Donderdag 03/12/2020

Spoorloos, maar niet zonder sporen

Alle bewijzen tegen Osama bin Laden zijn 'indirect'

Heeft het Amerikaanse gerecht voldoende bewijzen in handen om Osama bin Laden van het bevel voor de moordende aanslagen op Amerikaanse doelwitten te beschuldigen? Het antwoord is ongetwijfeld negatief. Maar de openbare aanklagers van New York maken zich wel sterk dat ze voldoende circumstancial evidence, indirect bewijs, in handen hebben gekregen om hem aan te klagen. Alleen hebben ze daarvoor vooral veel oude dossiers van onder het stof gehaald. Zesduizend doden later.

Maarten Rabaey Gert Van Langendonck

Als er een iemand is die geen uitleg behoeft over wie Osama bin Laden is, dan is het Mary Jo White, die de Publieke Vijand al sinds 1996 op de hielen zit. De federale openbare aanklager voor het zuidelijk district van Manhattan was verantwoordelijk voor alle aanklachten die tot nu toe zijn gebracht tegen het wijde netwerk rond Bin Laden. De eerste WTC-bomaanslag in 1993, het netwerk rond de blinde sjeik Omar Abdel Rahman, dat een plan had om de Lincoln- en Holland-tunnels en het VN-hoofdkwartier op te blazen, en vooral de bomaanslagen tegen de VS-ambassades in Nairobi en Dar es-Salaam in 1998, waarin White geheime aanklachten inleidde tegen twintig vermoedelijke terroristen en... Bin Laden zelf. De laatste, dat spreekt, liet verstek gaan tijdens de zittingen van de rechtszaak 'USA vs. Osama bin Laden et al.', die eerder dit jaar al resulteerde in de veroordeling van vier daders tot zware gevangenisstraffen.

Het moet pijn doen dat White nu naar de New Yorkse buitenwijk White Plains moet pendelen om de Amerikaanse overheid te vertegenwoordigen in de eerste grand jury-zittingen over de moordende aanslagen tegen het World Trade Center van vorige dinsdag. De U.S. District Court voor het zuidelijke district van Manhattan ligt midden in de frozen zone, en blijft gesloten voor het publiek, de bedienden hebben er gsm's gekregen, omdat de gewone telefoonlijnen het nog altijd niet doen. De vrouw die, na de veroordeling van vier van de bommenleggers van Nairobi in mei van dit jaar, verklaarde dat nu eens en voorgoed bewezen was dat "er geen veilige toevluchtsoorden bestaan voor terroristen", is nu zelf op de vlucht gedreven door de grootste terroristische aanslag van allemaal.

Toen, zoals nu, beperkten alle aanwijzingen over de betrokkenheid van Bin Laden zelf zich tot wat heet circumstancial evidence, indirecte bewijzen. Maar als de Amerikaanse autoriteiten ooit een zicht willen krijgen op de organisatie van de sleeper-netwerken in de VS, dan zullen ze voor een stuk op hun stappen moeten terugkeren, naar de periode waarin de terroristen nog veel dommer waren dan vandaag. Zoals de daders van de eerste WTC-bomaanslag, die tegen de lamp liepen, omdat ze teruggegaan waren naar het bedrijf waar ze de bomwagen hadden gehuurd om hun waarborg terug te krijgen. De kans dat de daders van de aanslagen van vorige week een dergelijke stommiteit begaan, is allicht onbestaande. Maar in het verleden is wel gebleken dat er draadjes lopen van de ene aanslag naar de andere, allerlei draadjes die misschien het kluwen kunnen ontwarren.

Een groot deel van de aanklacht uit 1998, en wellicht ook de huidige, is gebaseerd op de premisse dat Bin Ladens Al-Quaeda in 1989 werd opgericht in Afghanistan met als doel om de Verenigde Staten aan te vallen. De grand jury beweerde toen dat Bin Laden daartoe in verscheidene landen islamistische militanten financierde, trainde en coördineerde. Dat gebeurde ook in de Verenigde Staten, op een paar kilometer van het World Trade Center.

De voorbije week zakten veel cameraploegen af naar de Masjid Al-Farooq-moskee aan Atlantic Avenue in Brooklyn, omdat dat handig was om te peilen naar de reacties van de moslimgemeenschap in New York. Slechts weinigen hadden in de gaten dat een paar huizen verder, waar nu de islamistische boekenhandel Madina is gevestigd, de allereerste vooruitgeschoven post van het Bin Laden-netwerk lag.

Het Alkifah Refugee Center had aanvankelijk een nobel streven: het werven van fondsen en vrijwilligers voor de moedjahedien in hun strijd tegen de sovjetbezetting van Afghanistan. Afghaanse vrijheidsstrijders waren toen welkom in Amerika, ze werden gefinancierd en bewapend door Washington zelf.

Niemand had er veel erg in dat in 1989, nadat de sovjets uit Afghanistan waren verdreven, het Alkifah Refugee Center in Brooklyn bleef bestaan. Het doel was inmiddels veranderd: Bin Laden had beslist dat de nieuwe vijand van de islam, behalve Israël, het goddeloze Amerika was. Toen in 1990 in Manhattan de rabbijn Meir Kahane werd vermoord, werden de daders, van wie de meesten in New Jersey woonden, in verband gebracht met het Alkifah Refugee Center, en met het netwerk rond de blinde sjeik Abdel-Rahman, de spirituele leider van de groep.

De politie sloeg weinig acht op de foto's en tekeningen van het World Trade Center, die in een appartement van een van de verdachten werden aangetroffen.

Een tweede gemiste kans kwam in 1991. De Golfoorlog had de groep rond Bin Laden versterkt in hun overtuiging dat Amerika in zijn hart moest worden getroffen. Maar niet iedereen moet het daarmee eens geweest zijn.

Er brak een machtsstrijd uit in het Alkifah Refugee Center, waarvan de uitkomst niet zal verbazen. De veeleer gematigde directeur van het centrum, de Egyptenaar Mustafa Shalabi, werd vermoord, naar verluidt door een kompaan van Bin Laden, de Texaan Wahid El-Hage. El Hage, een tot Amerikaan genaturaliseerde Libanees, werd op 29 mei schuldig bevonden in het ambassadeproces, niet als dader maar wegens "samenzwering met het oog op het doden van Amerikanen".

De imam van de Masjid al-Farooq-moskee was toen ook al van de partij. Hij weet van de strubbelingen die er toen in het Alkifah Refugee Center waren geweest, al was het maar omdat de politie hem destijds is komen ondervragen over de moord op Shalabi. "Ik heb hun gezegd: jullie hebben het zelf gedaan, ofwel de Israeli's." Moslims in Brooklyn praten dezer dagen niet graag over wat ze weten over de oorsprong van de sleeper-netwerken. Het Alkihaf Refugee Center werd gesloten in 1993, na de eerste bomaanslag tegen het WTC, waarin opnieuw mensen opdoken die met het centrum te maken hadden gehad. El-Hage was toen allang verdwenen, naar Soedan, waar hij Bin Laden vervoegde. Maar hij was de VS nog niet vergeten. Dit jaar stond hij terecht voor zijn aandeel in de bomaanslagen tegen de VS-ambassades in Nairobi en Dar Es-Salaam.

Bin Laden zelf bleef altijd buiten schot. Sporen die in zijn richting wijzen zijn er evenwel altijd geweest. Het pad van terreur dat in de jaren negentig door zijn aanhangers werd gelegd, toont volgens speurders een opmerkelijke coherentie qua structuur en operaties. "We krijgen gewoon te maken met dezelfde oude oorlog die op een nieuw slagveld wordt gevochten", zei James K. Kallstrom, de voormalige FBI-directeur van New York die de meeste terreuronderzoeken in de stad uit de jaren negentig onderzocht, na de recente aanslagen.

De kenmerken van die 'oude oorlog' worden nu met vernieuwde belangstelling onder de loep genomen. Met name de rekrutering van vrijwillige martelaren, hun indoctrinatie en training, het jaren op voorhand neerpoten van agenten in doelwitlanden, het ontwerpen van valse documenten, het voorzien van geld en krediet en vooral de creatie van een los netwerk, waarbij het ene radertje het andere radertje niet kent.

Jamal Ahmed Al-Fadl was zo'n schakel. Op zijn gezicht na heeft hij nu niets meer van zijn vroegere identiteit. Maar in een vorig leven was hij ooit een van de topluitenanten van Bin Laden. Gedurende de afgelopen vijf jaar is hij in de wandelgangen van het FBI enkel gekend als CS1- Confidential Source 1. Onder een witness protection-programma van de Amerikaanse overheid was deze spijtoptant de hoofdgetuige in recente processen tegen Bin Ladens medewerkers. Eerder dit jaar vertelde de 38-jarige Soedanees op het ambassadeproces hoe hij in het midden van de jaren tachtig al twee jaar in de VS verbleef, om vervolgens bij de moedjahedien in Afghanistan te gaan vechten. Hij zou er onder de vleugels van Osama bin Laden vertoeven, tot hij ergens in 1996 een Amerikaanse ambassade binnenstapte en verklaarde dat hij lid was van een organisatie "die oorlog wil voeren met uw land". Gevlucht na het stelen van fondsen wou hij het nu op een akkoordje gooien met de VS, "want Bin Laden wil iets proberen in de VS of een bomaanslag plegen tegen ambassades".

Zijn vage waarschuwing kwam twee jaar voor de aanslagen in Kenia en Tanzania. Het verhaal van CS1 was te lang op de nodige scepsis onthaald. Al-Fadl kon nochtans aantonen jarenlang dekmantelvennootschappen voor Bin Laden te hebben geleid in Soedan, terwijl hij in werkelijkheid zich specialiseerde als een explosievenexpert. Al-Fadl waarschuwde het FBI toen al voor Bin Ladens 'grote plannen'. Ooit probeerde hij voor 1,5 miljoen dollar aan uranium te kopen voor Al-Quaeda. (zie ook pagina 26).

Maar vooral waarschuwde hij hoe hun kamikazes in het Westen geleerd werden om hun baarden af te scheren, Levi's te dragen en hun korans thuis te laten om elke verdenking van zich af te schudden als ze een opdracht uitvoerden. De scepsis verdween pas toen de getuigen op de ambassadeprocessen hetzelfde vertelden. Ook nu hebben de kapers zich niet als traditionele moslimextremisten gedragen. In tegenstelling tot het beeld van de fundamentalistische moslim werd de vermoedelijke kaper Mohammed Atta gezien in bars, waar hij sterke drank nuttigde en videospelletjes speelde.

Atta is het typevoorbeeld van de sleeper, een terrorist die lange tijd voor zijn aanslag infiltreert in de samenleving. Eén van Bin Ladens voormalige topmedewerkers vertelde het FBI al in 1997 dat Bin Laden "honderden" sleepers, ook submarines genoemd, heeft laten infiltreren in westerse samenlevingen, "waar ze jarenlang een normaal leven leiden tot ze worden geactiveerd." De man, Ali A. Mohamed, een voormalige U.S. Army-sergeant, zei toen schertsend dat de Verenigde Staten in hun pogingen om terroristen op te sporen ernstig gehinderd zouden worden, omdat hun profielen van potentiële daders hopeloos achterhaald waren.

De sleepers houden alleen contact met elkaar via boodschappen die op vooraf afgesproken locaties worden gedropt: dead drops, zoals postbussen of vuilnisbakken. Elke persoon houdt zich strikt aan zijn verantwoordelijkheden, het observeren van doelwitten bijvoorbeeld, het plannen of uitvoeren van de aanslag. Er is slechts één constante: bij alle opgepakte sleepers werden verwijzingen gevonden naar economische doelen, zoals het WTC en vliegtuigen. Bij Ramzi Ahmed Yousef, de hoofdverdachte van de eerste aanslag op het WTC, werden plannen ontdekt om niet minder dan een tiental Amerikaanse jumbo's te kapen boven de Stille Zuidzee. Veroordeeld in 1993 verklaarde Yousef aan FBI-agenten dat hij het "jammer vond onvoldoende geld en explosieven te hebben gehad om de Twin Towers compleet te vernielen".

Al sinds dan spelen de sleepers een kat-en-muisspel met de FBI. De terroristen maken de speurders dol door de identiteit over te nemen van onschuldigen wier paspoorten ze stelen. Dat werd deze week pijnlijk duidelijk: twee vermeende kapers doken levend en wel op in Saoedi-Arabië. Het FBI sluit dan ook niet langer uit dat misschien alle kapers valse namen gebruikten, of hun namen onderling uitwisselden. "Het kan zelfs zo zijn dat de kapers elkaars echte namen niet eens wisten", zei een speurder gisteren. Meteen staat het onderzoek op losse schroeven.

Contraterreurexperts waren al jaren ongerust voor dergelijke situaties. "Ze opereren niet zoals de maffia, waar je iemand kunt plaatsen bij een bepaalde clan", zei een hoge FBI-functionaris in 1997. "Je denkt te weten met wie ze geassocieerd zijn en plots duiken ze op bij andere groepen, verbonden door de jihad, door religieus extremisme. En bijna al deze groepen kunnen vandaag, als ze dat willen, ons hier in de VS treffen. Ze werken er voor."

John P. O'Neill, de man die dit commentaar gaf en het FBI-onderzoek naar Bin Laden leidde, ging vorige maand op pensioen om veiligheidsdirecteur te worden van het World Trade Center in New York. Nadat het eerste vliegtuig het WTC-complex ramde, belde hij een vriend, vertelde hij dat hij op straat stond en dat alles in orde met hem was. Korte tijd later stortten de Twin Towers als een kaartenhuisje in elkaar, precies zoals Ramzi Yousef het had gewild. Sindsdien is er niets meer van O'Neill gehoord, maar zijn woorden zullen nog lang nagalmen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234