Woensdag 19/06/2019

Maagverkleiningen

Steeds meer mensen laten hun maag verkleinen: "Die goesting snijden ze niet weg, hè"

Liselotte en Liselore Myncke, bakkersdochters uit het Gentse. Beide twintigers lieten hun maag verkleinen en zijn nu 40 kilo kwijt. Beeld Bob Van Mol

Maagverkleiningen zitten in de lift. In vijf jaar tijd steeg het aantal vermagerings­operaties met de helft. Maar wat voor velen een simpele schoonheidsoperatie lijkt, is voor de patiënten vaak een levens­lange strijd. "Mijn ogen zijn nog altijd groter dan mijn buik."

"Zijn de ijsjes op?” Liselore Myncke (24), net thuis van het werk, trekt een pruillip en sluit de diepvries. Dan maar een Cola Light, net als haar zus Liselotte (25). Voor wie deze bakkers­dochters uit het Gentse al een paar jaar niet meer zag, moet het schrikken zijn. Twee vermage­rings­operaties later zijn ze allebei 40 kilogram lichter. En ze komen van ver, zeggen ze zelf. Gaf de weegschaal bij Liselore op haar 22ste nog 108 kilo aan, dan gleed de wijzer bij Liselotte nog iets verder, tot 118.

Liselotte: “We hebben altijd goed in het vlees gezeten, als tieners al. We zijn toen zelfs naar het Zee­preventorium in De Haan gegaan, omdat niks anders hielp. Daar zouden ze ons helpen af te vallen. Ik ging er binnen op mijn vijftiende en woog toen 88 kilogram. Eén jaar later was ik 20 kilo kwijt. Maar die kilo’s vlogen er nadien dubbel en dik weer aan. Want eenmaal buiten de muren van het internaat viel dat effect weg. “Dat zag je trouwens elke vrijdag­avond al, als we de trein namen naar huis. We waren nog maar in het station of we plunderden alle frisdrank- en snoep­automaten leeg. Al dat lekkers, het leek wel het paradijs.”

Liselotte en Liselore een tijd geleden. 'Op ons zwaarst liepen we 10 kilometer, om af te vallen. Ons doel was zelfs een marathon!' Beeld RV

Liselore: “Ik at gewoon graag en veel. Was het kip curry met rijst, dan at ik tot de potten leeg waren. Dat was echt schrokken, omdat het smaakte. Dat we thuis een bakkerij hebben, hielp niet bepaald. Soms graaide ik ’s ochtends twee koffiekoeken mee voor ik naar school vertrok, en dan nog eens twee toen ik weer thuiskwam. Vaak met een belegd broodje erbij. En dat was dan nog niet eens mijn avond­eten.”

De zussen zijn niet de enigen die het nu met een kleinere maag doen. In vijf jaar tijd is het totale aantal vermagerings­operaties in ons land met de helft aangedikt, zo tonen de recentste cijfers van het Riziv: van 9.531 ingrepen in 2012 naar 14.173 operaties in 2017. De gastric bypass, bij ons de meest gebruikte techniek, steeg in diezelfde periode met ruim een kwart: van zo’n 7.000 naar net geen 9.000. De laatste tien jaar voerden onze obesitas­chirurgen 82.000 maag­verkleiningen uit, waaronder 52.000 keer een gastric bypass (zie kader hieronder).

Bypass of sleeve?

Opvallend in de obesitas­kliniek: de maag­ring heeft zijn beste jaren gehad. Scoorde die operatie midden jaren 1990 nog hoog, met zo’n 10.000 plaatsingen per jaar, dan strandde de maag­ring vorig jaar op een schamele 248 ingrepen. Vandaag kiezen chirurgen veel liever voor de gastric bypass (8.979 ingrepen) of de sleeve (4.946), waarbij je eindigt met een maag zo groot als een kiwi of een banaan. 

Het grote verschil zit hierin: bij een bypass splitsen chirurgen de maag in tweeën met nietjes. Ze zorgen ervoor dat het voedsel, dat enkel langs de kleine maag passeert, meteen naar de dunne darm gaat. Zo krijg je sneller een verzadigd gevoel.Bij een sleeve, daarentegen, snijden chirurgen effectief een groot deel van de maag weg. Wat je overhoudt, is een klein, langwerpig zakje dat weinig elastisch is. Schrokken is verleden tijd.

“Maar er zit meer achter”, duidt Yves Van Nieuwenhove (UZ Gent). “In de maag zitten ook cellen die een hongerhormoon produceren: ghreline. Dat hormoon wordt met een bypass of een sleeve grotendeels uitgeschakeld. Gevolg: je kunt niet alleen minder eten, maar je hebt er ook minder zin in. Dat is waar de maag­ring heeft gefaald: patiënten kunnen weinig eten, maar blijven wel honger voelen, met alle gevolgen van dien. Sommigen nemen bij alles een klodder mayonaise, opdat het goed zou schuiven.” (ed)

“Zolang we de obesitas­epidemie niet onder controle hebben, zullen die aantallen blijven stijgen”, voorspelt obesitas­chirurg Yves Van Nieuwenhove (UZ Gent), die jaarlijks zo’n 120 magen insnoert. “Op dit moment is het ook de meest efficiënte manier om patiënten die ziekelijk zwaarlijvig zijn, te laten afvallen.”

Dat de overtollige kilo’s er na de ingreep af vliegen, is voor veel patiënten een opsteker van­jewelste. Maar, zo benadrukken experts: de operatie is nog maar het begin van de behandeling. “Wij doen niet aan plastische chirurgie”, weerlegt Yves Van Nieuwenhove. “Een vermagerings­operatie is meer dan een geweldige foto ‘voor’ en ‘na’. Vergeet niet dat we dit doen om mensen die gevaar lopen langer te laten leven. Vanaf een body mass index (BMI) van 35 – dat is tien punten boven de gezonde grens – word je zeven jaar vroeger ernstig ziek. Je zult ook zeven jaar eerder sterven. Bij een BMI van 45 is dat al twaalf à veertien jaar vroeger. Te dik zijn krimpt letterlijk je leven in.”

Een reken­sommetje tussendoor: wil je zelf je BMI bepalen, deel dan je gewicht door het kwadraat van je lengte. Stel: je weegt 54 kilogram en bent 1m60 groot, dan deel je 54 door (1,6 x 1,6) = 21. Een BMI tussen 20 en 25 is perfect gezond. Vanaf 30 spreken we niet langer van overgewicht, maar van obesitas. Vanaf 40 val je onder de noemer morbide obesitas of ziekelijk zwaarlijvig.

'Ik ben geen deus ex machina'

Voor wie erg dik is, is een vermagerings­operatie een duwtje in de rug, stellen chirurgen, maar de patiënt moet wel zelf trappen en sturen. En dat levens­lang. Van Nieuwenhove: “Het is een verstrekkende beslissing: lichamelijk en psychologisch. Knabbel je aan de eetlust van mensen, dan dreig je ook een stuk levens­vreugde weg te snijden. Daar moeten we toch voor opletten. Want het is niet alleen de bedoeling om gewicht te verliezen, je moet ook aan levens­kwaliteit en gezondheid winnen.”

“Veel patiënten komen nog naar ons met het idee: we gaan vermageren en klaar is Kees”, merkt Anthony Beunis (UZ Antwerpen), obesitas­­chirurg met jaarlijks zo’n 200 ingrepen op de teller. “Maar een zwaar­lijvig­heids­operatie is een hulpmiddel, geen wondermiddel. De bedoeling is toch dat je tot een gezonde, gevarieerde voeding komt, en dat in kleine hoeveelheden. Je mag niet denken: ik heb nu een bypass, ik mag doen wat ik wil. Op dat vlak zien velen in mij nog een deus ex machina. Ze geloven dat ik hen én lichter én gelukkiger ga maken. Dan kan ik niet genoeg benadrukken dat de bal in hun kamp ligt.”

“Buitenstaanders zien het nog te vaak als een gemakke­lijk­heids­oplossing”, vertelt Brecht Coucke (37). “Een operatie voor wie te lui is om zelf af te vallen. Vermageren doe je op karakter, denken ze. Ze zien niet in dat het een ziekte is.” Brecht, een ex-kok, woog 138 kilogram toen hij zich aanmeldde in de kliniek. Zijn broeken leken “parachutes”, halverwege op de trap stond hij te puffen en tijdens een toilet­bezoek zakte hij ooit door de bril. De schaamte zadelde hem behalve met extra kilo’s ook met een complex op.

Brecht: “Het liep al grondig verkeerd op internaat, in de hotel­school. Het beleid was dat ze ons er wilden leren omgaan met de verleidingen van voeding. De realiteit was dat we ’s avonds een halve fles wijn soldaat maakten en tijdens de speeltijd in rijen stonden aan te schuiven bij het snoepwinkeltje van de school. Andere jongens liepen dat er blijkbaar af, maar bij mij bleef alles plakken. Ik vergeet nooit hoe ik op een dag in de Chiro mijn broekje niet meer dicht kreeg. Iedereen trok in één-twee-drie zijn short aan. Ik moest mij erin wurmen. Dat waren pijnlijke momenten.”

Brecht Coucke verloor na de operatie 40 kilo: 'Mijn broeken leken vroeger wel parachutes.' Beeld Bob Van Mol

Na hard werken – en veel proeven – runde Brecht een tijdlang zijn eigen restaurant in Kortrijk. “In de keuken daar had ik helemaal vrij spel. Elke côte à l’os met verse bearnaise die op tafel kwam, had ik al drie keer voorgeproefd. Te veel frieten gebakken? Die verdwenen in mijn mond. Komt daarbij dat ik nogal een belonings­eter was. Na een geslaagde service voor zestig man verdiende ik zelf ook wel iets. Eerst wat gin-tonics, en daarna kreeg ik nog een hongertje. Dus reed ik naar een nacht­restaurant om nog een grote brochette te bikken.”

In zeven jaar tijd kwam de chef-kok zo’n 30 kilo aan. Met een BMI van 43 zat hij ver over de schreef. Het was zijn huisarts die de alarmbel luidde: “Brecht, als je nog tien jaar en meer wilt leven, zul je toch iets moeten veranderen.”

Jezelf volvreten

Wie een vermagerings­operatie overweegt, kan in ons land in 102 ziekenhuizen terecht. Of je al dan niet in aanmerking komt, hangt van wettelijk vastgepinde richtlijnen af. Zo moet je meerderjarig zijn en een BMI hebben vanaf 40. Vanaf 35 kan ook, maar dan moet er al sprake zijn van diabetes, hoge bloeddruk of slaap­apneu.

Wel laat minister van Volks­gezond­heid Maggie De Block (Open Vld) weten dat ze “de wetenschappelijke inzichten permanent blijft analyseren, om de regelgeving bij te sturen als dat aangewezen is”.

“Voeg er dan nog maar pre­diabetes aan toe”, suggereert Yves Van Nieuwenhove. “Bij mensen die we nu moeten weigeren, stellen we soms al een voorloper vast. Laat je hen niet afvallen, dan hebben ze binnen de vijf jaar suikerziekte. Bovendien raken de organen in dat voor­stadium al deels aangetast.” Denk ook aan gewrichts­klachten, zoals rug- en kniepijn, signaleert Anthony Beunis. “Het is best lastig om iemand met een BMI van 37 én knie­pijn teleur te stellen. Dan weet je dat chirurgie zou helpen, maar we krijgen dat nu op geen enkele manier terugbetaald. Sommige patiënten maken zich weleens kwaad: ‘Wat moet ik dan doen, dokter? Mij volsteken tot ik aan een BMI van 40 zit?’ Dat raad ik natuurlijk af. Maar ik ben ook niet onnozel, ik weet wel wat er zal gebeuren.” (fijntjes)

Zoals bij Liselore, die eerst het deksel op de neus kreeg. Wel dik, maar nog te dunnetjes voor een operatie.

“Het is erg om te zeggen dat je jezelf dan volvreet tot je in aanmerking komt. Ik snap wel dat ze ergens een lijn moeten trekken. Maar mezelf verplichten om te verdikken was verdorie ook niet makkelijk. (lacht) Ik heb toen vaak aan de Chinese kraampjes gestaan op de Gentse Feesten. Hoe vettiger, hoe prettiger. Vier maanden later ging ik terug naar de kliniek: ‘Hier ben ik weer, ik weeg genoeg.’ Gezond is dat niet, maar je zet alles op alles voor die operatie.”

Crisis in het lijf

Brecht kan ervan mee­spreken. Speciaal voor zijn operatie volgde hij eerst nog een crash­dieet, op bevel van de chirurg. “Dat waren zes vreselijke weken, voor mij en mijn hele familie. (lacht) Maar het moest. Mijn lever was te vet om de operatie aan te kunnen. Hij ging gewoon scheuren. Ik ben toen 16 kilo kwijtgeraakt. Precies omdat ik een doel voor ogen had. Anders lukte een dieet mij nooit.” Het zijn geen goedkope smoesjes die Brecht verzint. Brits wetenschappelijk onderzoek geeft hem gelijk: wie extreem dik is, lijkt eraan voor de moeite. Een man met een BMI van 43, zoals Brecht had, heeft een kans van 1 op 1.290 om met een dieet en sport af te vallen en op gewicht te blijven, zo becijferen de onderzoekers in het American Journal of Public Health. Voor vrouwen met een BMI tussen de 40 en 45, zoals Liselotte en Liselore vroeger, is dat 1 op 677. Erg mager dus.

Liselotte: “Pas op, wij liepen op ons zwaarste wel 10 kilometer. Dat was een van de vele pogingen om af te slanken door meer te bewegen. Ons allereerste doel was zelfs een marathon. Weet je dat nog, Liselore? (jolijt aan tafel) Maar het probleem was: ik kon sport niet combineren met gezonde voeding. Had ik gelopen, dan verdiende ik weer een reep chocolade.”

Wie zichzelf af en toe op dieet zet, kent het wel: het jojo-effect. Grote boosdoener is onze rust­stofwisseling: de biologie die ons een loer draait. Na het afvallen verbranden we in rust ineens minder calorieën, alsof ons lijf een noodplan in werking stelt. Kortom, zet twee mannen van 80 kilo naast elkaar en de man die is afgevallen en vroeger 120 woog, verbrandt nu honderden calorieën minder per dag dan de man die altijd op gewicht is gebleven. Of zoals experts aangeven: “De beste manier om af te vallen is niet aankomen.”

“Vergelijk het met zolang mogelijk je adem inhouden”, duidt professor Van Nieuwenhove. “Zodra je opnieuw naar lucht hapt, zul je ook veel sneller ademen om die achterstand in te halen. Hetzelfde gebeurt als je in korte tijd erg veel vermagert. Je jaagt je lichaam in een honger­situatie. Je lijf denkt: ‘Jongens, nu verkeren we even in een crisis, maar zodra we kunnen eten, halen we terug het onderste uit de kan.’ Vandaar dat zovelen, na een streng dieet, boven hun oorspronkelijke gewicht eindigen.”

Is je maag een kiwi klein, dan ben je dat mechanisme te slim af. Van Nieuwenhove: “Met een maag­verkleining houd je het lichaam een beetje voor de gek. Met een bypass komt het voedsel na de maag meteen in de dunne darm. Normaal duurt dat tot twee uur na de maaltijd. Met een bypass krijg je dus al heel snel het signaal: ‘Nu mag ik stoppen met eten.’ Maar dan moet je op zo’n moment ook luisteren naar je lichaam. Als je hogere regionen zeggen: ik wil toch hamburgers, frieten en chocolade, dan weiger je om jezelf iets wijs te maken en kun je jezelf alsnog dwingen om meer te eten.”

Dumpingsyndroom

“Nu kan ik mij niks anders meer indenken dan kleinere porties eten”, vertelt Liselore. “Omdat het simpelweg niet meer lukt. Maar ik eet nog altijd ontzettend graag. Mijn vriend zegt soms: ‘Komaan, laat dat restje nu toch liggen.’ Dat mijn bord niet leeg geraakt, dat blijft moeilijk. En dat is elke dag drie keer.”

Liselotte: “Bij mij heeft het lang geduurd vooraleer ik mijn hoofd daarin meekreeg. Nog anderhalf jaar na de operatie bleef ik telkens weer te veel opscheppen. Omdat het nog altijd zo in mijn hoofd zat: ik kán veel eten.”

Berouw komt na de zonde, zo weten ervarings­deskundigen. Wie na zo’n operatie nog te veel, te vet of te gesuikerd eet, heeft het zitten. Het dum­ping­syndroom, heet dat. Brecht: “Vroeger at ik zo graag rood vlees, maar nu krijg ik niet één schelletje côte à l’os op. Een kleintje uit de frituur is onbegonnen werk, na tien frieten zit ik al vol. Ga ik er toch eens over, dan moet ik het echt uitzweten. Ik krijg dan hoofdpijn, een krop in mijn keel. Een beetje zoals een beginnende griep. Echt gek.”

Liselotte: “Je weet het op voorhand: als ik te veel eet, zal ik het bekopen. Toch durf ik dat weleens, als ik een dag relaxed thuis ben. Om daarna in bed te kruipen, met alle ongemakken van dien. Een praline met marsepein, dat is mijn zwakte. Dat geeft zo’n lekkere, korte roes en dan wil je natuurlijk meer.”

Liselore: “Die goesting snijden ze niet weg, hè. Die blijft je hele leven.”

Na een operatie verliezen patiënten gemiddeld 66 à 70 procent van hun overgewicht. Dat wil zeggen: van hun gewicht boven de gezonde BMI-grens van 25. Maar, zo erkennen obesitas­chirurgen, herval loert altijd om de hoek. Hoe meer je de rode stoplichten van je lijf negeert, hoe ongevoeliger je ervoor wordt.

Extra large

Anthony Beunis: “Na een tijdje passen velen hun eetpatroon opnieuw aan, maar dan jammer genoeg in slechte zin. Eerst valt dat niet op, maar daarna beginnen de kilo’s toch weer op te lopen. Dikwijls grijpen ze naar vloeibare calorieën die vlot binnengaan: pudding, rijstpap, frisdrank. Of ze eten kleine hoeveelheden, maar verhogen wel hun aantal maaltijden: van drie naar zes. Er zijn dus wel manieren om die bypass te ‘bypassen’. Maar zo help je het effect ervan wel om zeep. Velen stellen hun hoop integraal op de ingreep, maar wij kunnen de ziekte, of het gedrags­probleem, niet wegsnijden.”

Zo is Brecht, die na zijn operatie 40 kilo verloor, intussen weer op 103 geland. “Die drie cijfers op de weegschaal, voor het eerst doet het mij wel iets. Vroeger niet. Zodra ik de 100 kilo passeerde, kon het me niet meer bommen. Ik merk het ook aan mijn kleren: een large zou alweer een extra large moeten worden. Daar heb ik echt geen zin in. Mijn grootste probleem is dat mijn hoofd niet is aangepast na de operatie. Mijn ogen zijn nog altijd groter dan mijn buik.”

Bij Liselore, van maatje 46 naar 38, slaat de schrik om het hart als ze aan hervallen denkt. “Dat eerste jaar na de ingreep durfde ik haast niks te eten of ik moest al gaan sporten. Ook nu nog blijf ik er bang voor, want ik ben nogal een stress-eter. Mijn oude kleren weggooien of niet? Daar heb ik lang over getwijfeld, maar ik heb het uiteindelijk toch gedaan. Shoppen, hè.”
(lacht)

Liselotte: “Ik heb nog een paar kledingstukken bijgehouden van toen ik op mijn dikste was. Als ik weer wat bijkom, wil ik naar die kleren kunnen kijken. Als reality check: dát nooit meer.”

Brecht Coucke voor de operatie. 'Mijn ogen zijn nog altijd groter dan mijn buik.' Beeld RV

Ideaal natraject

Alles staat of valt met een goeie opvolging, weten deskundigen. Wie na de ingreep geregeld bij de chirurg, diëtist en psycholoog langskomt, maakt meer kans om zijn nieuwe gewicht te behouden. “Hoe meer jaren erover gaan, hoe meer kilo’s ook”, klinkt het. Daarom doet het Federaal Kennis­centrum voor de Gezond­heids­zorg (KCE) weldra een oproep naar patiënten, om hen te bevragen over hun operatie. Bedoeling is om uit te pluizen wat het ideale na­traject is. Een werkgroep van chirurgen hoopt dat er een conventie uit de bus komt, “waarbij de hele follow-up wordt terugbetaald maar waarbij je de patiënt ook op zijn verantwoordelijkheden wijst, zodat de hele investering loont”.

Om een idee te geven van het kostenplaatje: de ziekte­verzekering telde vorig jaar zo’n 10,5 miljoen euro neer voor maag­verkleiningen. Vijf jaar geleden was dat nog 7,3 miljoen.

Yves Van Nieuwenhove, lid van de denktank: “Wanneer we als samenleving die investering doen, moeten we ook kunnen garanderen dat het niet voor vijf jaar is, maar voor levens­lang. Dat die patiënt niet ineens weer tien punten hoger zit op zijn BMI. Anders zal die persoon toch voortijdig sterven. En de periode van ziekte, die aan het overlijden voorafgaat, kost de maatschappij een flinke duit.

“Maar sommige mensen zijn hardleers, en die moeten eruit. Wie niet bereid is om zijn levens­stijl aan te passen, opereer je beter niet.”

‘Ik wil u weleens doen’

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie stapt er slanker door het land? Een maag­verkleining krikt niet alleen je zelfbeeld en gezondheid op, het verandert ook de manier waarop anderen je bekijken.

Brecht: “Ik merkte dat al in de klerenwinkel. Toen ik 138 woog, kwam niemand mij helpen. ‘Die jongen gaat hier toch niks vinden’, dachten ze. Toen ik scherp stond, met 85 kilogram, kwam er meteen een verkoopster aangelopen. Dat was wel confronterend. Toen dacht ik: hey, als dikkerdje stond ik hier ook, maar toen telde ik niet mee.”

Liselore: “Kijken mensen ons na? Nog evenveel, maar dan anders. Als je dik bent, zie je ze vaak denken: wat is die dom, of vies. Nu staren ze dikwijls op een seksistische manier. Met zo’n blik van: ‘Ik wil u weleens doen.’”

Liselotte: “Ook heel gek: toen ik vroeger een etalage­raam passeerde, keek ik bijna nooit opzij naar mezelf. Na de operatie betrapte ik mezelf erop hoe vaak ik naar een venster zat te gluren. Ook thuis, voor de spiegel, had ik af en toe bevestiging nodig: ben ík dat nu echt?”
(schatert)

Dat er mij vanavond een dampend bord spaghetti wacht, geef ik de zussen bij het afscheid nog mee. Duidelijk een gevoelige snaar.

Liselotte (licht op): “Njam, lekker. Mag ik meekomen? Mama, wat gaan wij eten?”

Liselore (stopt alvast een koekje in haar mond): “Vroeger, als het spaghetti was, schepte ik wel drie keer op. Nu kan ik me dat niet meer voorstellen.”

Brecht begrijpt wat ze bedoelt: “Als ik een bord spaghetti zie, word ik gewoon zot. Vol enthousiasme begin ik daaraan, maar na drie happen is het gedaan.”

Liefde gaat door de maag

“Ik kan het nog altijd niet geloven dat ik nu zo’n toffe, knappe vriendin heb”, vertelt Brecht. “Laat staan dat ik papa ben geworden. Dat was mij allemaal niet te beurt gevallen had ik niet drastisch ingegrepen.” Dat de kilo’s er na een vermagerings­operatie af vliegen, heeft inderdaad ook effect op je liefdes­leven, zo stippen Zweedse wetenschappers in het vakblad JAMA Surgery aan. Na de operatie knopen patiënten vaker een nieuwe relatie aan. Maar: ze breken ook vaker met hun partner. Hoe meer gewichts­verlies, hoe groter de relationele storm.

Liselore: “Het heeft een impact op twee vlakken: jouw zelfvertrouwen én de interesse van anderen. Mijn vriend heeft me dat ook al eerlijk gezegd: had hij me vroeger, op mijn dikste, leren kennen, dan had hij geen interesse getoond. Ook al vond hij me leuk.” (ed) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden