Maandag 21/10/2019

Spookje

Zo'n dertien jaar geleden - ik was vijftien - kreeg ik van m'n toenmalige vriend een washandje cadeau. Hij had het in glimmend cadeaupapier overhandigd vlak voor ik op de bus stapte, richting Ierland. Pas onderweg, in de luchthaven, mocht ik het openmaken.

Het pakje bevatte de begeleidende boodschap: 'Zo kan ik toch nog héél dicht bij je zijn.'

De washand was felblauw en had de gedaante van een monstertje: op de stof waren schele ogen en tanden geborduurd, hij had een groen puntig kapsel en uitstekende pootjes. Zonder hand erin was het een onschuldig, schattig spookje. Stak je je hand erin, dan werd het plots een geil, opdringerig monster.

Gedurende mijn verblijf in Ierland wilde ik het spook niet nat maken, uit vrees dat het dan nooit meer in oorspronkelijke staat te herstellen zou zijn, en ook omdat ik me schaamde voor mijn lichaam - ik durfde het spookje niet naakt onder ogen te komen. Aangezien ik mijn vriend erg miste, legde ik het 's nachts onder mijn kopkussen.

Een paar jaar na de reis naar Ierland eindigde de relatie en leerde ik mijn huidige vriend kennen. Ik had het badstoffen monster al die tijd bij me gehouden, me er geen enkele keer mee gewassen - het was een parallelle maagdelijkheid die wél bewaard was gebleven. Ik kreeg het niet over mijn hart het weg te gooien.

Meestal belandde het spookje op plaatsen waar het niets te zoeken had: in mijn sokkenkast, bijvoorbeeld. Als ik kousen zocht, keken de schele oogjes me lief aan vanuit de lade.

Na zo'n tien jaar vergat ik langzaam het verhaal achter de washand, hoe ik eraan gekomen was, de schaamte die ermee gepaard ging. Het spook schopte het toch tot gebruiksvoorwerp, verwierf een vast plekje op de badrand. Ik verkoos het op den duur zelfs boven de zachte washandjes omdat het borduurwerk schuurde en dat me achteraf een extra proper gevoel gaf.

Deze week, staand in bad, met mijn hand in het washandje, een klad witte douchegel erop, dacht ik plots terug aan de busrit naar Ierland.

Het begon met de simpele herinnering aan hoe ik het pakje opende in het vliegtuig, aan het vuile gevoel dat ik erbij had, maar vervolgens wist ik het weer allemaal. De herinneringen zaten ergens in mijn hoofd vast, zoals een haar in een afvoerputje - je trekt eraan en er komt een hele prop naar boven.

Met de bus hadden we midden in de nacht op Ierse slingerwegen gereden, op de laatste dag hadden we de hoogste berg in de buurt beklommen, bovenaan stond er een paal waarmee we poseerden. Mijn vriendje had me bij thuiskomst in de luchthaven op staan wachten, zijn ogen wit en groot, alsof ze vastgeborduurd waren op zijn hoofd. Hij stond erop mee te gaan naar mijn slaapkamer, daar trof ik een bed vol met rozenblaadjes aan. Hij had met mijn ouders geregeld dat hij mocht blijven slapen.

Ik stuurde 'm weg omdat ik wist wat zijn bedoeling was - voor een eerste keer hééééél dicht bij me zijn -, ik schaamde me voor mijn plompe lichaam. De rest van die nacht had ik medelijden met hem, voor de nederlaag die hij had moeten lijden.

Daar dacht ik aan, deze week, staand in bad. Ik keek naar de klodder op de washand. Rillend van de koude en de schaamte, ging ik terug in het lauwe water zitten.

"Is het een lekker bad?", riep mijn huidige vriend me toe vanuit de naastgelegen keuken, bij het horen van de plons. Snel haalde ik mijn hand uit het washandje en liet het los.

"Ja hoor", riep ik terug.

De schele ogen loerden naar me vanonder het zeepsop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234