Maandag 06/02/2023

Stad van studenten en cultuur

Salamanca 2002

Hoe komt een Spaanse provinciestad met 150.000 inwoners aan 1.600 bars en restaurants, 45 bioscoopzalen en tien cybercafés? Dat moet te danken zijn aan haar bruisende studentenbevolking. Samen met Brugge is Salamanca nu culturele hoofdstad van Europa 2002. Terecht, want het is zonder twijfel een van de mooiste kleinere steden van het land, die met een indrukwekkend patrimonium zowel in de toekomst als in het verleden leeft.

Eigenlijk moet je een bezoek aan Salamanca beginnen op de unieke Plaza Mayor. Maar Concepticón Nicolás, die mij rondleidt, wil het anders en wijst naar de Torre del Gallo. Ze voert mij van het Gran Hotel rechtstreeks door een aangename winkelwandelstraat, de Rúa Mayor, naar de kathedraal. En ze legt me uit dat wat ik hier zie iets heel uitzonderlijks is. Een dubbele kathedraal, een oude en een nieuwe die naast elkaar zijn gebouwd maar volledig in elkaar overvloeien. Romaans, gotiek en renaissance vormen een mooie eenheid. "Dat we dit nog kunnen bewonderen, komt door de vrouwen van Salamanca", zegt Concepticón niet zonder enige vrouwelijke fierheid. Toen de oude kathedraal te klein werd, begon men in het begin van de zestiende eeuw met de bouw van een nieuwe, met de toestemming van koning Ferdinand. Eerst was het de bedoeling de oude helemaal af te breken, maar de vrouwen van Salamanca vormden dagenlang een kring rond het gebouw om de afbraak te beletten. Of het verhaal echt waar is? Concepticón lacht even en toont me allerlei soorten versieringen op de gevel: wapenschilden, de aanbidding van de koningen... Maar eigenlijk zoek ik iets anders. De steenhouwers die de restauratie uitvoerden hebben zich geamuseerd en ergens een astronautje gesculpteerd. Elders ontdek ik nog een duiveltje dat van een ijsje geniet.

Je moet via de nieuwe kathedraal naar binnen om in de oude te komen. Ook hier valt weer een verhaal te rapen: het heel oude orgel is met steun van Japanners gerestaureerd. De voorwaarde was wel dat ze een kopie mochten maken. Alles in het oude Salamanca ligt vlakbij, op wandelafstand. Ook de universiteit, de oudste van Spanje. Overigens: in elke straat vind je wel een paar scholen waar je Spaans kan leren, in totaal is er een dertigtal. En aan studenten geen gebrek: in totaal zo'n 40.000 op een bevolking van 150.000 mensen. De bars, cafetaria's en restaurants (1.600), de bioscoopzalen (45), de kunstgaleries (20), de cybercafés (10) doen gouden zaken.

In de universiteit is het rustig. Het mooiste uitzicht op de fraai versierde ingang heb je aan het standbeeld van theoloog en rechtsgeleerde Fray Luis de León. Ook aan de gevel is het weer zoeken naar een heel aparte afbeelding: een doodshoofd met bovenop een kikkertje. Als je het zonder hulp vindt, ga je nog binnen het jaar trouwen. Zegt de een. Of zul je makkelijk goed Spaans leren. Zegt iemand anders. En als je het kikkertje alleen maar met wat hulp vindt, ga je een gelukkig leven tegemoet. Op het binnenhof van de universiteit komt een aantal indrukwekkende zalen uit. Zo bijvoorbeeld de ruimte waar Fray Luis in de zestiende eeuw lesgaf. In barre tijden overigens. De theoloog had tegen het verbod van de kerk stukken van de bijbel in het Spaans vertaald. De leden van de inquisitie stuurden hem vijf jaar naar de gevangenis. Toen Fray Luis na zijn vrijlating meteen opnieuw les begon te geven, hervatte hij zijn college met de woorden: "Zoals ik gisteren zei..." Die woorden zouden drie eeuwen later door dichter en rector Miguel de Unamuno worden herhaald toen hij in aanvaring kwam met dictator Primo de Rivera.

De oude universiteit is een ideale plek om meer te horen over het studentenleven eeuwen geleden. Je ziet hier nog de ruwhouten banken waar de studenten zaten. Rijk en arm mooi gescheiden. Bezoekers konden rechts in de zaal plaatsnemen. Links was een plek gereserveerd voor de knechten van de rijke studenten. Die dienaars warmden tijdens de winterperiode - het kan hier barkoud zijn - de banken op. Later, in de achttiende eeuw, kregen de studenten een soort 'trappelrecht' om vóór de les de voeten te warmen. Wat verder, in een kapel, ligt het praalgraf van een bisschop. Aan zijn voeten staat een houten zetel. De nacht voor hun doctoraal examen kwamen studenten hier waken met hun voeten op die van de bisschop. Op die manier kon de wijsheid van de man doorstromen naar de student. Een prachtige stenen trap leidt naar de bovenverdieping en de bibliotheek waar handschriften bewaard worden die meer dan duizend jaar oud zijn. De wandeling via de trap zal voor de studenten zeker een aangename verpozing zijn geweest, want de leuning is versierd met veel fraaie erotische beeldjes. Naar boven toe, hemelwaarts, wordt het wel wat stichtender.

Terug naar de straat. Honderden jonge mensen zitten in een weldoende februarizon notities te ontcijferen en cursussen te bekijken. De kranten worden druk gelezen. Ik wil het huis met de schelpen zien, de Casa de las Conchas. Je vindt de foto van de gevel in alle gidsen, hij is door zijn eigenaar bezet met meer dan driehonderd sint-jakobsschelpen. De eerste eigenaar was lid van de Orde van Santiago. En dat moest iedereen blijkbaar zien. Binnen het zestiende-eeuwse pand in Vlaams-Spaanse stijl huist de dienst voor toerisme.

Even uitblazen van het architectonische bad Salamanca kan in een van de vele cafés. Het wordt een frisse sherry en nog een voor het vervolg van de tocht. Er is ook een bordje met tapas: inktvisjes, een paar plakjes jamón (gerookte ham) en pikante worst (chorizo).

De storm van activiteiten die dit jaar zal losbarsten, is eigenlijk nog niet helemaal op gang gekomen. Het hoogtepunt van Salamanca 2002 ligt wat later, vanaf april. Blikvanger tot eind maart is de Franse beeldhouwer Auguste Rodin, van wie werk te zien is op de schilderachtige binnenkoer met de Arcades van de Escuelas Menores. Bezoek meteen ook een stukje van het Museo Universitario. Je kunt er in een van de zalen op het plafond een unieke dierenriem zien die tegen het einde van de vijftiende eeuw geschilderd werd door Fernando Gallego. Het kunstwerk is onlangs helemaal gerestaureerd en de sublieme sterrenhemel stond model voor het logo van Salamanca 2002.

De stad, tweehonderd kilometer ten noordwesten van Madrid, moet het vooral van de studenten, het toerisme en de handel hebben. Industrie is er nauwelijks. Winkels des te meer. Veel kledingzaken, schoenwinkels, boekhandelaars. Een compleet nieuw winkelcentrum is even buiten het historische centrum gebouwd. Een heel mooi beeld van Salamanca krijg je als je naar de oevers en de meersen van de Río Tormes, naar de Puento Romano, de Romeinse brug, wandelt. Je hebt een prachtig uitzicht op de dubbele kathedraal, de torens en de heuvel. Vooral in het avondlicht is dit een sprookjesachtige belevenis. De geelachtige steen waaruit de stad voor een groot stuk is opgetrokken, bevat wat ijzer en dat gaat oxideren. Daardoor krijgen de gebouwen bij zonsondergang een magische rode tint. Even verder, aan de ringweg, kun je de kleurrijke gevel van glas en staal bewonderen waarachter het Casa Lis huist. In het precieuze modernistische pand van 1905 kun je een van de mooiste Europese collecties art nouveau en art deco bekijken: broches en parfumflessen van Lalique, vazen van Favre, circusbeeldjes van Steiff, een prachtig bronzen beeldje van Joséphine Baker dat vijfenzeventig jaar geleden door de Oostenrijker Karl Hagenauer is gemaakt. Met 120.000 bezoekers per jaar is het meteen het meest bezochte van alle musea in de regio Castilla y León.

Blijft de kers op de taart: het Plaza Mayor. Velen vinden dit het mooiste plein van Spanje. En het moet gezegd, de Spanjaarden kennen er wat van om gezellige en aangename pleinen te maken. Ja, het Plaza Mayor is prachtig. Begin februari was de belangrijkste 'bezoeker' de Franse schrijver Honoré de Balzac. Het beeld dat Rodin van hem heeft gemaakt, stond midden op het plein, geflankeerd door twee leden van een privé-bewakingsdienst. De indrukwekkende Balzac past wel bij het plein dat in de achttiende eeuw in barokstijl is aangelegd naar een ontwerp van de broers Churriguera, een naam die je hier wel vaker hoort. Het is helemaal omringd door arcaden en op de zuilen en bogen staan medaillons en portretten van mensen die iets te maken hebben gehad met de geschiedenis van de stad. Franco zou er ook bij zijn en geregeld met wat verf beklad worden. Ik heb het niet gecontroleerd, wel genoten van deze reusachtige ontmoetingsplaats waar veeboeren nog steeds een verkoop regelen, krantenboeren goede zaken doen, studenten staan te keuvelen, toeristen fotograferen en bij de eerste zonnestralen terrasjes verschijnen. Boven de arcaden zijn drie etages appartementen, op de gelijkvloerse verdiepingen vind je winkeltjes en bars. Aan de noordzijde staat het mooie ayuntamiento, het stadhuis. De klokkentoren wordt bezocht door ooievaars, maar dat is meer regel dan uitzondering hier in Salamanca. Als ik op een terrasje een espresso zit te drinken, vertelt iemand mij dat dit plein ooit nog als arena gediend heeft. Net als heel Salamanca is het Plaza Mayor 's avonds heel fraai verlicht. Bijzonder indrukwekkend en sfeervol is het van op de eerste verdieping van Cervantes. Een leuk praat- en eetcafé waar je met een beetje geluk aan het raam kunt zitten en tot laat in de nacht aan de bar hangen. Let op: de trap is heel steil en de sangria perfect.

Salamanca 2002

Het is niet de eerste keer dat een Spaanse stad verkozen werd tot culturele hoofdstad van Europa. Madrid en Santiago de Compostela gingen Salamanca vooraf. "Maar de keuze voor deze stad lag toch wat voor de hand", zegt algemeen coördinator Enrique Cabero Morán. "We hebben hier jaren aan gewerkt en het belangrijkste wat Salamanca te bieden heeft, is cultuur. We zijn ook van ver gekomen. In de negentiende eeuw hadden we hier nog maar een honderdtal studenten en minder dan 20.000 inwoners. Bijna was de universiteit gesloten. Maar de stad heeft zich wonderwel hersteld en werd door de Unesco Werelderfgoed verklaard. Door de overheid is nu voor 70 miljoen euro geïnvesteerd. We restaureerden het Teatro Liceo, het kunstencentrum Artes Escénicas is gloednieuw en biedt ruimte aan 1.500 toeschouwers, de provinciale gevangenis is omgebouwd tot kunstencentrum. Privé-investeerders zorgen voor nog eens 60 miljoen euro. We hebben duidelijk voor de toekomst gewerkt. Er wacht Salamanca na 2002 nog heel veel leven." Over de hoogtepunten van het feestjaar laat hij zich liever niet uit: "Het is moeilijk om een keuze te maken uit meer dan zevenhonderd activiteiten. Als ik dan toch iets moet vermelden: de cyclus rond de barokopera lijkt me echt heel belangrijk." In het verwachte aantal bezoekers blijft hij heel bescheiden: "Vorig jaar kregen we anderhalf miljoen toeristen. Ik verwacht nu zoiets van 2,2 miljoen. Ook veel Spaanse en Portugese bezoekers."

Het programma bestaat uit een tiental delen. Grote namen bij de klassieke muziek zijn onder meer Musica Antiqua Köln, René Jacobs, Frans Brüggen, Les Arts Florissants, Il Fondamento, Montserrat Caballé. Hedendaagse muziek brengen Buddy Miles, Mulgrew Miller, Abbey Lincoln. Wellicht komt Barbara Hendricks Gershwin zingen. Er is een heel uitgebreid hoofdstuk toneel en dans met opvoeringen van Arrabal, Lope de Vega, Dario Fo, Brecht, Pinter. Jan Fabre komt met 'Parrots and Guinea Pigs' en er is ook een avond gewijd aan Béjart.

Van april tot juni is er een selectie van de meesterwerken van het Museum voor Moderne Kunst van Luik te zien. Ook veel fototentoonstellingen met werk van onder meer Carl de Keyzer en Mark Lewis. Voorts boeiende collecties antieke foto- en filmtoestellen, oude en moderne radio's, uurwerken van 1800 tot 1925. En overal straatoptredens.

Info: www.salamanca2002.org

Erheen: Met de auto ligt Salamanca zo'n 1.600 kilometer van Brussel. Een mogelijke route is Brussel-Parijs-Tours-Bordeaux-Bilbao-Burgos-Salamanca. Je kunt ook met de bus via Eurolines.

Met de trein gaat het eerst naar Parijs, dan met de nachttrein naar Madrid. Vandaar naar Salamanca. Je kunt ook van Madrid uit de bus nemen, dat is meestal sneller en goedkoper. Reken op iets minder dan drie uur. Info: www.rail.be en www.renfe.es.

Veruit het gemakkelijkst is natuurlijk het vliegtuig naar Madrid en dan verder met de bus, de trein of een huurwagen.

Slapen: Salamanca heeft één Parador, hij ligt net iets buiten het oude centrum en het is niet echt een historisch gebouw. Er zijn zeven hotels met vier sterren, zes met drie, elf met twee. Voorts een reeks pensions, twee kampeerplaatsen en een jeugdherberg. Pas geopend is het AC Palacio de San Esteban (****) dat in een oud klooster gehuisvest is.

Eten: Dé lekkernij in de streek is cochinillo asado, geroosterd speenvarken. Soms is het serveren een hele ceremonie. Het vlees wordt in stukken verdeeld met de rand van een groot bord dat daarna in scherven op de vloer belandt. De smaak van de gerookte ham is legendarisch en die van Guijuelo hoort bij de top. Een plato de chanfaina is een rijstschotel met stukjes varkens- of lamsvlees en chorizosaus. Heel smakelijk is de forel, gegarandeerd vers door de aanwezigheid van veel meren en rivieren.

Klasserestaurants zijn onder meer Chez Victor en Chapeau. Goede regionale restaurants: La Olla, Río de la Plata, Valencia, Casa Placa. De vis is lekker bij Don Mauro, het vlees een specialiteit bij Asador Arandino. Cervantes heeft een unieke ligging aan de Plaza Mayor.

Uit: Met veertigduizend studenten en een kwart van de bevolking jonger dan dertig is het nachtleven bruisend. Discotheken zijn er in alle stijlen. Van middeleeuws (Camelot, Medievo) tot paradijselijk tropisch (Malibú) via Hollywood-achtig (Sunset Boulevard). Liefhebbers van latinomuziek zullen hun gading vinden in El Savor, O'Neills krijgt veel buitenlandse studenten over de vloer en zoekt het bij pop-rock, The Irish Rover heeft leuke balkonnetjes waar je je kunt afzonderen, El Corrillo is van een mooie ouderwetsheid.

Even weg: Salamanca vormt een interessante driehoek met Avila en Segovia, twee kleinere steden. Avila, prachtig ommuurd, is de hoogste stad van Spanje (1.127 meter) en de geboorteplaats van Teresa. Bekijk de romantische omwalling als je naar de mooie Parador wandelt. De stad telt 9 poorten, 48 torens, 204 ooievaarsnesten en één versterkte kathedraal. Het elegante Segovia is bekend om zijn fameuze Romeinse aquaduct, om het prachtige en feeërieke Alcázar dat Gaudí zou hebben geïnspireerd. En als geboorteplaats van wielrenner Delgado. Ten slotte ook wel een beetje om Julián Duque, die in Casa Duque - met zijn 107 jaar het oudste restaurant van de stad - op traditionele manier het geroosterd speenvarkentje serveert. En uitlegt dat het niet meer dan vijf kilogram mag wegen en met eikels gevoed wordt.

Info: Spaanse Dienst voor Toerisme, Koningsstraat 97, 1000 Brussel, tel. 02/280.19.26, fax: 02/230.21.47, www.tourspain.be

De knechten van de rijke studenten warmden in de winter de banken op en later, in de achttiende eeuw, kregen de studenten een soort 'trappelrecht' om vóór de les de voeten te warmen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234