Zaterdag 24/08/2019

Sportclub Belgium zit niet langer in een woestijn

De sportprijzen gaan zaterdag naar twee Franstalige toppers, maar sportjaar 2017 kleurt Vlaams. Met tien Vlaamse podia in olympische disciplines en drie voor nationale ploegen, verlaten we stilaan de sportwoestijn. Hoe megalomanie uitmondde in een Vlaams topsportbeleid.

Ondanks de Europese deconfiture van onze voetbalploegen en het debacle van het Eurostadion, krijgt u van ons gratis en voor niks een reden om te klinken op het voorbije sportjaar: 2017 was het beste sportjaar voor België in deze 21ste eeuw. Met veertien 'olympische' podia, en de Masters-finale van David Goffin geldt als vijftiende, overtreffen we het post-olympisch jaar 2001. De andere post-olympische jaren 2005, 2009 en 2013 haalden we met moeite tien of zelfs maar negen podia. Opvallend, de helft van de medailles werd behaald op een wereldkampioenschap, het hoogste sporttoneel, en dat is een recent fenomeen voor een land dat de afgelopen tien jaar op 66 medailles, 25 keer met de kleinste prijs - Europees brons - naar huis kwam.

Ook in het pre-olympisch jaar 2015 werden zes van de twaalf medailles behaald op een WK en dat resulteerde in 2016 in Rio de Janeiro in de beste Olympische Spelen in twintig jaar in 2016. Het vermoeden van gelukkig toeval in Rio dat toen nog als een slag om de arm werd gehouden, werd dit jaar gecounterd: België is niet langer een sportwoestijn.

Om alvast één relativerende noot op voorhand te duiden: het klopt dat tussen Sydney 2000 en straks Tokio 2020 veertien olympische events zijn bijgekomen (52 medailles). Dat maakt het makkelijker om medailles te winnen, maar de Belgische prestaties van 2017 hebben daar nauwelijks van geprofiteerd. In de lijst hierbij staat wie, wat, waar heeft gewonnen in 2017: alleen het goud van Lotte Kopecky en Jolien D'Hoore en het brons van Kenny De Ketele en Moreno De Pauw op het WK baanwielrennen in de ploegkoers zijn behaald in een event dat nieuw is in Tokio, maar tot 2008 wel nog op het olympisch programma stond.

Kans gezien en gegrepen

In 2017, twintig jaar na de eerste echte Vlaamse beleidsdaad in topsport, was het al Vlaanderen wat de klok sloeg. Dat wordt mooi geïllustreerd door de sportindex of de Dow Jones van de Belgische sport. De gele lijn stelt de Vlaamse index voor, de zwarte slaat op België en de rode op Franstalig België. De index geeft een goed beeld van hoe we er de afgelopen zeven jaar zijn op vooruitgegaan. Het dieptepunt situeert zich op 1 september 2010 toen de nationale index op 500 punten stond. Vandaag hikt die tegen de 1.000 aan.

Conclusie: in zeven jaar is de Belgische sport twee keer beter geworden. In de jaren tussen 2010 en 2014 timmerden ook de Franstaligen naarstig aan de weg naar boven, maar het niveau van september 2014 werd in het zuiden van het land niet meer gehaald. De spectaculaire nationale stijging met bijna 300 indexpunten sinds mei van vorig jaar is volledig voor rekening van de Vlaamse sporters.

Die vooruitgang is geen momentopname, bewijst een andere telling: met 54 top-acht-plaatsen doen de Belgische atleten dubbel zo goed als in 2009. De kentering was de voorbije olympiade al ingezet. In de tussenliggende jaren 2009 tot 2011 werden 95 podia behaald, van 2013 tot en met 2016 steeg dat naar 112. Dat totaal is nu al na het eerste van de drie niet-olympische jaren bijna voor de helft ingevuld. Nog opvallend: tussen die veertien podia zit maar één bronzen medaille op een Europees Kampioenschap, maar wel vijf gouden medailles waarvan drie op een WK.

Op drie podia van 2017 stonden bi-communautaire teams, ook wel bekend als nationale ploegen: hockeymannen en -vrouwen en basketbalvrouwen. Eén van de veertien podia- of twee van de vijftien als Goffin wordt meegerekend - is namens Franstalig België behaald door Nafi Thiam. Die twee supertalenten gaan dit jaar met de nationale prijzen lopen. Boven alle verdenking, met dank aan hun wereldprestaties. David Goffin wordt komend weekend wellicht Sportman van het Jaar, tenzij de wielerpers met oogkleppen heeft gestemd, en hij haalde eerder deze maand de Nationale Trofee voor Sportverdienste al binnen. Nafi Thiam is de nieuwste godin van het atletiek, werd onlangs ook mondiaal tot beste atlete gelauwerd en wordt zeker sportvrouw van het jaar.

Voor wie topsport nationale materie vindt en de opsplitsing Vlaams/Belgisch/Waals communautaire haarklieverij: dwaal niet langer. Sport is bij de eerste staatshervorming in 1969 geregionaliseerd en daar kunnen nostalgie, noch Rode Duivels of andere rode of gele dieren in bi-communautaire of nationale ploegen iets aan veranderen. Eerder nog worden de Rode Duivels gesplitst in een Vlaamse en Franstalige ploeg, en staan er twee Eurostadions aan weerszijden van de taalgrens, dan dat er een herfederalisering van topsport aan de orde is.

De fondsen voor topsport komen voor 90 procent van de gemeenschappen en daar zal de komende decennia weinig aan veranderen. Sport Vlaanderen en Adeps (de Waalse sportadministratie) bepalen de sportpolitiek, gaan over de financiering van de topsport en worden uiteindelijk ook afgerekend op de resultaten. Hoewel de staatshervorming dateert van 1969, is pas in 2003 voor het eerst in Vlaanderen structureel geld vrijgemaakt voor topsport.

In 1995 was het toenmalig Bloso wel al begonnen met een tewerkstellingsproject voor topsporters omdat het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) alle pedalen kwijt was en die last niet meer kon dragen. Carla Galle was toen hoofd van Bloso en wist meteen wat te doen. "Ik dacht: dit is de kans om het topsportbeleid naar Vlaanderen te halen en ik verkreeg van toenmalig minister van Werk Leo Peeters (sp.a) een tewerkstellingsproject voor topsporters." Sprinter Patrick Stevens werd in november 1995 de eerste atleet met een gesubsidieerd contractueel statuut (GESCO) bij Bloso.

Voor gek verklaard

Zes jaar later volgde een nieuwe mijlpaal. Minister-president Bart Somers (Open Vld), nu burgemeester van Mechelen, riep de pers samen in het Errera Hotel in Brussel om aan te kondigen dat hij de Olympische Spelen naar Vlaanderen wilde halen. De strateeg in Carla Galle vond het een kansloze missie maar zag andere opportuniteiten.

"Dat Olympisch plan is snel afgevoerd, maar van het momentum heb ik gebruik gemaakt om bij Somers een topsportactieplan te bepleiten. Ik zei: minister-president, allemaal goed en wel, Olympische Spelen in Vlaanderen, maar je moet dan ook als organiserend land atleten hebben die je waardig kunnen vertegenwoordigen. Ga maar naar Keulen, zei hij.'"

Keulen was Marino Keulen (Open Vld), toen de minister van Sport. Die zei geen neen en Galle kreeg haar eerste topsportactieplan. "Toen zijn we onder meer ook begonnen met investeringen in topgymnastiek en iedereen verklaarde ons gek. Kijk nu, we hebben een Europees kampioene en een medaille op een WK. Topsport is een werk van lange adem."

Na Beijing 2008 probeerde toenmalig sportminister Bert Anciaux topsport weg te halen bij Bloso en in een door hem te controleren aparte structuur onder te brengen, maar dat opzet mislukte. Gaandeweg is het topsportbeleid verfijnd, kwam er structureel overleg met de Waalse tegenhanger Adeps en het BOIC, en aanvankelijk namen ook de middelen toe. Inmiddels is Vlaanderen aan het vierde topsportactieplan toe en dat heeft net zijn eerste jaar achter de rug.

Carla Galle is in 2013 met pensioen gegaan, Bloso heet inmiddels Sport Vlaanderen, maar de verantwoordelijke voor topsport is sinds 2003 dezelfde. Paul Rowe was vorig jaar ook de architect van topsportactieplan IV, dat inzet op een bredere, maar uitsluitende olympische topsporttakkenlijst en zich niet langer vastpint op eerder toegewezen budgetten.

Rowe: "Een goed topsportbeleid moet selectief en elitair zijn, maar tegelijk egalitair en meritocratisch. Respect voor alle Vlaamse topsporters, maar we zetten onze middelen enkel in op topsporters of topploegen die minstens bij de beste acht op een EK in een olympische discipline kunnen eindigen. Elke sport weet zich nog steeds verzekerd van een topsportbudget, maar als de prestaties achterwege blijven, kunnen we dat bedrag ook toewijzen aan sporten die op dat moment betere resultaten laten zien en meer medaillekansen hebben."

Valkuil

Vlaanderen volgt voortaan een tweesporenbeleid. De structurele werking (talentdetectie en -ontwikkeling) wordt gesubsidieerd met een langetermijnbril en die kredieten worden per Olympiade toegekend. Topsporters die op korte termijn moeten presteren, krijgen middelen die ze nodig hebben inzake programma, omkadering en eigen levensonderhoud.

Rowe: "Dat laatste is veel meer een ad-hocbeleid, jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd, met een toewijzing van middelen in verhouding tot de slaagkansen en de noden. We hebben stappen voorwaarts gezet. Onze topsporters tonen aan dat ook Vlaanderen kan uitblinken en veeleisend, klinkt niet meer negatief. Er is maar één valkuil: om onze topsporters te geven wat ze nodig hebben, mag ook het beleid de komende jaren niet verslappen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden