Dinsdag 21/01/2020

Staande ovatie voor Roman Polanski

'Ik hoop dat deze film voor jullie meer zal zijn dan een divertissement, misschien wel een ervaring." Met die woorden sloot regisseur Roman Polanski vrijdagavond in het Paleis voor Schone Kunsten zijn korte inleiding af bij de voorstelling van zijn nieuwe film The Pianist.

De aanwezigheid van de Pools-Franse cineast had alles te maken met het feit dat deze avant-première georganiseerd werd door het Koninklijk Filmarchief in Brussel. Met zijn korte studentenfilm Dwaj Ludzie z Szafa ('Twee Mannen en een Kast') had hij hier in 1958 een prijs gewonnen op het Festival van de Experimentele Film, waarvan de toenmalige conservator van het Filmarchief, Jacques Ledoux, de stuwende kracht was. Die eerste buitenlandse bekroning heeft de inmiddels 69-jarige Polanski nooit vergeten.

In zijn begroeting had Polanski het dan ook over 'un moment de souvenir et de nostalgie'. Hij gaf toe dat hij zelden naar Brussel kwam, maar als dat gebeurde, ging dat volgens hem altijd gepaard met 'une grande émotion'. Hij nam de bomvolle Henri Leboeuf-concertzaal van het PSK even in ogenschouw en zei dat hij, toen hij indertijd als jonge cineast die prijs voor zijn korte studentenfilm kwam afhalen in Brussel, nooit had durven te dromen dat hij daar ooit terug zou staan. En toen brak hij, bewust van die valse bescheidenheid, zijn zin af en gaf glimlachend toe: "Neen, dat is niet waar. Ik dacht zelfs dat het eerder zou gebeurd zijn."

Voor The Pianist werd Roman Polanski dit jaar in Cannes bekroond met de Gouden Palm. De film is gebaseerd op de autobiografische roman van de Pools-joodse pianist Wladyslaw Szpilman, die op bijna miraculeuze wijze de nazi-terreur in het getto van Warschau wist te overleven. Polanski, die als kind zelf ook de gruwelen van het joodse getto in Krakau heeft meegemaakt, benadrukte nog eens dat hij met deze film niet zijn eigen persoonlijke verhaal (zoals hij dat eerder wel in zijn autobiografie Roman had neergeschreven) wilde vertellen, maar dat hij natuurlijk wel gebruik heeft gemaakt van zijn jeugdherinneringen.

De film eindigt met een lange muzikale sequentie. Na de oorlog zit pianist Wladyslaw Szpilman (vertolkt door Adrien Brody), begeleid door een groot symfonisch orkest, eindelijk opnieuw achter zijn vleugel. De muziek heeft het laatste woord. De eindgeneriek rolt over het doek. De laatste noten worden gespeeld. In de Poolse concertzaal barst het applaus los. Het scherm wordt donker. Het 'filmapplaus' loopt naadloos en plots veel luider over in dat van de nog duistere PSK-zaal. Een moment van gratie. Als de zaallichten aangaan en de regisseur opnieuw het podium opstapt, zwelt het applaus zelfs aan tot een minutenlange staande ovatie. Polanski heeft gelijk gekregen: dit was niet zomaar een divertissement, dit was een ervaring.

Verwijzend naar de film zegt hij nog dat het moeilijk te geloven is dat het allemaal nog maar iets meer dan 50 jaar geleden gebeurd is. En dat er nog mensen zijn, zoals hij, die het persoonlijk hebben meegemaakt. En dat hij hoopt dat het nooit meer zal gebeuren. Hij wenst iedereen een goede nacht en verdwijnt in de coulissen.

(Jan T.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234