Woensdag 12/05/2021

‘Spelen is een veel te serieuze zaak om te doen alsof’

“Wie ik ben, interesseert me niet. Ik ben wat ik doe”, zegt de acteur in de versie-Claus.Er zijn van die tekstballonnen die altijd blijven hangen boven een mensenleven. De moederstem: “Jos, eet uw patatten op. In Afrika sterven de kinderen van de honger.”De vaderstem: “Eerst huiswerk, en dan televisie, Joske.”De vrouwenstem: “Jossssssssssss.”De eigen stem die zwijgt.Woordloos kijken, hij heeft het altijd goed gekund. “Laat nog eens die ‘De Pauwblik’ zien”, zei filmregisseur Guido Henderickx soms, en De Pauw wist wat hij bedoelde. “Gênant, bijna. Het zal zo wel iets met... melancholiek is het woord niet..., met verstilling te maken hebben.”Hij is altijd een ‘wanderer’ geweest. “Al mijn vrienden stappen rapper. Ik voel mij vaak een soort Marokkaanse vrouw die achteraan sjokt. Voor zowat iedereen die samen met mij wandelt, ga ik te traag. Met ‘wandelen’ bedoel ik dan: niet echt een doel hebben. Zo wel ergens terecht willen komen maar niet ergens op een bepaald uur moeten zijn. En dan heb je een aantal ankerpunten in de stad die altijd goed zijn. Boekhandels als Passa Porta, dan naar Tropisme in de Koninginnegalerij. Als je toch in de buurt bent... daar eens binnen gaan kijken... op ’t gemak.”Lanterfantend de mensen en hun bezigheden bezien. Lummelend, naar zichzelf starend. En zo gaat niets aan hem voorbij. “Observeren en dingen laten inwerken op mezelf. Gedachten de vrije loop laten. Mediteren. Het is misschien een raar woord voor mij. Maar het is zeker dat ik dat als kind ook al had: ik keek heel graag naar de dingen. Ze moedigden me altijd aan om actief te worden. ‘Zit zo niet te staren, Joske.’ Ik kijk, ik zie en weet dat het iets is om mee aan de slag te gaan om er dan heel lang mee bezig te zijn.” Het spreken begint pas echt op een podium of op wit papier.“Diep grijpen in mezelf. Voor mij moet spelen en schrijven dat zijn.” En natuurlijk loopt hij soms tegen zichzelf aan. “Als ik een dronken consul moet spelen met een delirium, kan ik me zonder moeite die consul voorstellen. Ik merk dat ik niet eens naar de motoriek moet zoeken. Het is alsof mijn benen al lang weten hoe het moet.” De Pauw botst op De Pauw, daar heeft hij mee leren leven. “Een mens moet niet te hard zijn voor zichzelf. Hij moet ervoor zorgen dat hij op die scène blijft durven stappen. De zelfverzekerdheid verdwijnt met de jaren. Het wordt er niet makkelijker op.”Moeilijk gaat ook. Dat heeft hij van huis uit meegekregen.

Het stinkfabriekske

“Onder de schoorsteen van het teerkot, Asphaltco, het stinkfabriekske. Moeder keek altijd vanwaar de wind kwam, voor ze het witgoed aan de lijn hing.” Daar is hij geboren en getogen. In Asse. Een kind uit de jaren vijftig. Zijn ouders hadden zes kinderen, er was een grootmoeder die inwoonde. “Dat zijn negen mensen die samen rondlopen in een huis. Er is een zusje dat nog geen jaar verschilt met mij en een broer met vijftien jaar verschil. Je merkt hoe je op een verschillende manier met elkaar de bochten neemt. Daar zit veel stof in.”Hij heeft zijn familie wel vaker tot onderwerp van zijn theater- of schrijfwerk gekozen.“Ze hadden lang geleden in de Beursschouwburg een project rond gezin en familie. Al de artiesten die ze tot dan toe gevraagd hadden, bleken zich negatief uit te laten over het gezin waaruit zij kwamen. Toen belden ze mij op, of ik niet iets positiefs wou komen zeggen over mijn familie. Toen heb ik het voor het eerst gedaan. Ik heb aan die mensen van de Beurs gezegd: ‘Geef mij een calvados en ik zal klappen.’ Dat was mijn familie in Asse ter ore gekomen, iemand kwam kijken. Later telefoon van mijn zus: ‘Dus gij zit daar in Brussel in een theater zo maar een beetje te praten over ons!’ Ik zeg: ‘Zus, ge moet echt niet bang zijn. Ik maak jullie allemaal beter dan dat ge zijt.’ En dat is zo. Ik misdoe niks door hen te gebruiken.“Hoe dan ook, ’t zal wel meespelen dat ik het geluk heb gehad in een gewone, goede familie opgegroeid te zijn. Met een vader en een moeder die hun plek wisten in te nemen. Niet rijk maar niks te kort, zo’n doorsnee goeie bende. Dat is een fond. Die familie is een soort vluchtsimulator voor mij geweest. Ik ben veel uit de bocht kunnen gaan zonder dat het definitieve gevolgen had. Er werd wel iets geroepen of er werd weleens gedreigd, maar ze waren er altijd weer.” Hoeveel moet een mens uit zichzelf putten om op dat podium te blijven staan? “Bijna alles. Je zoekt naar de dingen die frapperen. Wat zet mijn motor in gang? Ik moet het niet altijd werkelijk beleefd hebben, maar het moet mij raken. Ik sta niet op een podium om mijn eigen leven te vertellen. Het moet iets universeels krijgen. Een van de voorstellingen waarin ik het meest over mezelf en mijn jeugd verteld heb, is Weg. Na de voorstelling spraken de mensen over hun eigen jeugd, niet over het theaterstuk dat ze gezien hadden. Dat is een mooi cadeau.”Zijn vader werkte in een bank. Op zondag werden in huis de stoelen opzij geschoven en werd er gedanst. “Onze pa kon heel mooi biljarten. Het groene laken, de man en het licht die allebei laag over de biljarttafel hangen,... Ik heb dat altijd zeer schoon gevonden. Mijn vader heeft mij op mijn zestiende ooit meegenomen om als zijn partner mee te gaan biljarten. Zijn vaste partner was ziek. We hadden het nog nooit gedaan. Dus, leg ik mij ook zo laag over het biljart met de keu in mijn hand. Ik hoor het mijn vader nog altijd zeggen: ‘Godverdomme, gij kunt zelfs doen alsof ge kunt biljarten.’”

Man in stofjas

Van theater was er toen geen sprake. De Pauw dacht eraan missionaris te worden. Hij volgde les op het ‘missie-seminarie’, de Grieks-Latijnse bij de paters van het Heilig Hart in Walfergem. “Het was vrij logisch dat je van daaruit, al naargelang je capaciteiten, doorstroomde naar Leuven om theologie te studeren ofwel meteen de brousse indook. In de collegegang hingen de portretten van de missiepaters met hun lange baarden. We keken naar hen op. We moesten iemand kiezen als peter. Als onze peter terugkwam voor een korte vakantie, kon je hem ontmoeten en de verhalen aanhoren. Het leek ons als dertienjarigen het grote avontuur. In Brazilië kwam er nog seks bij ook want... enfin, een beeld van pluimen en...”Strooien rokjes? “Dat was Congo. Ik denk dat ik toen voor de pluimen koos.” Wat heeft hem tegengehouden? “Ik ben van mijn geloof gevallen. Dat ging ook heel vlot.” Na zijn middelbare school moest hij kiezen wat hij uiteindelijk wilde worden. Hij begon boekhouding te studeren. “Het was veeleer een soort wanhoopsdaad. Ik heb daar leren typen, dat komt nog altijd goed van pas.” Hij begon bij een notaris te werken. “Een goeie ‘move’ van mijn vader, waar ik hem later zeer voor bewonderd heb. Ik wou niet kiezen, kon niet kiezen en vader had dan zoiets van: ‘Ik zal helpen. Doe maar iets. Dan weet ge misschien dat het dat in elk geval niet is. Het werkte.” Pennenlikken was niet aan hem besteed. Brussel, de stad, daar wilde hij naar toe. “Het conservatorium lag in Brussel, centraal zelfs, dat was meegenomen. Die stad heeft mij een enorme boost gegeven in mijn jonge leven. Een van mijn problemen op de school was dat ik de informatie te traag verwerkte. Maar de informatie van die stad en het gedoe van mensen om mij heen lezen, en daar iets mee kunnen, dat ging heel erg goed. Als ik naar de kern moet zoeken van waar het theater in mijn leven begon, is dat meer in de beweging van die stad dan in de vrij statische theateropleiding die ik toen volgde. Het conservatorium was toch vrij academisch.”“De Vlaamse Marlon Brando”, zo noemde de Franse krant Le Monde hem enkele jaren geleden naar aanleiding van de voorstelling Mefisto in Avignon. Zo zagen ze hem op de toneelschool niet. “‘Als je absoluut in theater wil, probeer dan eens in decorbouw of iets met belichting maar in ’t spelen zal het niet gebeuren’, zeiden ze. Ik voelde mij zeer goed in de stad Brussel en deed dus weinig voor de studie, te weinig volgens sommigen, die dat dan afstraften. Maar één mevrouw, Lea Daen, zat in de jury toen ik mijn tweede jaar moest overdoen. ‘Laten we hem als acteur houden’, zei ze. Wat ik zo flaterend vond dat ik meteen de stad in trok en feest ging vieren.”Zijn eerste rol kreeg hij in Repelsteeltje. In 1972. Zijn eerste recensie kwam van een kind. Hij liep stage in het Mechels Miniatuurtheater. René Verreth deed zijn eerste regie, een stuk voor kinderen. Josse De Pauw speelde de koning, Gilda De Bal was Roswita, Magda De Winter was Repelsteeltje. De kinderen die kwamen kijken, konden tekeningen maken over de personages in het stuk en mochten zeggen wat ze ervan dachten. Eén kindje schreef: “Waarom staat de koning altijd in dezelfde houding op het podium?” Dat kwam hard aan. “Het was de eerste keer dat ik voelde hoe er geen weg naast is als de kritiek klopt. Het klein grut heeft gelijk, dacht ik. Ik sta de hele tijd op diezelfde manier koning te zijn op dat podium. Van dan af is er iets losgebroken in mij.”Met een paar vrienden richtte hij in 1976 Radeis op. Een slapstickgroep, wat toen heette: “een theatergezelschap dat voor niets en niemand respect heeft”.“Bij Radeis werd spelen een vanzelfsprekendheid. Helemaal niks willen bewijzen, gewoon met anderen dingen doen, voelen dat het goed zit, daar heb ik altijd van gehouden. Dat heb ik als acteur voor het eerst bij Radeis ontdekt. Daarvoor had ik het gevoel dat ik altijd een examen aan het afleggen was. Vanuit een vanzelfsprekendheid leven en werken met anderen, is de mooiste vrijheid die een mens kan krijgen. Dat schept rust, een souvereiniteit.”Bij Radeis ontwikkelde iedere acteur een personage dat hoe dan ook uit hemzelf voortkwam. De Pauw werd een man in stofjas. “Ik had altijd veel deugd gehad van ‘Het Manneke’, de figuur van Jef Cassiers. In het Manneke zat er iets ongelooflijk kwetsbaars. Je had het gevoel dat je hem kon wegblazen, altijd. Maar het was niet waar. Hij was van een ongelooflijke hardnekkigheid, dat Manneke. Die combinatie beviel en bevalt mij nog steeds heel erg.” Zijn vader, die intussen gestorven is, is altijd komen kijken naar de stukken die hij speelde. De steun was er. “Hij heeft zich mee borg gesteld toen we met een paar mensen de Kaaitheaterstudio’s kochten, een oude brouwerij. Ik denk dat onze vader wel iedereen in mijn buurt persoonlijk heeft aangesproken om te vragen of ze voor mij goed zouden zorgen. Hij was niet gerust over mijn overlevingskracht in die wereld. Hij was ook een betweter. Als ik hem na een voorstelling vroeg: ‘Pa, wat denkt ge ervan?’ Dan zei hij: ‘Ja, ja,... stukken hé. Stukken. Er zaten goeie stukken in.’ En dan begon hij op te sommen welke ‘stukken’ hij niet goed vond, wat hij anders zou hebben gedaan. Dat was verschrikkelijk. Ik kon er niet tegen. Hij heeft nooit theater gemaakt, nooit. Maar hij kon wel expliceren hoe hij het zou doen. Ik ben ooit teruggekomen uit Japan. Ik zei iets over links rijden op de weg. Mijn vader was ook een keer in Japan geweest. Opeens zegt hij: ‘Maar Jos, ze rijden toch niet links in Japan.’ ‘Jawel, pa, ze rijden daar links.’ ‘Maar nee.’ Ik kwam net terug, echt net, ik zeg: ‘Vader, ik heb daar links gereden, dat is allemaal goed gegaan dus ik vermoed dat al die anderen ook links reden.’ ‘Nee, ze rijden daar niet links.’ Ons moeder die dan nog eens zegt: ‘Maar pa alstublieft, die jongen komt terug uit Japan en die zal toch wel weten waar hij gereden heeft.’ Het is een tijdje stil zo. Dan opeens weer die stem van onze pa, toch nog eens: ‘Ze rijden niet links in Japan.’ Fantastisch, hé. Zo was hij. Ik heb er altijd in gesprekken met vrienden de nadruk op gelegd dat ik vooral op mijn moeder lijk, ook fysiek. Maar stilaan is er geen ontkomen meer aan. Ik word onze pa.”

Wapenbroeders

“Mensen die onafhankelijk zijn, omdat er iets dwingenders bestaat dan de vraag wat de mensen zullen denken of zeggen, die interesseren me. Natuurlijk zoek je als acteur of theatermaker een publiek. Maar je zoekt het niet omdat je vanaf de eerste stap die je zet, wilt behagen.”Het Manneke, de mannen van Radeis, het zijn zijn wapenbroeders geweest. Hij heeft nog meer van die mentale wapenbroeders die hem altijd op de been blijven houden.“Ik ken de mens niet, maar ik heb altijd veel deugd gehad van Van Morrison. Hoewel er misschien gewoon niet met hem te werken valt. Het is iemand die stug maar gestaag zijn weg gevolgd heeft. Of iemand als Roland. Of iemand als saxofonist Archie Shepp, een mens die met anderen in zee gaat op het niveau van het hart.”Voor de film Just Friends van Marc-Henri Wajnberg speelde Josse De Pauw de begaafde Antwerpse saxofonist Jacques Sels. De Pauw ontmoette Archie Shepp, die in werkelijkheid de noten speelde die uit de sax van De Pauw kwamen. De Pauw nam lessen in vingerzetting maar toen hij ‘Bésame mucho’ speelde, wilde het niet lukken. Shepp kwam, vertelde hem over zijn improvisaties met Coltrane en zei: “You can do it, Jos. You can play it. If fucking De Niro can do it, why shouldn’t you?” “Dat helpt een mens vooruit. Schepp is een bijzondere figuur. Marc-Henri vroeg hem in de studio ‘Bésame mucho’ te spelen maar dan een beetje ‘bored’. Schepp dacht er even over na en zei toen: ‘I can not do that, Marc-Henri, this is a nice tune, man, I can not play that bored.’ Dat zijn goeie levenslessen. In grote lijnen heb ik denk ik de eigen integriteit, het woord is niet meer in de mode, kunnen bewaken en ben ik niet afgeweken van wat ik denk dat spelen is. Ik heb me in Brussel al van in het begin proberen te omringen met mensen die ik vertrouw en die mij af en toe tot de orde kunnen roepen.”

Het woord

In de jaren die volgden op Radeis heeft hij woorden bij zijn visueel theater gevoegd, is hij beginnen schrijven. Hij kan de twee vergelijken. “Spelen is een veel te serieuze zaak om te doen alsof. Wat niet wil zeggen dat het geen vrolijkheid schept. Ik ben nooit blijer dan wanneer ik aan het spelen ben. Schrijven geeft lucht. Maar spelen is opener, weg als het gedaan is. Schrijven is bijna een koortsige toestand en het blijft zo lang liggen.”Het schrijven is vrij laat gekomen. “In 1984. Ik was al 33. Maar goed, ik heb altijd veel gelezen. Het woord is me altijd lief geweest. Bij Ward Comblez wilde ik eigenlijk een voorstelling maken voor meerdere personages. Maar we hadden te weinig geld. Zo is het een tekst voor mezelf en Peter van Kraaij. En we hadden zoveel plezier dat we het voortgezet hebben.”Het schrijven werd belangrijker naarmate het Nederlands thuis verstilde. In de jaren tachtig leerde De Pauw zijn vrouw Fumiyo Ikeda kennen, een danseres bij Rosas, en afkomstig uit Japan. “In de eerste acht jaar van ons samenleven spraken we Frans met elkaar. Ik had er plezier in met mijn eigen taal bezig te zijn. Uit compensatie. Het was heel fijn te merken dat ik toen ik met haar in Japan was, ook in het Nederlands kon schrijven. Ik kon mijn taal meepakken, dat gaf lucht.”Hij heeft nu een carrière van 35 jaar in het theater en film achter de rug. Hij heeft prijzen gekregen voor zijn teksten en voor zijn acteerprestaties. “Ik moet gewoon doen wat ik altijd doe en dat is zonder plan. Er is geen lijn uitgestippeld, het komt voort uit een impulsieve, directe noodzaak. Ontmoetingen. En dan heel veel enthousiasme. Dat kan goed gaan en dat kan slecht gaan. In het stuk over Claus citeer ik een zin van hem. Claus zegt: ‘Ik sla naar de schaduw der dingen in de hoop in een verloren keer de dingen zelf te mogen treffen.’ Dit verwoordt heel goed wat ik doe, in mijn theater dan.“De vrijheid om te mogen zoeken, daar zal ik altijd voor blijven vechten. Je moet het toeval mogen toelaten, willen toelaten, kunnen toelaten. Dat is in commerciële termen tijdverlies, maar er komen de schoonste dingen uit. Het zijn de dingen die opduiken en passant, die je zo begeesteren dat je er niet meer los van komt. Er zijn weken in mijn leven dat niks echt moet, behalve bezig zijn met het materiaal dat overal voor het grijpen ligt, wat knoeien, en zien wat er aan mijn ribben blijft plakken. Ja, dat is van ’t beste.”

Vriendschap

Met Fumiyo en zijn beste vriend Tom Jansen maakte hij samen de voorstelling De meid slaan. Het is een voorstelling waarin veel vragen worden gesteld zoals ‘Hoe ver kan vriendschap gaan?’ “Vriendschap kan verder gaan dan de liefde, denk ik soms. Het zou weleens de langere stok kunnen zijn. Het is taaier. Misschien is het goed dat we er niet zoveel van verwachten dan van de liefde. Wij hebben over liefde nogal wat geschreven en gezongen en gedanst, we vinden daar wel heel veel over, over liefde. Er zit aan die liefde een hele grote hebberigheid, een beetje een vuil kantje. Bah. Het van mij en het moet en het zal en... Vriendschap is daar veel beleefder in. Hoe kan een mens dat woord liefde nu nog een plek geven in zijn leven op een manier die een beetje zinvol is. Vriendschap begint een beetje onder dekking. We kunnen het goed vinden met mekaar, dat is al niet slecht. Bij liefde slaan we die stap meestal over. We zijn al voor het begonnen is aan het grote feest aan het denken. Vriendschap is iets wat me beter ligt.”Hij heeft altijd graag met vrienden samengewerkt. “Of het nu met een man of een vrouw is, vriendschap is een van de mooiste relaties die ik met een mens kan hebben. Het is open, ik kan daar het meest mee. Het is niet dwingend, bestaat zonder afspraken. De vanzelfsprekendheid die in vriendschap zit, is een luxe. Het is een rust die bindt. Er zijn geen verwachtingen, geen frustraties die verstikken. Ik ben een man die geen beslissingen kan nemen. Als ik met mijn auto een lege parkeergarage in rijd, word ik radeloos, begin ik rondjes te rijden. Ik kan geen plek kiezen. Ik heb liever een volle garage waar nog net een of twee plekken zijn. Daarom kies ik voor vriendschap.“Vriendschap is er al en kan alleen maar dikker worden. In mijn werk was er soms eerst de vriendschap, en soms kwam uit het samenwerken een vriendschap voort. Ik weet niet of het in die vriendschap noodzakelijk is om iets samen te maken, maar er moet iets zijn. Ik heb moeite met de pure vakmatige benadering in theater en film. Met Peter Vermeersch heb ik heel lang niets meer gemaakt. Maar in 2012 hebben we een periode gevonden waarin we samen aan de slag kunnen. Ik moet daar niet over nadenken in de zin van: is dit een goede carrière move. Daar gaat het al helemaal niet meer om. Het is een evidentie geworden.“Een van mijn geboden is: ‘De mensen met wie je werkt, moeten mensen zijn met wie je een tijd samen wil doorbrengen.’ Er moet een mogelijkheid tot kameraadschap zijn om mij ergens op mijn plek te voelen. Ik weet ook dat niemand je veel geld zal betalen om te doen wat je zelf graag wilt. Je vrijheid kost je geld, maar ik heb ook geleerd dat je daar met veel plezier voor kunt betalen. Het is een houding die geluk afdwingt.”Hij is al heel lang getrouwd met Fumiyo. “Die lengte van dagen maakt het voor mij een solide vriendschap. En we zijn natuurlijk bij momenten gegaan voor de liefde. Er zijn momenten geweest dat we het niet gehaald hebben. Maar nogmaals: voor die vriendschap met zo’n schone lange adem, daar wil ik altijd opnieuw voor tekenen.”In zijn stukken heeft liefde vaak te maken met wachten en uitstellen. “Ik ben niet meer van plan er nog stukken over te maken... over de liefde. Ik ga nu over belangrijke dingen praten.”“Kunt u heel goed wachten?”“Dat hangt ervan af op wat. Ik kan heel goed wachten op de bus. Als ik weet wanneer hij komt. Als ik niet weet wanneer hij komt, heb ik een groot probleem. (lange stilte) En misschien is dat geen slechte metafoor.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234