zijn positie als hoofdstrateeg van Trump kwijtraakte, was hij helemaal geïsoleerd in het Witte Huis, waar hij eerder volledig autonoom mocht handelen en alleen aan de president zelf moest rapporteren.

Deze reconstructie van de gebeurtenissen is gebaseerd op gesprekken met een tiental medewerkers in het Witte Huis, vertrouwelingen van de president en vrienden van Bannon.

Oorlog met iedereen

Bannon, een ex-marineofficier, spreekt vaak krijgstaal – over conflicten die escaleren tot ‘nucleair’ niveau en vijanden die ongeleide projectielen worden. Maar op het einde verloor hij zijn oorlog tegen een hele resem vijanden, onder wie zowat iedereen in de West Wing. Het ging om de bekende tegenstanders, van wie geweten was dat ze op ramkoers zaten met Bannon, zoals Gary D. Cohn, de economische hoofdadviseur van de president, luitenant-generaal H.R. McMaster, de nationale veiligheidsadviseur, Ivanka Trump, de dochter van de president, en Jared Kushner, de schoonzoon van de president.

Ook Kelly was tegen. Hij was ziedend vanwege de indiscretie van Bannon in het interview met The American Prospect, zeggen drie hooggeplaatste regeringsfunctionarissen. En Bannon kon niet langer bij Trump terecht. Die was hem de laatste maanden alsmaar minder gaan vertrouwen.

Zelfs de markten leden onder het vooruitzicht dat Bannon de bovenhand zou halen. Topaandelen tuimelden na een fout bericht dat economische hoofdadviseur Cohn ontslag zou nemen, omdat Trump er maar niet in slaagde zich te distantiëren van de racistische betogers in Charlottesville. Vrienden en voormalige collega’s van Cohn zeggen dat de economische adviseur zo fel tekeerging tegen Trump dat minstens een van hen dacht dat hij onmogelijk nog kon aanblijven.

'Maar een personeelslid'

Toen Bannon op de dag van de inauguratie in het Witte Huis arriveerde, leek hij te beseffen dat hij er niet lang zou blijven. Hij had het gevoel dat de president hem tijdens de campagne behandelde als een gelijke. Maar, klaagde hij tegenover vrienden, “toen ik eenmaal in het Witte Huis zat, was ik ineens niet meer dan een personeelslid”.

Tegenstanders verspreiden graag de mythe dat Bannon de kwade genius was die de president sommige van zijn radicale beslissingen influisterde. Bannons politieke opponenten geloven dat zijn vertrek een van de voornaamste obstakels voor stabiliteit in het Witte Huis heeft weggenomen.

De kans is echter groter dat de exit van Bannon duidelijk zal maken dat Trump zelf altijd de hoofdstrateeg van president Trump is geweest. Tal van regeringsfunctionarissen die The New York Times sprak, zeggen dat Kelly misschien wel de laatste hoop is om de breuken in de regering te lijmen, maar geven ook toe dat alleen Trump zijn presidentschap nog op de rails kan krijgen.

“Ik ben van mening dat de president zijn zin doet”, zegt Matt Schlapp, voorzitter van de American Conservative Union, die onder George W. Bush politiek directeur in het Witte Huis was. “Mensen vergissen zich als ze denken dat hij een pion is die adviseurs naar believen kunnen verschuiven.”

Steve Schmidt, die mee verantwoordelijk was voor de presidentiële campagne van John McCain in 2008 en tegen Trump gekant is, zegt: “We zijn dagelijks getuige van de persoonlijke eigenschappen en het karakter van de president. Het is niet beheersbaar, omdat hij nu eenmaal is wie hij is.”

Vriendschap

Tegenstanders van Bannon hebben altijd aangevoerd dat hij zijn rol in de besluitvorming op het Witte Huis overdreef en te veel pluimen op zijn hoed stak voor de verkiezingsoverwinning van Trump. Maar lange tijd was hij wel iemand met wie de president graag optrok. De vriendschap ontstond in de tweeënhalve maand waarin Bannon Trump hielp om zijn verkiezingscampagne te redden. De twee vonden en versterkten elkaar in hun ruwe manier van praten: gratuit grofgebekt, vilein tegenover hun vijanden, ongehinderd politiek incorrect. 

Bannon speelde in op de paranoïde trekjes van Trump en deelde diens neiging om in samenzweringen te geloven. Hij verdacht niet alleen de inlichtingendiensten maar zowat het hele overheidsapparaat van duistere machinaties, de ‘deep state’. Trump, die nooit voor de overheid gewerkt heeft, ging graag mee in zijn standpunten.

Bannon stond bekend om zijn eigengereide, wat schimmige gangen in het Witte Huis. Vaak verzaakte hij aan vergaderingen waarop het beleid besproken werd, maar probeerde daarna zijn wil op een andere manier door te drukken, zeggen twee regeringsfunctionarissen. Hij gebruikte geen computer, maar drukte documenten af, die zijn assistent buiten het formele besluitvormingsproces moest houden.

Bannon huldigde een cultuur die sterk leek op de cultuur die Trump uit het zakenleven meebracht naar het Witte Huis: een vlakke structuur met vage verantwoordelijkheden en concurrerende machtscentra. Bannon profiteerde al snel van die structuur, waarbij hij helemaal bovenaan de vrije hand had om rechtstreeks met de president te communiceren, zonder hinderlijke poortwachters.

Javanka

“Theoretisch gezien leidt een coherente personeelsstructuur tot een coherent beleid”, zegt David Axelrod, de hoofdadviseur van president Barack Obama, die een vergelijkbare rol als die van Bannon vervulde in het Witte Huis. “Maar dat veronderstelt een president die gehecht is aan dat procedé en dat beleid.”

Zo’n procedé was er amper, en de spanningen over het beleid namen toe. Ideologische meningsverschillen leidden tot hevige persoonlijke aanvaringen. Wellicht was de wederzijdse afkeer nergens groter dan tussen Bannon enerzijds en Trumps dochter en schoonzoon anderzijds.

Bannon zei openlijk tegen collega’s in het Witte Huis dat hij het haatte hoe Ivanka Trump probeerde grote beleidsinitiatieven die hij en de president belangrijk vonden voor de nationalistische economische agenda van de president onderuit te halen, zoals de terugtrekking uit het klimaatakkoord van Parijs. In dat opzicht was hij blij toen Kelly de zaak in handen nam en een structuur uitbouwde waarin iedereen zijn plaats kende. “De dagen zijn voorbij dat Ivanka kan binnenstormen om haar hoofd op zijn bureau te leggen en te wenen”, zei hij tegen nogal wat mensen.

Ivanka Trump en Kushner, die mee Kelly’s voorganger buitenwerkten omdat ze hem niet efficiënt vonden, vertelden mensen dat ze om dezelfde reden een nieuw systeem wilden.

Bannon maakte er geen geheim van dat hij vond dat ‘Javanka’, zoals hij het koppel achter hun rug noemde, naïeve politieke instincten had en Trump op termijn zou vervreemden van zijn trouwe achterban van blanke arbeidersklassekiezers. Hij zei tegen collega’s in het Witte Huis en de president dat te veel conservatieve Republikeinen in het Congres zouden morren als Trump het advies van Ivanka en Kushner ter harte zou nemen en zich flexibeler zou opstellen op het vlak van immigratie, vooral ten aanzien van jonge, niet-geregistreerde immigranten die als kind naar de VS waren gekomen.

Hij vond ook dat een ideologische tempering niets zou veranderen aan de houding van Democraten en onafhankelijke kiezers, van wie Ivanka en Kushner dachten dat Trump ze alsnog zou kunnen bereiken. “Ze steigeren al als je zijn naam uitspreekt”, zei Bannon. “Daar ga je geen kiezers vinden.” Zijn advies voor de president: “Je hebt je basis. En je gaat die vergroten door dingen te verwezenlijken.”

Te laat en niet genoeg

Ook Bannons minachting van McMaster versnelde zijn ondergang. De oorlogsveteraan kon het nooit vinden met de president. Mensen in het Witte Huis schrokken vooral van een reeks uithalen naar McMaster door internetbondgenoten van Bannon. De strateeg ontkende elke betrokkenheid, maar sprak zich ook niet tegen hen uit.

Toen de heisa in Charlottesville uitbrak, hadden Ivanka en Kushner een machtige bondgenoot in de figuur van John Kelly, die hun opvatting deelde dat Trumps aanvankelijke statement, waarin hij “vele zijden” de schuld gaf voor het moordende geweld, bijgesteld moest worden. Bannon verzette zich hevig. Hij zei Kelly dat Trump weinig baat zou hebben bij een statement waarin hij zijn spijt betuigde over zijn eerste uitspraak. Dat zou niet goed vallen bij de bevolking en bij de persgilde in Washington, die hij neerbuigend de ‘pretoriaanse wacht’ noemde die de Democratische consensus in stand houdt dat Trump een racistische demagoog is. Trump zou door het stof kunnen kruipen, zelfs vergiffenis vragen, maar dat zou allemaal niet helpen, vond Bannon. “Ze gaan twee dingen zeggen: het is te laat, en het is niet genoeg”, zei Bannon tegen Kelly.

Maar eigenlijk was Bannon al lang voor Charlottesville zijn geduld verloren. De komst van Kelly, die precies het soort poortwachter zou zijn tegen wie medewerkers zoals Bannon aan zouden botsen, betekende het begin van het einde.

De president vermoedde al maanden voor hij actie ondernam dat Bannon verhalen lekte over spanningen en ruzies in de regering. Trump ergerde zich vooral aan het boek Devil’s Bargain, dat Bannon afschilderde als een briljante politieke poppenspeler, met Trump zelf in een bijrol. Toen een bondgenoot van Trump hem onlangs zei dat Bannon hem op het einde van de campagne wel geholpen had, antwoordde die: “Weet je, eigenlijk is hij er heel laat bij gekomen.”

Tijd winnen

In de week van 7 augustus stelde Bannon voor om op 14 augustus te vertrekken, precies een jaar nadat hij tot de campagne van Trump was toegetreden. Iedereen vond dat een goed idee. Bannon zag er met de dag slechter uit, zijn gemoedswisselingen werden extremer. Eind juli, nadat hij een weekend met Robert Mercer had doorgebracht, de hedgefondsmiljardair die enkele van zijn projecten financiert, zei Bannon hem: “Ik zie er enorm tegen op opnieuw naar het Witte Huis te gaan.”

Maar na Charlottesville vond Bannon dat een vertrek op 14 augustus de indruk zou wekken dat het deel uitmaakte van de reactie van de president op het geweld. Dat wilde hij niet, en anderen hadden daar begrip voor. Er was sprake van een vertrek na Labour Day op 4 september, al stellen twee regeringsfunctionarissen dat Bannon probeerde de voorwaarden voor zijn vertrek helemaal te heronderhandelen.

Toen deed Bannon woensdagavond zijn eigengereide uitspraken in The American Prospect. Hij schoffeerde sommige collega’s, verwees naar een van hen die hij zou laten ontslaan, en zei over Noord-Korea: “Er is geen militaire oplossing, ze hebben ons in hun greep” – diametraal het tegenovergestelde van de boodschap die Trump probeerde over te brengen. Tijd winnen zat er niet meer in voor Bannon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234