Donderdag 22/04/2021

Reportage

Staatsgreep in Myanmar: ‘Verschrikkelijk om collega’s onze eigen mensen te zien doden’

Yangon: achter een muur van zandzakken schuilen demonstranten tegen het geweld van hun eigen leger. Beeld NYT
Yangon: achter een muur van zandzakken schuilen demonstranten tegen het geweld van hun eigen leger.Beeld NYT

Sinds de staatsgreep van 1 februari opent het leger van Myanmar het vuur op burgers. Vier militairen spreken over het leven binnen de gevreesde strijdmacht. ‘De meeste soldaten zijn gehersenspoeld.’

Kapitein Tun Myat Aung bukte zich op het hete trottoir in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en pikte kogelhulzen op. Het duizelde hem voor de ogen, want hij besefte dat hier geweren waren gebruikt en dat echte kogels werden afgevuurd op echte mensen.

Die avond begin maart kwam hij via Facebook te weten dat in Yangon verscheidene burgers gedood waren door soldaten van de Tatmadaw, zoals het leger van Myanmar heet. Het zijn mannen in uniform, net zoals hij.

Een gewonde betoger komt aan bij een ziekenhuis in Yangon. Tot nog toe doodde de Tatmadaw al 420 mensen, duizenden worden vastgehouden. Beeld NYT
Een gewonde betoger komt aan bij een ziekenhuis in Yangon. Tot nog toe doodde de Tatmadaw al 420 mensen, duizenden worden vastgehouden.Beeld NYT

Enkele dagen later muisde de kapitein van de 77ste Lichte Infanterie-divisie, die berucht is voor de bloedbaden die ze onder burgers aanricht in Myanmar, ervanonder op zijn basis. Hij deserteerde en leeft nu ondergedoken. “Ik hou ontzettend veel van het leger”, zegt hij. “Maar de boodschap die ik aan mijn collega’s wil geven is: als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan voor het land.”

De Tatmadaw, die over een parate troepensterkte van een half miljoen manschappen beweert te beschikken, wordt vaak voorgesteld als een leger van robots die zijn geprogrammeerd om te doden. Sinds de omverwerping van de burger­- regering vorige maand heeft het die reputatie alleen maar versterkt. Protest in het hele land werd genadeloos neergeslagen. De Tatmadaw doodde 420 mensen, duizenden worden vastgehouden of gemarteld, volgens inschattingen van een monitoringorganisatie.

Vorige week zaterdag, de dodelijkste dag sinds de staatsgreep van 1 februari, doodden de veiligheidsdiensten meer dan honderd mensen, stellen de Verenigde Naties. Onder hen bevonden zich ook zeven kinderen, van wie twee jongens van 13 en een jongen van 5.

Gesprekken met vier officiers, van wie twee na de coup deserteerden, schetsen een complex beeld van een instituut dat Myanmar al zes decennia in de hand houdt. Al vanaf hun opleiding krijgen ze ingeprent dat ze de behoeders van het land – en een religie – zijn dat zonder hen uit elkaar zou vallen.

Kritiekloos volgen

Ze vormen een bevoorrechte staat binnen de staat, waar soldaten afgescheiden van de rest van de maatschappij leven, werken en met elkaar omgaan, volgens een ideologie die hen ver boven de burgerbevolking stelt. De officieren beschrijven hoe ze constant in de gaten worden gehouden door hun oversten, in de barakken en op Facebook. Een aanhoudende stroom van propaganda maakt hen alert voor vijanden op elke straathoek.

De protesten, die begonnen met de coup van 1 februari, richten zich uitdrukkelijk tegen het leger - een staat binnen de staat.   Beeld NYT
De protesten, die begonnen met de coup van 1 februari, richten zich uitdrukkelijk tegen het leger - een staat binnen de staat.Beeld NYT

Op die manier ontstaat een strak omlijnde wereldvisie waarin bevelen om ongewapende burgers te doden kritiekloos worden opgevolgd. De soldaten erkennen dat niet iedereen achter de coup staat, maar gaan ervan uit dat de rangen gesloten zullen blijven. Wat nog meer bloedvergieten in de komende dagen en maanden betekent.

“De meeste soldaten zijn gehersenspoeld”, zegt een kapitein die werd opgeleid aan een prestigieuze militaire academie. Hij spreekt, net als twee andere soldaten, op voorwaarde van anonimiteit, uit angst voor vergeldingen. Hij is nog in dienst bij het leger. “Ik ging bij de Tatmadaw om het land te verdedigen, niet om te vechten tegen onze eigen mensen”, zegt hij. “Het doet me zo veel verdriet om soldaten onze eigen mensen te zien doden.”

De Tatmadaw bevindt zich op voet van oorlog sinds het land in 1948 onafhankelijk werd. Het leger trad hard op tegen de communistische guerrilla, etnische opstandelingen en democratische krachten. Binnen de sekteachtige contouren van de Tatmadaw heeft de boeddhistische Bamar-meerderheid het voor het zeggen, ten koste van de vele etnische minderheden in Myanmar, die al decennialang onderdrukt worden door het leger.

De vijand kan ook in eigen gelederen schuilen. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Aung San Suu Kyi, de burgerlijke leider die bij de coup werd afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, richtte de Tatmadaw op.

Vandaag de dag bevinden de vijanden van de Tatmadaw zich weer in het binnenland en niet in het buitenland: de miljoenen mensen die de straat opgegaan zijn om te demonstreren tegen de coup of in staking te gaan.

Vorige zaterdag, de Dag van de Gewapende Strijdkrachten, gaf generaal Min Aung Hlaing, de hoofdbevelhebber en drijvende kracht achter de staatsgreep, een speech waarin hij zwoer “de mensen te zullen behoeden voor elk gevaar”. Terwijl tanks en marcherende soldaten paradeerden op de brede avenues van Naypyidaw, de met bunkers volgepropte hoofdstad die werd gebouwd door een vorige junta, openden veiligheidstroepen het vuur op zowel demonstranten als omstanders. In meer dan veertig steden vond dat soort geweld plaats.

In een metalen lijkkist begint Kyaw Htet Aung, een 19-jarige student, aan zijn laatste reis. Beeld NYT
In een metalen lijkkist begint Kyaw Htet Aung, een 19-jarige student, aan zijn laatste reis.Beeld NYT

“Ze beschouwen demonstranten als criminelen, want als je niet gehoorzaamt aan het leger of als je ertegen in opstand komt, dan ben je een crimineel”, zegt kapitein Tun Myat Aung. “De meeste soldaten hebben nooit in hun leven van democratie geproefd. Ze leven nog in de duisternis.”

Ook al deelde de Tatmadaw in de vijf jaar voorafgaand aan de coup de macht met een verkozen regering, toch verloor het nooit zijn greep op het land. Het leger heeft zijn eigen bedrijven, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, financiële producten, mobiel netwerk en groenteboerderijen. Het beheert televisiezenders, uitgeverijen en een filmindustrie met spetterende producties zoals Zalig land van helden en Eén liefde, honderd oorlogen. De Tatmadaw patroneert dansgroepen, traditionele muziekensembles en adviesrubrieken waarin vrouwen wordt voorgehouden zich bescheiden te kleden.

De grote meerderheid van de officieren leeft samen met hun gezin in militaire complexen. Elke beweging van hen wordt geregistreerd. Sinds de staatsgreep mogen de meesten van hen het kamp niet langer dan vijftien minuten uit zonder toelating. “Ik noem dat moderne slavernij”, zegt een officier die deserteerde na de coup. “We moeten elk bevel van onze oversten gehoorzamen. Het is ons niet toegelaten twijfels te uiten over de rechtvaardigheid ervan.”

Kinderen van officieren huwen vaak met kinderen van andere officieren, of met nakomelingen van rijke zakenlui die gebruik hebben gemaakt van hun militaire connecties. Vaak brengen voetsoldaten de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de junta die vorige maand de macht greep, is een wirwar van onderling verbonden familievertakkingen.

Zelfs in de vijf jaar van politieke dooi was een kwart van de parlementszitjes gereserveerd voor mannen in het groen. Ze hielden zich afzijdig van andere parlementsleden en stemden steevast in blok. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen. “Ik ben blij het volk te kunnen dienen, maar deel uitmaken van het leger houdt in dat je de leiding van de Tatmadaw dient”, zegt een militaire arts in Yangon. “Ik wil uit het leger, maar dat gaat niet. Als ik het doe, dan sturen ze me naar de gevangenis. Als ik wegloop, dan martelen ze mijn familie.”

Tun Myat Aung, gedeserteerde kapitein: ‘Toen ik mijn majoor echte kogels zag bovenhalen, begreep ik: de meeste soldaten beschouwen de burgers als vijand.’
 Beeld NYT
Tun Myat Aung, gedeserteerde kapitein: ‘Toen ik mijn majoor echte kogels zag bovenhalen, begreep ik: de meeste soldaten beschouwen de burgers als vijand.’Beeld NYT

De aparte positie van de Tatmadaw verklaart wellicht ook waarom de leiding de weerstand tegen de coup zo heeft onderschat. Militairen die zijn opgeleid in psychologische oorlogsvoering injecteren regelmatig complottheorieën over de democratie in Facebook-groepen die populair zijn onder soldaten, stellen experts sociale media en een van de officieren die we spraken.

Invloedrijke monniken

In die paranoïde wereld was het niet moeilijk om de overwinning van de Nationale Liga voor Democratie van Aung San Suu Kyi op de legergetrouwe partij bij de verkiezingen in november vorig jaar te verkopen als verkiezingsfraude. Een moslim-entente gefinancierd door oliesjeiks wordt ervan beschuldigd het gemunt te hebben op de boeddhistische meerderheid in Myanmar. Invloedrijke monniken, met legergeneraals onder hun gelovigen, prediken een verbond van de Tatmadaw en boeddhistische leiders om de strijd met de islam aan te gaan.

Volgens de Tatmadaw staat het inhalige Westen ook klaar om Myanmar elk moment binnen te vallen. Die angst voor een invasie zou ook een van de redenen zijn waarom de militaire heersers de hoofdstad begin deze eeuw verplaatsten van Yangon aan de kust naar de door land omsloten vlakten van Naypyidaw. “Soldaten doden nu mensen vanuit de veronderstelling dat ze het land beschermen tegen een buitenlandse interventie”, zegt de kapitein die nog in het leger zit. Ook zijn brigade werd ingezet in een stad om de woedende menigte met geweld in het gareel te krijgen.

De gevreesde invasie hoeft niet te gebeuren via de lucht of de zee, maar kan evengoed geschieden via de ‘zwarte hand’ van de buitenlandse invloed. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger van de democratie, wordt er in Tatmadaw-kringen van beschuldigd bergen cash aan activisten en politici te geven om het land zo te ondermijnen. Een militaire woordvoerder suggereerde op een persconferentie dat ook mensen die demonstreerden tegen de staatsgreep buitenlands geld kregen.

Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij in zijn eerste jaar aan de militaire academie een film te zien kreeg die democratische activisten in 1988 voorstelde als bezeten dieren die het hoofd van soldaten afhakten. De waarheid is dat dat jaar duizenden demonstranten en andere mensen werden gedood door de Tatmadaw.

Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung kreeg onlangs een projectiel in het oog, afgevuurd door een katapult van een demonstrant, zegt hij. Maar hij moet toegeven dat dat een uitzondering is en dat de meeste slachtoffers bij de andere partij vallen.

Heel veel militairen zijn ervan overtuigd dat de vijand onder de bevolking zit. Beeld REUTERS
Heel veel militairen zijn ervan overtuigd dat de vijand onder de bevolking zit.Beeld REUTERS

Op de Facebook-pagina’s van de Tatmadaw mag dan te zien zijn hoe soldaten belaagd worden door gewelddadige demonstranten met zelfgemaakte molotovcocktails in de aanslag; het zijn wel degelijk de veiligheidstroepen die medisch personeel hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders op de knieën hebben gedwongen.

Staatsgeheim

Volgens de soldaten met wie we spraken, was de opschorting van internettoegang in de voorbije weken evengoed bedoeld om de troepen af te schermen, die zich alsmaar meer vragen begonnen te stellen over de bevelen die ze kregen. Kort na de staatsgreep betuigden een paar soldaten op Facebook hun solidariteit met de demonstranten. “Het leger is aan het verliezen. Niet opgeven, mensen”, schreef een kapitein die nu ondergedoken leeft, op zijn Facebook-pagina. “De waarheid zal uiteindelijk zegevieren.”

Het isolement van de Tatmadaw heeft nog een ander doel. Het leger bestrijdt al decennia tal van vijanden op tal van fronten, vooral gewapende etnische groepen die uit zijn op autonomie. Een strakke discipline is nodig om het aantal deserties te beperken en de loyaliteit groot te houden.

Het aantal slachtoffers wordt niet gecommuniceerd in Myanmar, omdat die informatie als een staatsgeheim wordt beschouwd. Maar gelekte documenten die The New York Times kon inkijken, onder meer over een groot aantal gesneuvelde soldaten in de staat Rakhine in het westen van het land een paar jaar geleden, geven aan dat elk jaar minstens honderden soldaten sterven.

Volgens de kapitein die nog in dienst is, is het de gewoonte dat ongetrouwde soldaten het lot laten beslissen wie met de weduwe trouwt van mannen die in de strijd gestorven zijn. De vrouw heeft niks in de pap te brokken. “De meeste soldaten hebben zich losgemaakt van de wereld. Voor hen is de Tatmadaw de enige wereld”, zegt hij.

Etnische minderheden, die in Myanmar een derde van de bevolking uitmaken, vrezen de Tatmadaw, door onderzoekers van de Verenigde Naties beschuldigd van genocidale activiteiten zoals verkrachtingen en executies. Het bekendst zijn de gruwelijkheden tegen de Rohingya-moslims, maar ook andere etnische bevolkingsgroepen, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine, werden geviseerd.

Toen de 77ste Lichte Infanterie-divisie aan het vechten was in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar, voelde kapitein Tun Myat Aung naar eigen zeggen de weerzin van mensen van diverse bevolkingsgroepen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid.

Tun Myat Aung, die beweert dat hij uitsluitend schoot om te verwonden, nooit om te doden, stond acht jaar in de frontlinie. In die tijd kon hij slechts met één etnische minderheidsgroep contact leggen, zegt hij. “De mensen haten de soldaten vanwege wat de soldaten hen aandeden”, zegt hij.

Betogers vechten met katapulten tegen een militair apparaat dat getraind is om te doden. Beeld NYT
Betogers vechten met katapulten tegen een militair apparaat dat getraind is om te doden.Beeld NYT

Maar de Tatmadaw redde hem ook. Zijn moeder stierf toen hij tien jaar was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een internaat voor etnische minder­heden gestuurd, waar hij heel goede punten haalde. Aan de militaire academie studeerde hij fysica en Engels. “Het leger werd mijn familie”, zegt hij. “Ik werd automatisch gelukkig als ik een soldatenuniform zag.”

Op 1 februari, toen Yangon nog ingeslapen was, klauterde kapitein Tun Myat Aung in een militaire vrachtwagen en gespte hij zijn helm vast. Hij wist niet wat er aan het gebeuren was, tot een andere soldaat over een staatsgreep begon te fluisteren. “Op dat moment verloor ik alle hoop voor Myanmar”, zegt hij.

Een paar dagen later zag hij dat zijn majoor een doos kogels vasthad – echte kogels, geen rubberen. Die avond huilde hij. “Ik begreep”, zegt hij , “dat de meeste soldaten burgers als de vijand beschouwen.”

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234