Vrijdag 23/10/2020
Everts: “Tijdens mijn coma hebben ze een drukkatheter op mijn hoofd gezet om mijn hersenen zo veel mogelijk te beschermen. Dat zie je nog aan dat afschuwelijke gat.”

De Wending 2019Stefan Everts

Stefan Everts blijft vechten na malaria: ‘Voor ik sterf, wil ik nog eens op een motor kruipen’

Everts: “Tijdens mijn coma hebben ze een drukkatheter op mijn hoofd gezet om mijn hersenen zo veel mogelijk te beschermen. Dat zie je nog aan dat afschuwelijke gat.”Beeld Illias Teirlinck

Een jaar geleden werd Stefan Everts (47) tijdens een benefietrace in Congo door een malariamug gestoken. Hij verloor acht tenen, nog dagelijks vecht hij tegen helse pijnen. Toch blijft hij zijn zoon klaarstomen voor een wereldtitel.

Wanneer de elektrische poort van Stefan Everts’ landgoed in het Limburgse Lummen openzwaait, worden we vriendelijk maar verrast ontvangen door zijn vrouw, Kelly Tureluren. Wie we juist zijn en wat we komen doen? “Stefan was altijd al vergeetachtig, maar sinds zijn ziekte loopt het toch de spuigaten uit”, verzucht ze terwijl ze hem aan de lijn probeert te krijgen.

Gelukkig is de verstrooide tienvoudige wereldkampioen motorcross niet ver van huis en sluit hij al snel aan in de woonkamer van zijn gerenoveerde hoeve. Tussen de balken die het hoge plafond, stutten hangen twee van de tien motoren waarmee hij een wereldtitel behaalde. Een derde balanceert boven de bar waar Everts zijn verzameling gin – “enkele honderden soorten bezit ik ondertussen al” – bewaart. De zeven resterende machines staan in de tot trofeeënkamer omgebouwde kelder opgesteld.

Everts schenkt water uit een paarse fles S72 Gin by Stefan Everts, een “florale, zoete gin” die hij zelf ontwierp. Gin is niet bepaald een drankje dat je meteen met topsporters associeert, zeker niet met zieke. Drinkt hij dan zelf veel? “Ik heb het voorbije jaar stevige porties antibiotica moeten innemen, dus veel heb ik niet gedronken, nee. Ik wil vooral zo snel mogelijk genezen. Bezig blijven, zoals met die gin, is mijn beste medicijn.”

Vandaag heeft hij een goede dag, zegt hij. Hij kan, mede dankzij geavanceerde orthopedische schoenen, zonder al te veel pijn wandelen. Andere dagen maken de open wonden die zijn teenamputaties achterlieten hem het leven zuur. Wat begon met het verwijderen van zijn kleine teen in maart, eindigde (voorlopig) met maar liefst acht verdwenen tenen.

Everts in zijn landgoed: “Vroeger had ik nooit echt bij mijn eigen sterfelijkheid stilgestaan.”Beeld Illias Teirlinck

Vorig najaar nam Everts op uitnodiging van vriend en ex-collega Thierry Klutz deel aan een motorrace voor het goede doel in Lubumbashi, Congo. Enkele weken nadat hij terugkeerde, voelde hij zich plots beroerd. Griep, dacht hij, gaat vanzelf wel weer over. Maar na enkele dagen op de zetel moest hij toegeven dat hij toch hulp kon gebruiken. Zijn vrouw bracht hem in allerijl naar het ziekenhuis. Twee weken lang zweefde de voormalige kampioen tussen leven en dood, in een kunstmatige coma.

Wat weet u nog van die twee weken buiten bewustzijn?

“Ik had veel dromen tijdens die coma, de meeste eerder onaangenaam. Af en toe heb ik nog zo’n flashback, maar daar ga ik liever niet dieper op in. Wel herinner ik me nog dat de meeste dromen vreemde combinaties waren van wakkere momenten en hersenspinsels. Dan haalde ik bijvoorbeeld mijn zoon Liam en de verpleegster door elkaar; bij het ontwaken was ik er ineens van overtuigd dat Liam lang haar en oorringetjes had.

“Ik had helemaal niet het gevoel dat ik aan het vechten was voor mijn leven, zoals ze vaak zeggen over mensen in coma. Natuurlijk zit het in mijn aard om door te zetten, dus waarschijnlijk heb ik dat onbewust wel gedaan.

“Nadat ze mij wakker hadden gemaakt, duurde het nog een tweetal weken eer ik een beetje nuchter kon nadenken. Ik was erg verward, ook nog onder invloed van alle medicatie. Het voelde alsof ik heel lang was weggeweest; ik was niet meer zeker wat echt was en wat niet. Ik weet nog dat Kelly mij niet mee naar huis wilde nemen zolang ik nog zo aan het flippen was.

“De mogelijkheid dat mijn hersenen beschadigd waren bestond. Tijdens mijn coma hebben ze een drukkatheter op mijn hoofd gezet om mijn hersenen zo veel mogelijk te beschermen. Dat zie je nog aan dat afschuwelijke gat hier (wijst naar het putje zijn schedel).”

Wanneer besefte u dat u op het nippertje aan de dood ontsnapt was?

“Toen de dokter me in mijn kamer opzocht om te vertellen dat ze onderzocht hadden hoeveel malariapatiënten met zo’n hoog percentage malaria in hun bloed het overleefd hadden. Ze hadden niemand teruggevonden, ik was de eerste. Ze begrepen er niets van.

“Dat zet je toch aan het nadenken. Vroeger had ik nooit echt bij mijn eigen sterfelijkheid stilgestaan. Nu denk ik daar vaker over na. Niet dat ik er voortdurend van wakker lig, want ik wil er ook gewoon kunnen zijn voor mijn kinderen, maar ik ben wel bewuster geworden. Ik besef nu dat het overal en elk moment gedaan kan zijn.”

Hoe hebben uw kinderen die periode beleefd?

“Kelly vertelde me achteraf dat Liam na zijn eerste bezoek in het ziekenhuis vertelde dat hij zijn papa zo niet meer wilde zien. De psychologe heeft hem toen duidelijk gemaakt dat hij er voor me moest zijn, ook al kon ik hem niet zien of horen. Toen heeft hij die knop wel omgedraaid.

“Mylee was toen pas acht jaar, dus die heeft het allemaal iets minder bewust meegemaakt. Maar toen achteraf in het middagjournaal werd aangekondigd dat ik besmet was met het dodelijke malariavirus vroeg ze wel of ik daar ook dood van kon gaan. Ik heb haar toen verteld dat het inderdaad niet veel gescheeld had. We zijn altijd heel open geweest met de kinderen.”

Hoe heeft deze malaria-aanval u nog veranderd?

“Ik ben kalmer geworden, ook wel omdat ik lichamelijk daartoe gedwongen ben. Ik kan niet meer zo door het leven razen als ik vroeger deed.

“Geduldiger ook. In het begin legde ik mezelf voortdurend deadlines op, die ik dan steeds moest verschuiven. Kon ik in de zomer nog steeds geen meter vooruit zonder pijn, dan overtuigde ik mezelf dat ik in het najaar wel beter zou zijn. Nu heb ik begrepen dat mijn genezing nog maanden, maar evengoed jaren kan duren. Ik heb me aangepast. Dat neemt niet weg dat ik hoop ooit op te staan zonder pijn.

“Daarnaast ben ik sneller geraakt. Onlangs vernam ik dat een jonge motorcrosser door een ongeval met een dronken chauffeur overleden was (Ian Goormans van Motorcross Lille, JA). Hoewel ik die jongen niet persoonlijk kende, was ik toch echt even niet goed van dat nieuws. Ik heb meteen een Facebook-berichtje naar de familie gestuurd om mijn steun te betuigen. Zulke dingen raakten mij vroeger minder.

“Maar ook de mooie dingen komen harder binnen. Zo bezocht ik onlangs het turngala met mijn dochter Mylee, die zelf ook turnt. Mijn bewondering voor die atleten was zo groot dat ik er vochtige ogen van kreeg.”

Toen u in Congo was, slikte u geen malariapillen. Hebt u uzelf of de organisatie van die race dat kwalijk genomen?

“Ik had er niet bij stilgestaan dat malaria nog zo’n gevaarlijke ziekte was. Had ik er meer over geweten, dan had ik me natuurlijk beter voorbereid. Ik wist natuurlijk wel dat Congo een malariagebied was. Ter plaatse heb ik me altijd ingewreven met muggenmelk en shirts en broeken met lange mouwen gedragen. De organisatie meende dat dat volstond.

“Ze hadden mij wel kunnen waarschuwen dat als ik in de weken na mijn terugkeer ziek zou worden, ik meteen de link met malaria moest leggen. Als ik er sneller bij was geweest, had ik de schade kunnen beperken. Als topsporter ligt je pijngrens sowieso hoger. Als ik in plaats van vier dagen op de zetel de pijn te verbijten meteen naar het ziekenhuis was gegaan, had ik nu waarschijnlijk mijn tenen nog.

“Uiteindelijk kan ik alleen mezelf de schuld geven. Niet dat dat veel zin heeft. Alles in het leven gebeurt met een reden. Het gaat erom wat je eruit leert.”

Waarom heeft het lot u dan zo’n agressieve malaria-aanval laten ondergaan?

(denkt na) “Dat is een goede vraag. Ik ben er nog niet helemaal uit waarom. Wel weet ik dat het mijn levenstempo enorm vertraagd heeft. Misschien daarom?

“Waarschijnlijk bestaat er geen achterliggende reden, maar ik heb toch een houvast nodig. Je moet voor jezelf een antwoord verzinnen, anders blijf je maar over het waarom piekeren. Maar momenteel heb ik nog te veel pijn om dit hoofdstuk echt te kunnen afsluiten. Daarom probeer ik zo veel mogelijk bezig te blijven, dat laat me mijn miserie vergeten.”

Stefan Everts in zijn garage in Lummen.Beeld Illias Teirlinck

Wat helpt u op de donkerste momenten er weer bovenop?

“Liams trainingen zijn me erg dierbaar. Omdat ik zelf niet meer met de motor kan rijden, heb ik me een elektrische fiets aangeschaft om hem langs het circuit te kunnen volgen. Soms voelt het alsof ik het afgelopen jaar tien jaar verouderd ben, vooral fysiek dan toch.

“Na het einde van mijn carrière dacht ik lang dat ik met voldoende training weer de sportman kon worden die ik ooit was, maar nu weet ik dat dat waarschijnlijk onmogelijk is. Desondanks wil ik voor ik sterf toch nog eens op een motor kruipen. Dat is de challenge die ik mezelf gesteld heb. Ik snak ernaar om mijn lichaam nog eens af te beulen, elk spiertje in mijn lijf te voelen.”

Topsporters zijn niet zelden erg ijdel. Hoe was het om plots nog maar twee tenen te hebben?

“Vroeger was ik erg ijdel. Over mijn haaruitval heb ik zeker vier jaar wakker gelegen, zo erg vond ik dat. Maar daar heb ik uiteindelijk ook mee leren leven.

“Dat mijn tenen er slecht aan toe waren, zag ik meteen wanneer ik uit mijn coma ontwaakt was. Pikzwart waren ze. Toch heeft de dokter niet één keer het woord amputatie gebruikt. Elke millimeter van mijn voet die nog te winnen was, wilde hij sparen.

“Het moment waarop ik besefte dat mijn tenen eraf moesten, was een shock. Maar toen ik in het revalidatiecentrum van Pellenberg mensen zag met nog veel ingrijpendere amputaties dan ik en zag hoeveel zij nog konden, stelde me dat toch een beetje gerust.

“Aanpassingsvermogen, daar draait het uiteindelijk om. Alleen aan het uitzicht kan ik maar niet wennen. Ik blijf het toch heel vies vinden.”

De prijzenkamer van de tienvoudige wereldkampioen motorcross.Beeld Illias Teirlinck

Bestaat de kans dat er nog meer tenen geamputeerd moeten worden?

“Normaal gezien niet, maar dat heb ik het voorbije jaar wel vaker gezegd en toen kwam er toch nog telkens iets bij. Maar ik moet al veel minder vaak naar het ziekenhuis en ben van die antibiotica af. Dat is op zich al een overwinning, als je weet dat er momenten waren waarop ik om de paar uur intraveneus antibiotica moest toegediend krijgen.

“Kelly is het voorbije jaar noodgedwongen een halve verpleegster geworden. Dat was niet makkelijk voor haar. Er leek maar geen einde aan de zorgen te komen: het ziekenhuis, de apotheek, verzekeringen, en dan nog alle verzorging thuis. Dat vond zij ook niet bepaald plezant. Mijn voeten zijn één grote wonde, zien eruit alsof er een slijpschijf overheen gehaald is. Ze heeft dat gedaan, omdat ze ook wilde dat ik zou genezen en Liams matchen zou kunnen bijwonen.

“Onze relatie stond af en toe serieus onder druk. Gelukkig is mijn situatie nu al iets stabieler.”

Bent u nog bang om te sterven?

(geëmotioneerd) “Ja en nee. Ja, omdat ik niet aan deze ziekte wil aftakelen. Ik heb in mijn carrière zoveel risico’s genomen, om dan uiteindelijk door een mug geveld te worden zou ik toch heel erg vinden. Maar ergens ben ik ook niet meer bang omdat ik tijdens mijn coma al zo dicht bij de dood ben geweest. Was ik toen gestorven, had ik er niets van gemerkt. Ik zou niet eens afgezien hebben. Ik hoop alleszins dat sterven nog niet voor de eerste dertig jaar is.”

Net zoals uw vader u destijds trainde, traint u van het prille begin uw eigen zoon. In hoeverre hindert uw handicap u nu als trainer?

“De eerste maanden is mijn vader, Liams opa, voor me ingesprongen. Dat ging goed, maar Liam heeft toch liefst dat ik erbij ben. Rond april heb ik de draad weer opgepikt. Dat was weliswaar behelpen: looptrainingen kan ik niet meer meedoen en op het circuit heb ik die elektrische mountainbike nodig. Maar eigenlijk blijft zo’n onverhard terrein met stenen toch moeilijk. Soms heb ik echt veel pijn, maar ik laat me daar niet door tegenhouden.”

Tussen u en uw vader durfde het vroeger nogal eens te botsen. Vindt u met Liam wel de juiste balans tussen vader en trainer zijn?

“Ik probeer het beter aan te pakken dan mijn vader destijds. Mijn vader was nogal kort door de bocht, laten we zeggen. Liam en ik proberen goed te communiceren en dat lukt ons aardig. Natuurlijk botst het tussen ons ook weleens. Liam heeft nogal graag bevestiging. Maar als het niet goed is, zeg ik dat ook. Hij heeft nog niet echt gepuberd en ik hoop dat dat niet meer zal gebeuren.

“Zijn inzet is enorm, zowel voor de motorcross als om zijn school af te maken. Vijftien is hij nu en hij doet examencommissie. Daarvoor verwerkt hij heel gedisciplineerd alle leerstof van de laatste jaren op zijn eentje. Dat lijkt misschien eenzaam, maar veel vriendjes heeft hij nooit gehad. Hij is enorm gepassioneerd, zijn leven staat helemaal in het teken van de motorcross.

“Liam is voorlopig wel benadeeld qua groei; hij is kleiner dan het gemiddelde. Hij moet vaak crossen tegen jongens die twee koppen groter zijn. Maar hij rijdt verstandig, vermijdt zo veel mogelijk blessures. Het is nu vooral afwachten tot wanneer Liam sterk en groot genoeg is om zijn kwaliteiten ten volle te kunnen laten zien. Over een jaar of twee zit hij op topniveau, daar heb ik alle vertrouwen in.”

Wordt hij ook wereldkampioen?

“Dat geloof ik wel, ja. Of het hem ook tien keer lukt, is een andere vraag. (lacht) Maar minstens één keer zou ik toch wel graag hebben. Drie generaties wereldkampioenen, dat is toch vrij uniek in de sport.”

En uw dochter, wordt zij wereldkampioene?

“Van turnen ken ik niet zoveel, maar ik ben wel onder de indruk wanneer ik haar bezig zie op de turnmat. Ze is net naar Sta Paraat in Hasselt verhuisd, naar het schijnt is dat een heel goede club. Mocht ze later op topniveau gaan turnen zou dat natuurlijk fantastisch zijn, maar dat is haar eigen keuze. Als ze liever wil studeren is dat ook prima.”

Schuilde er in uw dochter geen potentiële opvolger?

“Al van bij Mylees geboorte heb ik gezegd: motorcross is niets voor meisjes. Ik zou niet willen dat zij op zo’n gevaarlijke machine kruipt. Als ze echt motorcrosser had willen worden, hadden we het toch met elkaar aan de stok gekregen.

“Pas op, ik heb veel respect voor vrouwelijke motorcrossers, maar ik kan hen eigenlijk niet begrijpen. Zo’n ruige sport in de modder en in het stof; willen die meisjes niet liever mooi zijn?”

Net zoals er meisjes bestaan die graag ruige sporten uitoefenen, zijn er toch ook veel jongens die zich liever niet vuil maken?

“Ja, natuurlijk bestaan die ook. Motorsport vergt enig karakter. Je moet ballen aan je lijf hebben.”

Hoe gaat het jaar 2019 voor u de geschiedenis in?

“Het was voor mij vooral een jaar om te vergeten. Het allerslechtste tot nu toe.”

Wat brengt 2020?

“Hopelijk minder pijn. Daarnaast hoop ik dat Liam nog enkele stappen vooruitzet in zijn crosscarrière.”

Motorcross blijft erg belangrijk in zijn leven.Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234