Vrijdag 23/10/2020

Sprakeloze amateurs

De nieuwe reeks Nietzsche-vertalingen: een gemiste kans

Peter De Graeve

In het begin van de jaren zeventig besloten twee Italiaanse geleerden, Giorgio Colli en Mazzino Montinari, het oeuvre van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen. Ze drongen aan op een regelrechte 'restauratie', het herstel van Nietzsches authentieke kleur en stijl. Hun werk was voor De Arbeiderspers een geschikte aanleiding om Nietzsche opnieuw uit te geven, maar de vrees is gegrond dat, na deze uitgave, de Nederlandstalige Nietzsche even gebrekkig zal zijn als voorheen.

Herstel was nochtans hoogdringend: sinds zijn dood (in 1900) waren Nietzsches ideeën onder steeds grotere verdenking komen te staan. Uit een boek als Der Wille zur Macht spraken opvattingen waarbij de ideologie van het nationaal-socialisme naadloos leek aan te sluiten (en die dan ook door de nazi's schaamteloos geannexeerd werden). Dat deze overeenkomsten zorgvuldig waren gemanipuleerd door filosofische valsmunters (onder wie Nietzsches zuster Elisabeth) ontging het grote publiek. Dit onrecht wilden Colli en Montinari ongedaan maken.

Het resultaat van hun onderzoek is de inmiddels klassiek geworden Kritische Studienausgabe. Daarin geen Wille zur Macht meer: deze postume 'compilatie' brachten de Italianen terug tot wat ze oorspronkelijk was, een hoop losse bedenkingen, chaotisch verspreid over Nietzsches nagelaten geschriften. Ook een aantal tekstvervalsingen van Elisabeth maakten ze ongedaan, niet alleen in het autobiografische Ecce Homo (waarin Elisabeth werd uitgemaakt voor "addergebroed"), maar eveneens in verschillende van zijn brieven, waarin de uitvinder van de Übermensch zich ten zeerste opwond over het vulgaire antisemitisme van Elisabeth, en van haar echtgenoot, de Wagnerfanaat en protonazi Bernhard Förster, samen met Elisabeth stichter van de schimmige, 'raszuivere' kolonie Nueva Germania in Paraguay.

Nietzsche zelf heeft meer dan eens gewaarschuwd voor mogelijke vervalsing van zijn werk. Hij wist dat zijn ideeën "dynamiet" waren, dat men ze beter met de nodige (voor)zorg kon behandelen. Tot de komst van Colli en Montinari werden deze waarschuwingen vaak in de wind geslagen; telkens diende zich wel weer een nieuwe hyperboreeër aan die precies wist te vertellen hoe Nietzsche 'eigenlijk' gelezen en begrepen diende te worden.

Het jongste voorbeeld in de rij: de geheel onwetenschappelijke 'vertaling' van Der Wille zur Macht door Thomas Graftdijk, onder de titel Herwaardering van alle waarden. Graftdijk, hoewel een absolute niemand op het gebied van de Nietzsche-interpretatie, was er niettemin in geslaagd om Boom in Meppel (toch niet het eerste het beste uitgeverijtje) over te halen tot een 'herschikte' compilatie - vervalsing van de vervalsing, zo men wil - van dit werk. En dat op een ogenblik (1992) dat alle Nietzsche-kenners het er al lang over eens waren dat dergelijke publicaties pure onzin zijn. Dat heb je nu eenmaal met nietzscheanen van het slag Graftdijk: ze dopen een dikke teen in een kom koud water en menen op basis van die ervaring te kunnen zeggen wat je moet lijden en hoe het uiteindelijk voelt om Olympisch kampioen op de 100 meter vrije slag te worden. Goed, een Graftdijk kunnen we nog vergeven, tenslotte was grootheidswaan ook Nietzsche niet vreemd. Erger is dat een scherpzinnige uitgeverij als Boom daar intuint.

Met De Arbeiderspers is het zo mogelijk nog slechter gesteld: zij helpt zèlf immers een handje bij de organisatie van het boerenbedrog. De eerste twee delen van de compleet nieuwe AP-Nietzsche-uitgave zijn zopas verschenen onder expliciete verwijzing naar Colli en Montinari, maar hebben met de tekstkritische arbeid van beide Italiaanse hoogleraren evenveel te maken als een pluche tijger met de rimboe.

Dat men de reeks vertalingen laat beginnen met De antichrist en Afgodenschemering is om te beginnen uit chronologisch standpunt voor heel wat kritiek vatbaar, maar zal wel zijn commerciële voordelen hebben. Een titel als De antichrist spreekt zó wel tot de verbeelding van de postmoderne klant. En voor de publicatie van Afgodenschemering werd dan weer het pad geëffend door de (niet meer leverbare) vertaling in de 'Dixit'-reeks van Het Wereldvenster.

Voor De antichrist werd de vorige vertaling (uit 1973, van Pé Hawinkels), aldus de verantwoording, "grondig bewerkt" door Michel van Nieuwstadt - al is dat 'grondig' nogal relatief. Maar ere wie ere toekomt: de huidige versie klinkt niet alleen vlotter, ze is bovendien accurater, staat dichter bij het origineel. Een voorbeeld: de 'Todkrieg' van het christendom tegen "het hogere type mens" waarvan Nietzsche in dit boek verlag doet, werd door Hawinkels nog begrepen als 'vernietigingsoorlog' - een duidelijke, zij het allicht onbewuste nazificatie door de vertaler. In de nieuwe uitgave wordt dat, correcter, 'oorlog op leven en dood', toch geen kleine nuance. Ook Hawinkels' matte 'supermens' verdwijnt als vertaling van Nietzsches Übermensch. Van Nieuwstadt laat de Duitse term onvertaald, jammer maar wel begrijpelijk, want reeds Hendrik Marsman was, in zijn vertaling van Also sprach Zarathustra, voor dit begrip teruggedeinsd. 'Overmens' is de juiste vertaling (neologisme in het Nederlands, zoals Übermensch in het Duits): het wezen dat de huidige mens zal over-winnen, dat zich verhoudt tot de mens zoals overmacht zich verhoudt tot macht. Maar goed, Van Nieuwstadts vertaling is een pluspunt. Alleen hebben we het goede nieuws daarmee wel gehad.

De nieuwe vertaling van Afgodenschemering door Hans Driessen kan namelijk niet tippen aan de vorige, die uit de 'Dixit'-reeks dus. Toegegeven, dat is vaak een kwestie van subjectief oordelen, maar mijn indruk is wel dat Driessen de bal soms misslaat, in cruciale passages bovendien, die door de (anonieme) vertaler van de 'Dixit'-reeks wèl correct werden overgezet. Eén voorbeeldje maar, uit het stilaan canoniek geworden 'Hoe de ware wereld ten slotte tot fabel werd. Geschiedenis van een dwaling', waarin Nietzsche op zijn eigen onnavolgbare manier het christendom vergelijkt met het vrouw-worden van Plato's waarheidsidee. Die vrouwgeworden Idee, vertaalt Driessen, "wordt subtieler, verradelijker, onbegrijpelijker" (feiner, verfänglicher, unfaßlicher). De 'Dixit'-versie luidde "fijner, neteliger, ongrijpbaarder", niet alleen aannemelijker als vertaling, maar ook aantrekkelijker als vrouw, als men mij toestaat. Ik heb zo'n vermoeden dat Driessen zich heeft gebaseerd op die eerdere vertaling, maar hij had zich de moeite kunnen besparen, het model is gewoon beter.

Rest de grond van de zaak.

Nietzsche wilde de modernen een teloorgegane antieke kunst opnieuw aanleren: de "kunst van het lezen". Wie deze oproep au sérieux neemt, heeft aan De antichrist een vette kluif. Het boek bevat fundamentele, nog onontgonnen perspectieven op de hedendaagse cultuur. Het is een tekst die sméékt om aandacht, fijnzinnige analyse en creatieve interpretatie. Maar in zijn nawoord rept Driessen met geen woord over de actualiteit van dit "pamflet", noch over de nog verborgen mogelijkheden die in de lectuur ervan schuilgaan. Integendeel, hij stelt doodleuk dat "het een woedende en tierende Nietzsche is die ons (hier) tegemoettreedt". Als consulent Driessen er niet in slaagt in Nietzsches woorden meer te horen dan het gekrijs van een halve waanzinnige, waarom laat hij de diagnose dan niet over aan bekwamer artsen? Wie bijvoorbeeld de inleiding en commentaren kent die Maurice Weyemberg ooit bij Afgodenschemering schreef (in de 'Dixit'-reeks), weet hoe de interpretatie van een tekst kan uitmonden in een echte discussie met de auteur.

Driesen eindigt zijn eigen nawoord als volgt: "Joseph Goebbels, in het haten een genie, kende zijn Nietzsche, zoveel is zeker." Pardon? Niets is minder zeker, zal hij bedoelen! De paar bladzijden clichés over Nietzsche die de AP aan deze boekjes toevoegt zijn een aanfluiting van elke mogelijke ethiek van de interpretatie, een verkrachting van het filosofisch fatsoen.

In andere Europese taalgebieden, Frankrijk voorop, bood de Colli-Montinari-uitgave de gelegenheid om de meest vooraanstaande Nietzsche-kenners aan het vertalen en het commentariëren te zetten. In ons taalgebied werd deze kans glansrijk gemist. Het is niet zo dat je Nietzsche slechts kunt uitgeven als er een legioen proffen bij betrokken wordt, maar de man verdient stellig beter dan het clubje sprakeloze amateurs dat De Arbeiderspers heeft binnengehaald.

In het overzicht van deze met veel poeha aangekondigde Nietzsche-bibliotheek vallen bovendien vooral de afwezigen op: zo staat Aldus sprak Zarathustra nergens op de lijst met geplande uitgaven, begrijpe wie kan. Evenmin wordt gewag gemaakt van Nietzsches briefwisseling of van zijn nagelaten werk. Het mocht blijkbaar niet te veel kosten, kan het des te meer opbrengen.

Met de eerste twee delen van deze Nietzsche-bibliotheek is De Arbeiderspers zeker niet begonnen aan het "monument" waarop de filosoof-met-de-hamer recht heeft voor de honderdste verjaardag van zijn dood in het jaar 2000. De uitgever heeft zijn sjofelste pak aangetrokken en zet een pruilerig mondje, hij gedraagt zich als een hypocriete lijkbidder die gulle nabestaanden begerig de schaal voorhoudt. Wees echter hard, zoals Nietzsche u graag mocht, en houd die centen dus maar in uw zak.

Friedrich Nietzsche, Afgodenschemering (vertaald door H. Driesen) en De antichrist (vertaald door P. Hawinkels), De Arbeiderspers, Amsterdam, beide delen 599 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234