Maandag 23/09/2019

Start-ups hebben meer nodig dan alleen geld'

De regering wil met een superfonds groeiende technologiebedrijven in België houden. Technologieondernemer Peter Hinssen is enthousiast. Maar er wacht ons een grotere uitdaging: 'Talentvolle ondernemers moeten geloven dat ze niet naar het buitenland moeten om de wereld te veroveren.' Freek Evers

'Ik ben a priori enthousiast over de maatregelen die minister Johan Van Overtveldt (N-VA) wil nemen om start-ups de financiële zuurstof te geven die ze nodig hebben om door te groeien naar een scale-up", zegt Peter Hinssen aan de telefoon nog voor we de eerste vraag konden stellen. Scale-ups zijn bedrijven die 1 miljoen euro aan kapitaal bezitten en een filiaal in het buitenland hebben.

Van Overtveldt werkt aan een superfonds dat zal investeren in Belgische privéfondsen die geld pompen in groeiende techbedrijven. Geen dag te vroeg volgens Hinssen. "Door het gebrek aan risicokapitaal, zitten we in België met een enorme handicap. Ambitieuze bedrijven vinden hier niet voldoende geld om door te groeien en trekken heel vroeg naar het buitenland", zegt Hinssen.

"Kijk bijvoorbeeld naar Dries Buytaert die met zijn bedrijf Acquia in 2010 naar Boston verhuisde en daar uitgroeide tot een technologiereus."

Waarom is dit initiatief zo broodnodig voor onze start-upsector?

"Ons land heeft de voorbije jaren een inhaalbeweging gemaakt. Kijk naar de boerentoren in Antwerpen, die zit vol met innovatieve bedrijfjes. In heel Vlaanderen zie je start-uphubs ontstaan. We hebben incubators, dat zijn bedrijven of universiteiten waar een product over een langere periode kan broeden. We hebben accelerators, die tijd en geld investeren in ruil voor aandeelhouderschap.

"Maar uiteindelijk is dat de kleuterschool van het ecosysteem. We moeten nu investeren in infrastructuur en kennis om die beloftevolle projecten hier verder te laten groeien."

Waarom is het zo belangrijk dat die bedrijfjes hier verder groeien en niet in pakweg de Verenigde Staten?

"Ten eerste: tewerkstelling. Toen ik als jonge ingenieur afstudeerde, kon ik terecht bij bedrijven zoals Alcatel of Phillips om zinvol technologisch werk te vinden. We zien dat de maakindustrie stilaan verdwijnt. Kijk maar naar de sluiting van autofabrieken. Als we Belgen in de toekomst zinvol en creatief werk willen bieden, hebben we daar innovatieve bedrijven voor nodig.

"Daarnaast is het belangrijk voor ons imago. Het is tegenwoordig erg bon ton om na je studies een bedrijf op te richten. Misschien zelfs iets te veel als je het mij vraagt. Maar als je dan wil verder groeien om de wereld te veroveren, dan moeten we hier zeggen: 'Sorry, maar dat gaat niet.' We hebben dan wel keihard in die opleidingen geïnvesteerd en laten het resultaat daarvan zomaar vertrekken."

Hoe moet een superfonds dat probleem oplossen?

"Om een vruchtbaar ecosysteem te ontwikkelen heb je drie zaken nodig. Eén: talent, dat hebben we. Twee: geld om dat talent hier te houden, daar kan het superfonds bij helpen. En drie: kennis. Toen Dries Buytaert met zijn bedrijf naar Boston vertrok, zijn we niet alleen een straffe ondernemer kwijtgespeeld, maar ook heel wat kennis voor toekomstige starters.

"Als je vandaag als starter wil weten hoe je samen met een community aan nieuwe software werkt, dan vind je niemand die je daar hier bij kan helpen. Al die kennis zit nu in Boston, en daar profiteren nieuwe start-ups in de VS van.

"Bovendien zijn wij als Belgen al niet de beste verkopers. Ons hoger onderwijs is heel erg gericht op het technische, maar voor een succesvol technologiebedrijf heb je maar nodig. Waar moet je vandaag met je vragen naartoe wanneer je de Aziatische markt op wil? Er is nog niemand die je dat heeft voorgedaan. Zo'n superfonds is nodig om in de toekomst serieondernemers te hebben die als gids kunnen dienen voor nieuwe initiatieven."

Er wordt gemikt op 300 à 400 miljoen euro voor het fonds. Is dat voldoende?

"Ik verwacht meer van onze overheid. Niet zoals Vlaams minister Philippe Muyters (N-VA) die zelf wil investeren in een supersnel datanetwerk. Onze overheid moet in de eerste plaats trots zijn op onze start-ups en hen zo veel mogelijk inschakelen.

"Antwerpen is daar een prachtig voorbeeld van. Voor al hun digitale investeringen speurt de stad eerst het Belgische start-uplandschap af om te kijken of er geen bedrijfje bezig is met wat de stad nodig heeft. Pas nadien zoeken ze naar oplossingen bij traditionele multinationals. In vier jaar is 50 procent van de uitgaven voor technologische toepassingen van stad Antwerpen naar start-ups gegaan.

"Als je fondsen stimuleert én het aankoopproces in eerste instantie op start-ups richt, dan ben je goed bezig als overheid."

Kunnen we onze achterstand in aantal scale-ups nog inhalen?

"Dat denk ik wel. We mogen ons alleen niet focussen op zaken die al bestaan te verbeteren. Denk aan het hele e-commerceverhaal, dat hebben we helemaal aan de Nederlanders met Coolblue en Bol.com moeten laten. We moeten dat niet proberen over doen. We moeten ons concentreren op sectoren die nog een serieuze digitalisatiegolf te verwerken krijgen.

"Ik denk bijvoorbeeld aan de gezondheidszorg. We hebben een enorm oude bevolking, de uitdagingen worden immens en digitalisering zal een deel van het antwoord zijn. Ook in de voedselsector liggen er volgens mij fantastische mogelijkheden.

"Kijk naar wat er gebeurt op de biotechcampus in Zwijnaarde. Daar vindt een enorme kruisbestuiving plaats die ervoor zorgt dat we bij de besten van de wereld horen. Waarom zouden we dat in die sectoren niet kunnen?

"We moeten groot durven dromen. Dat is de grootste uitdaging. Uiteindelijk zijn wij hier allemaal erfgenamen van bange wezels die 200 jaar geleden de grote plas niet zijn durven oversteken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234