Zaterdag 27/02/2021

Spurtbommen krijgen volop kansen in Giro op maat van klimmers

Petacchi krijgt twaalf vlakke ritten de kans om zijn heerschappij van vorig jaar te bevestigen

Drie weken schrik in de broek voor de Mortirolo

Net zoals in de Tour zit bij de Giro, die morgen in Genua van start gaat, het venijn in de staart. Met liefst elf zware beklimmingen in de laatste vier Dolomieten-etappes (van de beruchte Gavia tot de Mortirolo) wordt het zwoegen. Maar eerst mogen de spurters de benen opwarmen. Vanaf morgen is het al Petacchi en Cipollini wat de klok slaat.

Brussel / Genua

Eigen berichtgeving

Tony Landuyt

Mortirolo. Men hoeft de naam nog maar uit te spreken of een boel renners - en lang niet alleen diegenen die aan klimmen een broertje dood hebben - begint al te huiveren. De twaalf kilometer lange col met een gemiddeld stijgingspercentage van tien procent (op bepaalde stukken achttien procent) is een van de moeilijkste hindernissen die de Giro-renners de komende weken voor de wielen krijgen. En dat op de voorlaatste dag.

De Mortirolo wordt al voor de zevende keer in het Giro-parcours opgenomen maar maakte al een veelvoud aan slachtoffers. Greg LeMond stapte er ooit aan de voet af. Miguel Indurain werd op de flanken van die col gelost en Abraham Olano verloor er in 1996 de Giro. Maar terwijl de Amerikaan en de twee Spanjaarden slechte herinneringen bewaren aan de Mortirolo, maakten wijlen Marco Pantani en Ivan Gotti er het mooie weer. Gotti legde er in 1999 de basis van zijn tweede eindzege en in 1994 ontbolsterde 'Il Pirata' op wat velen de moeilijkste col van Italië noemen.

En Pantani werd niet vergeten. Zoals de Cima Coppi (de hoogste col) in het leven werd geroepen als eerbetoon aan - juist - Coppi, krijg ook Pantani 'zijn' col. Speciaal voor de in februari overleden klimmer werd de top van de Mortirolo omgedoopt tot de 'Montagne Pantani'.

In Presolana, waar de Mortirolo-etappe eindigt, is meteen ook de Giro-winnaar 2004 bekend. Vierentwintig uur later volgt immers de blijde intrede in Milaan. Het lijkt wel of Tour-baas Jean-Marie Leblanc en zijn Italiaanse collega Carmine Castellano het samen hebben bekokstoofd. Want net zoals twee maand later in de Tour wordt ook de Giro-finale in de bergen afgewerkt.

De laatste week duikt het peloton immers de Dolomieten in en tijdens de slotdagen staan behoorlijk wat ritten in het hooggebergte op het menu. De slotweek is ronduit moordend. Het begint in de zestiende rit, naar Falzes, met de beklimmingen van de Staualanza, de Valparola, de Passo Furcia en de Terento. 's Anderendaags op weg naar Sarnonico staat de Passo Mendola op het menu. In de achttiende rit moeten de Passo Tonale, de beruchte Gavia, met zijn 2.600 meter het dak van de Giro, en de slotklim naar Bormio 2000 overwonnen worden. Ten slotte wacht het peloton op de voorlaatste dag de confrontatie met de Mortirolo, de Vivione en de Presolana.

Het is niet de enige keer dat de klimmers zich in de handen mogen wrijven. Al in de derde rit hoeven de sprinters op weinig begrip te rekenen. Dan is het al echt klimmen geblazen. Die etappe eindigt op de Corne alle Scale, 1.400 meter hoog. Daar kunnen de eerste klappen worden uitgedeeld. Nog aankomsten boven volgen aan het eind van de zevende rit, op de Montevergine, en zoals gezegd in Bormio 2000 (18de rit) en Presolana (19de rit). Vier van de zeven bergritten eindigen bergop.

Deze Giro is dan ook een kluif voor berggeiten, met Gilberto Simoni en Stefano Garzelli voorop. Vooral ook omdat er weinig tegen de klok moet worden gefietst. Buiten de proloog staat maar één lange tijdrit geprogrammeerd, 52 kilometer aan het eind van de tweede week, tussen Triëst en Altopiano Carsico. Van Triëst, dat dit jaar de vijftigste verjaardag viert van de terugkeer bij Italië, maakt de karavaan een ommetje langs Slovenië en Kroatië om dan, tot aan de vooravond van de slotetappe, alleen maar bergen te ontmoeten.

Maar eerst de start, morgen. Voor de derde keer in de geschiedenis van de Giro vindt die plaats in Genua, met een proloog van 7 kilometer in het centrum van de havenstad. Als culturele hoofdstad van Europa 2004 was Genua voor Castellano een uitgelezen startplaats. En een dag later is het al opletten geblazen. Want is de eerste rit niet direct spek voor de bek van de klimmers, dan biedt het achterland van Ligurië toch voldoende natuurlijke hindernissen, vergelijkbaar met de hellingen van Luik-Bastenaken-Luik, voor een geanimeerde etappe.

Ook de tweede rit, die start in Novi Ligure, waar de legendarische Fausto Coppi woonde en begraven ligt, loopt over een gelijkaardig parcours. Een rittenkoers is echter niet vergelijkbaar met een eendagswedstrijd. Er wordt niet op eenzelfde manier over die hellingen gefietst. De kans op een massaspurt tijdens die eerste ritten is dan ook niet gering. Petacchi, vorig jaar goed voor zes ritzeges (naast nog eens vier in de Tour en vijf in de Vuelta), en Cipollini kunnen hier al een eerste keer met elkaar in de clinch.

In deze Giro hebben de spurters met twaalf vlakke ritten overigens kansen zat en valt het af te wachten in hoeverre McEwen, Pagliani, Browne, Quaranta en Hondo zich in de debatten kunnen mengen.

Morgen in Supporter: de Giro ontleed.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234