Zondag 28/02/2021

Spartacus, het einde van een maffiageneratie

Proces in beroep tegen Italiaanse camorraclan vond plaats in sfeer van terreur

In Napels valt vandaag in beroep het verdict over 'Spartacus'. Het grootste proces ooit tegen de camorra, de Napolitaanse maffia, vond plaats in een sfeer van terreur. De beklaagden van de Casaleseclan uitten in de rechtszaal bedreigingen tegen de rechters en tegen onderzoeksjournalist Roberto Saviano, wiens onlangs verfilmde boek Gomorra hun criminele systeem blootlegde. door Maarten Rabaey

Eind 2005 waren tegen de bloeddorstige clan 95 veroordelingen uitgesproken, waaronder 21 levenslange celstraffen en opgeteld 700 jaar andere celstraffen voor moorden, drugshandel en bendevorming. Naar verwachting worden de straffen bevestigd, behalve voor enkele spijtoptanten die hopen op strafvermindering.

Het monsterproces wordt al sinds de eerste aanleg voor het assisenhof van Santa Maria Capua Vetere (nabij Caserta) 'Spartacus' genoemd, naar de rebelse gladiator die in de laars van Europa probeerde aan te zetten tot de grootste opstand ooit tegen Rome. Het bundelde alle uitkomsten van de onderzoeken tegen het kartel van Casalezen, een onderzoek met 1.300 verdachten dat al in 1993 werd gestart, naar aanleiding van de verklaringen van 24 pentiti (spijtoptanten), waarvan zes beklaagden. Het proces in eerste aanleg duurde zeven jaar en telde 626 verhoren, 500 getuigen, 90 dossiermappen met processen-verbaal.

Het beroep vond plaats in een sfeer van terreur. In de weken voorafgaand aan de deliberaties van de rechtbank maandag werden al vier informanten uit de zaak of hun verwanten vermoord. Het ging om de vader van een pentito, twee pentiti en recentelijk, op 1 juni, industrieel Michele Orsi, die wou getuigen over zijn samenwerking met de Casalesi voor de illegale afvalverwerking van achttien gemeenten. Op 13 maart las de advocaat van een beklaagde zelfs een brief voor in de rechtbank waarin zijn cliënt een rechter, een lokale verslaggever en onderzoeksjournalist-schrijver Roberto Saviano met de dood bedreigde.

Saviano's ophefmakende camorraboek Gomorra stelde in 2006 het 'criminele systeem' en de terreur van de Casaleseclan aan de kaak. Het boek werd verfilmd en kaapte op het filmfestival van Cannes in mei nog de Grand Prix weg. Saviano betaalde er zelf wel een zware prijs voor. Hij moet ondergedoken leven, onder politiebescherming, maar blijft schrijven voor onder meer de krant La Repubblica. "Dit is geen proces zoals zovele, geen eenvoudig en normaal proces tegen camorrafamilies uit de zuidelijke provincies", schrijft hij in zijn boek over Spartacus. "Dit is meer een historisch proces, een soort Neurenberg van een camorrageneratie, maar met dat verschil dat veel van de camorristen die daar zaten, in tegenstelling tot de opperbevelhebbers van het Reich, het bevel bleven voeren, het middelpunt van hun imperiums bleven. Een Neurenberg zonder overwinnaars."

De Casaleseclan, die zijn naam aan het stadje Casal di Principe dankt, is een federatie die in een onafhankelijk verbond alle camorrafamilies uit de provincie Caserta met elkaar verbindt. Allemaal met hun eigen chefs, eenieder verweven met het net van de familie Casalese. "Als Japan het vaderland van de vechtkunst is, Australië dat van het surfen en Sierra Leone dat van de diamanten, dan is de Casal di Principe de hoofdstad van de ondernemersmacht van de camorra", schrijft Saviano. "In vergelijking met Casal di Principe is Corleone (van de Siciliaanse maffia) een soort Disneyland."

Casal di Principe ligt in een gebied met nog geen honderdduizend inwoners maar met twaalfhonderd veroordeelden wegens artikel 416B oftewel witwassen en een uitzonderlijk aantal verdachten en veroordeelden wegens maffiabanden. Saviano: "Deze streek lijdt al sinds mensenheugnis onder het juk van de camorrafamilies, onder een gewelddadige en meedogenloze groep burgers die in de clan haar bloedigste en machtigste voorhoede vindt." Rivaliserende clans die begin jaren tachtig weerstand boden aan de Casalesi werden op meedogenloze wijze in de pan gehakt. De familie Di Matteo, vier mannen en vier vrouwen, werd in een paar dagen tijd vermoord. De Casalezen lieten alleen een jongetje van acht in leven. Zeven leden van de familie Simeone werden in één dag tijd vermoord.

"De stamvader van de 'familie' Casalese, Antonio Bardellino, was de eerste in Italië die begreep dat cocaïne op den duur de plaats van heroïne zou innemen. Daarom richtte hij een import-exportbedrijf op dat vismeel haalde uit Zuid-Amerika en dat importeerde naar Aversa. Vismeel waarin tonnen cocaïne verborgen zaten", zo duidt Saviano de basis van hun macht.

"De kracht van het Casalesekartel heeft altijd gelegen in het feit dat ze grote partijen konden verhandelen zonder dat ze genoodzaakt waren een interne markt te bedienen. Rome is voor hen de dealersplek bij uitstek, maar nog van groter belang is hun bemiddelingspositie geworden in de handel in bulkpartijen. De aktes uit 2006 van de antimaffiadienst melden dat de Casalezen drugs leverden aan de families uit Palermo. De samenwerking met de Nigeriaanse en Albanese clans gaf ze de kans zich los te maken van de rechtstreekse betrokkenheid bij het dealen en de smokkel. De verdragen met de Nigeriaanse clans uit Lagos en Benin, de samenwerking met de maffiafamilies uit Pristina en Tirana, de overeenkomsten met Oekraïense maffiosi hebben de Casaleseclans verlost van hun criminele activiteiten op het laagste niveau."

Naast de misdaad domineert het zakenimperium van de Casalesi ook de legale economie, die gebruikt wordt om criminele winsten wit te wassen. Zo werden de betoncoöperaties een fundamenteel wapen voor de clan. Ieder bouwbedrijf móét onder dwang meewerken. Ambtenaren kregen steekpenningen om de aanbestedingen in hun voordeel om te buigen. De Casalezen verdienden geld aan iedere fase van de bouw. Een van hun middelen om kosten te besparen was de prijs van het beton drukken door in schepen met beton ook illegale wapens naar het Midden-Oosten te laten transporteren. Volgens Saviano handelen ze in alle wapentuig. "Het Casalezenkartel is als enige criminele ondernemingsgezinde groepering in staat op internationaal niveau groepen en zelfs hele legers van contactpersonen te voorzien."

Het volledige financiële vermogen van alle families van het Casalesekartel - verdeeld over vastgoed, agrarische bedrijven, aandelen, contanten, bouwbedrijven, suikerraffinaderijen, cementfabrieken, woekerhandel, drugs- en wapenhandel - loopt tegen de dertig miljard euro. De legale handel wordt in de tang gehouden met racketeering, afpersing. Maar omdat geld betalen aan de clan betekent dat ondernemingen mee van een monopolie profiteren, kozen veel bedrijven eieren voor hun geld.

Uit een onderzoek van de rechtbank van Caserta bleek dat de Casaleseclan in Campanië de belangrijkste partner was van de agroconcerns Cirio en Parmalat. De melk die door Cirio en later door Parmalat werd verhandeld kon 90 procent van de markt bestrijken. De lokale melkbedrijven bleken gerund te worden door stromannen van de Casalesi. Concurrerende ondernemers werden in elkaar geslagen of overvallen, hun opslagplaatsen in brand gestoken. De consument was de dupe: door een monopolie rezen de prijzen wegens gebrek aan concurrentie de pan uit.

Ook aan de subsidiekraan van de EU in Brussel laafden de Casalesi zich. Op het zogeheten Aimaproces kwamen hun illegale praktijken aan het licht op de plekken waar de EU de fruitoverschotten vernietigde en in ruil daarvoor een schadevergoeding uitkeerde aan de boeren. Saviano: "In de grote kraters waarin het fruit werd gedumpt, stortten de clans vuilnis, ijzer en bouwafval. Eerst lieten ze alle troep wegen alsof het fruit was en dan inden ze de schadevergoeding, terwijl het fruit van hun lapjes grond overal verkocht bleef worden." De huidige afvalcrisis in Napels is dan ook deels aan de Casaleseclan te danken.

Francesco 'Sandokan' Schiavone dankt zijn bijnaam aan zijn gelijkenis met Kabir Bedi, een acteur die de bloeddorstige piraat Sandokan speelde in de gelijknamige televisieserie. Sandokan kreeg de macht over de Casaleseclan in handen door zijn voorganger Bardellino te laten vermoorden. Dat deed hij door Bardellino op te zetten tegen een andere boss, Mario Iovine. Diens broer werd door Schiavone als een verrader gebrandmerkt en door Bardellino vermoord. In de traditie van bloedwraak achtervolgde Iovine hem tot in Brazilië, waar hij hem met een hamer de schedel insloeg. Daarna begon in Casalese de slachtpartij onder zijn mannen. Bardellino's gedoodverfde opvolger, zijn neef Paride Salzillo, werd uitgenodigd op een top met alle leiders van het Casalesekartel. Volgens spijtoptanten lieten ze hem aan het hoofd van de tafel plaatsnemen. Toen greep Schiavone hem vast en begon hem te wurgen terwijl twee anderen zijn armen en benen vasthielden. Saviano: "Hij had hem met een pistoolschot of een messteek in zijn maag kunnen vermoorden, maar hij moest hem met zijn handen ombrengen, want zo worden alle oude leiders vermoord die door de nieuwe uit het zadel worden gelicht. Sinds Andrea d'Ungheria in 1345 werd gewurgd, is wurging in Aversa en omgeving het symbool voor troonopvolging."

Schiavone nam het ingewikkelde machtsstelsel over dat door Bardellino opgericht was door het helemaal te verweven met zijn familie. Zijn broer Walter was coördinator van de artillerie, het wapengeweld en de wapenhandel, zijn neef - en latere spijtoptant - Carmine runde de financiën en economische aspecten, zijn neef Francesco werd verkozen tot burgemeester van Casal di Principe en zijn andere neef, Nicola, werd ambtenaar bij Economische Zaken. Zijn macht werd ook gevestigd door zijn nauwe banden met de politiek. De clan steunt sinds 1992 de Partito Liberale Italiano, de liberale partij die hierdoor regionaal de grootste winst uit haar geschiedenis behaalde: van een krappe 1 procent sprong ze, door steun van de clan, naar 30 procent.

Informatie van de Sismi, de Italiaanse militaire inlichtingendienst, wees uit dat Sandokan ook persoonlijk wapens verhandelde voor het conflict in Bosnië. Hij had daarvoor een akkoord gesloten met de in 2000 vermoorde Servische oorlogsmisdadiger Zeljko Raznatovic, beter bekend als Arkan de Tijger. Met Servische tegoeden op een Oostenrijkse bank, oplopend tot 85 miljoen dollar, werd geld overgemaakt aan een instantie die verbonden was met de clans uit Servië en Campanië. In ruil voor zijn rol mocht de Italiaanse clan ook tegen een zeer gunstige prijs ondernemingen opkopen in Servië.

Toen hij voor de politie op de vlucht moest, dook Schiavone letterlijk onder. Hij had onder zijn villa in het centrum van Casal di Principe een diepe en vorstelijke schuilplaats laten bouwen van honderd vierkante meter. Zijn bunker was voorzien van een video-intercom en had twee toegangen, die van buitenaf onmogelijk te zien waren. In zijn eetzaal had hij een valluik, die in verbinding stond met onderaardse gangen die leidden naar een ondergrondse foyer met tenten. Om hem in 1998 te kunnen oppakken moest de politie een jaar en zeven maanden observeren, vooraleer ze met een elektrische zaag door de muur heen kwam die zijn schuilplek afdekte.

Sandokan had zich in zijn villabunker niet verveeld. Saviano: "Zijn tijd als voortvluchtige bracht hij het liefst door met het schilderen van religieuze iconen en portretten van Napoleon Bonaparte en Mussolini. Ze zijn nu nog te koop, onverwachts in winkeltjes in Caserta, met de wel heel bijzondere gelaten van heiligen die door Schiavone waren gemaakt en waar hij op de plaats van Christus zijn eigen gezicht schilderde."

Volgens onderzoeken van de antimaffiadienst van Napels wordt het Casalesekartel momenteel geregeerd door Antonio Iovine, bijgenaamd 'o ninno' - de zuigeling - omdat hij de top van de clan bereikte toen hij nog jong was, en Michele Zagaria, de boss en manager van Casapesenna, bijgenaamd 'capastorta' - de scheve kop. Beiden zijn al jaren voortvluchtig en staan op de lijst van het ministerie van Binnenlandse Zaken als de gevaarlijkste Italiaanse voortvluchtigen.

Saviano: "Onvindbaar, maar ongetwijfeld altijd in hun dorp aanwezig. Geen enkele boss kan voor al te lange tijd zijn eigen roots in de steek laten omdat daarmee juist al hun macht staat of valt. Dat weet iedereen en toch krijgen ze hen niet te pakken. De dekmantel zit zo efficiënt in elkaar dat iedere arrestatie wordt belemmerd. Hun villa's worden doorlopend bewoond door familieleden en gezinnen. De familie Zagaria bezit ondertussen tientallen filialen in heel Italië en is, volgens de onderzoeksrechters van Napels, de grootste Italiaanse onderneming van graafwerkzaamheden. Een economische suprematie die niet rechtstreeks voortvloeit uit misdadige activiteiten, maar uit het talent om een balans te vinden tussen rechtmatige en onrechtmatige kapitalen."

Terwijl de Casalesi onder boss Schiavone de ondernemers nog dwongen om protectiegeld te betalen, runnen ze de zaken nu rechtstreeks. In de provincies Modena en Arezzo hebben ze het merendeel van de bouwbedrijven in handen en ze nemen voornamelijk arbeidskrachten uit de provincie Caserta met zich mee. Lopende onderzoeken laten zien dat de Casalezen zich in het noorden van Italië bij de bouw van de hogesnelheidslijn naar binnen hebben gewerkt, na eerst hetzelfde te hebben gedaan in het zuiden - de hogesnelheidstrein tussen Napels en Rome, een deal die ze vijf miljard euro opleverde.

Toch zal ook Zagaria een dezer verdwijnen. Saviano maakt zich weinig illusies dat er dan een nieuwe boss volgt. "De bazen hebben niet het eeuwige leven. Cutolo maakte plaats voor Bardellino, Bardellino voor Sandokan, Sandokan voor Zagaria. De economische macht van hun systeem zit hem in de voortdurende wisseling van de leiders en het criminele beleid. De dictatuur van een man in de clans is altijd maar van korte duur. Als de heerschappij van een boss lang zou duren, zou hij de prijzen flink opdrijven, zou hij altijd in dezelfde sectoren investeren en geen nieuwe markten meer verkennen. Hij zou geen toegevoegde waarde meer zijn voor de criminele economie, maar juist een obstakel vormen voor de business. In die zin lijkt iedere arrestatie, ieder monsterproces, eerder een manier om de capi elkaar te laten afwisselen, om de fases te verstoren, dan een actie die een heel stelsel omver kan werpen."

Tijdens het Spartacusproces werd ook Lorenzo Diana met de dood bedreigd. De senator bond destijds als vooraanstaand lid van de antimaffiacommissie de strijd aan met de Casaleseclan. Hij staat sinds het proces in eerste aanleg onder permanente bescherming omdat hij toen al met de regelmaat van de klok werd geïntimideerd. Na het eerste Spartacusvonnis drongen leden van de Casaleseclan de forelkwekerij van zijn broer binnen, waar ze de vissen uit het bassin gooiden en ze lieten sterven.

Saviano: "Diana is in San Cipriano d'Aversa geboren, heeft van dichtbij meegemaakt hoe Bardellino en Sandokan aan de macht kwamen, hij heeft de vetes gezien, de bloedbaden, de handel. Als geen ander kan hij over hun macht vertellen, en de clans vrezen zijn kennis en zijn geheugen. Diana is een van die zeldzame mannen die weten dat het bestrijden van de macht van de camorra engelengeduld vereist, het soort geduld waardoor je steeds weer opnieuw begint, van voren af aan, een voor een de draden van het economische kluwen afwikkelt en zo uitkomt bij de criminele leider. Langzaam maar met volharding, met verbetenheid, ook wanneer alle aandacht verdwijnt, ook wanneer alles echt nutteloos lijkt en oplost in een gedaanteverwisseling waarbij de ene criminele macht de andere opvolgt, zonder dat je ze ooit kunt verslaan."

Diana zelf sprak naar aanleiding van het proces in beroep een scherpe veroordeling uit van zijn Italiaanse collega's politici. "Door de andere kant op te kijken hebben de autoriteiten toegestaan dat deze maffia zich ontwikkelde tot een militaire en economische macht. Nu staan we voor een monster."

Journalist Roberto Saviano:

Cutolo maakte plaats voor Bardellino, Bardellino voor Sandokan, Sandokan voor Zagaria. De macht van de camorra zit hem in de voortdurende wisseling van de leiders

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234