Dinsdag 10/12/2019

Sssst! Hier woont de muze!

boeken

gids bundelt de talloze schrijversverblijven in europa

Troubadours trekken niet langer van burcht naar burcht, op zoek naar een beschermheer. Voorbij zijn de hoogdagen van gereputeerde mecenassen zoals de Medicis of de Thurn en Taxis. Verspreid over heel Europa zijn er evenwel talloze auteursverblijven: kastelen en kloosters, villa's en woonhuizen, geklasseerde monumenten en pareltjes van architectuur, of meer bescheiden stulpjes zoals de een jaar oude Schrijversflat van het PEN-Centrum Vlaanderen. Een zopas gepubliceerde fraaie Frans-Engelse gids heeft ze gebundeld. Wat speelt er zich zoal af tussen die vier muren, waar inspiratie de plak zwaait?

Antwerpen

Van onze medewerkster

Ingrid Vander Veken

'Alsof ik dood was en aangekomen in het paradijs, zo voelde ik me", zegt de Griekse dichteres Katerina Anghelaki-Rooke over haar verblijf in Visby, een middeleeuws stadje in Gotland (Zweden). "De onbezorgdheid die ik daar genoot, was een godsgeschenk. Ik ben een vrouw, weet je: zelfs als mijn huis aan de kant is, voelt een gedeelte van mijn hersens zich verplicht daar nog mee bezig te blijven. Bovendien is het geweldig omringd te zijn door mensen met dezelfde bekommernis, die maar een half woord nodig hebben om je te begrijpen. Ik heb me laten volstromen met stilte en daar is uitstekend werk uit voortgekomen."

Onbewogen aanhoren gepruikte edelmannen haar rauwe Melina Mercouri-stem. Hun staatsieportretten sieren de muren van het Château de Castries, op een steenworp van Montpellier. Dat eigendom van de Académie Française is de thuishaven van het Centre Régional des Lettres du Languedoc-Roussillon, initiatiefnemer van de gids. "Op het ogenblik dat Europa zijn grenzen ontmantelt, wilden wij de nomadische verbeelding een duwtje in de rug geven", stelt directrice Anne Potié. Zij nodigde 130 gasten uit 22 landen uit om daarover van gedachten te wisselen.

Eerste vaststelling: schrijversverblijven zijn even gevarieerd als hun bewoners. Sommige zijn gevestigd in geklasseerde monumenten. Het Monastère de Saorge is een franciscanerklooster uit de zeventiende eeuw, le Moulin d'Andé in Saint-Pierre-du-Vouvray een molen uit de dertiende eeuw. Aan de renaissancetraditie herinnert de Villa Medicis in Rome, waar ooit Ingres en Berlioz logeerden... Cultureel erfgoed moet echter ook in stand moeten worden gehouden "en dat slokt een flink deel van het budget op", weet William W. Payne, directeur van de Hospitalfield Trust, een tot Victoriaans kasteel omgebouwd ziekenhuis aan de Schotse kust.

steun uit een onverwachte hoek

Op andere plaatsen kijkt de geest van een illustere collega mee over je schouder. In de Villa Mont-Noir, het geboortehuis van Marguerite Yourcenar in Frans Vlaanderen, staat onder meer Stefan Hertmans op de gastenlijst. Brussel heeft zijn Fondation Maurice-Carême, de Franse Yonne haar Maison Jules Roy, Ierland het Heinrich Böll Cottage.

Soms komt het mecenaat uit een onverwachte hoek. Een Zwitserse voedselketen pompt een percentage van zijn opbrengst in L'arc Romainmôtier, een oude abdij aan de voet van de Jura. In hartje Dubrovnik besloot Dubravka Zurko in een opwelling om de studio boven haar galerie ter beschikking te stellen van auteurs: een eenvrouwsonderneming.

De ideale omstandigheden scheppen voor creativiteit betekent balanceren tussen aandacht en je op de achtergrond houden. Waarom maakt een gastvrouw of heer die moeilijke evenwichtsoefening? "Omdat ik van kunstenaars hou, ook al zijn het soms moeilijke mensen." Sheila Pratschke, de Ierse versie van Julie Christie, ruilde haar directeurszetel van een art-bioscoop in hartje Dublin voor die van het Tyrone Guthrie Centre aan het Annaghmakerig-meer. "Ik dacht dat het me zwaar zou vallen om zo afgelegen te wonen en twee avonden per week door te brengen met mijn gasten", zegt ze. "Maar het tegendeel is waar: ik vind het juist heerlijk."

"Je ontdekt hoe een verblijf sporen trekt in iemands werk." Guy Fontaine, directeur van de Villa Mont-Noir, glundert als hij het vertelt. "Of je slaat een boek open en plots staat het daar: geschreven op Mont-Noir. Nooit zou ik dat aan een auteur durven te vragen, maar het geeft me wel een intense voldoening."

De duur van een verblijf varieert van enkele dagen tot een jaar. Nogal wat Franse residenties huldigen het 'eigen cultuur eerst'-principe: Franse nationaliteit of minstens in de Franse taal schrijven. Andere adressen, zoals Schloss Wiepersdorf in Duitsland, waar Paul Koeck de voorbije zomer te gast was, kruisen zowel nationaliteiten als kunstdisciplines. Nog andere specialiseren zich dan weer in een aspect van het schrijven: voor theater en film moet je in La Chartreuse in Villeneuve-lez-Avignon zijn, voor stripverhalen in het regionaal centrum van Audincourt, voor poëzie en romans in de Villa Kivi in Helsinki.

verkeerde muze

Niet iedereen met een pen in de hand (lees: de vingers op de toetsen) kan dus om het even waar terecht. Uitzonderlijk wordt de drempel erg laag gehouden: weinig of geen voorwaarden inzake genre of publicaties, met soms nog een toelage erbovenop. Het resultaat is een toerisme van tweedehands auteurs die van verblijf naar verblijf hoppen. Zowat alle residentiehouders kennen het fenomeen: "Curricula met een waslijst van verblijven en nergens een boek tussendoor", omschrijft een van hen het.

Geen wonder dat het merendeel zich strenger opstelt. Ook al omdat er doorgaans meer aanvragers zijn dan gegadigden. Van de 50 aanvragen die jaarlijks in de Villa Mont-Noir toekomen, kunnen er slechts 15 gehonoreerd worden. In sommige residenties beslist een jury over de kandidaturen, andere laten alleen schrijvers toe die lid zijn van een erkende vereniging, nog andere houden vooraf ruggenspraak met het thuisland van de gasten. Niet alle kandidaten zijn immers doetjes: het International Writers' and Translators' Centre op Rhodos zag zich verplicht een van hen aan de deur te zetten, omdat hij de muze in hoofdzaak zocht in de zakken van zijn collega's...

Op aan aantal plaatsen worden verblijfsvergoedingen uitgekeerd: nu eens zijn die zeer behoorlijk, dan weer dekken ze amper de reële kosten. Voor andere verblijven moeten schrijvers zelf betalen, en niet altijd minnetjes. Het Tyrone Guthrie Centre vraagt aan een buitenlands auteur 750 euro per kamer per week. "Maar wij verwennen onze gasten ook echt", argumenteert Sheila Pratschke. "Dit landhuis is prachtig gelegen. De maaltijden zijn overheerlijk en aan tafel heerst een unieke sfeer." Zo uniek dat aan gasten wordt gevraagd om achteraf thuis een gelijkaardig diner te organiseren, en daar 10 vrienden op uit te nodigen naar rato van 100 euro per couvert. "Die opbrengst laat ons toe ook al eens minder kapitaalkrachtige schrijvers te herbergen."

Gezamenlijke maaltijden zijn in nogal wat schrijvershuizen gebruikelijk, in sommige zelfs verplicht. De meeste auteurs beschouwen dat allesbehalve als een corvee en genieten van het contact met collega's. Maar er zijn er ook die de voorkeur geven aan volgehouden afzondering, en er zijn residenties die hen daarin volgen. Na het vertrek van de laatste pater, zou het Monastère de Soarge worden omgetoverd tot een exclusief hotel met zwembad. Jean-Jacques Boin wist de plannen te verhinderen en maakte er een kustenaarsresidentie van, waar de leefregels van de monnikenorde nog steeds gelden. Spartaanse soberheid, en stilte.

"Ik raakte in paniek, toen ik de poort in het slot hoorde vallen", herinnert de Zuid-Italiaanse schrijfster Beatrice Morano zich. "Als schrijver verlang je wel naar afzondering, maar tegelijk ben je er bang voor. Uiteindelijk heb ik daar de absolute vrijheid gevonden: om te doen wat ik wilde, om via de taal contact te hebben met anderen. Ik heb er mijn eigen identiteit gevonden."

Helaas is niet voor iedereen is evenveel geluk weggelegd. Tijdens zijn verblijf in datzelfde Soarge pleegde een jonge Franse schrijver niet zolang geleden zelfmoord. "Al betwijfel ik of dat te maken had met de locatie", zegt Jean-Jacques Boin. "In mijn kennissenkring zijn er drie jonge kunstenaars die zelfmoord hebben gepleegd. Ik geloof meer dat er zoiets bestaat als voorbestemdheid. Maar het klopt dat sommigen een dergelijke ascese verdragen en anderen niet."

Wordt het niet stilaan tijd voor een Europees netwerk van schrijversverblijven? Ook dat was een van de vragen die Ann Potié haar gasten voorlegde. Over het nut van een kerngroep, om tot uitwisseling te komen van ervaringen en ideeën, was iedereen het snel eens. Voor een sterk gestructureerd samenwerkingsverband was het enthousiasme minder groot: daarvoor is de variatie in huisvesting en aanpak te groot. Misschien is dat ook wel de mooiste manier om een Europa te maken: met al die verschillen leven en ervan houden. In de eigen identiteit ligt immers ook de kracht van een residentie.

De kan de Franse schrijver Paul Fournel alleen maar beamen. Zijn eerste verblijf kreeg hij aangeboden in het kader van een programma 'Jeunes stations, jeunes talents': drie weken in een huisje aan zee. "Het huisje was bouwvallig, maar op de tafel stond een gereedschapskist. Klaar. De eerste week heb ik mijn verblijf opgeknapt, de tweede week heb ik daarvan uitgerust, de derde week kwamen de toeristen en ben ik teruggekeerd naar huis. Jaren heeft het geduurd eer ik een tweede kans durfde te wagen. Ik kwam terecht in een godvergeten dorpje in Roemenië, in het huis van een orthodoxe pope. De pope had niet alleen een popin maar ook drie kleine poopjes en alsof dat niet erg genoeg was, was het net Pasen. Ik had me er al bij neergelegd dat het weer niks zou worden. Maar o, wonder, in die regelrechte heksenketel heb ik in een mum van tijd een volledige roman geschreven. Tot vandaag beschouw ik Le jour que je suis grand (Gallimard) als een van mijn beste boeken. Zo zie je maar: er bestaat geen eenvoudig rendez-vous met het schrijven."

Guide des Résidences d'Ecrivains en Europe/ Writers' Residencies Guide in Europe. Maison du Livre et des Ecrivains (Montpellier) Les Presses du Languedoc. 431 p. 20 euro. (crllr@cr-languedocroussillon.fr)

Huizen waar schrijvers verblijven, zijn al even gevarieerd als hun bewoners

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234