Dinsdag 02/03/2021

Stakende advocaten lossen toegang tot het gerecht niet op

Maandag werd er gestaakt door de Waalse advocaten, die zo hun eisen tot een betere bezoldiging van de rechtshulp aan de minstbedeelden (het vroegere 'pro-Deosysteem') willen onderstrepen. Ook in Vlaanderen zou men moeten nadenken over de toekomst van de rechtshulp.

De staking van maandag, een voor de advocatuur ongebruikelijke actievorm, werd met kracht ondersteund door de overkoepelende Orde van Franstalige en Duitstalige balies, die eerder al op een congres openlijke steun betuigde aan hervormingsvoorstellen van minister Onkelinx, die zich steeds meer profileert als toekomstig minister van Justitie. Zij pleit er onder meer voor meer mensen recht te geven op gratis rechtshulp, wat grondige hervormingen en ideologische keuzes noodzakelijk maakt. De staking kan dan ook niet op korte termijn tot concrete oplossingen leiden en geeft aan dat ze gezien moet worden in een politieke benadering van justitie, die in sommige kringen sterk ideologisch gekleurd is.

Ook in Vlaanderen wordt over de toekomst van de rechtshulp nagedacht en bestaat er een groeiende frustratie over de huidige toestand, zonder dat naar het stakingswapen wordt gegrepen, waarbij de hulpbehoevende rechtzoekenden als gijzelaar worden gebruikt. De vraag naar een herdenken van de huidige situatie is er daarom niet minder actueel.

De discussie moet wel in een juist kader worden geplaatst. Het behoort tot de traditie van de advocatuur om minderbedeelden bij te staan. Dat is altijd als een soort ereplicht van het beroep beschouwd. Lange tijd werd dat zogenaamde pro-Deowerk ook werkelijk gratis geleverd, wat na verloop van tijd (door de omvang van het aantal zaken) absoluut onhoudbaar werd. Sinds de jaren tachtig werd het systeem op een aantal punten grondig gewijzigd:

- Er kwamen meer financiële middelen. In 1984 bedroeg het budget zo'n 750.000 euro. In 1997 was dat opgelopen tot 12.500.000 en in 2002 tot meer dan 25.000.000 euro.

- Aanvankelijk was het pro-Deowerk voorbehouden voor de jongste advocaten (de stagiairs). Met de wetswijziging van 1996 konden alle advocaten pro Deo optreden, wat ze ook steeds meer deden.

- Artikel 23 van de grondwet heeft het recht op juridische bijstand als een fundamenteel recht ingeschreven, waarmee aansluiting werd gezocht bij artikel 6.3 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en andere internationale verdragen.

- De wet op de juridische bijstand van 1998 hervormde het systeem grondig. Er kwam aan elke balie een bureau voor juridische bijstand (BJB), dat moet beslissen over wie al dan niet aan de voorwaarden voldoet om een beroep te doen op de kosteloze bijstand van een advocaat. Het bureau staat verder in voor de administratieve opvolging van het dossier en kent punten toe aan de advocaat in functie van de geleverde prestaties. Het totale aantal door deze BJB's toegekende punten wordt op het einde van het jaar gedeeld door de totale som van de overheidssubsidie, op grond waarvan dan de vergoeding van de individuele advocaat wordt berekend. De formaliteiten die door de wet zijn opgelegd zorgen ervoor dat de werking van de BJB's aanzienlijke kosten met zich brengen, waardoor in veel balies bijkomend personeel moest worden aangeworven. Een KB voorziet weliswaar dat de BJB's 2 procent van de vergoedingen mogen inhouden voor de betaling van de administratieve kosten, wat dan betekent dat die in mindering worden gebracht van de al niet zo royale vergoedingen voor de advocaat. Bovendien is een dergelijke vergoeding nooit in staat de werkelijke kost te dekken, zodat de balies die overheidstaak grotendeels zelf moeten financieren.

De huidige regeling leidt tot paradoxale gevolgen. De afgelopen jaren is het budget voor dit grondwettelijk erkend recht op toegang tot het gerecht wel in aanzienlijke mate toegenomen, maar de advocaat die een dossier behandelt, ontvangt minder als gevolg van de toename van het aantal zaken. Een betere toegang tot het gerecht leidt dus tot een financiële bestraffing van de advocaat. Bovendien moet de advocatuur de hele administratieve verwerking zelf financieren. Wat zouden de artsen ervan vinden indien ze plots zelf moesten instaan voor alle kosten van de ziekenfondsen?

De advocaten moeten bovendien lang wachten op de uitbetaling. Dat alles vormt zeker geen ideaal klimaat voor de toch terechte vraag naar kwaliteitsvolle dienstverlening. De minstbedeelden hebben, meer dan wie ook, nood aan goede professionele hulp.

De verbreding van de toegang tot het gerecht impliceert tevens dat een aantal maatschappelijke keuzes wordt gemaakt. Politici moeten beslissen of de ongelimiteerde toegang tot het gerecht in alle omstandigheden in het belang is van de rechtzoekende en van het rechtssysteem. Moet bijvoorbeeld de behandeling van asielaanvragen niet worden hervormd, zodat die dossiers niet de normale werking van de Raad van State blokkeren en een grote hap nemen uit het budget van de rechtshulp?

Er moet ook rekening gehouden worden met de andere benadering in Vlaanderen en Wallonië.

Komt daarbij de vraag of het organiseren van de toegang tot het gerecht een opdracht moet blijven voor Justitie. De bijstand aan personen is per definitie een bevoegdheid voor de gemeenschappen, die met de ervaring in andere beleidsdomeinen op een veel adequatere manier de rechtshulp zouden kunnen organiseren.

De verdeling van de pro-Deogelden was destijds de aanleiding van de splitsing van de Nationale Orde van advocaten, omdat er aan beide zijden van de taalgrens een andere benadering is van de rechtshulp. Door het regionaliseren van de rechtshulp zou ook die blijvende discussie van de baan zijn.

Tot slot veronderstelt een kwaliteitsvolle rechtshulp dat het nodige geld wordt uitgetrokken. Met de toename van de budgetten bij justitie de laatste jaren is een schandelijke toestand uit het verleden een beetje rechtgezet, maar door de grote toename van zaken heeft dat niet tot een aanvaardbare vergoeding geleid van de advocaat.

Het is echter niet door te staken dat die middelen onmiddellijk zullen worden gevonden. Er is een meer fundamentele reflectie nodig, die niet beperkt mag blijven tot de eventuele belofte van een beetje meer geld, enkele dagen voor de verkiezingen.

Hugo Lamon is advocaat en bestuurder van de Orde van Vlaamse Balies.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234