Zaterdag 28/03/2020

Buitenland

Spionnen moorden als het zo uitkomt: "Je raakt gewend aan het doden"

Beeld Timon Mattelaer

Geheime diensten, ook van andere landen dan Rusland, liquideren soms tegenstanders. "Je raakt gewend aan het doden", zegt een Israëlische oud-spion. "Een mensenleven wordt iets gewoons, dat je makkelijk weggooit."

Groot-Brittannië trekt momenteel hard van leer tegen Rusland vanwege een vermoede poging tot moord op de Russische oud-spion Sergej Skripal. De voormalige geheim agent en zijn dochter Joelia liggen al weken in levensgevaar in het ziekenhuis. De twee werden begin deze maand buiten bewustzijn aangetroffen op een bankje in de Britse stad Salisbury, kennelijk besmet met een Russisch zenuwgas.

Volgens Ben de Jong, kenner van de Russische veiligheidsdiensten en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, past het incident in een patroon. "De Russen hebben een traditie van politieke moorden in het buitenland en ze gebruiken vaak ook exotische giffen. Onder Poetin is die traditie weer opgepakt."

Wat er precies is gebeurd met vader en dochter Skripal is nog een mysterie, maar het geval vestigt de aandacht op een van de donkere kanten van internationale spionage. Want niet alleen Russische geheim agenten plegen liquidaties, ook veiligheidsdiensten van andere grootmachten beschikken doorgaans over afdelingen voor 'clandestiene' operaties. Die afdelingen houden zich onder meer bezig met desinformatie en propaganda, het trainen en bewapenen van rebellen, het aanwakkeren van opstanden en staatsgrepen, en zo nodig ook met moorden.

Gifgassen zijn daarbij wel vaker een wapen. Zo pleegden Noord-Koreaanse agenten vorig jaar in Maleisië een moordaanslag met zenuwgas op een halfbroer van dictator Kim Jong-un. Maar slachtoffers kunnen net zo goed worden verdronken in hun eigen bad, van een hotelbalkon geduwd, neergestoken, doodgeschoten, opgeblazen, of – een Amerikaanse specialiteit – geliquideerd door middel van een luchtaanval met een drone.

Samenwerking

Soms werken bevriende veiligheidsdiensten hierbij ook nauw samen. Zo reconstrueerde The Washington Post hoe CIA-agenten in 2008 de routines in kaart brachten van Hezbollah-kopstuk Imad Mughniyah, die destijds in de Syrische hoofdstad Damascus woonde. De CIA ontwikkelde ook de precisiebom die werd verstopt in het reservewiel van Mughniyahs terreinwagen. Vervolgens brachten agenten van de Israëlische geheime dienst Mossad het explosief van afstand tot ontploffing toen de Hezbollah-man naar zijn wagen liep. Volgens de krant was Mughniyah op slag dood.

"Ik weet niet of wij bij die actie betrokken waren", zegt Joe Wippl, veteraan van de clandestiene dienst van de CIA en tegenwoordig hoogleraar inlichtingenstudies aan de Universiteit van Boston. "Maar als we dat hebben gedaan, moet de president er toestemming voor hebben gegeven."

De motieven voor de dodelijke operaties lopen uiteen. Iemand kan bijvoorbeeld worden vermoord om te voorkomen dat hij een aanslag pleegt, of om een militaire interventie met veel meer bloedvergieten overbodig te maken. Iets dergelijks speelde waarschijnlijk bij de uitschakeling van de Tsjetsjeense jihadistenleider Ibn al-Khattab, die in 2002 stierf toen hij een envelop opende waarin het levensgevaarlijke zenuwgas sarin of een afgeleid gif zat. Kort na zijn overlijden maakt de Russische geheime dienst FSB bekend dat Khattab was gedood in een 'speciale operatie'.

Daarnaast worden, vooral door geheime diensten van autocratisch regimes, af en toe politieke opponenten in het buitenland omgebracht. Zo werd de Iraanse politicus Shapour Bakhtiar, een tegenstander van het islamistische bewind in Teheran, in 1991 vermoord in zijn woning in een Parijse voorstad. Bakhtiar en zijn chauffeur werden door de Iraanse agenten doodgestoken met alledaagse keukenmessen.

Ook massavernietigingswapens zijn zo nu en dan aanleiding voor gewelddadige geheime operaties. Daarbij kan het gaan om de bescherming van het eigen wapenprogramma. Duikers van de Franse veiligheidsdienst DGSE bevestigden bijvoorbeeld in 1985 in de Nieuw-Zeelandse haven Auckland heimelijk magnetische mijnen tegen de romp van het Greenpeace-schip Rainbow Warrior, dat actievoerde tegen Franse kernproeven in de Stille Oceaan. Toen de mijnen ontploften en het schip zonk, kwam een Portugees-Nederlandse fotograaf om.

Atoomwetenschappers

Maar in andere gevallen gaat het er juist om te voorkomen dat een tegenstander massavernietigingswapens ontwikkelt. Zo vermoordden Israëlische geheim agenten de afgelopen jaren een reeks Iraanse atoomwetenschappers, om te verhinderen dat de ayatollahs, die Israël haten, de beschikking krijgen over kernwapens. Met als James Bond-achtig voorbeeld de wijze waarop de Iraniër Mustafa Ahmadi Roshan, onderdirecteur van de Natanz-uraniumverrijkingsfabriek, aan zijn einde kwam.

De 32-jarige Roshan reed op een winterochtend begin 2012 in Teheran in zijn zilverkleurige Peugeot naar zijn werk toen een Israëlische spion op een motor een magnetische bom aan zijn auto bevestigde. Kort nadat de spion was weggescheurd, ontplofte de bom, waarbij Roshan en zijn chauffeur omkwamen.

En soms gaat het ook gewoon om vergelding. Zo joeg de Israëlische Mossad jarenlang op de Palestijnse terroristen die in 1972 bij de Olympische Spelen in München elf Israëlische atleten doodden. Uiteindelijk werd hoofdverdachte Atef Bseiso, de inlichtingenchef van de PLO, twintig jaar later in Parijs doodgeschoten, vrijwel zeker door Mossad-agenten, die hun kogelhulzen meenamen om zo min mogelijk sporen achter te laten.

"Dat zit sterk in het DNA van de Israëlische diensten, gevoed door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog", vertelt Paul Abels, hoogleraar inlichtingenstudies aan de Universiteit Leiden en oud-lid van de AIVD (Al­ge­me­ne In­lich­tin­gen- en Vei­lig­heids­dienst). "Zij hebben het gevoel dat geen daad tegen het Joodse volk ongestraft mag blijven."

De Belgische Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV mogen niet moorden, zegt Kristof Clerix, Knack-journalist en auteur van twee boeken over inlichtingendiensten. "Er is geen wettelijk kader dat hen dat toelaat. Hun opdracht staat uitgebreid beschreven in een wet uit 1998 en moorden in binnen- of buitenland staat daar dus niet bij. Gelukkig maar."

Maar het is niet omdat je zelf niet mag moorden, dat je indirect niet kan meehelpen. "Mogen de Belgische inlichtingendiensten informatie doorspelen aan bevriende diensten als die info dan gebruikt wordt om targets te lokaliseren en om te brengen? Voor alle duidelijkheid: dat is een theoretische vraag. Ik heb geen enkele indicatie dat het al gebeurd is." Zelf vindt Clerix in ieder geval dat het niet kan. "Misschien moet het Comité I, dat onze geheime diensten controleert, het debat daarover maar eens openen."

De Belgische inlichtingendiensten mogen dan nog niet gemoord hebben, buitenlandse inlichtingendiensten kunnen wel dodelijke slachtoffers maken in ons land. In de recente geschiedenis is er alvast één notoire moord geweest op Belgisch grondgebied die wordt toegeschreven aan een buitenlandse inlichtingendienst. 

"De Canadese ingenieur Gerald Bull is op 22 maart 1990 in zijn flat in Ukkel vermoord met enkele schoten in de nek. Hij werkte in opdracht van de Iraakse dictator Saddam Hoessein aan een superkanon, een kanon dat een potentiële dreiging vormde voor Israël. Het vermoeden is dat de Israëlische geheime dienst Mossad achter die moord zat, maar in de moordcase is nooit iemand veroordeeld."

Moorden illegaal

De buitenlandse geheime diensten die wel liquidaties uitvoeren, ontkennen in het openbaar doorgaans dat ze het doen. Vaak zijn de moorden officieel ook illegaal, of op zijn minst juridisch zeer omstreden. En omdat ze ernstige consequenties kunnen hebben voor de reputatie van een land en voor de verhouding met andere staten, moet de regeringsleider er veelal toestemming voor geven.

Om de dodelijke operaties iets acceptabeler te maken, worden er allerlei eufemismen voor bedacht. Zo gebruikt de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet de bureaucratische term sikul memukad ('doelgerichte preventieve handelingen') voor zijn liquidaties. En de CIA noemt zijn frequente droneaanvallen op vermoedelijke terroristenleiders in landen als Pakistan, Jemen en Somalië bij voorkeur targeted killing ('doelgericht doden') en 'preventieve zelfverdediging'. Aan die liquidaties vanuit de lucht gaan soms uitgebreide spionageoperaties op de grond vooraf.

"Het plegen van moorden hoort historisch gezien bij het werk van de spion", zegt Darrell Cole, hoogleraar ethiek aan de Amerikaanse Drew University. "De rechtsgeleerde Hugo de Groot (of Grotius, 1583–1645, red.) rekende het ombrengen van tegenstanders al tot de taakomschrijving van de geheim agent."

Cole verdiepte zich in de ethiek van spionage en schreef er een doorwrocht boek over. "De vaardigheden die je nodig hebt om dicht bij iemand te komen, om zijn plannen te achterhalen, zijn dezelfde vaardigheden die je ook nodig hebt om iemand te doden", zegt hij.

Daarbij heiligt het doel vaak de middelen. Als westerse geheime diensten, ondanks alle juridische en morele bezwaren, hun toevlucht nemen tot een liquidatie, doen ze dat veelal met het argument dat het zeer dringend nodig is voor de nationale veiligheid, en dat er een veel groter kwaad mee wordt voorkomen. Ook voeren ze bijvoorbeeld aan dat er geen andere opties zijn en dat het een heel gerichte actie wordt, waarbij alles zal worden gedaan om onschuldige slachtoffers te vermijden.

Daarnaast lijkt een ongeschreven regel te zijn dat er geen regeringsleiders worden vermoord. Maar geheim agenten, en zeker ontmaskerde dubbelspionnen, kunnen wel doelwit worden.

Moreel gezag

"Veiligheidsdiensten moeten zich wel altijd blijven realiseren dat ze met moorden een morele grens overschrijden", zegt Cole. "Het hoort een uitzondering op de regel te blijven."

Toch blijven de risico's groot. Want westerse democratieën kunnen met de moorden, als ze in de publiciteit komen, hun moreel gezag ondermijnen. Ze maken zichzelf kwetsbaar voor de propaganda van terreurgroepen die zeggen dat westerse regeringen immoreel zijn.

Ook kunnen liquidaties de verbittering bij de tegenpartij vergroten en daardoor juist leiden tot meer geweld. Dit ondervonden Britse inlichtingenofficieren bijvoorbeeld toen ze in 1975 de IRA-inlichtingenman John Francis Green liquideerden. Dat pakte averechts uit. De IRA beëindigde meteen het op dat moment geldende bestand en verwierf hernieuwde legitimiteit. Geheim overleg tussen de terreurgroep en gematigde protestantse leiders werd ook onmiddellijk afgebroken.

Een ander gevaar is dat veiligheidsdiensten door liquidaties 'lui' worden. Want waarom zou je nog moeite doen om gevaarlijke tegenstrevers voor het gerecht te brengen of op een andere manier tegen te werken, als je ze ook simpelweg kunt vermoorden?

Volgens de Israëlische oud-spion Ami Ayalon, voormalig hoofd van de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet, zijn de 'doelgerichte preventieve handelingen' binnen die dienst helaas inderdaad routine geworden. "Je raakt gewend aan het doden", aldus Ayalon vorige maand in het tijdschrift Foreign Policy. "Een mensenleven wordt iets gewoons, dat je makkelijk weggooit. Je besteedt misschien een kwartier, twintig minuten aan wie je gaat doden. Aan hoe je het gaat doen, spendeer je twee, drie dagen. Je bent bezig met de tactieken, niet met de consequenties."

Of de Russische president Poetin, zelf oud-spion, zich druk maakt over dit soort overwegingen, is onbekend. Poetin zal vast niet gelukkig zijn met de grootscheepse uitzetting van zijn diplomaten, onder wie veel inlichtingenmensen, die deze week werd aangekondigd door bondgenoten van de Britten, waaronder ook België.

De Russische president gaat naar verwachting met gelijke munt betalen en diplomaten van de betrokken landen uitzetten. Maar tegelijk weet de Russische sterke man vermoedelijk ook dat dit soort opwinding na verloop van tijd doorgaans afneemt.

"Ik denk dat het weer overwaait", zegt de Nederlandse spionage-expert Ben de Jong. "Dat gebeurde bij eerdere incidenten ook. Op een gegeven moment worden de diplomatieke betrekkingen weer opgepikt. Dan gaat de Britse premier gewoon weer op bezoek in Moskou. Zo gaan dit soort dingen."

Lees ook:  Britse politie: Oud-spion Skripal en dochter voor huis vergiftigd en  Met deze stof probeerde Rusland vermoedelijk ex-spion Skripal te vergiftigen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234