Vrijdag 29/05/2020

Steekspel aan de Maas

Politiek is in Dinant een ruw spelletje waarbij slagen onder de gordel geenszins worden geschuwd

Erik Raspoet / Foto's Gert Jochems

Dinant, wie is er nooit op schoolreis geweest? Zijn citadel, zijn boottochtjes op de Maas, de middeleeuwse stad doet bij vele Vlamingen een nostalgische bel rinkelen. In Wallonië raakt Dinant stilaan bekend om een andere specialiteit: zijn woelige gemeentepolitiek. Kreten van corruptie vliegen over en weer, vileine roddels bederven de sfeer, advocaten en magistraten hebben de handen vol met de plaatselijke politiek. In het oog van storm ligt het casino, waar de burgemeester zijn politieke vel in de waagschaal heeft gelegd. Speelt straks het Calimero-effect of niet? Dat wordt de inzet van 8 oktober.

Mogen we deze reportage beginnen met een hollandermop? Een exemplaar uit onverdachte bron, want je zal baron Marc de Villenfagne geen kwaad woord over zijn Nederlandse klanten horen vertellen. We stappen samen in de kabellift die ons tegen een gezapig tempo naar de Citadel van Dinant zal brengen. Het kan ook te voet, dan wordt het wel een steile klim van zestig meter. Maar waarom moeite doen? Met de téléférique of langs de trap, het entreegeld blijft identiek. "Vroeger was de trap goedkoper", zegt baron de Villenfagne. "Toen gingen de Hollanders allemaal te voet. Goed voor de lijn, grapten ze tegen de kassierster. Tot we een paar jaar geleden het eenheidstarief hebben ingevoerd, sindsdien nemen ook de Hollanders de kabellift."

Het is een schitterende nazomerdag. Beneden glinstert de Maas in de zon, bussen met toeristen wurmen zich door de nauwe straten van Dinant. Twee jongens met scooters houden een snelheidsrace, zelfs bovenop de rots doet het geknetter van de tweetaktmotoren pijn aan de oren. Dinant ligt in een diepe kom, het minste geluid wordt er honderdvoudig versterkt. Is het daarom dat het in deze stad gonst van geruchten en roddels? Ik zal het me de volgende dagen nog vaak afvragen.

Marc de Villenfagne ontpopt zich tot een bevlogen gids. De eerste versterkingen van de Romeinen, de strijd tussen het prinsbisdom Luik en het graafschap Namen, hij kent de geschiedenis van deze plek op zijn duimpje. Logisch eigenlijk, tenslotte behoort het vermaarde monument al driekwarteeuw tot het patrimonium van het geslacht de Villenfagne. Wisten we overigens dat het huidige fort uit het begin van de negentiende eeuw dateert? Gebouwd door de Nederlanders, maar dan wel op uitdrukkelijk bevel van de Britse admiraal Wellington. "Het was na de slag van Waterloo", zegt hij, "de citadel moest dienen om de Fransen af te schrikken. Gek genoeg werd het fort volgens plannen van diezelfde Fransen gebouwd. Wellington kon het ook niet helpen dat zijn aartsvijanden als de beste fortenbouwers van hun tijd bekendstonden."

Bizarre coalities en omstreden bouwpromotoren, dat zijn precies de ingrediënten die dit verhaal kleuren. Politiek, zo zal voorts blijken, is in Dinant een ruw spelletje waarbij slagen onder de gordel geenszins worden geschuwd. Van op de citadel heb ik een prima zicht op de magische driehoek van de res publica. Het stadhuis, waar de voorbije zes jaar een coalitie van PSC en PS de plak zwaaide. Het justitiepaleis, waar magistraten en advocaten de handen vol hebben met lokale mandatarissen. En natuurlijk het casino, het toneel van een vaudeville die de uitkomst van de verkiezingen diepgaand zal beïnvloeden. Wat nog te zien valt van op deze hoogte: bulldozers en graafmachines, opgebroken kruispunten en versgelegde klinkers, Dinant is in de greep van acute bouwkoorts.

Stadsvernieuwing heet de dada van PSC-burgemeester en volksvertegenwoordiger Richard Fournaux. Zelfs zijn grootste tegenstanders moeten het toegeven: Fournaux heeft Dinant uit een lange winterslaap gewekt. Tijdens het interbellum was het middeleeuwse stadje aan de Maas een mondain vakantieoord waar zelfs wufte Parijzenaars vertier kwamen zoeken. Na de oorlog is het steil bergaf gegaan. Hotels werden een na een opgedoekt, gedistingeerde residenten maakten plaats voor zuinige dagjesmensen en joelende kinderen op schoolreis. Tot overmaat van ramp gingen ook traditionele nijverheden zoals spinnerijen en koperslagerijen teloor. Gevolg: winkels gingen failliet, werkloosheidsstatistieken rezen de pan uit, het gat in de stadsbegroting werd steeds dieper. Een beangstigende ontwikkeling, temeer daar Dinant op een breukzone ligt. Stroomafwaarts langs de Maas beland je in de periferie van de Waalse hoofdstad Namen, een welvarend dienstencentrum met hooggekwalificeerde banen en oververhitte vastgoedprijzen. Stroomopwaarts daarentegen liggen plaatsen als Hastière en Givet, achterstandsgebieden die weinig meer te bieden hebben dan industriële archeologie en verpieterde arbeidersbuurten.

Een grootscheeps investeringsprogramma moet beletten dat Dinant aan de verkeerde kant van de welvaartskloof valt. Niet alleen wegen en infrastructuur worden aangepakt. Langs de Maas verrijzen luxueuze appartementen die gefortuneerde inwoners moeten aantrekken. Een Gentse promotor heeft 600 miljoen veil om het verlaten Betléhem-klooster in een congrescentrum om te turnen. Vlaamse investeerders zijn trouwens erg actief in Dinant. Zo heeft een groep rond de Leuvense filmbobo Rastelli groen licht gekregen om een multiplex met vier zalen op te trekken.

Over logies hoefde ik niet lang te piekeren. Telde Dinant voor de oorlog nog veertig hotels en pensions, nu schiet van die weelde alleen nog Hotel de la Couronne in de rue Sax over. Vlak naast de kerk, in de schaduw van de citadel, de schitterende ligging werd het hotel bijna fataal toen in juni vorig jaar een gigantisch rotsblok op de rue Sax dreigde te storten. Het gevaar werd bezworen met een peperdure ingreep: een gespecialiseerde firma heeft zo'n 1.300 stalen pijlers negen meter diep in de rotswand geboord. De werken slepen nog altijd aan, we zullen het geweten hebben. De wekker was volstrekt overbodig, om zeven uur schudden we haast uit bed. De torenkraan in de achtertuin is niet de enige bron van frustratie waaraan de hotelbazin zich dagelijks laaft. "De middenstand heeft het moeilijk", moppert ze. "Heb je al eens rondgekeken in de rue Grande en de rue Sax? Een op de drie winkels staat leeg, allemaal failliet. Ook wij spartelen om te overleven. Waarom zouden toeristen hier blijven overnachten? Behalve de citadel en de boottochtjes op de Maas valt er niks te beleven, 's avonds is Dinant uitgestorven. Eerlijk gezegd, ik ben een beetje boos op de burgemeester. Terwijl hij de plaatselijke middenstand in de kou laat staan, rolt hij voor vreemde investeerders de loper uit. Vorig jaar werd hier een filiaal van het Brusselse mosselhuis Chez Léon geopend. Wel, je dacht toch niet dat die een frank gemeentebelasting moeten betalen?" Het zal wel geen toeval zijn dat ze haar scherpste pijlen op de rechtstreekse concurrent richt: het gloednieuwe hotel Ibis van de Franse groep Accor. Is de komst van zo'n grote speler dan geen teken van vertrouwen in de horecatoekomst van Dinant? "Bijlange niet", zegt ze smalend. "De Fransen zien helemaal geen brood in dat hotel. Nee, Accor heeft dat hele hotel louter en alleen geopend om het casino te kunnen inpalmen. À propos, heb je het laatste nieuws over die affaire al gehoord? Het schijnt dat de manager van Ibis drie miljoen in het bedrijf van de burgemeester heeft gestopt."

Casino hier, casino daar, in Dinant begint of eindigt ieder gesprek over politiek bij de omstreden goktempel. Journalist Manu Wilputte heeft in Vers l'Avenir vele kolommen aan de casino-affaire gewijd. Zijn chronologie start onder de vorige PSC-burgemeester Tixhon. Het was 1991 toen Dinant aan Camille en Philippe Mantia een concessie van dertig jaar op het stedelijk casino verleende. Vader en zoon Mantia hadden ervaring in deze exclusieve branche, want ze exploiteerden destijds ook het grotere casino van Chaudfontaine. Gehoopt werd dat ze met hun expertise het zieltogende casino nieuw leven zouden inblazen. Helaas, onder de Mantia's ging het van kwaad naar erger. Zowel de omzet als het personeelsbestand krompen in plaats van uit te breiden, het luxerestaurant werd opgedoekt, van grote spektakels viel in de feestzaal niets meer te bespeuren. Misschien hadden de slechte resultaten wel te maken met de wel erg bizarre beheersclausule die de Mantia's uit de brand hadden gesleept. In plaats van een vast huurbedrag - aanvankelijk bepaald op 9,7 miljoen per jaar - werd de huur berekend in functie van de omzet. Mooier nog: onkosten zoals verbouwingswerken mochten van de gedeclareerde inkomsten worden afgetrokken. Gevolg: gedurende acht jaar betaalden de Mantia's geen frank huur aan de stad.

Toch gingen de poppen pas aan het dansen toen Dinant begin vorig jaar besliste het casino te verhuizen naar een nog te bouwen complex op de oever van de Maas. Met de Mantia's werden onderhandelingen aangeknoopt, de stad vroeg niets minder dan een forse participatie in de kosten. Geen onredelijke eis, tenslotte zouden de exploitanten ook de voornaamste begunstigden worden. "Maar zo hadden de Mantia's het niet begrepen", vertelt Manu Wilputte. "Ze verschuilden zich achter de concessie van 1991 waarin inderdaad geen letter stond over enige investeringsplicht." De besprekingen op het kabinet van de burgemeester verliepen bepaald stormachtig, Manu heeft het zelfs over rondvliegend meubilair. Hoe dan ook, in juli 1999 was voor het stadsbestuur de maat vol. De concessie met de Mantia's werd eenzijdig verbroken, de uitbating van het nieuwe casino werd toevertrouwd aan de Franse groep Accor die, toevallig of niet, ook de bouw van een Ibis-hotel in Dinant had aangekondigd.

De zaak had daarmee kunnen eindigen, maar dat is zonder de strijdlustige, zeg maar rancuneuze, inborst van de Mantia's gerekend. Niet alleen trokken ze naar de Raad van State om het besluit van de gemeenteraad te laten vernietigen. Evenmin beperkten ze zich tot het claimen van 150 miljoen schadevergoeding voor de rechtbank van eerste aanleg. Nee, wat de Mantia's echt willen, is het politieke vel van burgemeester-volksvertegenwoordiger Richard Fournaux. In november vorig jaar dienden ze bij de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen klacht in tegen Fournaux wegens malversaties. Waarom precies in Brussel? Manu Wilputte kan het ook niet helpen, hij moet de klok een stuk terugdraaien en het perspectief gevoelig verbreden. Wie herinnert zich nog het pikante bericht dat in 1998 de Wetstraat even in beroering bracht? Boudewijn Dehaene, broer van toenmalig premier Jean-Luc, werd ontmaskerd als lobbyist voor de Belgische casino's. Pikant, want de outing was het gevolg van een onderzoek naar corruptie dat op gang kwam - het is geen mineur detail - na een tip van Mantia's. Dat er in die dagen stevig werd gelobbyd, staat buiten kijf. Een interministeriële werkgroep had zich immers over een nieuwe wet op kansspelen en casino's gebogen. Geen overdreven regelneverij: sinds jaar en dag opereren de acht Belgische casino's in een juridisch niemandsland, ze zijn illegaal maar worden gedoogd. Een slordige 45 miljoen vroeg Boudewijn Dehaene om de spelregels in de door de casino-exploitanten gewenste zin te laten herschrijven. Tot inning van die commissie zou het evenwel niet komen, onder meer omdat Jean-Luc Dehaene zijn broer tijdig terug wist te fluiten. Maar daarmee was de walm van corruptie niet opgetrokken. In april 1999 had onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen goed beet: een topambtenaar van financiën gaf toe dat hij smeergeld had ontvangen van bingo-koning Willy Michiels om de wettekst te beïnvloeden. Allemaal goed en wel, maar wat heeft Richard Fournaux daar nu mee te maken? "Volgens de Mantia's is Fournaux een van de spilfiguren van de casinolobby", zegt Manu Wilputte. "Daarom heeft hij hen uit het casino gezet, om zich te wreken voor het lobbyonderzoek dat zij op de sporen hadden gezet. Bovendien zou hij zich hebben laten omkopen door Accor."

Van de pot gerukt? Niet zo volgens Jean-Claude Van Espen, die op 16 februari huiszoekingen in het kabinet, de privé-woning en het bedrijf van de burgemeester liet verrichten. Sinds die dag is de rust in Dinant nooit meer teruggekeerd, de stad werd het toneel van een steekspel waarbij de rivalen elkaar met juridische spitstechnologie bekampen. Richard Fournaux diende bij het parket van Dinant klacht in wegens smaad, een demarche die stroomafwaarts in Namen grote deining veroorzaakte. Immers, onderzoeksrechter Hanin liet op zijn beurt huiszoekingen verrichten, dit keer bij twee leden van de bestendige deputatie die opvallend enthousiast in de bres waren gesprongen voor de Mantia's. "Geen toeval", weet Wilputte. "De Mantia's hebben uitstekende relaties met het provinciebestuur. Iedereen weet dat vader Mantia ereconsul van Senegal is, iedereen weet dat ook de bestendige deputatie opvallend graag op studiereis gaat naar Senegal. Maar er is meer. De provincie wordt bestuurd door een rood-blauwe coalitie. Ik bedoel maar, bij de bestendige deputatie zal niemand rouwen om de val van een rijzende PSC-ster."

Het laatste wapenfeit dateert van begin deze maand. De Mantia's vroegen aan minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne niets meer of minder dan het afzetten van hun tegenstander. Naast de eerder geuite beschuldigingen wreven ze de burgemeester in hun verzoekschrift grove belangenvermenging aan. Goed om weten: behalve politicus is Fournaux ook zaakvoerder van Bayard Décor, een schildersbedrijf met twintig werknemers. Problemen met de RSZ, achterstand bij de fiscus, Bayard Décor is al geruime tijd op zoek naar vers kapitaal. Met succes, al doet de reddingsoperatie in Dinant vele wenkbrauwen fronsen. Laat een van de geldschieters nu toch wel de manager van hotel Ibis zijn. De burgemeester ontkent niet eens dat de bevriende hotelbaas drie miljoen in zijn noodlijdende kmo heeft gestopt. Maar wijst dit op belangenvermenging zoals de Mantia's beweren? Manu Wilputte: "De burgemeester argumenteert dat hij geen keuze had. Het water stond hem aan de lippen, onder meer omdat de hetze van de Mantia's zijn bedrijf zware schade heeft berokkend. Best mogelijk, maar het blijft erg delicaat, gelet op de relaties tussen Ibis, Accor en het casino. Enfin, ik ben benieuwd wat het op 8 oktober zal geven. Want de timing van de Mantia's is natuurlijk niet willekeurig, ze proberen de burgemeester maximaal te beschadigen voor de verkiezingen."

Wat moet de arme burger van dit alles denken? François Sohet is er eens goed bij gaan zitten op zijn favoriete bank op de Place Gerard. Hier, in het hoekje van de gepensioneerden, kan de burgemeester wel een potje breken. "Heel sympathieke jongen", zegt François, die zich als woordvoerder van het bejaardenclubje opwerpt. "En erg dynamisch, hij brengt leven in de brouwerij. Heb je het gehoord van het klooster? Zeshonderd miljoen uit Vlaanderen, net wat Dinant nodig had. De burgemeester houdt trouwens veel van Vlamingen, hij is volop Nederlands aan het leren. Ach ja, er is die toestand rond het casino. Als je het mij vraagt, had hij die Mantia's al veel eerder moeten buitengooien, ze hebben ons casino om zeep geholpen." We staan op de hoek van de rue Sax, genaamd naar de alhier geboren uitvinder van het bekende blaasinstrument. Alles heet hier trouwens sax, van de snackbar over de boekwinkel tot de Pharmacie Sax. Adolphe Sax zou schamper lachen om al dat eerbetoon, waarvan hij bij leven en welzijn verstoken bleef. De instrumentenbouwer zag zich zelfs verplicht naar Parijs uit te wijken om zijn uitvinding aan de man te brengen. Maar dat is het verleden, nu heeft het stadsbestuur een standbeeld aan de saxofoon gewijd, Dinant profileert zich allerwegen als la ville Sax. Niet dat er een jazzclub is, en wie het in zijn hoofd zou halen na acht uur een solo te blazen op zijn saxofoon, krijgt gegarandeerd de politie op zijn dak. Dinant, zo werd me meermaals verteld, is een kleinburgerlijk provincienest.

Cramique kan het alleen maar beamen. "Dinant is doods", zegt de blonde krullenbol. "Voor de jeugd is er niks, ik kan niet wachten om in Namen of Brussel te gaan studeren." Cramique is de drummer van Soul Blind, misschien wordt hij op een dag even beroemd als Adolphe Sax. "Heavy grunge", licht hij het genre toe, "Zoals de Deftones." We staan voor het oude casino, een prachtig gebouw van rond de eeuwwisseling. Eind dit jaar verhuizen de croupiers met hun roulettes en fiches naar het nieuwe complex, waarna het casino tot cultuurcentrum wordt verbouwd. "Krijgen we eindelijk een fatsoenlijk repetitielokaal", glundert Cramique.

Een witte Mercedes draait het lege parkeerterrein op, precies volgens afspraak. Even later rijden we langs het toekomstige casino dat naast het ook al gloednieuwe Ibis-hotel wordt opgetrokken. Onze gids is welbespraakt maar schaamteloos subjectief. "Ze hebben zelfs de baan versmald om Accor ter wille te zijn", sneert Robert Closset. "Voor wat hoort wat. Accord heeft niet voor niets drie miljoen in het bedrijf van de burgemeester gepompt." We rijden over de brug over de Maas, Robert geeft flink gas. Als het over de burgemeester gaat, valt hij niet te stuiten. Hebben we het al gehoord van de schilderwerken in hotel Mercure in Anseremme? Een contract van twintig miljoen, in de wacht gesleept door Bayard Décor. En wie is de eigenaar van Mercure? De Franse groep Accor, hij hoeft er zeker geen tekening bij te maken. Met iedere bocht groeit zijn stapel bewijzen tegen Richard Fournaux. Niet alleen van corruptie, als je hem mag geloven is de burgemeester zelf verantwoordelijk voor het ei zo na neerstorten van de rots op de Rue Sax.

Maar moeten we Robert Closset in deze wel geloven? De man is wereldberoemd in Dinant en omstreken. Niet alleen omdat hij uit het niets een bloeiende kmo heeft opgebouwd. Takelbedrijf, carrosserie, sloopwerken, containerverhuur, schroothandel, de Entreprises R. Closset zijn niet voor een gat te vangen. Nee, het is vooral aan zijn gebrouilleerde relatie met het stadsbestuur dat Closset zijn faam dankt. Na de Mantia's moet le dépanneur zowat de bitterste vijand van de burgemeester zijn. Bijna kwam het tot een handgemeen toen de heetgebakerde Closset de burgemeester in zijn kabinet de huid ging vol schelden. Een geweigerde sloopvergunning was de oorzaak van de gramschap, de glazen deur die daarbij sneuvelde, werd zelfs de inzet van een rechtszaak. De burgemeester van zijn kant diende dan weer klacht in tegen Closset bij het Comité P. Beschuldiging: Closset zou politie en rijkswacht hebben omgekocht om takelopdrachten in de wacht te slepen. Het onderzoek bracht niets aan het licht, de tegenklacht van Closset wegens smaad en eerroof is nog in behandeling.

Ronduit komisch was de stunt met het nieuwe stadslogo. De burgemeester was er apetrots op. Citadel, kerk en sax, de drie symbolen van Dinant in een vloeiende lijn gevat. Niemand minder dan Jean-Luc Dehaene werd uitgenodigd om het logo te onthullen. Helaas had de burgemeester verzuimd om de rechten op het precieuze handelsmerk ook wettelijk te laten deponeren. En dus heeft Robert Closset het maar gedaan, op persoonlijke titel welteverstaan. Sindsdien zijn de takelwagens van zijn bedrijf getooid met het stadslogo. Het gevolg laat zich raden: een rechtszaak die tot voor het hof van beroep in Luik werd uitgevochten. Het zou allemaal anekdotisch zijn, ware het niet dat Robert Closset zich nu ook in de gemeentepolitiek heeft gestort.

Aan bescheidenheid doet hij niet mee. Zien we dat stuk bos links van de baan? "Allemaal van mij." Een halve kilometer verder luidt het nog altijd 'allemaal van mij'. Robert Closset blijkt de trotse eigenaar van een volledige berg te zijn. Ooit stond er een kasteel, nu is het een ratjetoe van gebouwen, hangars en containers. Roestige wrakken zinken weg in de modder, hier staan wel driehonderd geaccidenteerde of in beslag genomen wagens. "We zijn alles aan het betonneren", zegt Closset. "Hier komt een recyclagepark voor bedrijven. Een investering van vijftien miljoen, uniek in België." Hij kan het niet genoeg herhalen: dit is het resultaat van jarenlang wroeten zonder ophouden. "Achtendertig jaar en nog nooit de zee gezien", hij zegt het te pas en te onpas. Een imperium gebouwd met de blote hand en vooral, zonder enige vergunning. Want daar ligt de oorzaak van het dispuut met het stadsbestuur: Closset zit met zijn nering in een gebied dat op het gewestplan als groenzone is ingekleurd. "Ze krijgen mij hier niet weg", zegt hij strijdlustig. "Waar moet ik naartoe? Voor dit soort bedrijven krijg je in Wallonië nergens nog een vergunning. Ik ben verplicht hen voor voldongen feiten te plaatsen. Eerst betonneren, dan regulariseren."

Straks kan hij zijn dossier zelf in de gemeenteraad verdedigen, want niemand twijfelt eraan dat hij als lijsttrekker van de Mouvement des Citoyens wordt verkozen. Een verzameling van ontevredenen is het, de eerst vijf plaatsen worden ingenomen door kleine zelfstandigen die geen boodschap hebben aan de nieuwe dynamiek van het stadsbestuur. Het verplicht vervangen van plastic terrasstoelen door houten meubilair is slechts een van de maatregelen die in het haastig neergepende partijprogramma op de korrel wordt genomen. Minstens een zetel voor de MDC, in zijn stoutste dromen ziet Closset zichzelf aan het hoofd van een driekoppige fractie de raadszaal binnenstappen. Hoe dan ook, het wordt puzzelen na 8 oktober, zeker nu ook Ecolo naar een zetel dingt. Zal de PS het gelag betalen zoals algemeen wordt verwacht? Kopstuk en eerste schepen Maurice Bayenet is geen kleine jongen, hij heeft een zitje in de Waalse gewestraad en is ondervoorzitter van de PS. Maar de Dinantse socialisten zitten in het casinodossier lelijk gewrongen tussen de gemeentelijke en de provinciale loyaliteit.

Ook Ensemble, een lijst met malcontenten van zowel PS als PSC die vooral in de rurale fusiegemeenten sterk staat, zou in de klappen delen. Nog zo'n hardnekkig gerucht wil dat de PSC en de PRL stiekem een stembusakkoord hebben gesloten. Veel, zo niet alles, zal afhangen van de persoonlijke score van Richard Fournaux. Halen de Mantia's hun slag thuis? Of scharen de kiezers zich rond hun veelgeplaagde burgemeester? Het Calimero-effect, de term komt van Manu Wilputte, die forse winst voor Fournaux voorspelt.

Kleine burgemeester wordt door de boze wereld belaagd, het is een rol die Richard Fournaux met verve vertolkt. Klein van gestalte, pientere oogopslag en een eeuwige vlinderdas, de burgemeester heeft niet alleen stijl, hij betoont zich ook een verrassende gesprekspartner. Vragen worden met tegenvragen beantwoord, hij beheerst als geen ander het effect van een dramatische stilte. Af en toe, als een zwaar accent gewenst is, verbergt hij zijn gezicht achter zijn fijne handen. Zijn voornaamste realisaties? De woordenloze repliek komt in de vorm van een dikke brochure waarin realisaties en plannen van het stadsbestuur worden voorgesteld. Uitgave gesponsord door zes bouwpromotoren, het zal mij pas later opvallen.

Amper dertig was Fournaux toen hij zes jaar geleden met 1.350 voorkeurstemmen achter zijn naam burgemeester werd. "In 1988 had ik ook al meer voorkeurstemmen dan mijn voorganger, Tixhon", merkt hij fijntjes op. "Toen was ik nog te jong om burgemeester te worden." Wat heb ik eigenlijk over de casino-affaire gehoord, wil hij weten. Als beloning voor mijn relaas krijg ik een snoepje: een primeur die zal inslaan als een bom, tot aan de kust toe. "Ik heb eindelijk het bewijs dat ik niks met de casinolobby te maken heb", zegt hij. "Kijk, vorige week heb ik eindelijk mijn dossier bij Van Espen kunnen inkijken. Nu weet ik het zeker, heel de aanklacht van de Mantia's steunt op mijn vermeende relatie met Boudewijn Dehaene. Compleet absurd, want ik heb die man zelfs nooit ontmoet. Wat meer is, toen ik destijds vernam dat de broer van de premier als lobbyist voor de casino's optrad, heb ik onmiddellijk partijvoorzitter Phillippe Maystadt opgebeld. Het was vlak voor de parlementsverkiezingen, ik besefte maar al te goed dat het optreden van Boudewijn Dehaene electorale risico's inhield voor de Vlaamse christen-democraten. Anders gezegd, dankzij mijn tussenkomst heeft de premier zijn broer tijdig kunnen terugfluiten. Dat alles loop ik al maanden te verklaren, maar nu heeft Philippe Maystadt ook het materiële bewijs teruggevonden. Ik heb er het volste vertrouwen in dat Jean-Claude Van Espen me buiten vervolging zal stellen." Maar of dat zal volstaan om zijn sjerp te redden? Met alle resterende rechtszaken zal de koning wel twee keer nadenken vooraleer hij Richard Fournaux opnieuw tot burgemeester benoemt. "Dat is waar de Mantia's op aansturen", zegt hij. "Ze willen me kraken, met steun van hun politieke vrienden in de bestendige deputatie. Maar het zal niet lukken." Hij schuift me een persknipsel toe, over de duistere rol van de bestendige deputatie in deze affaire. Let vooral op de titel, zegt hij. Arroseur arrosé, wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in.

Baron de Villenfagne is alvast formeel. Nee, de liberalen hebben met niemand een stembusakkoord gesloten. Maar de nummer twee van de Dinantse PRL blaakt van vertrouwen. "Na de verkiezingen zullen we deze stad mee besturen", zegt hij terwijl de kabellift neerdaalt. "We staan sterk, vergeet niet dat de liberalen reeds op alle hogere echelons aan de macht zijn." Inderdaad, het is een factor van belang. Zowel de Waalse voogdijminister Jean-Marie Sévérin als minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne zijn partijgenoten. Wat ook de score van Richard Fournaux wordt, zijn benoemingsdossier zal door handen van de PRL moeten passeren. Is dat geen mooie basis voor een stembusakkoord? Dan kunnen ze in een moeite door ook het probleem van de rots in der minne oplossen. Dinant onderneemt verwoede pogingen om de rekening voor de stabiliteitswerken geheel of gedeeltelijk naar de exploitant van de citadel door te schuiven. Honderddertig miljoen, het gaat niet om een bagatel. De baron tovert een minzame glimlach op zijn gelaat. "De kiezer zal beslissen", zegt hij. "Het wordt spannend op 8 oktober."

MDC-lijsttrekker Robert Closset: 38 en nog nooit de zee gezien.Burgemeester Richard Fournaux hoopt op het Calimero-effect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234