Dinsdag 14/07/2020

Splinterbom van stille verbolgenheid

Van rock-'n-roll naar rust en verstilling: de Belgisch- Londense popfotografe Eva Vermandel gooit het roer compleet om met haar nieuwe project 'Splinter'. Een boek vol verstilde beelden met een diepere maatschappelijke en politieke boodschap. 'Als ik een dure auto zie, heb ik soms zin om de zijspiegels er af te trappen.'

Amy Winehouse, Matt Damon, Coldplay, Dizzee Rascal, Elton John, Colin Firth, Emily Watson, Jamie Cullum, Marianne Faithful, Michael Pitt, Elijah Wood, Portishead, Michael Moore, Nick Cave, PJ Harvey, The White Stripes, Tom Waits. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. De lijst celebrity's die fotografe Eva Vermandel (39) de afgelopen vijftien jaar voor haar lens haalde, is ellenlang. Haar opdrachtgevers zijn internationale magazines zoalsThe New York Times,Vogue,The Independenten muziekbladenNMEenThe Wire.

Ondanks het rondjenamedroppingis de kans groot dat u deze Bel-gische topper niet kent. Ze woont namelijk al sinds het begin van haar carrière in Londen. Al is het wel de hoogste tijd dat u haar leert kennen. Ze heeft namelijk een nieuw boek gemaakt:Splinter. Een project waaraan ze maar liefst zeven jaar werkte.

Vermandel: "Splinteris niet zomaar een hobbyproject dat ik voor mezelf doe. Het is werk dat ik móést maken. Niet alleen voor mij persoonlijk, maar ook uit maatschappelijk en politiek oogpunt. Ik hoop echt dat heel veel mensen het werk zien. En dat ze er elementen uit herkennen. Dat het hen aanzet tot nadenken over de verknipte wereld waarin wij vandaag leven."

Vermandel klinkt fel, maar dat zien we helemaal niet terug in haar foto's. Wie door het boek bladert, ziet verstilde, uitgepuurde beelden van mensen, landschappen en stillevens. Stilte, rust en vrede lopen als een rode draad door de ruim vijftig beelden. "Jarenlang werkte ik fulltime als portretfotograaf voor magazines. Ik kon daar altijd mijn creatieve ei in kwijt. Tot begin de jaren 2000. Het begon te wringen dat het altijd over iemand anders ging. Ik kon er te weinig van mezelf in kwijt. Bovendien worstelde ik met thema's die ik in mijn portretwerk niet kwijt kon, zoals de hyperkapitalistische samenleving en de wegwerpcultuur. Ik zocht daarvoor een uitlaatklep.

"Ook op persoonlijk vlak had ik behoefte aan verandering. Ik leid- de een heel onregelmatig bestaan. Soms vloog ik drie keer per maand naar Amerika. Daar sliep ik in de chicste hotels en was ik op pad met superinteressante mensen. En dan had ik weer drie weken niks. Mijn leven was ontzettend fragmentarisch; iets wat ik ook terugzag in de samenleving."

Van de hak op de tak

"Door de digitalisering lezen we niks meer van a tot z", legt Ver- mandel uit. "Halverwege klik je op een interessante link en spring je zo naar iets anders. Ons leven is niet langer lineair, maar modulair. Velen onderschatten de impact daarvan. De technische ontwikkeling die we nu in een paar jaar doormaken, duurde vroeger generaties. Dát was mijn belangrijkste inspiratiebron voorSplinter.

"In mijn foto's probeer ik de negatieve elementen waarmee ik een probleem heb, om te vormen naar iets positiefs. Daardoor zitten er veel tegenstrijdigheden in. Het is warm en koud tegelijk. Je voelt in de reeks ook dat ik heel lang aan het project heb gewerkt. Dat tijdsaspect vind ik heel belangrijk."

Haar eerste vrije fotoproject startte Vermandel in 2004. Twee jaar later begon ze aanSplinter. Min of meer per toeval, omdat ze een nieuwe lens had. Enkele testbeelden bleken onmiddellijk een schot in de roos. Ze maakte meteen een groot deel van de beelden. Al heette het project toen nog niet Splinter. "Eind 2006 zat ik in de wagen op iemand te wachten. De radio speelde en de geïnterviewde vertelde dat hij zich versplinterd voelde. Ik wist: ik heb de titel van mijn project. Het is zowel positief als negatief. Jezelf versplinterd voelen, hangt samen met fragmentatie. Maar een splinter is ook iets heel natuurlijks, een rauw natuurelement. En niet onbelangrijk: splinter werkt in verschillende talen."

Tot vorig jaar bleef ze zo nu en dan aanSplinterwerken. "Eind 2012 voelde ik dat het project af was. Ik maakte toen nog een paar foto's, maar die waren anders. Ze pasten niet meer in de reeks. Die zijn dus voor een volgend project."

Technisch werkt Vermandel nog tamelijk klassiek. Met een digitale camera zul je haar niet betrappen. "De kwaliteit van analoog is nog altijd onmetelijk veel beter. Ik werk bovendien met meetzoekercamera's. Daarbij kijk je niet door de lens, maar door een gat ernaast. Er is amper disconnectie tussen mij en mijn onderwerp. Ik vind het heel belangrijk om dicht bij de mensen te staan die ik fotografeer. Zo kan ik heel spontaan een spanningsveld opbouwen. Digitale camera's zijn trouwens ook echt lelijke beesten", pleit Vermandel.

"Maar ik heb geen bezwaar tegen digitale nabewerking. Ik werk al met Photoshop sinds het versie 1.5 was. Ik scan mijn negatieven en bewerk mijn beelden daarna op de computer. Ik haal soms dingen weg en werk aan de schaduw- en lichtpartijen. Dat Photoshop de fotografie kapot maakt, is absolute bullshit. Het is gewoon een gereedschap zoals de donkere kamer. Al sinds de uitvinding van de fotografie worden er beelden gemanipuleerd. Trouwens, zodra je een camera bovenhaalt, manipuleer je de werkelijkheid."

Platte kak

De rust in Vermandels foto's lijkt niet te stroken met het hectische Londen dat al bijna zeventien jaar haar thuis is. Toch maakte ze een groot deel van de foto's hier. "Omdat Londen zo druk kan zijn, zoek ik altijd naar rust. Dat zie je in mijn foto's. Ook mijn huis hier is een oase van rust. Verder ga ik vaak naar parken. Die zijn hier fantastisch. Mijn favoriet is Hamp- stead Heath: zo groot dat het een bos lijkt. Het is misschien wel mijn favoriete plek in de wereld.

"De fotoBrothers, waarop twee jongens naast elkaar liggen te slapen, maakte ik hier. Dat beeld maakte ik heel spontaan. Ik weet zelfs niet wie die jongens zijn. Een deel van mijn foto's maakte ik onverwacht, andere zijn geënsceneerd. Maar ik werk nooit met professionele modellen. Soms zijn het vrienden, maar het kunnen ook mensen zijn die ik op straat tegenkom. Evie bijvoorbeeld, die twee keer in het boek staat, kwam ik twee jaar geleden tegen op de bus. Zij stapte op toen ik net afstapte. Ze maakte direct indruk op me. Zodra ik was uitgestapt, had ik spijt dat ik haar niet had aangesproken. Dus liep ik snel door naar de volgende halte. Dankzij een aantal stoplichten kon ik de bus inhalen en opnieuw opstappen. Toen heb ik haar aangesproken en haar mijn kaartje gegeven.

"Wat ik zoek in modellen? Zeker geen klassieke schoonheid. Dat interesseert me niks. Ik zoek mooie mensen, maar wel met een karakterkop. Ze moeten iets tijdloos hebben."

Splinterverschijnt bij de gerenommeerde uitgever Hatje Cantz. "Schilder Michaël Borremans, een vriend van me, werkt altijd met hen samen en gaf me het contact door. Ze waren direct enthousiast. Aan- vankelijk zou het om een kleine uitgave gaan, maar later besloten ze ook eencollector's editionte maken. En nog een paar maanden later belden ze me om te vragen of ze een van mijn beelden op de cover van hun catalogus mochten zetten. Ongelooflijk. Ik had het gevoel dat ik een Oscar had gewonnen."

Vermandels beelden vallen ook bij musea in de smaak. De Scottish National Galleries in Edinburgh, het Victoria & Albert Museum en de National Portrait Gallery, allebei in Londen, hebben al werk van haar in de collectie. "Is fotografie kunst? Die discussie is zinloos. Sommige fotografie is kunst, andere niet.

"Eerlijk gezegd: de meeste fotografie is platte kak. Sorry, maar ik heb er geen andere woorden voor. Het is veel te direct. Een reeks van tienermeisjes in hun slaapkamer is misschien niet slecht. Maar dat is documentaire, geen kunst. Werk dat je in één zin kunt samenvatten, vind ik geen kunst. Van kunst verwacht ik veel meer. Dat moet verschillende lagen hebben. En mij als kijker op verschillende niveaus weten te raken: esthetisch, emotioneel, rationeel, etcetera. Ik wil er keer op keer iets nieuws in ontdekken. Ik zie het zo: met een pen kun je een doktersbriefje schrijven, maar ook een literaire roman. Voor fotografie is dat juist hetzelfde."

Anglofiel

Dat Eva in de fotografie belandde, is niet zo verwonderlijk. Haar vader was amateurfotograaf. Al heel jong maakte ze haar eerste foto's. "Wij hadden het thuis niet zo breed en foto's waren duur. Heel af en toe mocht ik met de camera van mijn vader één foto maken. Op mijn 14de mocht ik eens een heel rolletje schieten. Daartussen zaten veel familiefoto's, waaronder eentje van mijn broer. Frappant: die foto's van toen liggen volledig in de lijn van mijn werk nu.

"Dieedgeheeft er al vanaf het begin ingezeten. Toch was ik vooral geïnteresseerd in schilderkunst. Mijn tante woonde om de hoek bij het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Elke keer als we haar bezochten, wilde ik naar het museum. Ik was toen pas zes jaar. Mijn relatie met die schilderijen was heel dubbel. Ik werd ertoe aangetrokken, maar ik was ook geïntimideerd door die krachtige werken. Nog steeds heb ik dat. Als ik een tentoonstelling bezoek die me echt raakt, moet ik aan het einde bijna op de grond gaan liggen. Omdat de beelden zo'n grote impact op me hebben."

Toch koos Eva op haar 18de niet voor een studie schilderkunst of fotografie maar voor grafische vormgeving, net als haar moeder vroeger. "Ik heb daar zeker geen spijt van. Ik had heel goede leraars, onder wie Filip de Baudringhien, die ook de vormgeving van mijn boek heeft gedaan. In het laatste jaar koos ik - als enige van de klas - fotografie als zijvak.

"Mijn leraar Philippe Barbe gaf me toen een stoomcursus", zegt Vermandel. "Hij nam me mee naar tentoonstellingen, gaf me boeken van Susan Sontag en moedigde me aan naar het buitenland te trekken. Ik was sowieso al van plan om naar Londen te gaan. Mijn hele leven wil ik al in Engeland wonen. Dus trok ik met mijn portfolio het Kanaal over. Er zat grafisch werk in, en foto's die ik had gemaakt van vrienden.

"Ik ging langs bij magazines en kreeg heel goede reacties. Ik vond een job als vormgever bij stadsmagazineTimeOut. Al snel maakte ik daar ook foto's voor en later ook voor muziekbladVox. Zij hadden een maandelijkse rubriek waarbij een gefotoshopt portret van de geïnterviewde stond. Ik was toen een van de weinige fotografen die daarmee kon werken. Zo kreeg ik de eerste popsterren voor mijn lens. Mijn derde opdracht was Ice-T."

Relaties op de werkvloer

Dit was nog maar het begin. In de jaren die volgden, fotografeerde Vermandel talloze bekendheden. Al ziet zij celebrity's niet als sterren, maar als mensen die gewoon ergens heel goed in zijn. Die visie zie je ook in haar portretten. Ze zijn niet glamoureus, maar ze laten de mens zien.

Of ze speciale herinneringen heeft aan één bepaalde shoot? "Met de mensen die ik fotografeerde, ontstonden vriendschappen en relaties. Logisch, zo veel mensen ontmoeten hun partner op de werkvloer, toch? Maar voor mij is elke shoot bijzonder. Er eentje uitkiezen, is moeilijk.

"Sommigen heb ik een paar keer gefotografeerd: PJ Harvey, Portishead, Sigur Rós. Met Sigur Rós maakte ik ook een boek. Als ik iemand moet fotograferen, zoek ik altijd naar een verbinding. Ik geef mezelf bloot, zodat zij dat ook doen. Niet dat ik hen mijn diepste geheimen vertel, maar ik stel me heel open op."

Toch is Vermandel de laatste jaren wat voorzichtiger geworden. Ze neemt iets meer afstand. "Het zijn toch altijd vluchtige ontmoetingen. Ik geniet van het moment, maar ik probeer daarna geen contact meer te houden", zegt ze. "Ik ken al zo veel mensen. Mijn kop zit vol. Ik leg nu meer van mezelf in mijn persoonlijke werk en in vrienden die ik geregeld zie."

Thatcher

Momenteel combineert Vermandel haar vrije projecten met opdrachten voor magazines. Verder geeft ze ook een dag per week les aan de Middlesex University in Londen.

"Bij de opdrachten die ik nu krijg, gaat het steevast om interessante mensen voor goede magazines. Saaie jobs puur voor het geld doe ik niet meer. Zo fotografeerde ik onlangs Jung Chang, de schrijfster vanWilde zwanen. En voorThe New York Times Magazinedeed Jemima Khan: een telg uit de Goldsmith-familie die bezig is met mensenrechten, getrouwd was met de Pakistaanse cricketspeler en politicus Imran Khan, en die Julian Assange sponsorde. Dat zijn interessante ontmoetingen. Grap- pig: toen ik net in Londen woonde, werkte ik in een koffiebar. Daar lag altijdHello Magazine. Daarin las ik toen over het huwelijk van Jemima en Imran. Bijzonder om haar dan zo veel jaar later te ontmoeten en te portretteren."

De scheiding tussen professioneel en privé is voor Vermandel onbestaande. Leven en werk zijn totaal verweven, al kan dat soms ook lastig zijn. "Ik ben enorm kwaad op superrijken die op grote schaal belasting ontduiken. Ik vind het degoutant. Na WO II overheerste het idee:we're all in this together. We zorgen voor elkaar. Wie het beter heeft, deelt met wie minder heeft. Maar in de jaren '80 - onder Thatcher en Reagan - maakte dat verantwoordelijkheidsgevoel plaats voor egoïsme. Ik vind het vreselijk om te zien hoe arme mensen hier in Groot-Brittannië beschimpt worden. Er is niks mis met een verschil tussen arm en rijk. Er zijn nu eenmaal leiders en volgers. Maar de inkomenskloof is nu veel te groot. Soms gebeurt het Het gebeurt dat ik een heel dure auto zie staan en zin krijg om de spiegel er af te trappen. Gelukkig ben ik niet agressief van aard..."

Lastig voor Vermandel is dat de kunstwereld vooral draait op (super)rijken die het zich kunnen veroorloven om kunst te kopen. En voor haar lens staan ook geregeld mensen met veel nullen op hun bankrekening. "Dat is inderdaad een heikele kwestie. Gelukkig haalt fotografie nog niet de prijzen van hedendaagse kunst. Ik verdien momenteel niet veel geld, maar wel genoeg om rond te komen. Meer heb ik niet nodig. Soms zou ik heel graag vragen aan een superrijke: waarom wil je graag zo rijk zijn? Wat heeft het je al opgebracht? Mij valt namelijk op dat superrijken vaak veel ongelukkiger zijn dan armen.Too much is never enough. Door die gulzigheid worden ze hun eigen grootste vijand. Ze blijven steeds meer verdienen en steeds meer kopen. Die wegwerpcultuur is misselijkmakend. Het gaat niet enkel over consumeren. Ik zie het ook op het vlak van relaties. Ik hoop echt dat mijn boek op een stille manier tegengas kan geven aan die cultuur.'

Eva Vermandel,Splinter, Hatje Cantz Verlag, 29 euro.

Voor 580 euro is er ook eencollector's editionverkrijgbaar met twee digitale prints, in een gelimiteerde oplage van 30 stuks.

Op 14 november opent in Cecilia Hillström Gallery in Stockholm een tentoonstelling van deSplinter-reeks.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234