Zaterdag 27/11/2021

Spektakelman

In 1865 vloog het P.T. Barnum's American Museum in de fik. Walvissen kookten in hun aquaria en ontsnapte wilde dieren dwaalden dagenlang door de straten van Manhattan

Sommige mensen zijn beroemd voor uitspraken die ze nooit gedaan hebben. Zoals P.T. Barnum die voor altijd geassocieerd zal worden met het adagium van de pr- en reclame-industrie: 'There's a sucker born every minute.' Goed, Barnum heeft het niet gezegd. Maar hij zal het toch wel vaak hebben gedacht. "Mensen houden ervan om in het ootje te worden genomen." Dat heeft hij wel gezegd. En hij had geen ongelijk. Zijn carrière was er een fantastisch bewijs van.

Phineas Taylor Barnum groeide op op het platteland in Connecticut. Hij was 24 toen hij in 1834 naar New York kwam met grote dromen, een streng religieuze vrouw en een nest kinderen. Hij begon een winkel maar een jaar later werd zijn belangstelling gewekt door een foorattractie: een hoogbejaarde zwarte vrouw die beweerde dat ze 161 jaar oud was en de verpleegster was geweest van president Washington en slavin van diens vader (ze bezat een bewijs van haar verkoop als slaaf uit 1727). Joice Heth, volledig blind en zonder tanden, kon sappig vertellen over "dear little George" maar veel volk trok ze niet. Door gebrek aan promotie, dacht Barnum. Hij verkocht zijn winkel, leende geld en kocht de rechten op Heth voor duizend dollar. Hij bestookte het publiek met posters, reclamefolders en persberichten die hij allemaal zelf schreef. Hij zette Heth in een zaaltje in een populaire theater- en biertent in Soho waar nu een Armaniwinkel is. Het volk stond in lange rijen aan te schuiven. Helaas, nog geen jaar later blies Joice haar laatste adem uit. Barnum kreeg nog enkele druppels uit zijn citroen door toegangskaartjes te verkopen voor haar autopsie, waar dokters vaststelden dat ze slechts half zo oud was als zij en Barnum hadden beweerd.

Heth was maar zijn aanloopje. In 1841 opende hij, na een weergaloze promotiecampagne, het 'P.T. Barnum's American Museum'. Het stond vlak tegenover St. Paul's Chapel, het 18de-eeuws kerkje aan de rand van Ground Zero. Er hangt zelfs geen herdenkingsplaat aan het kantoorgebouw dat nu staat op de plaats waar het gekste museum aller tijden was. Het barstte van curiosa zoals rare wetenschappelijke instrumenten, moderne huishoudapparaten, een vlooiencircus, een weefgetouw voortbewogen door een hond, een tak van een boom waar Jezus met zijn apostelen onder had gezeten, glasblazers, Ned de slimme zeehond, de Siamese tweeling Chang en Eng en exotische dieren. Er werden spektakels opgevoerd en wedstrijden gehouden voor de mooiste en dikste baby. In 1865 vloog het museum in de fik. De walvissen kookten in hun aquaria en ontsnapte wilde dieren dwaalden dagenlang door de straten van Manhattan. De Feejee-zeemeermin ging ook in de vlammen op maar dat was niet zo erg. Barnum slaagde erin om een identieke zeemeermin op de kop te tikken voor het nieuwe museum dat hij in Soho opende, op de plaats waar nu een Guess-winkel is.

Ik staar die zeemeermin nu recht in de ogen. Ze bestaat uit de bovenste helft van de mummie van een aap en de onderste helft van een grote vis. Ze bevindt zich in een museum gewijd aan Barnum in Bridgeport, een verarmde ex-industriestad ten noorden van New York. Barnum bouwde er vier enorme villa's, waaronder deze waarin het museum is gevestigd en een gigantisch houten oosters paleis dat hij 'Iranistan' doopte (ook dat verbrandde). Zijn museum had hem schatrijk gemaakt. Het had maar 24 jaar bestaan maar kreeg in die tijd 38 miljoen bezoekers over de vloer. Daarbij had Barnum nog andere gouden eieren, zoals het kind-dwergje 'General Tom Thumb' ('generaal Klein Duimpje'). In het museum kun je onder meer zijn koetsje zien, in de vorm van een okkernoot, en het kostuumpje dat hem geschonken werd door de koningin van Engeland. Hij was pas vier jaar toen Barnum hem onder zijn vleugels nam maar leerde snel trucjes om het publiek te amuseren, zoals Napoleon en Goliath imiteren, wijn drinken en sigaren roken. Barnum stuurde hem op tournee door Europa, België inbegrepen. Daarna hoefde hij voor een keer de waarheid geen geweld aan te doen als hij uitbazuinde dat zijn ontdekking de gekroonde hoofden van Europa gecharmeerd had.

Aan een andere succesvolle campagne van Barnum wijdt het museum een hele verdieping. In 1850 organiseerde hij een nationale concerttour van de Zweedse operadiva Jenny Lind. Hij had haar nooit horen zingen maar dat weerhield hem er niet van om van de onbekende zangeres een ster te maken wier komst een manie op gang bracht, die vergelijkbaar is met wat later de Beatles te beurt viel. Hij voerde een zes maanden lange advertentiecampagne. Hij kreeg stukken in de kranten waarin Linds schoonheid en deugd werden bewierookt. Hij zette een hele prullenindustrie op poten die Jenny Lind-hoedjes, parasols, gezichtscrème, wiegjes, tafelservies en lampen produceerde. Linds 150 concerten werden een fenomenaal succes. De duurste tickets kostten 225 dollar - het equivalent van 6.000 dollar vandaag.

Toen hij al in de zestig was begon hij een circus dat hij 'The Greatest Show on Earth' noemde. Alles was er massaal. Het publiek - 10.000 mensen - en het spektakel, dat voor het eerst in drie ringen tegelijk werd opgevoerd. Er waren veertig olifanten. De grootste heette Jumbo. 'Jumbo' is in de VS nog steeds een synoniem voor iets dat buitenmatig groot is. Jumbo kwam om in een treinongeluk. Maar Barnum was nog niet klaar met het beest. Hij liet het opzetten en stuurde het op tournee. n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234