Donderdag 22/08/2019

Crisis

Staat het kapitalisme opnieuw aan de rand van de afgrond?

Traders op de beurs van New York kunnen op 16 september 2008 hun ogen niet geloven. Beeld AP

Tien jaar geleden bracht de val van Lehman Brothers het kapitalisme aan de rand van de afgrond. De vraag is niet óf zoiets opnieuw kan gebeuren, maar wanneer en hoe. U zegt: paniekzaaierij? Tijd voor een reis langs de zes breukvlakken van de wereldeconomie.

1. Van brandweerman tot pyromaan

De verpersoonlijking van de tragiek van de crisisbestrijder is een kleine, schijnbaar onverstoorbare Italiaan. Toen president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) in 2012 de euro redde met de belofte “alles te doen wat nodig is”, werd hij de hemel in geprezen. Van tovenaar tot Super Mario: geen kwalificatie was te gek. Maar nu kantelt het beeld.

In navolging van de Amerikaanse centrale bank, de Fed (Federal Reserve), kocht ook de ECB de afgelopen jaren voor meer dan 2.500 miljard euro aan staats- en bedrijfsschulden op. Een van de belangrijkste rentetarieven is negatief gemaakt. Het idee is dat als bedrijven, huishoudens en overheden goedkoper kunnen lenen, zij weer meer geld gaan uitgeven. Door op die manier de crisis te bestrijden, hebben Draghi en zijn internationale collega’s, in de woorden van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck, ‘tijd gekocht’.

Lees - Nergens sloeg de bankencrisis zo hard toe als in Detroit: "Dit is het failliet van een generatie"

Maar tegen welke prijs? Aan de vooravond van de crisis stond de wereld voor het astronomische bedrag van 116.000 miljard dollar (99.000 miljard euro) in het rood. Een decennium later is die schuldenberg van bedrijven, overheden en huishoudens niet verdwenen. Zij is alleen maar kolossaler geworden: dik 164.000 miljard dollar (140.000 miljard euro).

Het zou niet voor het eerst in de economische geschiedenis zijn dat de goedbedoelde crisisaanpak van gisteren verantwoordelijk blijkt voor de problemen van morgen. Met dank aan het goedkoopgeldbeleid van de centrale banken. “Wereld­wijd zijn de schuldniveaus van overheden, bedrijven en huishoudens hoger dan ooit”, waarschuwde directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) begin dit jaar. “Dat leidt tot financiële kwetsbaarheden.”

In dat geval gaat Draghi, uitgerekend nu zijn dienst als financiële brandweercommandant er volgend jaar op zit, alsnog de ge­schiedenis­boeken in als de grootste pyromaan aller tijden.

2. De spoken uit het zuiden

“Een symbolisch punt achter een bestaanscrisis van de eurozone”, zo noemde de Franse eurocommissaris Pierre Moscovici vorige maand het einde van het laatste Griekse leningprogramma. Maar de eurocrisis is amper dood verklaard, of zij dreigt enkele honderden kilometers westwaarts alweer op te laaien. “Italexit is terug”, constateerde een Italiaanse analist na het aantreden van de nieuwe, eurosceptische regering in mei.

Anders dan Griekenland geldt de Italiaanse economie binnen Europa als too big to save. De staatsschuld behoort met 132 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tot de grootste ter wereld. De Italiaanse banken vormen de zwakste schakel in de Europese financiële sector. Alleen al de ECB heeft de afgelopen jaren voor 341 miljard euro aan Italiaanse staatsschulden opgekocht. Wie moet er bloeden als die niet worden afbetaald?

Het is te makkelijk om alleen de Italianen de schuld te geven. Vooraanstaande economen als de Amerikaan Joseph Stiglitz hebben erop gewezen dat de Europese economieën te verschillend zijn om één monetaire unie te vormen. Met als gevolg dat de euro de onvrede voedt in Zuid- én Noord-Europa. Duitsers zijn boos als ze de portemonnee moeten trekken, Italianen omdat ze er het afgelopen anderhalve decennium alleen maar armer op zijn geworden. De jeugdwerkloosheid ligt in hun land boven de 30 procent.

Vroeger, in het lire-tijdperk, zou de regering de munt devalueren en zo Italiaanse producten en diensten concurrerender maken. Die weg is afgesloten. Blijft over het Brusselse recept van bezuinigen en hervormen. Zulke impopulaire maatregelen komen niet alleen neer op electorale zelfmoord, ze kunnen op korte termijn ook de economie verstikken, zoals in Griekenland is gebleken. Burgers krijgen minder te besteden, bedrijven zien daardoor hun inkomsten teruglopen en moeten personeel ontslaan.

En als het de komende maanden wonder boven wonder toch allemaal goedkomt met die nieuwe Italiaanse regering? Dan is het, gezien de recente geschiedenis, slechts een kwestie van tijd voordat de volgende crisishaard zich aandient. Kandidaten variëren van Griekenland of Portugal tot een van de nieuwe Oost-Europese euro­landen.

3. Chinezen diep in het rood

Heel even konden de Lage Landen dit jaar een glimp opvangen van de donkere wolken die boven de Chinese ­economie hangen. Met dank aan de expansiedrift van ‘chairman Wu’ Xiaohui. De topman van het Anbang-concern is een typisch voorbeeld van het Chinese groei­sprookje. Sinds de oprichting in 2004 slokte Anbang – dat ‘brenger van vrede en stabiliteit’ betekent – over de hele wereld bedrijven op. Inclusief de Belgische banken Fidea en Delta Lloyd Belgium, en de Nederlandse verzekeraar Vivat, met 3,5 miljoen klanten. Maar Wu’s succesverhaal bleek onlangs gestoeld op torenhoge schulden en financiële goochelarij. Nu zit de voormalige miljardair in de gevangenis.

Door de geldkraan wijd open te zetten, heeft China de kredietcrisis wonderwel doorstaan. Dankzij dat goedkope kapitaal hebben de Chinezen meer te besteden dan ooit, is hun land al tien jaar recordhouder ‘voltooide wolkenkrabbers van 200 meter of hoger’ en is hun economie uitgegroeid tot de op één na grootste ter wereld.

Maar er zijn ook steden uit de grond gestampt waar geen mens woont, en veel ondernemingen kampen met overcapaciteit. In totaal steekt het Chinese bedrijfsleven nu 15.000 miljard dollar dieper in de schulden dan voor de crisis. De handelsoorlog met de VS komt hier nog eens bovenop.

Daarmee is het rode gevaar terug van weggeweest. Niet in de vorm van een agressief, met kernwapens getooid communisme, maar van een explosief risico voor de mondiale groei.

Lehman Brothers-baas Richard Fuld , verantwoordelijk voor het grootste bankroet in de Amerikaanse geschiedenis. Beeld EPA

4. Zombiebedrijven

Hoe licht ontvlambaar de Chinese problemen kunnen zijn, is nu al zichtbaar in andere opkomende economieën. Landen als Turkije en Brazilië dreigen ten prooi te vallen aan een klassieke schuldencrisis. Argentinië heeft zelfs de hulp van het IMF moeten inroepen.

Anders dan vroeger zijn overheidsschulden niet het grootste probleem. Het zijn de bedrijven die op zwart zaad zitten. Ook dat is weer een erfenis van de crisis van 2008. Westerse banken en vermogensbeheerders hebben hun, op zoek naar rendement, ­massaal geld geleend. Dat gebeurde vaak in dollars. Hoe verder de koers van die munt stijgt en hoe meer de rente omhoog gaat, hoe moeilijker het wordt deze schulden terug te betalen.

Economen spreken bezorgd van ‘zombiebedrijven’. “Was geld lenen niet zo goedkoop geweest, dan zouden zij niet eens genoeg verdienen om de rente te betalen”, zei president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) eerder dit jaar in een interview. Ondanks de extreem lage rente loopt 20 tot 25 procent van de bedrijfsobligaties in landen als Brazilië en India een hoger risico om niet te worden terugbetaald. Stijgt de rente met 2 procent, dan neemt dat toe tot 30 tot 40 procent, rekende McKinsey in juni voor in een rapport.

Van een heel andere categorie zijn de westerse techbedrijven. Deze zomer doorbrak eerst de waarde van Apple en daarna Amazon de magische grens van 1 biljoen, oftewel 1.000 miljard dollar. Maar is dit soort bedrijven echt zoveel waard? Of getuigen de records vooral van opgeblazen aandelenkoersen, op hun beurt weer het gevolg van al het geld dat de centrale banken in de economie hebben gepompt? Zeker bij firma’s die tot op de dag van vandaag nooit een cent winst hebben gemaakt, zoals het Tesla van entrepreneur en blower Elon Musk, is dat een grote zorg.

5. Amerikaanse studenten: kind van de rekening

“Een familielid dat aan de alcohol is, van wie ik vervreemd ben, maar die toch opduikt om leuke gebeurtenissen te verpesten”. Zo beschrijft H.M. Miller zijn studieschuld van 100.000 dollar (85.500 euro). In een essay in het tijdschrift The Baffler somt de Amerikaanse journalist op hoe zijn ouders tijdens de crisis hun baan verloren, failliet gingen, zijn moeder borstkanker kreeg, maar hij in 2010 dan toch het universiteitsdiploma verwierf. Het feest was van korte duur. Al gauw ontdekte Miller dat hij amper genoeg zou ­verdienen om de rente op zijn studielening te betalen. Laat staan die schuld ooit af te lossen.

Zoals Miller zijn er nog 44 miljoen Amerikanen. De bankencrisis is met dank aan de belastingbetaler bestreden, maar daarvoor in de plaats kampen zij nu met een studieschuldencrisis. Want ook al zijn studenten de laatste jaren minder gaan lenen voor hun opleiding, door de rente is hun totale schuld uitgedijd tot het recordbedrag van 1.500 miljard dollar. Daarmee stellen de studieleningen de creditcards en autokredieten in de schaduw. Het oude schuldrecord, dat stamt van de vooravond van de crisis in 2008, is verbroken. Ondertussen neemt het aantal wanbetalers toe.

Lichtpuntje zijn de hypotheken. Die lijken dit keer relatief binnen de perken te blijven – al zijn er ook berichten dat de beruchte rommelhypotheken terug zijn onder een andere naam. In plaats van ‘subprime’, de term die voor de crisis gebruikt werd voor leningen aan huiseigenaren met amper inkomen of vermogen, wordt nu geruststellend gesproken van ‘nonprime’-hypotheken.

Minstens zo serieus als de financiële consequenties hiervan kan het psychologische effect blijken. Amerikaanse jongeren die, voordat hun leven goed en wel begonnen is, geketend zijn door schulden, heeft dat niet iets middeleeuws? “Ik mag er dan niet zo uitzien”, schreef student Natalia Antonova al in 2012 provocerend in een opiniestuk in The Guardian, “maar ik ben een moderne horige.”

6. Huizenbezitters: kwetsbaar voor rentestijging

Het lijkt alsof het ook bij het vastgoed weer dreigt mis te lopen. De prijzen voor commercieel vastgoed zijn na een daling na de crisis uit de pan gerezen. Op de Amerikaanse huizenmarkt gaat het opnieuw snel de foute kant op. Het aantal woonleningen met een hoog risico is bij Fannie Mae, een kredietinstelling die in 2008 nog gered moest worden door de Amerikaanse overheid, gestegen van 10 procent in 2012 naar 35 procent vandaag.

Ook bij ons wordt vastgoed steeds maar duurder, met alle gevolgen van dien. De cijfers van de Beroepsvereniging van het Krediet (BvK) liegen er niet om. De Belgen lenen steeds meer om vastgoed te kopen of te bouwen. Voor de aankoop van een woning wordt gemiddeld 157.584 euro geleend. Dat is ruim 10.000 euro meer dan twee jaar geleden. Voor een nieuwbouw lopen die bedragen nog verder op. Daar wordt 171.026 euro voor geleend, een toename van 17.000 euro.

In Vlaanderen ligt de gemiddelde prijs voor een woning al boven de 276.000 euro. De hypothecaire schulden stegen in de eerste negen maanden van 2017 met 8 miljard naar 222 miljard euro.

De Nationale Bank maakt zich al enkele jaren zorgen over de oververhitte huizenmarkt. Door de sterke rentedaling levert spaargeld nauwelijks nog iets op. Veel gezinnen kiezen daarom voor investeringen in vastgoed en hopen dat die een hoger rendement opleveren. Die evolutie is niet zonder gevaar. De Belgen financieren een belangrijk deel van die investeringen in vastgoed met leningen. Het hoeft geen betoog dat bij een rentestijging tal van gezinnen in de problemen raken, met een crisis op de vastgoedmarkt tot gevolg. (Lieven Desmet)

Conclusie

“Hebben politici en beleidsmakers geprobeerd om ons terug te brengen naar het verleden, of om een andere toekomst binnen te stappen?”, vroeg commentator Martin Wolf zich begin deze maand af in de Financial Times. “Het antwoord is duidelijk: het is het eerste.”

Wolf is een van de velen die de afgelopen weken terugblikte op de crisis van 2008 en daaruit sombere conclusies trekt. Financiële crises zijn inherent aan het kapitalisme, redeneren zij. Maar het huidige, op schulden gebaseerde groeimodel maakt dat het veel vaker en harder misgaat dan nodig.

Dat werpt een heel andere, misschien wel minstens zo interessante vraag op. Hoe zullen de historici en economen straks, bij de 20ste verjaardag van ‘Lehman Brothers’, op de economie van 2018 terugkijken? Blijft het het langverwachte, jubelende herstel van de crisis waarvoor het nu wordt aangezien? Of zal het slechts een intermezzo blijken? Een korte pauze in wat achteraf bezien één lange recessie was?

In dat geval is de kredietcrisis nooit echt opgehouden. We zijn alleen even vergeten dat de toppen waarop we dansen bij een borrelende vulkaan horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden