Zaterdag 14/12/2019

Stel altijd uit tot morgen wat je vandaag zou kunnen doen!

Herman Koch (63), auteur van onder meer Het diner, Zomerhuis met zwembad en nu ook De greppel, is Nederlands best verkopende, meest vertaalde en vaakst benijde auteur. Toch lijkt hij allerminst te bezwijken onder de druk die de superlatieven met zich meebrengen. 'Voor ik begin te werken, denk ik vaak: eerst nog even liggen.'

Het is vrijdag, Amsterdam geniet van de laatste restjes indian summer en in café-restaurant De Polder blaken de klanten van grootstedelijk zelfvertrouwen. Ze hebben zonet soeverein besloten dat hun werkweek wel een paar uur vroeger kan eindigen dan gebruikelijk en maken plannen om tot diep in de nacht hun hart op te halen aan babbels, biertjes en bitterballen. Veel beter kan het qua proloog van het weekend niet worden.

Herman Koch komt in uitgewaaide staat het café binnengestapt: hij is naar gezonde Nederlandse gewoonte met de fiets gekomen. Nadat een als ober vermomde student hem een koffie heeft gebracht - aangelengd met een schattig "Alstublieft, mijnheer Koch" - buigen we ons zonder dralen over dé literaire kwestie van het moment: de Nobelprijs Literatuur van Bob Dylan. Ik vraag Koch of hij tot het juichende dan wel het awoert-roepende deel van het schrijversgilde behoort. "Ik gun Dylan die Nobelprijs van harte", zegt hij. "Maar als de jury dan toch besloten heeft dat ook songwriters voor de prijs in aanmerking komen, hadden ze hem wat mij betreft beter aan iemand anders gegeven. Kendrick Lamar, bijvoorbeeld. Als ik de teksten van Dylan lees, geniet ik toch vooral van het feit dat ik zijn stem niet hoef te horen." (lacht)

Binnen een kleine week verschijnt De greppel, Kochs achtste roman. Daar horen op verzoek van de uitgeverij mediatieke optredens bij. Ik informeer of zo'n promotietournee iets is waar je tijdens het solitaire schrijven reikhalzend naar uitkijkt. "Integendeel", zegt hij. "Het moment waarop een boek in de openbaarheid komt, is de minst aangename periode van het hele schrijfproces. In de beslotenheid van mijn bureau aan een boek werken, is veel leuker dan in de schijnwerpers staan."

Over het schrijfproces dat tot zijn Tien Waarheden heeft geleid, zegt hij: "Ik heb ze in een halfuur opgeschreven. De dag nadien heb ik nog even gecheckt of ze niet te idioot waren. Maar ik heb niks meer veranderd."

Veeleer dan waarheden - "ik ben niet zo'n Messias-type" - ziet hij zijn stellingen als een mogelijke handleiding bij het leven. "Als je de kwaliteit van je leven wilt verbeteren, heb je vaak meer aan eenvoudige richtlijnen dan aan hoogdravende oneliners."

Opvallend: veel van zijn waarheden gaan over loslaten, het leven niet krampachtig willen controleren. Moeten we dat onthechting noemen? Of is het gewoon een vorm van luiheid? "Noem het maar luiheid. (lacht) Mijn karakter fluistert me meestal in om niet te snel in actie te komen. Ik heb me daar heel lang schuldig over gevoeld. Maar nu weet ik beter. Ja, ik stel allerlei vormen van arbeid regelmatig uit door op de bank te gaan liggen. Maar net daardoor kom ik in een soort van dromerige mijmertoestand. En dat komt mijn boeken zonder meer ten goede. Die luiheid van me is functioneel: mijn verbeelding wordt erdoor aangewakkerd."

'Functionele luiheid': u kent bij deze mijn nominatie voor het 'Begrip van het Jaar'.

Je Kunt Veel Problemen Oplossen Door Ze Níét Op Te Lossen.

"Als je ergens over piekert, is het vaak verstandig om te beslissen: nu ga ik eens een uur níét aan mijn probleem denken. Of beter nog: een dag. Na vierentwintig uur blijkt dikwijls dat je probleem al is opgelost of dat het nooit heeft bestaan.

"De dag na een feestje schiet je weleens in paniek: 'Shit, ik heb tegen die vriend iets gezegd wat hij wellicht als een belediging heeft opgevat.' Je kunt daar dan heel hard over piekeren, maar slimmer is: het vierentwintig uur uit je hoofd zetten. Je zult zien dat je er nadien al heel wat rustiger over denkt. En dat je je nog wat later afvraagt: waar ging het alweer over?

"Je moet een probleem niet altijd frontaal bekijken. Soms is het beter om het zijdelings te beloeren. Na een tijdje begin je al te twijfelen: zie ik het nu nog of is het al weg?"

Uitstelgedrag Is Goed.

"Stel altijd uit tot morgen wat je vandaag nog zou kunnen doen. En voel je over dat uitstellen vooral niet schuldig.

"Net als iedereen maak ik op sommige dagen to-dolijstjes. Daar staan dan allerlei taken op. Maar het gebeurt dat ik al tegen de middag naar zo'n lijstje kijk en denk: dit ga ik vandaag dus níét doen. Weg met dat stomme lijstje. Dat geeft me altijd een heerlijk gevoel van opluchting. En de dag nadien verricht ik mijn taken vaak veel efficiënter. Iets tegen je zin doen, is nooit een goed idee."

Nochtans, zeg ik, kun je wellicht pas van uitstellen genieten als je ondanks alles over een sterk ontwikkeld arbeidsethos beschikt. "Ja, dat is waar", zegt Koch. "Als je écht denkt: wat kan het mij allemaal schelen, dan beleef je aan uitstelgedrag weinig plezier." (lacht)

Een Schrijver Hoeft Niet Per Se Neurotisch Gedrag Te Vertonen.

"Je mag je niet laten verlammen door hang-ups. Zeg dus nooit: "Ik kan me niet concentreren als het hier niet muisstil is en er niet twee gekoelde bananen in de ijskast liggen.' Hoe minder je dat soort gedachten hebt, hoe makkelijker je leven zal zijn.

"Vroeger dacht ik altijd dat ik een volledige dag nodig had om te kunnen schrijven. Ik zorgde ervoor dat ik 's ochtends of op de middag nooit afspraken had, hooguit 's avonds. Ondertussen weet ik: het is net béter dat ik om één uur 's middags een afspraak heb. Dan ben ik om twaalf uur gegarandeerd klaar."

Zijn schrijvers in het ontwikkelen van neurotisch gedrag een risicogroep? "Zeker. Schrijven is eng. Het vergt een zekere overgave, je moet jezelf in het diepe storten. Dat maakt je vatbaar voor allerlei vormen van bijgeloof. Zelf denk ik ook soms: aha, bijna volle maan. Misschien word ik daar wel productiever van. Maar uiteindelijk doet dat soort gedachten er niet toe. Je kunt ze net zo goed niet hebben."

In zijn nieuwe boek, De greppel, vertelt Koch hoe het leven van een ogenschijnlijk stabiele man - Robert Walter, de fictieve maar geliefde burgemeester van Amsterdam - op korte tijd dreigt te ontsporen. Een meltdownscenario, is dat iets waar een gevierd schrijver van 63 in zijn eigen leven nog rekening mee houdt? "Ja, hoor. Er kan morgen iets gebeuren waardoor het plots veel minder goed met me gaat. Het leven gaat niet altijd in stijgende lijn. Je noemde me zonet een gevierd schrijver, maar ik kan me perfect inbeelden dat mensen op een dag zullen denken: die Herman Koch, wie was dat ook alweer? Een schrijver, zeg je? Noem 'ns een titel?" (lacht)

Als Je Klaar Bent Met Werken, Moet Je Ook Stoppen Met Werken.

"Na gedane arbeid doe je best iets dat niks met je werk te maken heeft. Als schrijver moet je na het schrijven niet beginnen lezen. Je kunt beter gaan hardlopen of op haaien gaan vissen. Wanneer ik een paar uur aan een boek gewerkt heb, probeer ik er de rest van de dag niet meer aan te denken. Dan voelt het verhaal de dag nadien weer helemaal als nieuw aan en weet ik veel beter hoe het verder moet."

Hij voert vaak romanfiguren op met onsympathieke overtuigingen. In De greppel laat hij zijn hoofdpersonage Robert Walter een pagina of vier onstuimig tekeergaan tegen zelfmoordenaars. "'We respecteren je besluit, staat weleens in de rouwadvertenties. Maar goedbeschouwd valt er helemaal niets te respecteren. (...) 'Hoe heb je het in je hoofd kunnen halen, vuile egoïstische klootzak!', zouden we eigenlijk tegen de kist willen schreeuwen. 'Hoe heb je het in je hoofd kunnen halen om er zo tussenuit te knijpen en deze puinhoop achter te laten? (...) Lafaard! Rot toch op naar je graf.'"

Laat hij zijn personages meningen ventileren die hij zelf niet durft te uiten? "Dat gebeurt. Maar in dit geval wil ik me niet eens achter mijn personage verschuilen. Wat Robert Walter over zelfmoordenaars denkt, mág gezegd worden. Het zijn bedenkingen die doorgaans enkel gefluisterd worden, maar in het boek laat ik ze wat harder weerklinken. Al was het maar bij wijze van tegengewicht voor de gangbare opinies over zelfmoord. In het echte leven kun je de woorden van Robert Walter moeilijk uitspreken. Je moet respect tonen voor zelfmoordenaars en de nabestaanden niet nodeloos kwetsen. Maar in het kader van fictie kun je je wat meer veroorloven. En kun je mensen uitnodigen om hun mening misschien een beetje bij te stellen."

Lege Momenten Hoeven Niet Altijd Gevuld Te Worden Met Het Lezen Van Een Boek.

"Als je op vakantie bent, zie je soms mensen die voortdurend een boek aan het lezen zijn: op het balkon, op het strand, aan de bar, overal. Ik doe dat heel bewust niet. Ik kijk naar de zee en naar de mensen. Dat is veel leuker dan in het felle zonlicht met alle geweld een boek proberen te lezen. Al starend en mijmerend krijg je de meest originele gedachten.

"Je hebt ook mensen die zelfs in de rij in de supermarkt naar hun boek grijpen. En dan heel de tijd vurig hopen dat niemand met hen een gesprek zal aanknopen. Een beetje jammer is dat. Babbeltjes met onbekenden - ook al gaan ze nergens over - zijn goed voor je humeur. Op voorwaarde natuurlijk dat je zelf ook iets toevoegt aan zo'n gesprek. Je mag niet alleen maar denken: even kijken of die persoon mij iets boeiends te vertellen heeft."

Het Maken Van Planningen Wordt Zwaar Overschat.

"Ik denk nooit: de komende maand ga ik twintig of dertig pagina's schrijven. Ik schrijf gewoon elke dag en op het einde van de maand zie ik wel wat ik heb gepresteerd. Bijna altijd blijkt dat ik meer pagina's heb geschreven dan ik dacht."

Koch is getrouwd met de Spaanse Amalia en woonde een aantal jaren in Barcelona, een stad waarvan de inwoners volgens het cliché veel gemoedelijker door het leven gaan dan Amsterdammers. Is zijn ontspannen levensstijl geïnspireerd door de zuiderse losheid? "Je mag niet denken dat Spanjaarden op elke vraag mañana - 'we doen het morgen wel' - antwoorden. Dat cliché klopt niet. De best georganiseerde Olympische Spelen ooit waren die in Barcelona in 1992. Er liep wel van alles fout, maar de Spanjaarden bedachten voor elk probleem meteen een oplossing.

"Los daarvan klopt het natuurlijk wel dat Spanjaarden doorgaans wat ongedwongener in het leven staan. Jaren geleden had ik met een Spaanse vriend afgesproken om te gaan eten. Na een uur was die vriend nog altijd niet komen opdagen en ging ik terug naar huis. Later sprak ik hem erover aan: 'Hoe zat dat, we hadden toch afgesproken?' 'Ja, maar ik kon niet', zei hij. 'Dan had je me op voorhand toch even kunnen bellen?', vroeg ik. Waarop hij antwoordde: 'Wat had dat nu voor zin, ik kon toch niet?' (lacht)

"Mijn zoon Pablo is 22, hij woont niet meer thuis. Maar ik zal hem nooit vragen: 'Kom je morgenavond eten?' Iemand van 22 kan vandaag nog niet weten wat de dag van morgen gaat brengen. Stel dat hij toestemt om te komen eten. Dan kan hij de dag nadien vrienden op bezoek krijgen die hem voorstellen om op stap te gaan. Dan moet hij bellen om te zeggen dat hij toch niet komt en voelt hij zich schuldig. Dat wil ik hem besparen."

We Moeten Anderen - Maar Ook Onszelf - Zo Min Mogelijk Kwalijk Nemen.

"Voor ik iemand iets verwijt, probeer ik me altijd even in die persoon te verplaatsen: 'Ach, misschien was hij een beetje gefrustreerd, had hij slecht geslapen of zag hij zelf ergens heel erg tegenop.' Maar je moet ook mild zijn voor jezelf. Veel mensen kunnen dat niet. Ze blijven tobben over de dingen die ze verkeerd hebben gedaan. Dat is contraproductief. Als je te streng bent voor jezelf, zul je altijd falen. Dan veroordeel je jezelf tot een permanente staat van ontevredenheid."

In interviews verklaart hij regelmatig dat ergernis een bron van inspiratie voor hem is. Staat dat niet haaks op de vergevingsgezindheid waartoe hij nu oproept? "Dat vind ik niet. Je kunt je tijdelijk ergeren en nadien toch met de nodige mildheid oordelen.

"Het leukste is: gedeelde ergernis. Een tijd geleden was ik samen met Pablo op een diner waar ook veel buitenlandse schrijvers waren. Eén van hen zat de hele avond op een vreselijk hoogdravende manier te ouwehoeren over 'de kunsten'. Toen we na afloop terug naar huis liepen, begon Pablo die schrijver plots op een weergaloze manier te imiteren. Hij kon echt woordelijk herhalen wat die man had uitgekraamd. (lacht)

"Nu ik eraan denk: weet je wat je moet doen wanneer je op een feestje bent en je vindt het allemaal maar niks? Verdwijnen zonder ook maar één woord te zeggen. Als je je uitput in allerlei verontschuldigingen gaan de mensen alleen maar onthouden dat je vroeg bent weggegaan. Als je weggaat zonder afscheid te nemen, denkt iedereen: hij zal wel aan de bar staan. En wordt er verder geen aandacht aan je besteed." (lacht)

Mensen Die Van Alles De Nadelen Zien, Mag Je Van Je Verjaardagskalender Schrappen.

"Ik ben al een paar keer te lang in de buurt gebleven van mensen die alles en iedereen - inclusief zichzelf - naar beneden halen. Mijn ervaring is dat die mensen niet geholpen kunnen worden. Ze hebben een negatief wereldbeeld en zijn chronisch verzuurd. Het heeft weinig zin om ze op vrolijker gedachten te brengen, je kunt ze beter uit je vriendenkring verwijderen."

Koch verkocht alleen al in Nederland 650.000 boeken. Dat is het soort succes dat vriendschappen onder druk kan zetten, zeg ik. "Dat valt goed mee. Sommige vrienden zeggen me: 'Jezus, ik ben wel jaloers, hoor. Wat jou nu overkomt, dat zou ik ook wel willen meemaken.' Dat vind ik eerlijk, en bijgevolg ook aardig. Maar ik hoor ook andere dingen. Vorig jaar moest ik naar een literair festival in Canada om er de Engelse vertaling van Het diner te promoten. Iemand zei me toen: 'Het diner? Nog steeds?!' Hij bedoelde dus: 'Wat heb jij een saai leven, zeg. Moet je weer over dat oude boek gaan lullen.' (lacht)

"Het gebeurt ook dat een van mijn boeken bovenaan in de Boeken Top 10 staat en dat iemand opmerkt: 'Die publiciteitscampagne was wel héél goed georganiseerd, hè?' Met andere woorden: mijn boek is alleen maar een bestseller omwille van de reclamecampagne, en niet omdat het een goed boek is. Ach, je leert ermee leven."

Ziet hij Michiel Romeyn en Kees Prins - zijn voormalige Jiskefet-collega's - nog vaak? "Michiel wel. Wij waren al vrienden voor we aan Jiskefet (humoristische, absurdistische cultserie die in de jaren 90 werd uitgezonden door de VPRO, red.) begonnen. Maar Kees is altijd meer een collega geweest. Ik zie hem vrijwel nooit meer."

Je Mag Gerust Een Biertje Drinken Vóór Je De Kast Hebt Opgeruimd.

"Ik denk nooit: als ik eerst die kast opruim, mag ik straks een biertje. Ik drink dat biertje gewoon vóór ik de kast opruim. Waarom zou ik mezelf moeten belonen? De dingen die ik leuk vind om te doen, doe ik altijd het eerst."

Belgen, zeg ik, zitten nog anders in elkaar: wij drinken een biertje voor we de kast hebben opgeruimd, terwijl we de kast aan het opruimen zijn en nadat we de kast hebben opgeruimd. Hij lacht en zegt: "Nog beter. Ik vermoed dat Belgen hun kasten veel sneller opruimen dan Nederlanders. Alcohol maakt een mens niet zelden efficiënter." (lacht)

Je Moet Elke Dag Doen Waar Je Goed In Bent.

"Iedereen kan iets. Sommige mensen kunnen heel mooi schilderen, anderen kunnen de perfecte gastheer of gastvrouw spelen. Wat het ook is: zoek uit wat je goed kunt en doe dat vervolgens zo vaak mogelijk."

In Alleen Elvis blijft bestaan informeerde Thomas Vanderveken naar zijn grootste geluk. Koch antwoordde: dat ik het juiste beroep heb gekozen. "Schrijven is de meest constante factor in mijn leven. Zelfs als mijn gezin ooit uit elkaar zou vallen, zou ik nog altijd schrijven. Het is gewoon een heel prettig beroep. Een filmregisseur moet altijd twee jaar wachten voor hij - met minder geld dan hij gehoopt had - aan zijn film kan beginnen. Maar ik kan elke dag schrijven."

De decibels in café De Polder nemen toe, het is tijd voor de slotvraag: op welke momenten voelt hij zich doorgaans het gelukkigst? "Op heel gewone momenten," zegt hij. "Zoals gisteren: ik was thuis wat in de krant aan het bladeren, mijn zoon zat op de bank, ik had net een tweede biertje ingeschonken en ik dacht: wat is het geweldig dat wij ons zo goed voelen bij elkaar. En hoe heerlijk dat we voor dat geluk niet afhankelijk zijn van een bijzondere gebeurtenis, maar dat we het kunnen ervaren op een alledaags momentje als dit."

Herman Koch, De Greppel, Uitgeverij Ambo/Anthos, 21,99 euro. Vanaf 2 november overal verkrijgbaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234