Donderdag 13/08/2020

OpinieAnneleen Kenis ea

Stappen we in de oude valkuil om zorgarbeid weer maar eens te miskennen?

Beeld Photo News

Anneleen Kenis (FWO – KU Leuven); Mieke van den Broeck (Progress Lawyers Network); Julie Carlier (UGent); Valerie De Craene (VUB); Katrien De Graeve (UGent); Sigrid Vertommen (FWO-UGent); Noëmi Willemen (UCLouvain).

“We vragen veel van ouders [...] maar samen geraken we door deze moeilijke periode”. Met die boodschap probeert onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) de gemoederen te bedaren. Of hem dat lukt is een andere vraag: “veel” is een understatement en “samen” begint steeds meer op losse schroeven te staan. 

Dat die woorden van erkenning vooral een manier zijn om iedereen in het gelid te houden, bleek enkele weken eerder al toen Weyts ‘preteaching’ toevoegde aan het toch al overvol takenpakket van veel ouders. De kinderen met een grote zak chips voor de televisie zetten werd niet langer getolereerd. Wie zich niet tot preteaching verbond, werd vakkundig geresponsabiliseerd. De persconferentie van afgelopen vrijdag (24/4), waar bleek dat niet de scholen, maar wel de bedrijven en winkels eerst zouden opengaan, was de druppel die de emmer deed overlopen. Niet alleen voelde dit voor velen als een omkering van prioriteiten. Dat dit nog een extra druk op ouders legde, werd voor de zoveelste keer genegeerd.

Een schouderklopje hier, een woordje van erkenning daar. Het is maar één van de manieren waarop zorgarbeid al decennialang onder de knoet wordt gehouden. Ingepakt als ‘(moeder)liefde’ en ‘deugdzaamheid’ wordt het maatschappelijk gezien als iets onvoorwaardelijk en vanzelfsprekend, waar geen of nauwelijks financiële of andere compensaties tegenover horen te staan. Wie doet alsof een combinatie van voltijds thuis werken, preteaching en voor kinderen zorgen een realistische optie is, stapt dan ook in die oude valkuil om zorgarbeid weer maar eens te miskennen. Niet voor niets wijzen feministen er al decennia op dat dit geen werk is dat je er zomaar eventjes bijneemt of naast kan doen. Die kritiek kwam tot nu toe vooral tot uiting in de strijd rond de dubbele dagtaak waarvan vooral vrouwen de dupe zijn. De debatten zijn nooit echt beslecht: genderongelijkheid op dit vlak is altijd blijven bestaan. Sterker zelfs, ze is toegenomen sinds de afbraak van de welvaartsstaat.

De schamele pogingen om dit werk toch (financiële) erkenning te geven bevestigen alleen maar het probleem. Of het nu gaat om de schandalig lage bedragen voor allerlei vormen van zorgverlof tot het in tijd wel erg beperkte moeder- of vaderschapsverlof, telkens opnieuw wordt het belang van zorgarbeid onder de mat geveegd. Dat geldt overigens ook voor de zorgarbeid die buitenshuis gebeurt: niet toevallig behoren verpleging, kinderopvang, poets- en ouderenhulp tot de slechtst betaalde beroepen van het land. Nu de corona-pandemie zonder pardon de structurele onderwaardering van betaald en onbetaald zorgwerk in ons gezicht wrijft, is het belangrijk om na te denken over structurele oplossingen die voorbij de schouderklopjes gaan. Terwijl de mensen in de gezondheidszorg de dagelijkse applausjes zeker kunnen appreciëren, valt het toch op dat (veelal mannelijke) bankdirecteuren of ingenieurs, meestal op heel andere wijzen worden ‘gewaardeerd’.

Niet enkel buitenshuis, maar ook binnenshuis keert de onderwaardering van zorgarbeid als een boemerang in ons gezicht terug. Ouders worden opgeroepen om voor het algemeen welzijn een tandje bij te steken, en zorg- en ander huishoudelijk werk vanaf nu voltijds met een betaalde job te combineren. Dat veel ouders sowieso al op hun limieten zaten, daar wordt voor het gemak even abstractie van gemaakt. Bovendien zijn de omstandigheden waarin mensen dit ploeterwerk moeten volbrengen verre van gelijk. Een gezonde snack hier, genoeg structuur daar, een rustige werkruimte voor iedereen apart, online contacten met vriendjes en school, … zijn niet voor iedereen evident. Tot nu toe valt vooral op dat mensen, ondanks dit alles, gigantisch hun best hebben gedaan. Maar hoe lang kunnen we nog meegaan in dit verhaal? Terwijl ouders voortploeteren, mogen bedrijven en winkels weer opengaan. Winst komt voor ons welzijn en de bestaande sociale ongelijkheden worden groter in plaats van kleiner gemaakt.

Ook hier is het nuttig de coronacrisis in een langere geschiedenis te situeren. Feministen zoals Silvia Federici, pleitten er decennia geleden al voor om zorgarbeid zichtbaar te maken door ze te weigeren. Hun argument is dat iets enkel wordt gezien als het niet meer wordt gedaan. Met andere woorden, misschien is het tijd om duidelijk te maken dat voltijds zorgwerk en ander werk niet samen gaan. Waar feministen er vanuit die optiek van oudsher voor hebben gepleit om zorgwerk neer te leggen, duwt de corona-pandemie ons misschien wel meer dan voorheen met onze neus op de realiteit: een zorgstaking is tegelijk een noodzakelijke en onmogelijke eis. 

Maar die andere optie blijft wel overeind. Waarom zeggen we niet massaal: “Oké, we begrijpen dat de omstandigheden uitzonderlijk zijn en dat dit belangrijk is. We blijven voorlopig met onze kinderen thuis. Maar dat wil ook zeggen dat we ons ander, toch niet essentieel, werk bij deze neerleggen. We gaan niet online.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234