Dinsdag 21/05/2019

vacature.com

STEM-revolutie op de schoolbanken, maar leidt die ook tot meer ingenieurs?

Wie in het middelbaar een STEM-richting volgt, zet die keuze vaker dan vroeger in het hoger onderwijs verder. Beeld Photo by JESHOOTS.COM

Goed nieuws voor de arbeidsmarkt. Steeds meer leerlingen in het secundair kiezen voor een STEM-opleiding (STEM is het Engels acroniem voor Science, Technology, Engineering & Mathematics). Nu maar hopen dat die toenemende populariteit op termijn ook tot meer ingenieurs en technici leidt.

Ingenieurs en technici domineren sinds jaar en dag de knelpuntberoepenlijst van de VDAB. Bovendien wakkerde de gunstige economische conjunctuur van de voorbije jaren de vraag van werkgevers almaar verder aan. Zo telde de Vlaamse arbeidsbemiddelaar in 2017 bijna dubbel zoveel jobs voor ingenieurs als in 2014. Van 4.991 vacatures ging het naar 9.390 vacatures in 2017. Hoe nijpend het tekort is, wordt duidelijk wanneer je er het aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt naast zet. Volgens het schoolverlatersrapport van de VDAB staken er in 2016 zo’n 4.000 jongeren een bachelor- of masterdiploma uit het vakgebied industriële wetenschappen en technologie op zak. Ruim onvoldoende om alle nieuwe vacatures voor ingenieurs en technische experts in te vullen.

Weinig verplichtingen

Dat technische, wetenschappelijke en wiskundige opleidingen aantrekkelijker zouden moeten worden, is een riedeltje dat we al jaren horen. In het actieplan dat de Vlaamse regering er in 2012 over schreef, klonk het dat STEM-onderwijs moet aansluiten bij de interesses en waarden van jongeren. Een innovatieve STEM-didactiek zou zoveel mogelijk jongeren moeten prikkelen en hen de nodige STEM-competenties laten verwerven.

Toch waren er voor de scholen tot nu toe weinig verplichtingen aan die doelstellingen verbonden. Of en hoe ze STEM invulden, konden ze vrij beslissen. Sommige besloten de kat uit de boom te kijken, andere vonden zichzelf opnieuw uit en ontpopten zich tot STEM-school. Bij die laatste zat ook het Sint-Jozefinstituut in Schoten, een technische secundaire school die zich sinds vier schooljaren een domeinschool voor STEM noemt. “STEM was voor ons een bewust keuze”, vertelt Bart Huyskens, leraar Elektronica en Informatica en STEM-coördinator van de school. “Ons leerlingenaantal was al een tijdje aan het dalen, toen we in het kader van enkele Europese projecten STEM-scholen in Groot-Brittannië en Nederland bezochten. We waren aangenaam verrast door de aanpak en besloten om diezelfde kaart te trekken.“

Naast algemene vakken krijgen de leerlingen van de eerste graad nu vijf à zes uren per week projectwerk. Daarin worden ze uitgedaagd om bijvoorbeeld een app te schrijven of een waterzuiveringsinstallatie te bouwen. “We hebben intussen een twintigtal projecten waaruit de leerlingen kunnen kiezen”, legt Huyskens uit. “In elk project zijn de vier pijlers van STEM vertegenwoordigd. Voor die waterzuiveringsinstallatie bijvoorbeeld moeten ze eerst een aantal wetenschappelijke principes onder de knie krijgen. Daarvoor reiken we hen een instructiebundel en een reeks filmpjes aan. Slagen ze voor de test, dan kunnen ze aan de technische uitvoering beginnen.”

Het grote verschil met de klassieke onderwijsmethode is dat de leerkracht eerder een coach dan een lesgever is. Klakkeloos kopiëren van wat de leraar toont, is er niet meer bij. Wel moeten de jongeren hun eigen creativiteit en nieuwsgierigheid aanboren om tot oplossingen te komen. “Precies zoals een ingenieur het zou doen”, zegt Huyskens. “Het enthousiasme bij de leerlingen is alleszins groot. De meesten zijn gedreven om aan hun project verder te werken. Bij momenten is het zelfs muisstil in de klas. (lacht)” Ook voor het leerlingenaantal is de ingreep positief gebleken. Tegenover 2014-2015 zijn er in het Sint-Jozefinstituut 30 procent meer leerlingen ingeschreven.

Lees ookDe voor- en nadelen van in het buitenland werken als ingenieur

In de eindtermen

Vanaf volgend schooljaar wordt STEM in de eerste graad van het secundair onderwijs trouwens iets minder vrijblijvend. De eindtermen die dan in werking treden, bevatten voor het eerst ook enkele STEM-doelstellingen. Eén daarvan gaat over ‘het geïntegreerd aanwenden van kennis en vaardigheden uit verschillende STEM-disciplines.’ “Veel jongeren begrijpen niet waarom ze bepaalde dingen moeten leren”, klinkt het op het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Overheid. “Dat geldt bij uitstek voor wetenschap en technologie. Dat het anders kan, bewijzen de vele mooie praktijken die we in de voorbije jaren spontaan hebben zien verschijnen. Door de link tussen de verschillende vakken te leggen en vanuit maatschappelijke toepassingen te vertrekken, slagen scholen er wél in om jongeren voor wetenschap en techniek te motiveren.”

Zowel het katholieke net als het Gemeenschapsonderwijs GO! gaven al aan dat ze in de toekomst vaker over de muurtjes willen kijken en eventueel zelfs vakken willen clusteren. “Terecht, want dat is hoe het in de samenleving gebeurt”, vindt het departement Onderwijs. “Meer dan ooit heb je verschillende invalshoeken nodig om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Nadenken over mobiliteit of energie bijvoorbeeld gebeurt niet alleen door wetenschappers, maar ook door sociologen en economen. Je hebt die verschillende kennisgebieden nodig om stappen vooruit te zetten. Dat interdisciplinaire denken willen we ook in het onderwijs krijgen.”

Link met bedrijfswereld

De bedrijven zijn er alvast van overtuigd dat die nieuwe benadering een unieke kans geeft om STEM-onderwijs op te waarderen. Al zien ze ook nog veel aandachtspunten, zo blijkt uit het STEM-manifest waarmee zeven sectororganisaties recent naar buiten kwamen. “Wat we vooral nog moeten doen, is de leerkrachten sterker maken”, zegt Jonas De Raeve, onderwijsadviseur van VOKA. “Ons voorstel is om een STEM-academie voor leerkrachten op te richten en uitwisselingen tussen bedrijven en onderwijs te organiseren. Het gebeurt nog te weinig dat leerkrachten in het bedrijfsleven ervaring komen opdoen. Ook de zij-instroom vanuit het bedrijfsleven naar het onderwijs zou aantrekkelijker mogen. Er zijn weinig werknemers die eens een tijdje in het onderwijs meedraaien, terwijl dat voor de jongeren net heel interessant is.”

Extra ondersteuning voor de leerkracht is ook waar Bart Huyskens voor pleit. “Voor de leerkrachten is dit een serieuze omwenteling. Ze kunnen wel op de lerende netwerken steunen om met die nieuwe didactische technieken kennis te maken, maar in veel gevallen is dat onvoldoende.” Huyskens zelf geeft regelmatig vorming over ‘embedded elektronica & STEM’ aan collega’s uit andere scholen. “Mijn programma dit jaar was vanaf dag 1 volzet. Dat bewijst hoe groot de vraag naar begeleiding is. Ik denk dat het een goede zaak zou zijn als we leerkrachten die ervaring hebben met geïntegreerd les geven, vaker vrij zouden maken om hun collega’s op weg te helpen. Dat gebeurt vandaag amper. Ikzelf neemt het erbij naast mijn voltijdse lesopdracht op het Sint-Jozefinstituut. Uit enthousiasme.”

Hoopgevende signalen

Of de STEM-revolutie op de schoolbanken effectief tot meer ingenieurs en technici zal leiden, is nog even afwachten. Al zijn er wel hoopgevende signalen. De STEM-monitor van De Vlaamse overheid bijvoorbeeld toont dat de richtingen die op ingenieursstudies voorbereiden extra instroom krijgen. In het eerste jaar van de derde graad volgt 55 procent van de ASO-leerlingen een STEM-richting, vier procentpunten meer dan in het schooljaar 2010-2011. De industriële wetenschappen in het TSO gaan er eveneens op vooruit, zij het in meer beperkte mate. Ook positief: wie in het middelbaar een STEM-richting volgt, zet die keuze vaker dan vroeger in het hoger onderwijs verder. Dat vertaalt zich onder meer in hogere inschrijvingscijfers voor het studiegebied ‘industriële wetenschappen en techniek’ aan de hogescholen en universiteiten. 16.560 jongeren in Vlaanderen volgen momenteel een professionele bachelor in een van die richtingen. Tien jaar geleden, in het academiejaar 2008-2009, waren dat er ruim 5.000 minder. Diezelfde opwaartse beweging zie je bij de masteropleidingen.

Hoe blij ze met die resultaten ook is, Françoise Chombar, CEO van technologiebedrijf Melexis en voorzitter van het STEM-platform, maakt zich geen illusies. “Er is nog een hele lange weg af te leggen. Zeker als je het vergelijkt met landen als Duitsland en Finland, waar wetenschap en technologie vanzelfsprekende keuzes zijn. Bij ons hebben technische beroepen veel minder aanzien. Het besef dat STEM en digitale geletterdheid een positieve invloed op de samenleving heeft, daar zijn we in Vlaanderen niet van doordrongen. Zolang dat zo is, zal het tekort aan ingenieurs en technici blijven. Laten we dus vooral niet alleen in de richting van het onderwijs kijken om dit probleem aan te pakken. Kinderen warm maken voor wetenschap en techniek is iets wat we met zijn allen meer moeten doen.”

TIPToon me alle jobs voor ingenieurs.

Lees ook:

Ingenieurs moeten nu ook oplossingen bedenken voor milieu- en gezondheidskwesties

Ingenieur van de toekomst: dit zijn jouw eigenschappen

Er zijn wél meer dan genoeg jobs voor bio-ingenieurs

Bronvacature.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.