Donderdag 02/04/2020

Toelatingsexamen

Spreek niet te snel van seksisme

Toelatingsexamen geneeskunde en tandheelkunde op de Heizel. Jongens varen wel bij dit eenmalige toetsmoment.Beeld Wouter Van Vooren

Ze falen vaker op het toelatingsexamen (tand)arts. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) wil dan ook vraag per vraag nagaan waar meisjes de mist in gaan. Maar dat sommigen daarbij spreken van een seksistische proef is meer dan een brug te ver. Sterker nog, ons volledige onderwijssysteem zou in dat geval discriminerend zijn.

Jongens staan weer maar eens lijnrecht tegenover meisjes. Toch als het over het toelatingsexamen (tand)arts gaat, waarbij de mannelijke studenten in spe 34 procent kans maken om te slagen en hun vrouwelijke leeftijdsgenoten blijven steken op 23 procent. Sommige media zetten de proef daarom weg als 'seksistisch', terwijl Vlaams Parlementslid Tine Soens (sp.a) het over oneerlijke verschillen en 'discriminatie' heeft. Volgens haar zouden er 79 extra vrouwelijke geneeskundestudenten zijn als het examen niet vrouwonvriendelijk was.

Op het eerste gezicht lijken die uitspraken verre van onjuist. Jongens scoren inderdaad beter dan meisjes, zelfs als ze dezelfde richting hebben gevolgd in het secundair onderwijs. Het zorgt ervoor dat minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) alle vragen van het toelatingsexamen onder de loep gaat nemen.

Dat voornemen is natuurlijk niet verkeerd. Maar de achterliggende redenering die anderen naar voren schuiven, is dat wel. Cognitief psycholoog Wouter Duyck (UGent) maakte er op Twitter, weliswaar enigszins hermetisch, gehakt van. "Genderverschil in het secundair, waar jongens slechter presteren, heet demotivatie. Als jongens beter zijn in het toegangsexamen arts heet het discriminatie."

Kleine kloof

Het is niet moeilijk om te zien waar zijn uitspraak vandaan komt. In haast elke fase van het onderwijstraject delven jongens het onderspit. Zo komen zij vaker in het beroepsonderwijs (bso) terecht en blijven ze vaker zitten. Al bij het einde van de eerste graad gaapt er een kleine kloof tussen jongens en meisjes. Aan het einde van de derde graad is die nog een stuk groter geworden. Op dat moment heeft 71 procent van de meisjes geen vertraging opgelopen, terwijl 'slechts' 61 procent van hun mannelijke leeftijdsgenoten hetzelfde kan zeggen.

Die trend stopt niet als zij de schoolpoorten achter zich dichtslaan. In aantal - er zijn veel meer studentes aan de hogescholen en universiteiten - maar ook in prestaties blinken meisjes uit. Zo haken zij minder snel af en slagen zij consequent voor meer vakken, ook in de bacheloropleiding geneeskunde.

Voor alle duidelijkheid: dit betekent niet dat meisjes van nature intelligenter zijn. Wat er dan wel aan de hand is, blijkt uit tal van wetenschappelijke artikels en het vierjarige interuniversitaire Procrustes-onderzoek bij een kleine 6.000 Vlaamse middelbare scholieren. Meisjes zijn bijvoorbeeld intrinsiek meer gemotiveerd, terwijl jongens vaker uitstelgedrag vertonen. Zij zullen ook eerder minder studeren om niet buiten de groep te vallen, terwijl meisjes elkaar onderling wel aansporen om goede cijfers te behalen.

Het zijn slechts enkele verklaringen, die vooral inzoomen op de leerlingen zelf. Maar ook de leerkrachten blijven niet buiten schot. Jongens voelen zich immers vaker minder gewaardeerd, wat op den duur zorgt voor zittenblijven. Ook krijgen zij sneller negatief commentaar van een leraar, zelfs als zij hetzelfde uitspoken als een vrouwelijk klasgenootje. Experts opperen dan ook dat leerkrachten onbewust lagere verwachtingen lijken te koesteren voor jongens.

Ons volledige onderwijssysteem zou zo kunnen worden weggezet als seksistisch of discriminerend tegenover jongens. Maar dat zou veel te kort door de bocht zijn. Hetzelfde gaat natuurlijk op voor het toelatingsexamen. Jongens varen wel bij dit eenmalige toetsmoment, waar veel onderlinge concurrentie bestaat. Meisjes zijn daarentegen sterker als het op een reeks examens aankomt en hebben doorgaans meer angst voor één unieke test, zeker als er wiskunde bij komt kijken.

Giscorrectie

Daarnaast speelt de giscorrectie, die foute antwoorden afstraft en frequent gokken moet ontmoedigen, een prominente rol. "Dat heeft niets met seksisme te maken, wel met voorzichtigheid", zegt socioloog Bram Spruyt (VUB), die twee jaar geleden met collega Lilith Roggemans de genderverschillen aantoonde. "Het examen is zo moeilijk dat er twijfel ontstaat bij elke vraag. Als je het bijna weet en toch niets invult, wat meisjes vaker doen, werkt dat uiteindelijk in je nadeel."

Vooralsnog zijn er geen plannen om de giscorrectie af te voeren, waardoor volgens Spruyt de communicatie vanuit de overheid en de universiteiten uitermate belangrijk wordt. Meisjes zouden moeten worden geïnformeerd dat gokken soms interessant kan zijn, zeker als zij twijfelen tussen enkele antwoorden. "Maar eigenlijk wordt er nu veel te veel gefocust op gender, terwijl de socio-economische verschillen gigantisch zijn. Jongeren uit gezinnen met laagopgeleide ouders nemen minder vaak deel aan het toelatingsexamen en hebben veel minder kans om te slagen, zelfs als ze in dezelfde klas zaten als iemand met een hoogopgeleide moeder. Maar daar hoor je nauwelijks iets over."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234