Vrijdag 23/08/2019

Sportswear: van kleedkamer naar kleerkast

Mannenmode heeft helemaal zijn draai gevonden sinds de sportwereld zich ermee moeit. Geen vent die nu nog neerkijkt op fashion, met Kanye en Justin Bieber als ultieme rolmodellen.

Sport is stoer. Mannenmode? Minder. In reclamecampagnes en op de eerste rijen van de modeweken in New York, Milaan en Parijs moeten voetballers, NBA'ers en tenniskampioenen traditioneel het bewijs leveren dat mannenmode meer is dan bezigheidstherapie voor watjes. Althans, dat was vroeger meer nodig dan nu. Sportliefhebbers, en andere zogeheten échte mannen, keken vanuit hun luie zetel altijd neer op mode. De voorbije jaren is dat veranderd: in cijfers uitgedrukt groeit de mannenmode tegenwoordig sneller dan de damesmode.

Dat heeft te maken met de digitale revolutie, maar ook met de wereldwijde doorbraak van winkelstraatketens als H&M, Zara of Topshop. In 2016 heeft niemand nog een excuus om er onverzorgd uit te zien (tenzij bestudeerd onverzorgd, want dat is sexy). Goede smaak is bijna onvermijdelijk geworden, met de nadruk op bijna.

David Beckham was de voorbije vijftien jaar zo'n beetje het archetype van de trendy metroseksueel (er is, alles bij elkaar geteld, allicht meer geschreven over de kapsels van deze 21ste-eeuwe Narcissus dan over zijn voetbaltechnische kwaliteiten). Sinds Beckham mogen gewone mannen zonder gêne naar zichzelf kijken in de spiegel (gekleed in, bijvoorbeeld, de ondergoedlijn van Beckham voor H&M), en sinds Instagram gooit gewoonweg iedereen halfnaakte selfies op het net, mezelf incluis.

De jongste generatie houdt zich nog minder in: zie onder meer de billen van Justin Bieber op vakantie, door het tienerfenomeen zelf verspreid via de sociale netwerken.

De magie van Pharrell

Sport blijft een cruciaal ingrediënt van de mannenmode, en van mode in het algemeen. In een onlangs door The New York Times geciteerde ranking van researchbedrijf Milward Brown is Nike de meest waardevolle kledingfabrikant, op nummer 28, vier plaatsen voor Louis Vuitton, en veertien voor Zara. De fabrikanten van sportkleren hebben bovendien meer credibiliteit in de 'echte' mode dan ooit tevoren. Ze zijn als het ware catwalkfähig geworden.

Misschien omdat ze niet langer vies zijn van mode. De leiders van merken als Nike en Adidas hielden jarenlang vol dat ze in eerste instantie schoenen en kleren voor atleten ontwierpen. Tegenwoordig rijgen ze de samenwerkingen met modemerken en ontwerpers aan elkaar. Adidas (dat geschiedenis schreef met Y-3, een lijn waarvoor het samenspande met Yohji Yamamoto) kan buigen op onder meer Kanye West (de Yeezy lijn), Raf Simons, Rick Owens en Pharrell Williams. Met die namen mikt de Duitse reus op de massa. Capsulecollecties met meer vertrouwde Japanse labels Kolor en White Mountaineering doen modemeerwaardezoekers dan weer watertanden. De presentatie van Kanye Wests nieuwe Yeezy-collectie in Madison Square Garden was het meest besproken evenement van de recente fashion week van New York.

Nike heeft al een half decennium een gewaardeerde lijn running-kleren en dito schoenen met ontwerper Jun Takahashi van het Japanse cultlabel Undercover, Gyakusou, en kleinere projecten met Riccardo Tisci van Givenchy. Karig verdeeld, en misschien net daardoor zeer begerenswaardig, zijn de producten van de enkele jaren geleden heropgewekte lijn ACG, onder de NikeLab-paraplu: veredelde basics voor bobo's met attitude (we zijn fan van de T-shirts).

Sporten als een maharadja

Sport is natuurlijk sinds jaar en dag een onuitputtelijke inspiratiebron voor de gevestigde mode. Coco Chanel werd in de jaren twintig beroemd met haar door sportkledij geïnspireerde garderobe (ze gebruikte jersey, een goedkoop materiaal dat op dat moment vooral gebruikt werd voor mannenondergoed).

Lacoste werd opgericht door tenniskampioen René Lacoste, bijgenaamd le Crocodile. Lacoste, die vijftien jaar jonger was dan Chanel, ontwikkelde in 1926 zijn eigen, comfortabele tennisshirt, eveneens in jersey. In 1933, drie jaar nadat hij een punt had gezet achter zijn tenniscarrière, begon hij zijn eigen merk met André Gillier, eigenaar van een grote textielfabriek (en de man achter het legendarische Franse ondergoedlabel Jil). In 2016 is Lacoste, thans in Zwitserse handen, een rare hybride tussen sportswearmerk en modelabel, met shows tijdens New York Fashion Week.

Lacoste was, tussen haakjes, niet de uitvinder van het tennisshirt. Dat was de maharadja van Jodhpur, een verwoed polospeler, die het hemd in 1901 ontwikkelde om zijn favoriete sport te beoefenen met meer draagcomfort.

Ralph Lauren startte zijn label Polo Ralph Lauren in 1967, met enkele stropdassen. Zijn polospelerlogo dateert van 1969, en werd voor het eerst gebruikt op enkele outfits voor vrouwen. Laurens eerste poloshirts werden pas in 1972 op de markt gebracht. De éminence grise van de Amerikaanse mode, intussen 76, had altijd een zwak voor de esthetiek van elitaire sporten. Dat zag je aan zijn kleren, maar vooral ook aan de bijhorende reclamecampagnes van fotograaf Bruce Weber, de man die bijna op zijn eentje verantwoordelijk is voor de verstrengeling van sport, mode en erotiek.

Weber fotografeerde olympisch polsstokspringer Tom Hintnaus in een witte onderbroek voor de allereerste, iconisch geworden campagne van Calvin Klein Underwear, in 1982, en speelde een decennia of twee later ook een grote rol bij het succes van Abercrombie & Fitch, een merk dat zowat alles te danken heeft aan Webers foto's van felgespierde jongens in - en uit - veredelde sportswear. Intussen lijkt de formule uitgewerkt, en mikt het bedrijf op logoloze, seksloze, generische sportswear.

Athleisure

De catwalkmode blijft geobsedeerd door sportswear. Het nieuwe toverwoord is athleisure, atletisch geïnspireerde vrijetijdskledij die op elk moment van de dag kan worden gedragen.

Jeans was ooit bedoeld voor werkmannen en goudzoekers, maar is tegenwoordig present op alle niveaus van de textielsector, van laag (made in Bangladesh, veelal) tot hoog (Givenchy herlanceert dezer dagen zijn jeanslijn, met een sexy campagne).

Voor sportswear is een gelijkaardig scenario weggelegd. Waarom? Eenvoudig. Bijna niemand draagt nog een pak. De witteboordenbrigade is veel meer casual dan weleer. We doen allemaal aan dressing down, tenzij we ons willen laten vereeuwigen door streetstylefotografen. En dan zeker in de techindustrie, waar Mark Zuckerberg van de hoodie een werkuniform heeft gemaakt. Het sweatshirt en de joggingbroek zijn, net als Sint-Gillis, gegentrificeerd. Chic, zelfs. Het 'statement sweatshirt' dient vaak als instapproduct bij luxelabels. Omdat het betaalbaar is, en in veel gevallen voorzien van een groot logo, of een onmiddellijk herkenbare print (musthave van dit seizoen, de Paradise Garage-sweats van het Japanse Sacai). De sneaker behoort al jaren tot de basisproducten van elk luxemerk, tot Lanvin en zelfs Hermès toe.

De modemerken experimenteren ook graag met sportmaterialen, zoals neopreen. En dan zijn er nog de romantici, zoals een Hedi Slimane, die zich voor de zomercollectie van Saint Laurent liet inspireren door de Californische surfcultuur - misschien logisch, want artistiek directeur Hedi Slimane woont in Los Angeles. Om nog te zwijgen van jonge Amerikaanse merken als Hood By Air en Off White, die sportswear mixen met Margielaëske avant-garde en, zeker in het geval van HBA, genderbending.

Minder wereldvreemd

En de aflossing staat klaar. De sportswearmerken en de traditionele modehuizen hebben concurrentie van kleine, trendy labels die de exclusiviteit van de luxesector koppelen aan de attitude van sport en streetwear. Ze richten zich tot de lezers van sites als Hypebeast - fashionista's, trainspotters en otaku's die zichzelf te cool vinden voor de vestimentaire tralala van traditionele modelabels, die ofwel te voorzichtig zijn, ofwel net iets te frivool. Zeg nu zelf: wie draagt zo'n zijden seventiesblouse met grote strik (van Gucci) of een met vlinders geborduurd pak (van Valentino) in het echte leven?

De indies van de mannenmode zijn minder wereldvreemd dan de luxemerken, en ze zijn doorgaans ook minder duur (maar soms wel snel uitverkocht, part of the hype). In Parijs maken onder meer OAMC en Pigalle furore. OAMC werd opgericht door een voormalig ontwerper van skatemerk Supreme, en is gespecialiseerd in sportswear met luxematerialen, voor volwassen streetkids. Het merk debuteerde op de catwalk tijdens de mannenmodeweek in januari. Pigalle, eveneens present tijdens de Parijse fashion week, heeft een eigen basketbalveldje, tegenover het vlaggenschip in de Parijse wijk Pigalle.

En dan zijn er nog door de surfcultuur geïnspireerde, Amerikaanse labels als Saturdays NYC, Battenwear of Pilgrim Surf. Dat laatste, relatief kleine label uit Brooklyn opende onlangs een eerste, enorme zaak in Tokio, samen met de Japanse mannenmodegigant Beams. Saturdays, dat in Crosby Street, Manhattan, een smal pand betrekt met koffiebar en een tuin achterin, opende de voorbije jaren al een hele reeks winkels op de archipel.

Supreme, het tweeëntwintig jaar oude skatemerk uit New York - en zowat de peetvader van alle hogervernoemde indies - heeft zes winkels in Japan. Vorige maand, op de laatste dag van de modeweek, opende Supreme een winkel in de Marais in Parijs. Daar kon een zekere symboliek in worden gezien - de ultieme kruisbestuiving van streetwear en high fashion.

"Ik ben enorm beïnvloed door Chanel, en door wat Karl Lagerfeld heeft gedaan", zei James Jebbia, de 52-jarige stichter van het cultmerk, aan The New York Times. "Er wordt ons soms gevraagd, waarom brengen jullie een Supreme-brandblusser op de markt? En dan zeg ik, omdat Chanel dat ook zou kunnen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden