Donderdag 17/10/2019

sport

Sportende meisjes lopen al jong achterstand op

Vrouwelijke deelnemers aan de Ten Miles van Antwerpen van vorig jaar. Beeld Benoit De Freine

Vrouwen sporten nog altijd minder dan mannen. Dat blijkt uit de Vlaamse Sportparticipatie Index (VSI), een nieuw instrument dat sportsocioloog Jeroen Scheerder (KU Leuven) samen met zijn collega's ontwikkelde. De index is de eerste in zijn soort.

Nog nooit waren zo veel Vlamingen aan het sporten. Dat bleek twee weken geleden uit de laatste sportparticipatiecijfers voor Vlaanderen. Toch blijven bepaalde groepen nog te veel achterwege. Zo doen meisjes en vrouwen nog steeds veel minder aan sport dan jongens en mannen. Dat blijkt uit de nieuwe Vlaamse Sportparticipatie Index (VSI).

Sportsocioloog Jeroen Scheerder ontwierp het nieuwe instrument samen met twee collega's van de onderzoeksgroep Sport- en Bewegingsbeleid aan de KU Leuven. De index berekent hoe vaak de Vlaming aan sport doet door te kijken naar het aantal Vlamingen die sporten, de frequentie waarmee ze dat doen en de duur van de sportactiviteit.

Dat vrouwen minder sporten dan mannen was al langer geweten. Wat deze index weergeeft, is hoe dat verschil zich manifesteert. Het begint bij de jeugd. Kijken we naar de 6- tot 18-jarigen, dan zien we dat het aantal meisjes die sporten (92 procent) zelfs een fractie hoger ligt dan het aantal sportende jongens (91 procent). Maar wat blijkt? Meisjes sporten minder vaak per week (4,1 tegenover 4,3 keer) en minder lang (50 tegenover 57 minuten). "We zien dat er al op jonge leeftijd een verschil in sportvolume bestaat", zegt Scheerder. "We weten uit verder onderzoek ook dat dat verschil niet meer wordt goedgemaakt op latere leeftijd."

Sport na school

Vergelijken we dezelfde gegevens bij volwassenen, dan zien we inderdaad dat minder vrouwen sporten (57,2 procent tegenover 66,4 procent). Ze sporten bovendien minder vaak (1,2 keer per week tegenover 1,7 keer) en minder lang (1 uur en 35 minuten tegenover 2 uur en 4 minuten). Dezelfde trend zet zich door als we filteren op sportprestaties die in clubverband plaatsvinden: ook daar blijken meisjes en vrouwen minder vaak te sporten dan mannen.

"Die bevindingen stroken met wat we weten uit eerder onderzoek", erkent Jo Haentjens, afdelingshoofd sportpromotie van Sport Vlaanderen. “We zien bijvoorbeeld dat een grote groep meisjes afhaakt rond de overgang naar het eerste middelbaar."

Meisjes blijken minder vaak lid te zijn van een sportclub. "Voor een stuk speelt het competitieve element daarin mee. Onderzoek leert ons dat meisjes daar al sneller op afknappen. Net de sportclubs bieden een bepaalde garantie op een zekere regelmaat, duur en kwaliteit van sporten."

Vlaams minister van Sport Philippe Muyters (N-VA) erkent dat de sportparticipatie van meisjes traditioneel lager ligt. Maar er bestaan initiatieven om net dat euvel uit de wereld te helpen. "Voor meisjes is er bijvoorbeeld 'sport na school'. Dat richt zich op alle jongeren van de eerste graad van het secundair onderwijs, met de focus op groepen die er makkelijker tussenuit vallen, zoals meisjes. Daar komen ook andere sporten aan bod dan de traditionele, zoals voetbal - denk aan urban sporten zoals street dance."

Scheerder en zijn collega's maakten dezelfde oefening voor leeftijd, opleidingsniveau, migratieachtergrond en armoede. De nieuwe index komt er naar analogie met de Vlaamse topsportindex. Die vierjaarlijkse index wordt berekend op basis van het aantal topachtnoteringen van ons land in olympische disciplines.

De nieuwe index is vooral belangrijk omdat hij voor het eerst zowat alle bestaande gegevens combineert in één instrument. Hij baseert zich op drie datasets: de tienjaarlijkse studie van de onderzoeksgroep over bewegingsactiviteiten in Vlaanderen, de sociaal-culturele verschuivingen van Statistiek Vlaanderen en de ParticipatieSurveys van het Kenniscentrum Cultuur & Media en het Onderzoeksplatform Sport.

Net door die combinatie biedt hij meer inzicht, zeker als het aankomt op de specifieke doelgroepen. "De VSI gaat bijvoorbeeld breder dan de sportparticipatiecijfers. Die tellen louter het aantal hoofdjes van mensen die sporten, wij houden ook rekening met de frequentie en de duur van de sportprestatie", zegt Scheerder. De index die op die manier berekend wordt, is op zich nogal abstract. "Het wordt pas relevant als je de cijfers vergelijkt per doelgroep, zoals naar geslacht."

Waardevolle informatie

Volgens Scheerder is ons land internationaal het eerste dat zo'n index samenstelt. Al is het op termijn de bedoeling om internationale en historische vergelijkingen te maken. "We kregen bijvoorbeeld uit Australië al enthousiaste reacties om ermee aan de slag te gaan."

Haentjens verwelkomt de index. "We beschikken intern over een pak informatie en gaan daar zelf ook mee aan de slag. Maar het is goed dat we op regelmatiger basis proberen te meten wat er leeft. Op die manier winnen we heel wat waardevolle informatie die kan leiden tot meer beleidsmatig sturen."

Ook Muyters benadrukt dat er al heel wat cijfers voorhanden zijn. Al moet het kabinet de nieuwe index nog bestuderen. "Hij liep pas vandaag voor het eerst binnen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234